Celbiologie
Anatomie van de cel = structuur van de cel
Fysiologie & Replicatie van de cel = functie van de cel
Celdifferentiatie
-Proces waarbij specifieke cellen zich zodanig ontwikkelen, waardoor zij een specifieke
functie kunnen uitvoeren
-Onze voorkwab is meer ontwikkeld
Gevaar:
-Beschadigde zenuwcellen worden niet opnieuw ontwikkeld
2. Weefsel
= Een groep gelijksoortige cellen die morfologisch en functioneel een eenheid in het
menselijk lichaam vormen
3. Orgaan
= Bevat verschillende weefselsoorten
4. Orgaanstelsel (ademhalingsstelsel, verteringsstelsel etc)
= Organen en structuren die gezamenlijk een bepaalde taak uitvoeren
5. Organisme
= Alle orgaansystemen
1. Nucleulus
2. Celkern (nucleus)
3. Endoplasmatisch reticulum?
4.
5.
6. Golgi apparaat
7.
8.
9. Mitochondrien
10. Lysosomen
11.
, 12.
13. Centrosomen
Opbouw cel
-celmembraan
-celkern
-cytoplasma
-organellen
Celmembraan
-dubbele laag fosfolipiden, waar eiwitmoleculen drijven
-hydrofiel (hoofd) & hydrofoob (dubbele staart)
Hydrofiel= wateroplosbaar
Hydrofoob= houdt niet van water, wel van vet
Functie:
-vormt een scheiding tussen het cytoplasma (intracellulaire ruimte) en extracellulaire ruimte
-selectief in het doorlaten van stoffen
-passief membraantransport: kost geen energie (diffusie & osmose)
-actief membraantransport: kost energie
(transport in evenwicht van de cellen)
-celmembraan zorgt voor een evenwicht binnen de cellen, dat niet alle stoffen zomaar overal
stromen, maar gedoseerd worden toegelaten
Celkern (nucleus)
-kernmembraan met poriën (doorlaatbaar voor mRNA)
- bolletje daarin nucleulus -> aanmaak ribosomen
-DNA (chromatine) (in de rustfase)
DNA= desoxyribonucleinezuur
-informatie over de eiwitten
Anatomie van de cel = structuur van de cel
Fysiologie & Replicatie van de cel = functie van de cel
Celdifferentiatie
-Proces waarbij specifieke cellen zich zodanig ontwikkelen, waardoor zij een specifieke
functie kunnen uitvoeren
-Onze voorkwab is meer ontwikkeld
Gevaar:
-Beschadigde zenuwcellen worden niet opnieuw ontwikkeld
2. Weefsel
= Een groep gelijksoortige cellen die morfologisch en functioneel een eenheid in het
menselijk lichaam vormen
3. Orgaan
= Bevat verschillende weefselsoorten
4. Orgaanstelsel (ademhalingsstelsel, verteringsstelsel etc)
= Organen en structuren die gezamenlijk een bepaalde taak uitvoeren
5. Organisme
= Alle orgaansystemen
1. Nucleulus
2. Celkern (nucleus)
3. Endoplasmatisch reticulum?
4.
5.
6. Golgi apparaat
7.
8.
9. Mitochondrien
10. Lysosomen
11.
, 12.
13. Centrosomen
Opbouw cel
-celmembraan
-celkern
-cytoplasma
-organellen
Celmembraan
-dubbele laag fosfolipiden, waar eiwitmoleculen drijven
-hydrofiel (hoofd) & hydrofoob (dubbele staart)
Hydrofiel= wateroplosbaar
Hydrofoob= houdt niet van water, wel van vet
Functie:
-vormt een scheiding tussen het cytoplasma (intracellulaire ruimte) en extracellulaire ruimte
-selectief in het doorlaten van stoffen
-passief membraantransport: kost geen energie (diffusie & osmose)
-actief membraantransport: kost energie
(transport in evenwicht van de cellen)
-celmembraan zorgt voor een evenwicht binnen de cellen, dat niet alle stoffen zomaar overal
stromen, maar gedoseerd worden toegelaten
Celkern (nucleus)
-kernmembraan met poriën (doorlaatbaar voor mRNA)
- bolletje daarin nucleulus -> aanmaak ribosomen
-DNA (chromatine) (in de rustfase)
DNA= desoxyribonucleinezuur
-informatie over de eiwitten