Scheikunde hoofdstuk 1 atoombouw
Paragraaf 1 atoommodel
Macroniveau= alles wat je kunt waarnemen
Microniveau= alles wat veel te klein is om te zien, dus atomen en moleculen
Het atoommodel Dalton: dalton nam aan dat alle stoffen zijn opgebouwd uit
kleine bouwstenen die hij atomen noemde. In zijn benadering waren atomen
ondeelbare massieve deeltjes. Het model van revolutionair omdat men al ruim
2000 jaar aan naam dat alles was opgebouwd uit de 4 elementen aarde, water,
lucht en vuur. Het bestaan van atomen werd tot die tijd ontkend
Atoommodel van Bohr: een atoom is opgebouwd uit een kern met daarin positief geladen protonen
en ongeladen neutronen
De belangrijkste aanpassingen aan het model van Dalton zijn:
- De ontdekking van positieve en negatieve lading in het atoom (Thomson). De gedachte dat
een atoom ‘niet-deelbaar’ is, ging hierdoor niet meer op. Toch is de naam atoom behouden
gebleven.
- De ontdekking dat het atoom bestaat uit een heel kleine, positief geladen kern met
daaromheen een wolk van negatief geladen elektronen. Het grootste deel van het atoom
bestaat uit lege ruimte (Rutherford).
- Meer inzichten over de positie die de elektronen in de elektronenwolk innemen (Bohr).
- De ontdekking van neutronen in de kern (Chadwick).
Elektron= e- - geladen, massa van 0,00055 u
Proton= p + geladen, massa van 1,0 u
Neutron= n geen lading, massa van 1,0 u
Elk atoom is gelijk aan protonen en elektronen, dus neutraal. De elektronen bewegen
in verschillende banen, ook wel schillen genoemd (K, L, M, N, O, P en Q)
Elektronenconfiguratie= de verdeling van de elektronen over de schillen. Bijv. bij
zwavel 2,8,6, betekent dat er in de eerste schil 2, in de tweede schil 8 en in de derde
schil 6 elektronen zitten.
Valentie-elektronen= elektronen in de buitenste schil. Deze elektronen zijn betrokken bij het vormen
van bindingen tussen atomen in een molecuul
Atomaire massa-eenheid u= 1,0 u komt overeen met 1,66 x 10-27 (BINAS 7)
Elementaire ladingsquantum e= 1,0 e is gelijk aan 1,6 x 10-19 coulomb (C)
Atoomnummer= aantal protonen in een atoom. Het aantal elektronen is gelijk aan het aantal
protonen, omdat een atoom elektrisch neutraal is. Atoomnummer bepaalt dus welke atoomsoort
Massagetal= aantal protonen + aantal neutronen
Massagetal symbool of symbool- massagetal
(Atoomnummer)
Isotopen= atomen met hetzelfde aantal protonen, maar verschillend aantal neutronen (BINAS 25)
Paragraaf 2 periodiek systeem
Paragraaf 1 atoommodel
Macroniveau= alles wat je kunt waarnemen
Microniveau= alles wat veel te klein is om te zien, dus atomen en moleculen
Het atoommodel Dalton: dalton nam aan dat alle stoffen zijn opgebouwd uit
kleine bouwstenen die hij atomen noemde. In zijn benadering waren atomen
ondeelbare massieve deeltjes. Het model van revolutionair omdat men al ruim
2000 jaar aan naam dat alles was opgebouwd uit de 4 elementen aarde, water,
lucht en vuur. Het bestaan van atomen werd tot die tijd ontkend
Atoommodel van Bohr: een atoom is opgebouwd uit een kern met daarin positief geladen protonen
en ongeladen neutronen
De belangrijkste aanpassingen aan het model van Dalton zijn:
- De ontdekking van positieve en negatieve lading in het atoom (Thomson). De gedachte dat
een atoom ‘niet-deelbaar’ is, ging hierdoor niet meer op. Toch is de naam atoom behouden
gebleven.
- De ontdekking dat het atoom bestaat uit een heel kleine, positief geladen kern met
daaromheen een wolk van negatief geladen elektronen. Het grootste deel van het atoom
bestaat uit lege ruimte (Rutherford).
- Meer inzichten over de positie die de elektronen in de elektronenwolk innemen (Bohr).
- De ontdekking van neutronen in de kern (Chadwick).
Elektron= e- - geladen, massa van 0,00055 u
Proton= p + geladen, massa van 1,0 u
Neutron= n geen lading, massa van 1,0 u
Elk atoom is gelijk aan protonen en elektronen, dus neutraal. De elektronen bewegen
in verschillende banen, ook wel schillen genoemd (K, L, M, N, O, P en Q)
Elektronenconfiguratie= de verdeling van de elektronen over de schillen. Bijv. bij
zwavel 2,8,6, betekent dat er in de eerste schil 2, in de tweede schil 8 en in de derde
schil 6 elektronen zitten.
Valentie-elektronen= elektronen in de buitenste schil. Deze elektronen zijn betrokken bij het vormen
van bindingen tussen atomen in een molecuul
Atomaire massa-eenheid u= 1,0 u komt overeen met 1,66 x 10-27 (BINAS 7)
Elementaire ladingsquantum e= 1,0 e is gelijk aan 1,6 x 10-19 coulomb (C)
Atoomnummer= aantal protonen in een atoom. Het aantal elektronen is gelijk aan het aantal
protonen, omdat een atoom elektrisch neutraal is. Atoomnummer bepaalt dus welke atoomsoort
Massagetal= aantal protonen + aantal neutronen
Massagetal symbool of symbool- massagetal
(Atoomnummer)
Isotopen= atomen met hetzelfde aantal protonen, maar verschillend aantal neutronen (BINAS 25)
Paragraaf 2 periodiek systeem