2. Spraakapraxie
2.1 Leerdoelen
2.2 Verklarende woordenlijst
2.3 Inleiding
Praxis = doelbewuste bewegingen die geleerd werden door oefening en
ervaring
GEEN genetisch aanwezige bewegingen!!!!! (Reflexen of
ademhalingsbewegingen enz.)
Dus Apraxie= Stoornis in het doelbewust uitvoeren van geleerde
bewegingen.
Spreken is een bijzonder complexe motorische vaardigheid.
Spraakapraxie = Wanneer het spreken plots of geleidelijk niet meer
doelbewust motorisch kan ingezet worden.
Automatische taal en spraak blijft beter bewaard zoals vb. Tellen, dagen
van de week, gebed, spreekwoorden, …
2.4 Historiek en definitie van (spraak)apraxie
2.4.1 Historiek en definitie van de term apraxie
John Hughlings Jackson gaf de eerste klinische beschrijving.
Hij bestudeerde personen met een taalstoornis na een hersenletsel of
kortweg orale apraxie.
Dit uit zich door de onmogelijkheid om op vraag doelbewuste bewegingen
met onderdelen van het aangezicht en de tong uit te voeren ondanks dat
er geen sprake was van een verlamming.
Bij sommige patiënten gaat het na een imitatie makkelijker.
Karl Hugo Liepmann beschreef apraxie als stoornis in de planning en
programmering gestuurd vanuit een neuraal netwerk. Niet veroorzaakt
worden door een paralyse, abnormale bewegingen, ernstige sensori-
perceptuele deficits en cognitieve stoornissen.
Theorie over apraxie = stoornis in de planning en
programmering van de motorische
vaardigheden
1) Bewegingsformules
2) Correct oproepen
bewegingsformules
, 3) Verder geleid naar pre- en
postcentrale gebieden in de
linkerhersenhelft
Afhankelijk van de lokalisatie
onderscheidt men drie
verschillende types:
1) Limb-kinetische apraxie:
Uitvoeren van inaccurate en
onhandige bewegingen. De
patient weet dat het fout is
maar vindt geen oplossing.
2) ideomotorische apraxie:
Stoornis in de uitvoering van
handelingen op commando.
Hoewel de persoon zich goed
bewust is van de handeling.
Vaak zijn deze mensen
geholpen met het imiteren
van de handeling.
3) ideationele apraxie:
Onvermogen om het concept
van een doelbewuste
handeling bij een voorwerp
te vinden. Het doel en de
volgorde kan niet meer
gevonden worden.
2.4.2 Historiek van de term van spraakapraxie
Spraakstoornis die gekenmerkt wordt door bewaarde taalvaardigheden en
onaangetaste spierfuncties werd eerder al beschreven door Paul Broca.
DR. F.L. Darley: Hij introduceerde de term spraakapraxie als een
onafhankelijk klinische entitiet van afasie. Door SA te onderscheiden van
afasie en dysartrie trachtte hij een eind te maken aan de jarenlange
onzekerheid.
Dus volgens Darley is SA een articulatiestoornis na een hersenletsel die
gekenmerkt wordt door een stoornis in het programmeren van 1. De
positie van de spraakmusculatuur en 2. De volgorde van de
spierbewegingen tijdens de doelbewuste productie van fonemen.