SPAANS VOCABULARIO: Viajes de negocios (6)
De zakenreis El viaje de negocios De kamer La habitación
De overeenstemming, het
El acuerdo Het verschil van mening El desacuerdo
akkoord
De klacht, het bezwaar La reclamación Zich verontschuldigen Disculparse
Spaans staatshotel, vaak
El parador Het uitzichtpunt El mirador
gehuisvest i/e hist geb
De Atlantische Oceaan El océano Atlántico Het uur, de tijd La hora
De garage El garaje De minibar El minibar
De vergaderzaal La sala de reuniones De sportschool El gimnasio
Het zwembad La piscina Het wellnessresort El spa
Het golfterrein El campo de golf De verwarming La calefacción
De airconditioning El aire acondicionado Satelliettelevisie La televisión vía satélite
Denken Pensar Voor jou Para ti
Verzamel (gebied wijs) Reunid De vrij tijd El ocio
De vrijetijdsbesteding La actividad de tiempo libre Wat deze mensen doen Lo que hacen estas personas
Zodat, dus Así que Uitrusten Descansar
Het boek El libro De tv aanzetten Poner (g) la televisión
Soms A veces Tennissen Jugar (ue) al tenis
De weekenden Los fines de semana Wandelen (id bergen) Hacer (g) senderismo
Wij beide Los dos De kl ondernemer/ster El/la pequeño/a empresario/a
Gaan fietsen Salir (g) en bicicleta Zwemmen Nadar
Hardlopen Hacer (g) footing Met vrienden uitgaan Salir (g) con amigos
De voedingsleer La dietética Orden ze Clasifícales
Voeg toe Añade Nog een Alguno/a más
Zeggen Decir (yo digo, ie) Zetten, leggen Poner
Komen Venir (g, ie) Schrijf Escribe
Iets gemeen hebben Tener (g, ie) algo en común De overeenstemming El acuerdo
Ook niet Tampoco Het verschil van mening El desacuerdo
Ik wel Yo sí Hij/zij is gek op het strand Le encanta la playa
Gek zijn op Encantar Het uitstapje, de excursie La excursión
Storen Molestar Het lawaai/geluid El ruido
Mij; ik / jou; jij… (A mí) me / (a ti) te… Tweepersoons- Doble
Naast, behalve Además de Kun je ze verbeteren? ¿Puedes corregirlas?
De rust La tranquilidad Het gebied La zona
Praat Hablad Het tema El tema
Met een groep En grupo Kamperen Hacer (g) camping
Exotisch Exótico/a De reisgenoot/te El/la compañero/a de viaje
Samen Juntos/as Klassikaal En el pleno
De bestemming El destino De zakenbijeenkomst La reunión de negocios
De klantenkaart/klantgeg La ficha de cliente De contactpersoon La persona de contacto
De softwareoplossingen Las soluciones informáticas De kamer La habitación
De tweepersoonskamer La (habitación) doble De eenpersoonskamer La (habitación) individual
De catering El catering Overig Otros
Opsturen Enviar (i) Bewijzen (controleren) Comprobar (ue)
Voor welke data? ¿Para qué fechas? Beschikken over Disponer (g) de
Het is inbegrepen Está incluido/a Waarmee kan ik u helpen? ¿En qué puedo ayudarle?
Ik zou graag Quería De beamer El proyector
Hartelijk dank Muchas gracias Beleefd Cortés
Wissel uit Cambiad Uitbeelden Representar
Denk aan Tened en cuenta De intonatie La entonación
Aan de buitenkant Exterior Aan de binnenkant Interior
Luid, hard Ruidoso/a Stil Tranquilo/a
De douche La ducha Het bad El baño
Meest voorkomend Más frecuente Veel voorkomend Frecuente
Praat Habla De handdoek La toalla
Functioneren, werken Funcionar Vriendelijk Amable
Verbind ze Relaciónales Ziet u Mire
Het zit zo, dat, namelijk Es que Schoon zijn Estar limpio/a
, Het spijt me zeer! !Cuánto lo siento! Sturen Mandar
Het schoonmaakpersoneel El personal de limpieza Projecteren, tonen Proyectar
De presentatie La presentación Gelijk, onmiddelijk Enseguida
De monteur, technicus El/la técnico/a Excuses voor de overlast Perdón por las molestias
De overlast La molestia Oke, goed Está bien
Horen, luisteren Oír (g) Niets No… nada
Neemt u mij niet kwalijk Disculpe De (bouw)werkzaamheden Las obras
Aanbieden Ofrecer (zc) Als u dat wenst Si lo desean
Zich verontschuldigen Disculparse De oplossing La solución
Presenteren Presentar Schrijf Escribid
Doe het na Representadlo De telefoon beantwoorden Contestar al teléfono
Uitleggen Exponer (g) Accepteren, aannemen Aceptar
De verontschuldiging La disculpa Bedanken Agradecer (zc)
Je neemt afscheid Te despides Afscheid nemen Despedirse (i)
El cliente siempre tiene la
De klant heeft altijd gelijk Gelijk hebben Tener (g, ie) razón
razón
Een oordeel geven Valorar Het verblijf La estancia
Tevreden zijn Estar satisfecho/a In het algemeen En general
De beoordeling La valoración Is geweest Ha sido
U hebt uitgekozen Ha elegido De voorzieningen Las instalaciones
De ligging La ubicación U hebt gehad Ha tenido
De klacht La queja Kon Ha podido
Oplossen Solucionar De service El servicio
Het comfort El confort De schoonmaak, de netheid La limpieza
Ik ben geweest He estado Comfortabel Cómodo/a
Ik heb ontvangen He recibido De behandeling, de service El trato
Echter Sin embargo Deze keer Esta vez
De variatie La variedad De verleden tijd El tiempo del pasado
Het verleden, de verleden
El pasado De perfecto El perfecto
tijd
De infintief El infinitivo Hebben, zijn Haber
Het voltooid deelwoord El participio Terugkeren Volver (ue)
Vanochtend Esta mañana Dit jaar Este año
Nog niet Todavía no Antwoorden (op) Contestar (a)
Bedankt (voor) Gracias (por) Id eerste plaats En primer lugar
Excuses aanbieden Pedir (i) disculpas Het is waar dat Es cierto que
Zeker, waar Cierto/a Veroorzaken Causar
Hopen Esperar Rekenen (op) Contar (ue) (con)
Met behulp van Con ayuda de Vertel Cuenta
Het interview, enquête La encuesta Zoek Busca
Presenteer Presenta Lijken Parecer (zc)
(Te) laat komen Llegar tarde De toets, het examen El examen
Gaan werken Ir a trabajar Slapen Dormir (ue)
Een (enkele) keer, wel De teleconferentie, de
Alguna vez La teleconferencia
eens conference call
Het buitenland El extranjero De onzin La tontería
Het bezwaarschrift, de
La carta de reclamación Het bewaar, de klacht La reclamación
klachtenbrief
Nooit No … nunca Laatste Último/a
Om je te beklagen Para quejarte Klagen Quejarse
Het is waar dat Es verdad que In afwachting van uw antwoord En espera de su respuesta
Met vriendelijke groeten Les saluda atentamente Noem, vertel Menciona
Op een geordende manier De forma ordenada Geordend Ordenado/a
De schoonmaakdienst El servicio de limpieza Bijvoorbeeld Por ejemplo (p. ej.)
Vergelijk Contrasta Bevestigen Confirmar
Tonen Mostrar (ue) Het begrip La comprensión
Hoogachtend, met
Atentamente Begrijpen (2) Comprender/ entender (ie)
vriendelijke groeten
Zich voelen Sentirse (ie) Als het mogelijk is Si es posible
Munteh van Venezuela El bolívar Venetië Venecia
De zakenreis El viaje de negocios De kamer La habitación
De overeenstemming, het
El acuerdo Het verschil van mening El desacuerdo
akkoord
De klacht, het bezwaar La reclamación Zich verontschuldigen Disculparse
Spaans staatshotel, vaak
El parador Het uitzichtpunt El mirador
gehuisvest i/e hist geb
De Atlantische Oceaan El océano Atlántico Het uur, de tijd La hora
De garage El garaje De minibar El minibar
De vergaderzaal La sala de reuniones De sportschool El gimnasio
Het zwembad La piscina Het wellnessresort El spa
Het golfterrein El campo de golf De verwarming La calefacción
De airconditioning El aire acondicionado Satelliettelevisie La televisión vía satélite
Denken Pensar Voor jou Para ti
Verzamel (gebied wijs) Reunid De vrij tijd El ocio
De vrijetijdsbesteding La actividad de tiempo libre Wat deze mensen doen Lo que hacen estas personas
Zodat, dus Así que Uitrusten Descansar
Het boek El libro De tv aanzetten Poner (g) la televisión
Soms A veces Tennissen Jugar (ue) al tenis
De weekenden Los fines de semana Wandelen (id bergen) Hacer (g) senderismo
Wij beide Los dos De kl ondernemer/ster El/la pequeño/a empresario/a
Gaan fietsen Salir (g) en bicicleta Zwemmen Nadar
Hardlopen Hacer (g) footing Met vrienden uitgaan Salir (g) con amigos
De voedingsleer La dietética Orden ze Clasifícales
Voeg toe Añade Nog een Alguno/a más
Zeggen Decir (yo digo, ie) Zetten, leggen Poner
Komen Venir (g, ie) Schrijf Escribe
Iets gemeen hebben Tener (g, ie) algo en común De overeenstemming El acuerdo
Ook niet Tampoco Het verschil van mening El desacuerdo
Ik wel Yo sí Hij/zij is gek op het strand Le encanta la playa
Gek zijn op Encantar Het uitstapje, de excursie La excursión
Storen Molestar Het lawaai/geluid El ruido
Mij; ik / jou; jij… (A mí) me / (a ti) te… Tweepersoons- Doble
Naast, behalve Además de Kun je ze verbeteren? ¿Puedes corregirlas?
De rust La tranquilidad Het gebied La zona
Praat Hablad Het tema El tema
Met een groep En grupo Kamperen Hacer (g) camping
Exotisch Exótico/a De reisgenoot/te El/la compañero/a de viaje
Samen Juntos/as Klassikaal En el pleno
De bestemming El destino De zakenbijeenkomst La reunión de negocios
De klantenkaart/klantgeg La ficha de cliente De contactpersoon La persona de contacto
De softwareoplossingen Las soluciones informáticas De kamer La habitación
De tweepersoonskamer La (habitación) doble De eenpersoonskamer La (habitación) individual
De catering El catering Overig Otros
Opsturen Enviar (i) Bewijzen (controleren) Comprobar (ue)
Voor welke data? ¿Para qué fechas? Beschikken over Disponer (g) de
Het is inbegrepen Está incluido/a Waarmee kan ik u helpen? ¿En qué puedo ayudarle?
Ik zou graag Quería De beamer El proyector
Hartelijk dank Muchas gracias Beleefd Cortés
Wissel uit Cambiad Uitbeelden Representar
Denk aan Tened en cuenta De intonatie La entonación
Aan de buitenkant Exterior Aan de binnenkant Interior
Luid, hard Ruidoso/a Stil Tranquilo/a
De douche La ducha Het bad El baño
Meest voorkomend Más frecuente Veel voorkomend Frecuente
Praat Habla De handdoek La toalla
Functioneren, werken Funcionar Vriendelijk Amable
Verbind ze Relaciónales Ziet u Mire
Het zit zo, dat, namelijk Es que Schoon zijn Estar limpio/a
, Het spijt me zeer! !Cuánto lo siento! Sturen Mandar
Het schoonmaakpersoneel El personal de limpieza Projecteren, tonen Proyectar
De presentatie La presentación Gelijk, onmiddelijk Enseguida
De monteur, technicus El/la técnico/a Excuses voor de overlast Perdón por las molestias
De overlast La molestia Oke, goed Está bien
Horen, luisteren Oír (g) Niets No… nada
Neemt u mij niet kwalijk Disculpe De (bouw)werkzaamheden Las obras
Aanbieden Ofrecer (zc) Als u dat wenst Si lo desean
Zich verontschuldigen Disculparse De oplossing La solución
Presenteren Presentar Schrijf Escribid
Doe het na Representadlo De telefoon beantwoorden Contestar al teléfono
Uitleggen Exponer (g) Accepteren, aannemen Aceptar
De verontschuldiging La disculpa Bedanken Agradecer (zc)
Je neemt afscheid Te despides Afscheid nemen Despedirse (i)
El cliente siempre tiene la
De klant heeft altijd gelijk Gelijk hebben Tener (g, ie) razón
razón
Een oordeel geven Valorar Het verblijf La estancia
Tevreden zijn Estar satisfecho/a In het algemeen En general
De beoordeling La valoración Is geweest Ha sido
U hebt uitgekozen Ha elegido De voorzieningen Las instalaciones
De ligging La ubicación U hebt gehad Ha tenido
De klacht La queja Kon Ha podido
Oplossen Solucionar De service El servicio
Het comfort El confort De schoonmaak, de netheid La limpieza
Ik ben geweest He estado Comfortabel Cómodo/a
Ik heb ontvangen He recibido De behandeling, de service El trato
Echter Sin embargo Deze keer Esta vez
De variatie La variedad De verleden tijd El tiempo del pasado
Het verleden, de verleden
El pasado De perfecto El perfecto
tijd
De infintief El infinitivo Hebben, zijn Haber
Het voltooid deelwoord El participio Terugkeren Volver (ue)
Vanochtend Esta mañana Dit jaar Este año
Nog niet Todavía no Antwoorden (op) Contestar (a)
Bedankt (voor) Gracias (por) Id eerste plaats En primer lugar
Excuses aanbieden Pedir (i) disculpas Het is waar dat Es cierto que
Zeker, waar Cierto/a Veroorzaken Causar
Hopen Esperar Rekenen (op) Contar (ue) (con)
Met behulp van Con ayuda de Vertel Cuenta
Het interview, enquête La encuesta Zoek Busca
Presenteer Presenta Lijken Parecer (zc)
(Te) laat komen Llegar tarde De toets, het examen El examen
Gaan werken Ir a trabajar Slapen Dormir (ue)
Een (enkele) keer, wel De teleconferentie, de
Alguna vez La teleconferencia
eens conference call
Het buitenland El extranjero De onzin La tontería
Het bezwaarschrift, de
La carta de reclamación Het bewaar, de klacht La reclamación
klachtenbrief
Nooit No … nunca Laatste Último/a
Om je te beklagen Para quejarte Klagen Quejarse
Het is waar dat Es verdad que In afwachting van uw antwoord En espera de su respuesta
Met vriendelijke groeten Les saluda atentamente Noem, vertel Menciona
Op een geordende manier De forma ordenada Geordend Ordenado/a
De schoonmaakdienst El servicio de limpieza Bijvoorbeeld Por ejemplo (p. ej.)
Vergelijk Contrasta Bevestigen Confirmar
Tonen Mostrar (ue) Het begrip La comprensión
Hoogachtend, met
Atentamente Begrijpen (2) Comprender/ entender (ie)
vriendelijke groeten
Zich voelen Sentirse (ie) Als het mogelijk is Si es posible
Munteh van Venezuela El bolívar Venetië Venecia