PSYCHOSHIT
Hoofdstuk 1: Wat is psychologie?
= wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt
waarbij die gedragsevidentie gebruikt wordt om interne processen te
begrijpen die aan dat gedrag ten grondslag liggen
Psychologen proberen door systematische observatie van meetbare kenmerken
(gedrag) inzicht te krijgen in de processen die niet rechtstreeks kunnen worden
geobserveerd (interne processen).
Gamma Bèta
Psychologie Exacte wetenschappen
Maatschappij en gedrag Gebaseerd op natuurwetten
Minder ‘exact’ Wiskundige modellering
Ruimte voor interpretatie Formele logica
Ebbinghaus
Grondlegger moderne psychologie
3 invloeden op gedrag:
BIOPSYCHOSOCIALE MODEL
Biospychosociaal
= alle functioneren is het gevolg van 3 invloeden
Biologische Psychologische (cognitieve)
Biologisch : 50%
Gedrag Pyscho + socio : 50%
Socioculturele
,BIOLOGISCHE INVLOEDEN
Freud heel sterk gericht op biologische invloed)
• eros en thanatos twee aangeboren instincten
• levensdrift gericht op levensbehoud
doodsdrift gericht op destructie
• opbouw en ontlading (catharsis) nodig
- genetisch bepaald 50%
- studies limbische systeem
◘ oudste deel hersenen
◘ verantwoordelijk regulatie van emoties
◘ chemische substantie dalen = agressie stijgt
- testosteron stijgt = agressie stijgt
◘ man vrouw = daling van woede en agressie
◘ vrouw man = stijging van woede en agressie
PSYCHOLOGISCHE INVLOEDEN
50% van verschillen tussen mensen niet-biologische oorzaak
Hoe weten?
niet alle agressie is reactie op een onaangename situatie
- agressief gedrag gelinkt aan beloning
agressief gedrag bij kinderen, misschien toch iets verkrijgen
gewelddadige diefstal
SOCIALE INVLOEDEN
,Mensen leren op basis van gevolgen die ze zien bij anderen
◘ kinderen in gewelddadig gezin meer kans op geweld
Generatie ~ agressie
◘ studie over adoptiekinderen in Zweden in aanraking komen met politie
BESLUIT
Verschillende factoren spelen een rol bij het begrijpen van het fenomeen/gedrag
* nurture: opvoeding
HOE ONDERZOEK GEVOERD
- observatie
• Vaak gekleurd door voorafgaande vooronderstellingen
observatiemoeheid
• opletten met eigen ervaringen en intuïtie
- literatuurstudie: wat is er al over onderwerp?
• meestal 95% van onderzoek reeds gedaan
mogelijk meta-onderzoek doen
, ONDERZOEKSMETHODEN
BESCHRIJVEND ONDERZOEK
- observatie
nadeel: gedrag onderzochte gekleurd weten dat ze geobserveerd worden
Vb. camera’s in les
Oplossing: observatie gedurende langere periode
- vragenlijsten: onderzochte op eigen tempo vragen beantwoorden
voordeel: op snelle manier grote hoeveelheid aan info
- interviews: mondeling vragen stellen
Voordeel: gedetailleerder dan vragenlijsten ( gestructureerde en
ongestructureerde)
Nadeel: sociale wenselijkheid mensen gaan reageren op een manier dat
maatschappelijk gewaardeerd wordt
- opiniepeiling: inventaris van opinies, korte vragen, brede steekproef
Nadeel: blunders reden: sommige bevolkingsgroepen beter te bereiken
dan anderen
- test: gestandaardiseerde tests = meet wat het moet meten (betrouwbaar)
Vb. intelligentietests
- gevalstudies: bij zeldzame fenomenen waarbij aantal proefpersonen klein is
- intensief, gedetailleerd
Vb. onderzoek over hersenaandoeningen
CORRELATIEONDERZOEK
- gevoerd met 2 variabelen
- wijzigingen in ene variabele gaan gepaard met wijzigingen in andere
Vb. grootte en gewicht van persoon: grote mensen in algemeen zwaarder
- Correlatiecoëfficiënt: getal tussen -1 en +1
negatieve correlatie – geen correlatie – positieve correlatie
Neg: wanneer ene variabele stijgt en andere daalt en omgekeerd
Vb. roken van sigaretten en levensduur
Pos: wanneer ene variabele stijgt en andere ook en omgekeerd
onderzoeker observeert relaties tussen variabelen zoals die van nature
voorkomen
EXPERIMENTEEL ONDERZOEK
Hoofdstuk 1: Wat is psychologie?
= wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt
waarbij die gedragsevidentie gebruikt wordt om interne processen te
begrijpen die aan dat gedrag ten grondslag liggen
Psychologen proberen door systematische observatie van meetbare kenmerken
(gedrag) inzicht te krijgen in de processen die niet rechtstreeks kunnen worden
geobserveerd (interne processen).
Gamma Bèta
Psychologie Exacte wetenschappen
Maatschappij en gedrag Gebaseerd op natuurwetten
Minder ‘exact’ Wiskundige modellering
Ruimte voor interpretatie Formele logica
Ebbinghaus
Grondlegger moderne psychologie
3 invloeden op gedrag:
BIOPSYCHOSOCIALE MODEL
Biospychosociaal
= alle functioneren is het gevolg van 3 invloeden
Biologische Psychologische (cognitieve)
Biologisch : 50%
Gedrag Pyscho + socio : 50%
Socioculturele
,BIOLOGISCHE INVLOEDEN
Freud heel sterk gericht op biologische invloed)
• eros en thanatos twee aangeboren instincten
• levensdrift gericht op levensbehoud
doodsdrift gericht op destructie
• opbouw en ontlading (catharsis) nodig
- genetisch bepaald 50%
- studies limbische systeem
◘ oudste deel hersenen
◘ verantwoordelijk regulatie van emoties
◘ chemische substantie dalen = agressie stijgt
- testosteron stijgt = agressie stijgt
◘ man vrouw = daling van woede en agressie
◘ vrouw man = stijging van woede en agressie
PSYCHOLOGISCHE INVLOEDEN
50% van verschillen tussen mensen niet-biologische oorzaak
Hoe weten?
niet alle agressie is reactie op een onaangename situatie
- agressief gedrag gelinkt aan beloning
agressief gedrag bij kinderen, misschien toch iets verkrijgen
gewelddadige diefstal
SOCIALE INVLOEDEN
,Mensen leren op basis van gevolgen die ze zien bij anderen
◘ kinderen in gewelddadig gezin meer kans op geweld
Generatie ~ agressie
◘ studie over adoptiekinderen in Zweden in aanraking komen met politie
BESLUIT
Verschillende factoren spelen een rol bij het begrijpen van het fenomeen/gedrag
* nurture: opvoeding
HOE ONDERZOEK GEVOERD
- observatie
• Vaak gekleurd door voorafgaande vooronderstellingen
observatiemoeheid
• opletten met eigen ervaringen en intuïtie
- literatuurstudie: wat is er al over onderwerp?
• meestal 95% van onderzoek reeds gedaan
mogelijk meta-onderzoek doen
, ONDERZOEKSMETHODEN
BESCHRIJVEND ONDERZOEK
- observatie
nadeel: gedrag onderzochte gekleurd weten dat ze geobserveerd worden
Vb. camera’s in les
Oplossing: observatie gedurende langere periode
- vragenlijsten: onderzochte op eigen tempo vragen beantwoorden
voordeel: op snelle manier grote hoeveelheid aan info
- interviews: mondeling vragen stellen
Voordeel: gedetailleerder dan vragenlijsten ( gestructureerde en
ongestructureerde)
Nadeel: sociale wenselijkheid mensen gaan reageren op een manier dat
maatschappelijk gewaardeerd wordt
- opiniepeiling: inventaris van opinies, korte vragen, brede steekproef
Nadeel: blunders reden: sommige bevolkingsgroepen beter te bereiken
dan anderen
- test: gestandaardiseerde tests = meet wat het moet meten (betrouwbaar)
Vb. intelligentietests
- gevalstudies: bij zeldzame fenomenen waarbij aantal proefpersonen klein is
- intensief, gedetailleerd
Vb. onderzoek over hersenaandoeningen
CORRELATIEONDERZOEK
- gevoerd met 2 variabelen
- wijzigingen in ene variabele gaan gepaard met wijzigingen in andere
Vb. grootte en gewicht van persoon: grote mensen in algemeen zwaarder
- Correlatiecoëfficiënt: getal tussen -1 en +1
negatieve correlatie – geen correlatie – positieve correlatie
Neg: wanneer ene variabele stijgt en andere daalt en omgekeerd
Vb. roken van sigaretten en levensduur
Pos: wanneer ene variabele stijgt en andere ook en omgekeerd
onderzoeker observeert relaties tussen variabelen zoals die van nature
voorkomen
EXPERIMENTEEL ONDERZOEK