Samenvatting - Strafrecht
Week 1:
Hoofdstuk 1,2,5,6 (niet: par. 6.3.4) en 7.3.1 t/m 7.3.3:
Uitleggen wanneer iemand kan worden aangemerkt als verdachte;
o Art. 27 Sv
1. Redelijk vermoeden van schuld
2. Op grond van objectiveerbare feiten en omstandigheden
3. Aan een concreet strafbaar feit
De rechten van de verdachte uitleggen;
o Art. 28 Sv (zwijgrecht), art. 29 Sv (recht op rechtsbijstand) en art. 30 Sv e.v. (recht op
inzage in processtukken)
Het legaliteitsbeginsel toepassen;
o Art. 1 Sr (materiële legaliteitsbeginsel) en art. 1 Sv (formele legaliteitsbeginsel)
Het vierlagenmodel toepassen;
o Menselijke gedraging, wettelijke delictsomschrijving, wederrechtelijkheid en
verwijtbaarheid.
De voorwaarden voor een strafbare poging en voorbereiding beschrijven;
o Poging art. 45 lid 1 Sr, voorbereiding art. 46 lid 1 Sr.
De verschillende deelnemingsvormen beschrijven;
o Art. 47 Sr (daders) en art. 48 Sr (medeplichtigen).
De hiervoor genoemde leerdoelen toepassen op een casus.
Week 2:
Hoofdstuk 3 en 4:
De verschillende gradaties van opzet uitleggen;
o Voorwaardelijke opzet --> Opzet met noodzakelijheidsbewustzijn --> Opzet met
bedoeling.
De verschillende gradaties van culpa uitleggen;
o Onbewuste culpa --> Bewuste culpa
De strafuitsluitingsgronden beschrijven;
Rechtvaardigingsgronden Schulduitsluitingsgronden
Wettelijke rechtvaardigingsgronden Wettelijke
rechtvaardigingsgronden
Overmacht in de zin van noodtoestand Ontoerekeningsvatbaarheid (art.
(art. 40 Sr) 39 Sr)
Noodweer (art. 41 lid 1 Sr) Psychische overmacht (art. 40 Sr)
Wettelijk voorschrift (art. 42 Sr) Noodweerexces (art. 41 lid 2 Sr)
Bevoegd gegeven ambtelijk bevel (art. 43 Onbevoegd gegeven ambtelijk
lid 1 Sr) bevel (art. 43 lid 2 Sr)
Ongeschreven rechtvaardigingsgrond Ongeschreven
rechtvaardigingsgrond
Ontbreken van materiele Afwezigheid van alle schuld (Melk
wederrechtelijkheid (Veearts-arrest) en water-arrest)
Beschrijven wat de functie en inhoud is van een eenvoudig strafdossier;
o Functie van strafdossier:
Verzameling van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, zoals:
o Aangifte(s), foto's van letsel, getuigenverklaringen, DNA-
onderzoeken, uitwerkingen van camerabeelden.
, o Moet alle stukken bevatten die van belang zijn voor het beoordelen
van de zaak (zowel belastende, als ontlastende stukken)
Verdachte heeft recht op kennisneming (art. 30 Sv)
o Onder omstandigheden is beperking van dit recht mogelijk (in het
belang van het onderzoek)
o Na dagvaarding volledige inzage
o 'Interne openbaarheid van het strafproces'
Het recht op rechtsbijstand uitleggen;
o Recht op rechtsbijstand:
Recht op een zelfgekozen advocaat (art. 28 Sv).
Salduz-arrest: na aanhouding door politie en voor eerste politieverhoor,
recht op toegewezen advocaat ('consultatiebijstand').
Recht op verhoorbijstand tijdens politieverhoor.
Bovenstaande leerdoelen toepassen op een casus.
Week 3:
Hoofdstuk 7,8,9.1 t/m 9,3 en 10.1 t/m 10.4:
Benoemen wie de procesdeelnemers, wie de betrokken instanties zijn en wat hun rol is;
1. Rechter
2. Griffier
3. Verdachte
4. Advocaat
5. Officier van justitie
6. Publiek
7. Slachtoffer / getuige
8. Politie
9. Bode
10. Pers
Uitleggen wat opsporing betekent;
1. Opsporingsonderzoek (art. 132a Sv)
Uitleggen wat vervolging betekent;
1. Wanneer een zittingsrechter of een rechter-commissaris door de officier van justitie
bij een strafzaak betrokken wordt
De (vrijheidsbenemende) dwangmiddelen toepassen;
Staande houden Opsporingsambtenaar Art. 52 Sv
Aanhouden op heterdaad Een ieder Art. 53 jo art. 128 Sv
Aanhouden buiten Getrapt: Art. 54 Sv
heterdaad 1. OvJ
2. Hulp OvJ
3. Opsporingsambtenaa
r
Ophouden voor onderzoek OvJ / hulp OvJ Art. 56a Sv
Inverzekeringstelling OvJ / hulp OvJ Art. 57 t/m art. 59a
Sv
Bewaring RC Art. 63 en art. 64 Sv
Gevangenhouding Rechtbank Art. 65 en art. 66 Sv
Uitleggen wat vervolgingsmonopolie en opportuniteit inhoudt;
o Vervolgingsmonopolie:
Week 1:
Hoofdstuk 1,2,5,6 (niet: par. 6.3.4) en 7.3.1 t/m 7.3.3:
Uitleggen wanneer iemand kan worden aangemerkt als verdachte;
o Art. 27 Sv
1. Redelijk vermoeden van schuld
2. Op grond van objectiveerbare feiten en omstandigheden
3. Aan een concreet strafbaar feit
De rechten van de verdachte uitleggen;
o Art. 28 Sv (zwijgrecht), art. 29 Sv (recht op rechtsbijstand) en art. 30 Sv e.v. (recht op
inzage in processtukken)
Het legaliteitsbeginsel toepassen;
o Art. 1 Sr (materiële legaliteitsbeginsel) en art. 1 Sv (formele legaliteitsbeginsel)
Het vierlagenmodel toepassen;
o Menselijke gedraging, wettelijke delictsomschrijving, wederrechtelijkheid en
verwijtbaarheid.
De voorwaarden voor een strafbare poging en voorbereiding beschrijven;
o Poging art. 45 lid 1 Sr, voorbereiding art. 46 lid 1 Sr.
De verschillende deelnemingsvormen beschrijven;
o Art. 47 Sr (daders) en art. 48 Sr (medeplichtigen).
De hiervoor genoemde leerdoelen toepassen op een casus.
Week 2:
Hoofdstuk 3 en 4:
De verschillende gradaties van opzet uitleggen;
o Voorwaardelijke opzet --> Opzet met noodzakelijheidsbewustzijn --> Opzet met
bedoeling.
De verschillende gradaties van culpa uitleggen;
o Onbewuste culpa --> Bewuste culpa
De strafuitsluitingsgronden beschrijven;
Rechtvaardigingsgronden Schulduitsluitingsgronden
Wettelijke rechtvaardigingsgronden Wettelijke
rechtvaardigingsgronden
Overmacht in de zin van noodtoestand Ontoerekeningsvatbaarheid (art.
(art. 40 Sr) 39 Sr)
Noodweer (art. 41 lid 1 Sr) Psychische overmacht (art. 40 Sr)
Wettelijk voorschrift (art. 42 Sr) Noodweerexces (art. 41 lid 2 Sr)
Bevoegd gegeven ambtelijk bevel (art. 43 Onbevoegd gegeven ambtelijk
lid 1 Sr) bevel (art. 43 lid 2 Sr)
Ongeschreven rechtvaardigingsgrond Ongeschreven
rechtvaardigingsgrond
Ontbreken van materiele Afwezigheid van alle schuld (Melk
wederrechtelijkheid (Veearts-arrest) en water-arrest)
Beschrijven wat de functie en inhoud is van een eenvoudig strafdossier;
o Functie van strafdossier:
Verzameling van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, zoals:
o Aangifte(s), foto's van letsel, getuigenverklaringen, DNA-
onderzoeken, uitwerkingen van camerabeelden.
, o Moet alle stukken bevatten die van belang zijn voor het beoordelen
van de zaak (zowel belastende, als ontlastende stukken)
Verdachte heeft recht op kennisneming (art. 30 Sv)
o Onder omstandigheden is beperking van dit recht mogelijk (in het
belang van het onderzoek)
o Na dagvaarding volledige inzage
o 'Interne openbaarheid van het strafproces'
Het recht op rechtsbijstand uitleggen;
o Recht op rechtsbijstand:
Recht op een zelfgekozen advocaat (art. 28 Sv).
Salduz-arrest: na aanhouding door politie en voor eerste politieverhoor,
recht op toegewezen advocaat ('consultatiebijstand').
Recht op verhoorbijstand tijdens politieverhoor.
Bovenstaande leerdoelen toepassen op een casus.
Week 3:
Hoofdstuk 7,8,9.1 t/m 9,3 en 10.1 t/m 10.4:
Benoemen wie de procesdeelnemers, wie de betrokken instanties zijn en wat hun rol is;
1. Rechter
2. Griffier
3. Verdachte
4. Advocaat
5. Officier van justitie
6. Publiek
7. Slachtoffer / getuige
8. Politie
9. Bode
10. Pers
Uitleggen wat opsporing betekent;
1. Opsporingsonderzoek (art. 132a Sv)
Uitleggen wat vervolging betekent;
1. Wanneer een zittingsrechter of een rechter-commissaris door de officier van justitie
bij een strafzaak betrokken wordt
De (vrijheidsbenemende) dwangmiddelen toepassen;
Staande houden Opsporingsambtenaar Art. 52 Sv
Aanhouden op heterdaad Een ieder Art. 53 jo art. 128 Sv
Aanhouden buiten Getrapt: Art. 54 Sv
heterdaad 1. OvJ
2. Hulp OvJ
3. Opsporingsambtenaa
r
Ophouden voor onderzoek OvJ / hulp OvJ Art. 56a Sv
Inverzekeringstelling OvJ / hulp OvJ Art. 57 t/m art. 59a
Sv
Bewaring RC Art. 63 en art. 64 Sv
Gevangenhouding Rechtbank Art. 65 en art. 66 Sv
Uitleggen wat vervolgingsmonopolie en opportuniteit inhoudt;
o Vervolgingsmonopolie: