Samenvatting aardrijkskunde
Inhoudsopgave
Waarom water.......................................................................................................................................1
Waterkringloop en de opbouw van een rivier........................................................................................3
Een land in de Delta................................................................................................................................4
Waterprojecten......................................................................................................................................5
Water in droge gebieden........................................................................................................................6
Conflicten om water...............................................................................................................................7
Waarom water
Laag-Nederland: ligt lager dan 1 meter boven N.A.P.
1
, Hoog-Nederland: is hoger dan 1 meter boven N.A.P.
N.A.P. -> Normaal Amsterdams peil -> gemiddelde hoogte van de zeespiegel
Nederland is kwetsbaar voor overstromingen door: lage ligging, stijging zeespiegel,
klimaatverandering etc.
Dit heeft grote gevolgen omdat wij een grote bevolkingsdichtheid hebben en wij hebben ook
grote economische belangen.
Nederland is sterk verstedelijkt: huizen, industrie, infrastructuur -> verstening van het
oppervlak.
Gevolgen hiervan zijn: water trekt niet in de bodem/grond, water komt direct in de rivieren/
stroomt sneller naar de rivieren, riolering kan dit niet verwerken.
Klimaatverandering -> wordt warmer op de aarde.
Gevolg hiervan: de gletsjers en het landijs smelt af (het smelten van zee-ijs heeft geen
invloed op de zeespiegel).
Kwelwater: water dat via de ondergrond stroomt en in een ander gebied naar buiten komt.
Verzilting is nadelig voor: drinkwaterwinning, land- en tuinbouw, natuurlijke ecosystemen.
Verdroging is een belangrijke oorzaak voor de afname van biodiversiteit.
Je hebt twee soorten stijgingen van de zeespiegel, de absolute zee-spiegelstijging en de relatieve
zeespiegelstijging. Door de klimaatveranderingen stijgt niet alleen de temperatuur, maar de neerslag
verandert ook. Er kan op een bepaalde plekken veel neerslag vallen in een korte tijd. Deze neerslag
valt grotendeels uit buien, die naar verhouding kort duren en deze treden voornamelijk in het
zomerhalfjaar op. Het kan ook veel langer hard regenen over veel grotere gebieden. De neerslag-
intensiteit is in deze situatie veel lager, maar het regent wel lang en over grote gebieden. Dit soort
neerslag valt vaak in de winter. Er zijn verschillende maatregelen die je kunt nemen tegen
wateroverlast. Om het riool te beschermen tegen schade kunnen steden de ondergrondse leidingen
en riolering vernieuwen door het scheiden van regenwater van het riool. Door klimaatverandering
kunnen de neerslagpatronen ook gaan veranderen in Nederland. Een groot deel van het water in
Nederland wordt via de rivieren aangevoerd zoals de Rijn en de Maas. Als de totale hoeveelheid
(zee/oceaan) water toeneemt of de temperatuur van het water toeneemt, noemen we
dat absolute zeespiegel-stijging. De relatieve zeespiegelstijging: het gevolg van de stijging van
de zeespiegel en de daling van de bodem. Als de bodem lager dan een bepaald punt komt te
liggen, wordt dat bodemdaling genoemd. Je kan het risico op overstromingen in het landschap
vergroten door meer gebouwen te plaatsen. Zo kan het water niet goed in de grond trekken en
stroomt het water naar rivieren en komt er snellen een overstroming. In NL gebruiken we lokaal
beschikbare bronnen zoals grondwater of oppervlakte water uit bijv. rivieren of het IJsselmeer om
water te winnen. Organismen, waaronder mensen, gebruiken zoetwater onder anderen
als drinkwater, het biedt leven aan een groot aantal diersoorten. Maar zoet water is ook nodig in de
agrarische sector en de industrie. Dit zijn grote bronnen van inkomen voor een land.
Als er voor een lange tijd geen regen valt en de temperatuur hoog is kan een zoetwater tekort
ontstaan.
2
Inhoudsopgave
Waarom water.......................................................................................................................................1
Waterkringloop en de opbouw van een rivier........................................................................................3
Een land in de Delta................................................................................................................................4
Waterprojecten......................................................................................................................................5
Water in droge gebieden........................................................................................................................6
Conflicten om water...............................................................................................................................7
Waarom water
Laag-Nederland: ligt lager dan 1 meter boven N.A.P.
1
, Hoog-Nederland: is hoger dan 1 meter boven N.A.P.
N.A.P. -> Normaal Amsterdams peil -> gemiddelde hoogte van de zeespiegel
Nederland is kwetsbaar voor overstromingen door: lage ligging, stijging zeespiegel,
klimaatverandering etc.
Dit heeft grote gevolgen omdat wij een grote bevolkingsdichtheid hebben en wij hebben ook
grote economische belangen.
Nederland is sterk verstedelijkt: huizen, industrie, infrastructuur -> verstening van het
oppervlak.
Gevolgen hiervan zijn: water trekt niet in de bodem/grond, water komt direct in de rivieren/
stroomt sneller naar de rivieren, riolering kan dit niet verwerken.
Klimaatverandering -> wordt warmer op de aarde.
Gevolg hiervan: de gletsjers en het landijs smelt af (het smelten van zee-ijs heeft geen
invloed op de zeespiegel).
Kwelwater: water dat via de ondergrond stroomt en in een ander gebied naar buiten komt.
Verzilting is nadelig voor: drinkwaterwinning, land- en tuinbouw, natuurlijke ecosystemen.
Verdroging is een belangrijke oorzaak voor de afname van biodiversiteit.
Je hebt twee soorten stijgingen van de zeespiegel, de absolute zee-spiegelstijging en de relatieve
zeespiegelstijging. Door de klimaatveranderingen stijgt niet alleen de temperatuur, maar de neerslag
verandert ook. Er kan op een bepaalde plekken veel neerslag vallen in een korte tijd. Deze neerslag
valt grotendeels uit buien, die naar verhouding kort duren en deze treden voornamelijk in het
zomerhalfjaar op. Het kan ook veel langer hard regenen over veel grotere gebieden. De neerslag-
intensiteit is in deze situatie veel lager, maar het regent wel lang en over grote gebieden. Dit soort
neerslag valt vaak in de winter. Er zijn verschillende maatregelen die je kunt nemen tegen
wateroverlast. Om het riool te beschermen tegen schade kunnen steden de ondergrondse leidingen
en riolering vernieuwen door het scheiden van regenwater van het riool. Door klimaatverandering
kunnen de neerslagpatronen ook gaan veranderen in Nederland. Een groot deel van het water in
Nederland wordt via de rivieren aangevoerd zoals de Rijn en de Maas. Als de totale hoeveelheid
(zee/oceaan) water toeneemt of de temperatuur van het water toeneemt, noemen we
dat absolute zeespiegel-stijging. De relatieve zeespiegelstijging: het gevolg van de stijging van
de zeespiegel en de daling van de bodem. Als de bodem lager dan een bepaald punt komt te
liggen, wordt dat bodemdaling genoemd. Je kan het risico op overstromingen in het landschap
vergroten door meer gebouwen te plaatsen. Zo kan het water niet goed in de grond trekken en
stroomt het water naar rivieren en komt er snellen een overstroming. In NL gebruiken we lokaal
beschikbare bronnen zoals grondwater of oppervlakte water uit bijv. rivieren of het IJsselmeer om
water te winnen. Organismen, waaronder mensen, gebruiken zoetwater onder anderen
als drinkwater, het biedt leven aan een groot aantal diersoorten. Maar zoet water is ook nodig in de
agrarische sector en de industrie. Dit zijn grote bronnen van inkomen voor een land.
Als er voor een lange tijd geen regen valt en de temperatuur hoog is kan een zoetwater tekort
ontstaan.
2