04 Macro-economische grootheden
De economische kringloop
● De macro-economische grootheden, waaronder als belangrijke het Bruto
Binnenlands Product (BBP), komen tot stand door de samenwerking tussen de
gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland.
Voorbeeld: inflatie, nationaal komen, werkgelegenheidsgraad, consumptie land
● BBP = bruto binnenlands product = de totale geldwaarde van alle in een land
geproduceerde G&D gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar).
Kringloopschema:
onderzoekt onderlinge verbondenheid tussen huishoudingen (gezinnen, bedrijven, overheid
en buitenland)
● Kringloop 0: Gezinnen en bedrijven
○ Gesloten economie, zonder sparen en investeren, zonder overheid
● Kringloop 1: Gezinnen + bedrijven + sparen + investeren
○ Onderscheid bruto en nettoproduct
● Kringloop 2: Gezinnen + bedrijven + sparen + investeren + overheid
○ Bruto en nettoproduct tegen marktprijzen en factorprijzen
● Kringloop 3: Gezinnen + bedrijven + sparen + investeren + overheid + buitenland
○ Bruto en nettoproduct tegen marktprijzen en factorprijzen nationaal en
buitenlands (begrippen – niet in oefeningen)
● Telkens het volgende bespreken:
● Rol en bijdrage economische activiteit van sparen/investeren; overheid; buitenland
● Impact op kringloop en verhouding huishoudingen van sparen/investeren; overheid;
buitenland
● Hoe berekenen economische activiteit rekening houdend met sparen/investeren;
overheid; geen buitenland (geen oefeningen op kringloop 3, enkel theorie)
,Kringloop 0: Gesloten economie (geen
buitenland) zonder overheid, zonder sparen en
investeren
● 1. Gezinnen verstrekken productieve diensten aan de bedrijven via de arbeidsmarkt
● 2. Bedrijven bieden consumptiegoederen & diensten aan via de markt voor de
consumptiegoederen aan de gezinnen
● 3. In ruil voor productieve prestaties ontvangen de gezinnen van de bedrijven een
inkomen (loon en/of kapitaal)
● 4. Gezinnen besteden hun volledige inkomen aan de aankoop van
consumptiegoederen
● 1+2: goederenstroom
● 3+4: geldstroom
De berekening van de economische activiteit
● BBP berekenen bij kringloop 0
Berekening kan op 3 manieren
Product (2) = besteding(4) = inkomen (3) -> EX POST (na verloop van tijd)
= Cg =B =Y
Productieoptiek: (2)
Product: Totale waarde van goederen en diensten die gedurende 1 jaar zijn geproduceerd
Inkomensoptiek: (3)
Inkomen: Bedrag gedurende 1 jaar verdiend voor productieve prestaties
Bestedingsoptiek: (4)
Besteding: Totale uitgaven die gedurende 1 jaar naar de producenten vloeien
Kringloopgedachte
, ● Berekening economische activiteit: P=B=Y
● Waarde productie = Som bestedingen = Som vergoeding productiefactoren
(inkomen)
○ Geldt ex post (=na verloop van tijd)
○ Geldt enkel bij kringloopschema 0
● Kringloopschema 0 is niet volledig want naast de productie van consumptiegoederen
hebben de bedrijven voor de productie ook nood aan investeringsgoederen =>
kringloopschema 1
Kringloopschema 1: Gesloten economie,
gezinnen + bedrijven + sparen + investeren
● Kringloopschema 0 is niet volledig want naast de productie van consumptiegoederen
hebben de bedrijven voor de productie ook nood aan investeringsgoederen
● Gezinnen en bedrijven besteden ook niet hun volledige inkomen, maar ze zullen ook
een deel sparen.
Bruto en netto -> investeren
bruto-investering = vervangingsinvestering + uitbreidingsinvestering + voorraadwijziging
netto-investering = uitbreidingsinvestering + voorraadwijziging
● 1. Gezinnen verstrekken productieve diensten aan de bedrijven via arbeid en kapitaal
(EV of VV), ook onroerende goederen
● 2. Bedrijven bieden consumptiegoederen & diensten aan de gezinnen aan
● 3. In ruil voor productieve prestaties ontvangen de gezinnen van de bedrijven een
inkomen (loon en/of kapitaal)
● 4. Gezinnen besteden een deel van hun inkomen aan de aankoop van
consumptiegoederen
● 5. Doorvoeren van bruto-investeringen (Iv + In)
● 6. Financiering van bruto-investeringen:
, Afschrijvingsgelden ter financiering van Iv
Spaargelden ter financiering van In
● 7. Spaargelden stromen van gezinnen naar de geld- en kapitaalmarkt (7a) en er zijn
stromen terug (7b)
● 8. Bedrijven trekken financieringsmiddelen aan ofwel via de geld- en kapitaalmarkt
(8b) en betalen achteraf weer terug (8a)
Brutoproduct
= waarde v/d verkochte (Cg) + waarde van de (Ibr) (= Iv + Iu + voorraden)
-> Vervangingsinvesteringen voegen geen waarde toe
-> Afschrijvingen ≠ vergoeding van productiefactor
(vervangingsinvesteringen = afschrijvingen)
● bevat vervangingsinvesteringen/afschrijvingen, uitbreidingsinvesteringen en
voorraden
Bepalen waarde brutoproduct = som bruto toegevoegde waarde
● Beloning voor productiefactor arbeid (loon)
● Beloning voor productiefactor kapitaal (rente, dividend, huur en pacht)
● Beloning voor de combinatie van de productiefactoren (winst)
● Vervanging van versleten kapitaalgoederen (afsch.)
De economische kringloop
● De macro-economische grootheden, waaronder als belangrijke het Bruto
Binnenlands Product (BBP), komen tot stand door de samenwerking tussen de
gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland.
Voorbeeld: inflatie, nationaal komen, werkgelegenheidsgraad, consumptie land
● BBP = bruto binnenlands product = de totale geldwaarde van alle in een land
geproduceerde G&D gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar).
Kringloopschema:
onderzoekt onderlinge verbondenheid tussen huishoudingen (gezinnen, bedrijven, overheid
en buitenland)
● Kringloop 0: Gezinnen en bedrijven
○ Gesloten economie, zonder sparen en investeren, zonder overheid
● Kringloop 1: Gezinnen + bedrijven + sparen + investeren
○ Onderscheid bruto en nettoproduct
● Kringloop 2: Gezinnen + bedrijven + sparen + investeren + overheid
○ Bruto en nettoproduct tegen marktprijzen en factorprijzen
● Kringloop 3: Gezinnen + bedrijven + sparen + investeren + overheid + buitenland
○ Bruto en nettoproduct tegen marktprijzen en factorprijzen nationaal en
buitenlands (begrippen – niet in oefeningen)
● Telkens het volgende bespreken:
● Rol en bijdrage economische activiteit van sparen/investeren; overheid; buitenland
● Impact op kringloop en verhouding huishoudingen van sparen/investeren; overheid;
buitenland
● Hoe berekenen economische activiteit rekening houdend met sparen/investeren;
overheid; geen buitenland (geen oefeningen op kringloop 3, enkel theorie)
,Kringloop 0: Gesloten economie (geen
buitenland) zonder overheid, zonder sparen en
investeren
● 1. Gezinnen verstrekken productieve diensten aan de bedrijven via de arbeidsmarkt
● 2. Bedrijven bieden consumptiegoederen & diensten aan via de markt voor de
consumptiegoederen aan de gezinnen
● 3. In ruil voor productieve prestaties ontvangen de gezinnen van de bedrijven een
inkomen (loon en/of kapitaal)
● 4. Gezinnen besteden hun volledige inkomen aan de aankoop van
consumptiegoederen
● 1+2: goederenstroom
● 3+4: geldstroom
De berekening van de economische activiteit
● BBP berekenen bij kringloop 0
Berekening kan op 3 manieren
Product (2) = besteding(4) = inkomen (3) -> EX POST (na verloop van tijd)
= Cg =B =Y
Productieoptiek: (2)
Product: Totale waarde van goederen en diensten die gedurende 1 jaar zijn geproduceerd
Inkomensoptiek: (3)
Inkomen: Bedrag gedurende 1 jaar verdiend voor productieve prestaties
Bestedingsoptiek: (4)
Besteding: Totale uitgaven die gedurende 1 jaar naar de producenten vloeien
Kringloopgedachte
, ● Berekening economische activiteit: P=B=Y
● Waarde productie = Som bestedingen = Som vergoeding productiefactoren
(inkomen)
○ Geldt ex post (=na verloop van tijd)
○ Geldt enkel bij kringloopschema 0
● Kringloopschema 0 is niet volledig want naast de productie van consumptiegoederen
hebben de bedrijven voor de productie ook nood aan investeringsgoederen =>
kringloopschema 1
Kringloopschema 1: Gesloten economie,
gezinnen + bedrijven + sparen + investeren
● Kringloopschema 0 is niet volledig want naast de productie van consumptiegoederen
hebben de bedrijven voor de productie ook nood aan investeringsgoederen
● Gezinnen en bedrijven besteden ook niet hun volledige inkomen, maar ze zullen ook
een deel sparen.
Bruto en netto -> investeren
bruto-investering = vervangingsinvestering + uitbreidingsinvestering + voorraadwijziging
netto-investering = uitbreidingsinvestering + voorraadwijziging
● 1. Gezinnen verstrekken productieve diensten aan de bedrijven via arbeid en kapitaal
(EV of VV), ook onroerende goederen
● 2. Bedrijven bieden consumptiegoederen & diensten aan de gezinnen aan
● 3. In ruil voor productieve prestaties ontvangen de gezinnen van de bedrijven een
inkomen (loon en/of kapitaal)
● 4. Gezinnen besteden een deel van hun inkomen aan de aankoop van
consumptiegoederen
● 5. Doorvoeren van bruto-investeringen (Iv + In)
● 6. Financiering van bruto-investeringen:
, Afschrijvingsgelden ter financiering van Iv
Spaargelden ter financiering van In
● 7. Spaargelden stromen van gezinnen naar de geld- en kapitaalmarkt (7a) en er zijn
stromen terug (7b)
● 8. Bedrijven trekken financieringsmiddelen aan ofwel via de geld- en kapitaalmarkt
(8b) en betalen achteraf weer terug (8a)
Brutoproduct
= waarde v/d verkochte (Cg) + waarde van de (Ibr) (= Iv + Iu + voorraden)
-> Vervangingsinvesteringen voegen geen waarde toe
-> Afschrijvingen ≠ vergoeding van productiefactor
(vervangingsinvesteringen = afschrijvingen)
● bevat vervangingsinvesteringen/afschrijvingen, uitbreidingsinvesteringen en
voorraden
Bepalen waarde brutoproduct = som bruto toegevoegde waarde
● Beloning voor productiefactor arbeid (loon)
● Beloning voor productiefactor kapitaal (rente, dividend, huur en pacht)
● Beloning voor de combinatie van de productiefactoren (winst)
● Vervanging van versleten kapitaalgoederen (afsch.)