H3 De atmosfeer
3.1 De samenstelling van de atmosfeer
Volumepercentage= deel: geheel x 102 (met gassen -> volumepercentage, bij kg -> massapercentage)
Promillage= deel: geheel x 103
PPM= deel: geheel x 106
PPB= deel: geheel x 109
Hoewel volumepercentages van sporengassen heel klein zijn, spelen ze toch een grote rol. Ik raad het
aan om goed te oefenen met rekensommen over dit onderwerp, het zijn ‘makkelijke’ punten op je
toets.
3.2 Koolwaterstoffen
Koolwaterstoffen bevatten C en H, de alkanen zijn een deelverzameling hiervan. De formule voor een
alkaan is CnH2n+2. Een groep stoffen met dezelfde algemene formule noem je een homologe reeks. Ze
hebben vergelijkbare chemische eigenschappen.
Een structuurformule is een tekening van het molecuul, waarin je aangeeft hoe de verschillende
atomen aan elkaar vastzitten. De structuurformule geeft meer informatie dan de molecuulformule.
De koolstofketen teken je meestal recht. Als je alleen de koolstofatomen tekent, heb je een
koolstofskelet.
Een isomeer is een andere structuurformule, met dezelfde molecuulformule. Als bij 1
molecuulformule 2 of meer structuurformules mogelijk zijn spreek je van isomerie. Je hebt
onvertakte (alle C’s aan elkaar) en vertakte structuurformules.
De systematische naamgeving is de afgesproken naamgeving gebaseerd op de structuurformule. De
hoofdketen is de langste ononderbroken koolstofketen. Die keten geef je de stamnaam (…-aan). Als
er aan een koolstofatoom iets anders zit dan een waterstof, heb je een zijgroep. Als een zijgroep een
uit C en H bestaat, heet dat een karakteristieke groep. De plaats van de zijgroep geef je aan met een
plaatsnummer. Als aan een hoofdketen twee of meer dezelfde groepen zitten, geef je dat met een
numeriek voorvoegsel aan. Je geeft iedere zijgroep zijn eigen plaatsnummer. Zie blz 51. Ook in Binas
staat dit, zorg dat je met behulp van Binas de naam naar structuurformule kan schrijven. Dit moet je
ook andersom kunnen.
Structuurformules zijgroepen Naam van de zijgroep
CH3 Methyl
CH2 – CH3 Ethyl
CH2 – CH2 – CH3 Propyl
3.3 Onverzadigde en cyclische koolwaterstoffen
Een andere homologe reeks zijn de alkenen. Ze zijn onverzadigd. De formule is CnH2n. ze hebben dus
evenveel C atomen en 2 minder H atomen dan de alkanen. Daardoor moeten ze een dubbele binding
vormen bij twee C atomen om de covalentie van 4 te halen. De dubbele binding geef je bij de
naamgeving aan door i.p.v. -aan, -een te zetten. Ook geef je de plaats van de dubbele binding aan
met een plaatsnummer. Dit is het laagste getal van waar de binding begint. Als er 2 of 3 dubbele
bindingen voorkomen krijg je -dieen of -trieen.
Als het maximale aantal waterstofatomen bij een koolstofatoom zitten, is het verzadigd (alkanen). Is
dat niet zo, dan heb je een onverzadigde koolwaterstof. Dat is dus bij een (drie)dubbele binding in
een koolstofketen.
3.1 De samenstelling van de atmosfeer
Volumepercentage= deel: geheel x 102 (met gassen -> volumepercentage, bij kg -> massapercentage)
Promillage= deel: geheel x 103
PPM= deel: geheel x 106
PPB= deel: geheel x 109
Hoewel volumepercentages van sporengassen heel klein zijn, spelen ze toch een grote rol. Ik raad het
aan om goed te oefenen met rekensommen over dit onderwerp, het zijn ‘makkelijke’ punten op je
toets.
3.2 Koolwaterstoffen
Koolwaterstoffen bevatten C en H, de alkanen zijn een deelverzameling hiervan. De formule voor een
alkaan is CnH2n+2. Een groep stoffen met dezelfde algemene formule noem je een homologe reeks. Ze
hebben vergelijkbare chemische eigenschappen.
Een structuurformule is een tekening van het molecuul, waarin je aangeeft hoe de verschillende
atomen aan elkaar vastzitten. De structuurformule geeft meer informatie dan de molecuulformule.
De koolstofketen teken je meestal recht. Als je alleen de koolstofatomen tekent, heb je een
koolstofskelet.
Een isomeer is een andere structuurformule, met dezelfde molecuulformule. Als bij 1
molecuulformule 2 of meer structuurformules mogelijk zijn spreek je van isomerie. Je hebt
onvertakte (alle C’s aan elkaar) en vertakte structuurformules.
De systematische naamgeving is de afgesproken naamgeving gebaseerd op de structuurformule. De
hoofdketen is de langste ononderbroken koolstofketen. Die keten geef je de stamnaam (…-aan). Als
er aan een koolstofatoom iets anders zit dan een waterstof, heb je een zijgroep. Als een zijgroep een
uit C en H bestaat, heet dat een karakteristieke groep. De plaats van de zijgroep geef je aan met een
plaatsnummer. Als aan een hoofdketen twee of meer dezelfde groepen zitten, geef je dat met een
numeriek voorvoegsel aan. Je geeft iedere zijgroep zijn eigen plaatsnummer. Zie blz 51. Ook in Binas
staat dit, zorg dat je met behulp van Binas de naam naar structuurformule kan schrijven. Dit moet je
ook andersom kunnen.
Structuurformules zijgroepen Naam van de zijgroep
CH3 Methyl
CH2 – CH3 Ethyl
CH2 – CH2 – CH3 Propyl
3.3 Onverzadigde en cyclische koolwaterstoffen
Een andere homologe reeks zijn de alkenen. Ze zijn onverzadigd. De formule is CnH2n. ze hebben dus
evenveel C atomen en 2 minder H atomen dan de alkanen. Daardoor moeten ze een dubbele binding
vormen bij twee C atomen om de covalentie van 4 te halen. De dubbele binding geef je bij de
naamgeving aan door i.p.v. -aan, -een te zetten. Ook geef je de plaats van de dubbele binding aan
met een plaatsnummer. Dit is het laagste getal van waar de binding begint. Als er 2 of 3 dubbele
bindingen voorkomen krijg je -dieen of -trieen.
Als het maximale aantal waterstofatomen bij een koolstofatoom zitten, is het verzadigd (alkanen). Is
dat niet zo, dan heb je een onverzadigde koolwaterstof. Dat is dus bij een (drie)dubbele binding in
een koolstofketen.