botweefsel/skelet
1 BOTCELLEN
Botweefsel skelet (98% van het gestalte)
Skelet= botweefsel + kraakbeen + ligamenten/peesaanhechting +
bloedvaten + vet + water
o Geboorte: 15% van lichaamsgewicht
o Volwassen (<50 jaar): 16-17% van lichaamsgewicht
o Volwassen (>50 jaar): 13-14% van lichaamsgewicht
(demineralisatie)
Osteocyten: mature botcel (omringd door bot)
o Reguleren van mineralen en voedingsstoffen
o Transport tussen matrix en bloedvaten
Osteoblasten: botvormende cellen, oppervlaktelaag van het bot
o Produceren collageen en cement-stof, waarna ze ‘ingesloten’
osteocyten worden
Osteoclasten: bot afbrekende cellen
o Botmatrix afbreken en mineralen vrijzetten in circulatie
o Botgroei/botbehoud
o Enzyme en zuurproductie in functie van afbraak
Celtransformatie: osteoclast osteoblast osteocyt
2 BOTVORMING
Intramembraneuze ossificatie: Proces van botvorming van fibreuze membranen. Het is betrokken bij de vorming
van platte botten.
Endochondriale ossificatie: Proces betrokken bij de vorming van lange botten, de groei van de lengte van lange
botten en de natuurlijke genezing van botbreuken. Kraakbeen weefsel is aanwezig bij dit botvormingsproces.
A D: prenataal (primaire ossificatiekern diafyse)
E G: postnataal (secundaire ossificatiekern (epifyse) – epi- en diafyse groeien aan elkaar = groeistop)
A F
B
E
C D G
, 3 BOTGROEI
3.1 LENGTEGROEI
Humerus kind = vorm = humerus volwassene
Voorwaarde: groei in lengte, breedte en remodellering
Acties in kraakbeenachtige groeischijf
o Reserve zonde
o Kraakbeen proliferatie cel vermenigvuldiging
o Zonde van hypertrofie
o Ossificatiezone (metafyse)
3.2 BREEDTEGROEI
Botaanmaak aan buitenzijde (subperiosteale oppervlakte)
Botafbraak aan binnenzijde (endosteale oppervlakte)
periosteum
actieve osteoblasten
actieve osteoclasten
3.3 BOTREMODELING
Groeiend bot moet een smalle diafyse en bredere epifyse en metafyse behouden remodelleren noodzakelijk
Omgekeerd proces als breedstegroei
Ter hoogte van metafyse: periostale afbraak, endosteale aanmaak
4 GROEIASPECTEN
4.1 OSSIFICATIEKERNEN
O
n
s
e
t
=
verschijnen van sec. ossificatiekern (epifyse)
Completion= samengroeien van epi- en diafyse