B. Muren en Wanden
1. Muren in massiefbouw volgens de stapelbouwmethode
Terminologie van muren en wanden
Muren en wanden
= architectonische elementen waarvan de hoogte en lengte relatief groter zijn dan de
breedte (dikte)
= architecturale elementen die ruimtes verticaal scheiden
Muren: naast scheidende ook dragende functie
Wanden: geen dragende functie → lichter (max. 1,5 kN/m)
Binnenmuren: scheiden ruimtes met aan weerszijden een duidelijk binnenklimaat (kan
verschillend zijn)
Buitenmuren: aan de ene zijde een buitenklimaat, aan de andere zijde een binnenklimaat
Funderingsmuur: ondergrondse muur → keldermuur/opgaand werk (bovengronds)
Keermuur: keert grond aan één zijde, de ander zijde kan aan lager water of lager gelegen
grond zijn
Vrijstaande muur: staan volledig vrij met aan weerszijden maaiveld op hetzelfde peil
Parament: zichtbaar metselwerk voor binnen en buitenmuren
Pui: invulling van gevel (baksteen, betonsteen, hout, glas, …)
Terminologie en systematiek van de steen
K = kop
S = Strek
H = hoogte
V = Voeg
Lagenmetselwerk: een laag heeft eenzelfde
waterpas niveau over het gehele gebouw
Koppen op strekken: 2 K + V = S
,Normalisatie
= een economische actie van een regio waarbij in een norm iets waaraan een waarde kan
gehecht worden zoals materiaal, aanneming of dienst, wordt beschreven
- NBN: Normes Belges / Belgische Norm
- DIN: Deutsche Industrie Norm
- ASA: American Standards Association
- EN: Euronorm
- ISO: International Standards Organization
Om een juiste en concurrerende prijs aan te bieden moet elke aanbieder over hetzelfde
spreken → het voorwerp van elke aangeboden prijs zal moeten conformeren aan de norm
Bestek: technische voorschriften voor bouwmaterialen en uitvoering die de aannemer moet
nakomen, verwezen naar normen → controle normen door architect
Tektoniek van massieve stapelbouw
Lasten via muren rechtstreeks naar de funderingen overgedragen → vloeren liggen op
doorlopende dragende muren die meteen een groot deel van de indeling bepalen van
het gebouw
Draagmuren:
- Verticale continuïteit vereist = staan altijd boven elkaar
- Kunnen verjongen = verdunnen naar boven toe
- Muur van hogere verdieping steunt volledig op onderstaande muur
- Te paard = de verschillende onderdelen delen eenzelfde symmetrie-as
Verband waarmee elementen gestapeld worden → puntlast → gelijkmatige verdeling
Stapelen van elementen = de lasten worden alleen door
druk overgedragen van het ene naar het andere
element
Hoe hoger het metselwerk, hoe meer de lasten
verspreid worden = tektonische essentie van
massiefbouw
! Openingen verstoren deze tektoniek: hoe groter de openingen, hoe groter de stoornis in
gelijkmatige verdeling
, Stapelbouwmethode
Stelspecie:
Hanteerbare, blokvormige elementen worden in verband gestapeld, in specie gesteld en
geconsolideerd (verstevigd) na verharding
Stellen: toleranties (maatafwijkingen) van de blokken compenseren zodat elke laag op de
bedoelde hoogte komt te liggen
Metselwerk: specie is een mortel in een legbed van ong. 10 mm verwerkt
Dunbedmetselwerk: wordt in verband verstevigd met lijmmortel in voegen van 1-3 mm, de
verticale voegen worden met tand en groef droog verbonden waardoor de stenen in effen
vlak staan. De afwijking van de blokken mogen slechts 1 mm bedragen
Lijmmetselwerk: wordt in verband verstevigd met PU-lijm die plug&spray uit spuitbussen in
lijmrupsen van 1 mm wordt aangebracht
Blokken als stapelelementen:
Ambachtelijke sfeer: stapeling van onregelmatig gevormde elementen zoals breuksteen of
houwsteen
Industrieel oogpunt: stapeling van rechthoekige blokken (baksteen, betonsteen, …)
Stapeltechniek meest toegepaste in woningbouw:
- Kostprijs
- Uitgebreide mogelijkheden in planvorming: hoe kleiner de elementen, hoe groter de
vrijheidsgraad → personalisatie mogelijk
Baksteen:
Regionaal en cultureel van belang
Klimaatregelend: opname vocht bij te vochtig binnenklimaat en afgave bij te droge
binnenlucht
3 types:
- Volle baksteen: minder dan 20% perforaties, kan enkele gaten bevatten
→ lengte = een hand
→ vandaag enkel nog voor parament
→ formaten regionaal bepaald = traditionele formaten (streek in naam vermeld)
→ modulestenen: genormaliseerde formaten in de normen beschreven (bv.
190x90x50 = modulesteen 50, 240x115x52 = Dun Format
1. Muren in massiefbouw volgens de stapelbouwmethode
Terminologie van muren en wanden
Muren en wanden
= architectonische elementen waarvan de hoogte en lengte relatief groter zijn dan de
breedte (dikte)
= architecturale elementen die ruimtes verticaal scheiden
Muren: naast scheidende ook dragende functie
Wanden: geen dragende functie → lichter (max. 1,5 kN/m)
Binnenmuren: scheiden ruimtes met aan weerszijden een duidelijk binnenklimaat (kan
verschillend zijn)
Buitenmuren: aan de ene zijde een buitenklimaat, aan de andere zijde een binnenklimaat
Funderingsmuur: ondergrondse muur → keldermuur/opgaand werk (bovengronds)
Keermuur: keert grond aan één zijde, de ander zijde kan aan lager water of lager gelegen
grond zijn
Vrijstaande muur: staan volledig vrij met aan weerszijden maaiveld op hetzelfde peil
Parament: zichtbaar metselwerk voor binnen en buitenmuren
Pui: invulling van gevel (baksteen, betonsteen, hout, glas, …)
Terminologie en systematiek van de steen
K = kop
S = Strek
H = hoogte
V = Voeg
Lagenmetselwerk: een laag heeft eenzelfde
waterpas niveau over het gehele gebouw
Koppen op strekken: 2 K + V = S
,Normalisatie
= een economische actie van een regio waarbij in een norm iets waaraan een waarde kan
gehecht worden zoals materiaal, aanneming of dienst, wordt beschreven
- NBN: Normes Belges / Belgische Norm
- DIN: Deutsche Industrie Norm
- ASA: American Standards Association
- EN: Euronorm
- ISO: International Standards Organization
Om een juiste en concurrerende prijs aan te bieden moet elke aanbieder over hetzelfde
spreken → het voorwerp van elke aangeboden prijs zal moeten conformeren aan de norm
Bestek: technische voorschriften voor bouwmaterialen en uitvoering die de aannemer moet
nakomen, verwezen naar normen → controle normen door architect
Tektoniek van massieve stapelbouw
Lasten via muren rechtstreeks naar de funderingen overgedragen → vloeren liggen op
doorlopende dragende muren die meteen een groot deel van de indeling bepalen van
het gebouw
Draagmuren:
- Verticale continuïteit vereist = staan altijd boven elkaar
- Kunnen verjongen = verdunnen naar boven toe
- Muur van hogere verdieping steunt volledig op onderstaande muur
- Te paard = de verschillende onderdelen delen eenzelfde symmetrie-as
Verband waarmee elementen gestapeld worden → puntlast → gelijkmatige verdeling
Stapelen van elementen = de lasten worden alleen door
druk overgedragen van het ene naar het andere
element
Hoe hoger het metselwerk, hoe meer de lasten
verspreid worden = tektonische essentie van
massiefbouw
! Openingen verstoren deze tektoniek: hoe groter de openingen, hoe groter de stoornis in
gelijkmatige verdeling
, Stapelbouwmethode
Stelspecie:
Hanteerbare, blokvormige elementen worden in verband gestapeld, in specie gesteld en
geconsolideerd (verstevigd) na verharding
Stellen: toleranties (maatafwijkingen) van de blokken compenseren zodat elke laag op de
bedoelde hoogte komt te liggen
Metselwerk: specie is een mortel in een legbed van ong. 10 mm verwerkt
Dunbedmetselwerk: wordt in verband verstevigd met lijmmortel in voegen van 1-3 mm, de
verticale voegen worden met tand en groef droog verbonden waardoor de stenen in effen
vlak staan. De afwijking van de blokken mogen slechts 1 mm bedragen
Lijmmetselwerk: wordt in verband verstevigd met PU-lijm die plug&spray uit spuitbussen in
lijmrupsen van 1 mm wordt aangebracht
Blokken als stapelelementen:
Ambachtelijke sfeer: stapeling van onregelmatig gevormde elementen zoals breuksteen of
houwsteen
Industrieel oogpunt: stapeling van rechthoekige blokken (baksteen, betonsteen, …)
Stapeltechniek meest toegepaste in woningbouw:
- Kostprijs
- Uitgebreide mogelijkheden in planvorming: hoe kleiner de elementen, hoe groter de
vrijheidsgraad → personalisatie mogelijk
Baksteen:
Regionaal en cultureel van belang
Klimaatregelend: opname vocht bij te vochtig binnenklimaat en afgave bij te droge
binnenlucht
3 types:
- Volle baksteen: minder dan 20% perforaties, kan enkele gaten bevatten
→ lengte = een hand
→ vandaag enkel nog voor parament
→ formaten regionaal bepaald = traditionele formaten (streek in naam vermeld)
→ modulestenen: genormaliseerde formaten in de normen beschreven (bv.
190x90x50 = modulesteen 50, 240x115x52 = Dun Format