100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting AFP OP7 chronische ziekten

Rating
-
Sold
2
Pages
41
Uploaded on
11-06-2021
Written in
2020/2021

Alle literatuur van AFP OP7 over chronische ziekten.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 11, 2021
Number of pages
41
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

H13.4 Ziekte van Crohn en colitus ulcerosa
Ziekte van Crohn:

 Stukken van de darm zijn aangedaan afwisselend met normale stukken (skip
lesions)
 Komt vooral voor in het laatste deel van het ileum, maar kan voorkomen van
de slokdarm tot de anus
 Vaak in de dunne darm en in de dikke darm, ook de endeldarm
 Door zweertjes kan er bloed bij de ontlasting zitten

Symptomen:

 Darmkrampen
 Gewichtsverlies  kan komen door gebrek aan eetlust (anorexie) en
verstoorde resorptie
 Diarree
 Steatorroe (volumineuze ontlasting met een hoop vet)  komt door
verstoorde resorptie in dunne darm. In een later stadium kan dit zorgen voor
obstipatie
 Perianale fistels (abnormale gangetjes die vlakbij de anus uitmonden)
 Anemie met hoog MCV (mean cellulair volume)  door aantasting ileum, kan
er onvoldoende vit. B12 opgenomen worden (helpt bij splitsen cellen). Dus
bloedarmoede met extra grote cellen.



Colitis ulcerosa:

 Darmkrampen
 Gewichtsverlies
 Diarree met slijm en bloed.
 Tenesmi (pijnlijke aandrang om te poepen)  als het rectum is opgezwollen
 Dehydratie  vochtverlies van de rectum
 Ijzergebreksanemie  Door chronisch bloedverlies via de anus. Het MCV is
klein omdat de erytrocyten te weinig hemoglobine bevatten.
 Toxisch megacolon (de hele dikke darm is overvol met ontstekingsvocht en
staat op klappen)
 Verstoorde resorptie



Beide zijn chronische darmontstekingen. Waarschijnlijk gaat het om afweerreacties
op micro-organismen. Roken is een risicofactor voor de ziekte van Crohn, maar
beschermt tegen colitus ulcerosa.

,Problemen:

 Botafbraak  door verminderde resorpte van calcium en vit. D i.c.m.
corticosteroïdentherapie
 Stollingsstoornis  Slechte opname vit. K
 Coloncarcinoom (dikke darmkanker)
 Anaal bloedverlies
 Veranderd ontlastingspatroon
 Huidafwijkingen
 Pijnlijke rode bobbels op de ledematen (erythema nodosum)
 Zwerende puisten (pyoderma gangrenosum)
 Asymmetrische artritis (gewrichtsontsteking) in ledematen en
soms wervelkolomafwijking
 Galstenen  Te veel galzuren gaan verloren, cholesterol in gal wordt
onvoldoende geëmulgeerd, waardoor ze stenen vormen.

Onderzoek:

 Anamnese
 Pijnklachten
 Chronische diarree
 Inspectie
 Vermagering  door slechte resorptie
 Bleek zien  Door anemie
 Perianale fistel
 Auscultatie
 Peritonitis (stille buik)
 Palpatie
 Rechts onder de navel een pijnlijke massa (past bij ziekte van
Crohn, maar komt ook voor bij appendiculair infiltraat)
 Rectaal toucher
 Carnicoom opsporen
 Bloed op handschoenen kan wijzen op colitis ulcerosa, maar ook
op aambeien
 Bloedonderzoek
 Anemie opsporen.
 Bij bloedarmoede is er een verlaad Hb en/of aantal erytrocyten
 Bij chronische darmontstekingen zijn leukocyten, CRP en BSE
altijd hoor
 Bepaalde immunoglobinen kunnen helpen met het
onderscheiden van colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn
 Radiologie
 Kan bestaan uit röntgencontrastopname, CT of MRI
 Stukken darm met keienaspect (kenmerkend voor ziekte van
Crohn)

,  Stricturen (later stadium van ziekte van Crohn. Vernauwing door
littekenvorming)
 Fistelweg
 Onregelmatig slijmvlies en korrelig  door zweertjes (bij CU)
 Endoscopie
 Biopt kan worden genomen
 Aantonen van granulomen (bij ziekte van Crohn)
 Fecesonderzoek
 Helpt darminfecties uit te sluiten

Behandeling

Bestaat uit ontstekingsremmende medicijnen. Bij complicaties of onvoldoende helpen
van medicijnen, kan er geopereerd worden. Bij heftige bloedingen,
ileusverschijnselen en septisch megacolon is er een spoedoperatie nodig. Vaak
wordt het stuk er boven en er onder verbonden, maar doordat de darmen te veel zijn
opgerekt en verzwakt voor betrouwbare hechtingen, krijg je eerst een ontlastende
stoma.

Ontstekingsremmende medicijnen:

 5-ASA-middelen  hebben een lokaal effect vermoedelijk door remming van
prostaglandinesynthese. Mesalazine vermindert risico op dikke darmkanker
door het wegvangen van vrije radicalen
 Corticosteroïde  werken ontstekingsremmend via een niet (geheel)
begrepen mechanisme. Het zijn een soort bijnierschorshormonen die de
afweer verzwakken. Budesonide heeft vrijwel alleen effect op het
darmsljimvlies. Prednison komt wel overal, maar heeft veel bijwerkingen.
 Azathioprine  vermindert celactiviteit door verstoring van DNA en
ciclosporine blokkeert vermeerdering van T-lymfocyten
 Infliximab  bevat immunoglobinen tegen TN, een stofje dat ontstekingen
stimuleert

Voedingsmaatregelen kunnen tekorten voorkomen of de darm rust geven. Denk aan
extra vitamine, maar ook totale parenterale voeding.

Klinische pathologie
Hoofdstuk 7 Respiratie (ademhaling)

Functies van het respiratoire systeem:

 Satureren met zuurstof
 Verwijderen van kooldioxide uit het bloed (afblazen)
 Maken van geluid bij spreken of zingen

, Volledige verbranding van voedingsstoffen leveren veel energie, die nodig is om de
lichaamstemperatuur te handhaven en spierarbeid te verrichten. Zonder zuurstof kan
glucose worden omgezet in melkzuur. Dit levert weinig energie.

ademhalingsbewegingen diffundeert
Zuurstof alveoli (longblaasjes) haarvaten alveoli

Gebonden aan hemoglobine weefsel verbranding (CO2)

Alveoli uitademen
Via bloed luchtwegen


§7.1 Ademhaling

Aspecten bij ademhaling:

 Ademprikkel:

Het ademcentrum in de hersenstad regelt het ademhalen automatisch. Inde
aortaboog en in de halsslagader, wordt de kooldioxidespanning en de pH
constant gemeten. Het ademcentrum reageert bij een kleine stijging van de CO-
spanning en een kleine daling van de pH (acidose). Alleen een forse daling van
de zuurstofspanning geeft een ademprikkel. Ademhalingsspieren worden bereikt
via de nervus frenicus (middenrif samentrekken) en de nervi intercostales
(activiteit van tussenribspieren).

 Ademarbeid (thoraxwand)

Inspiratie (inademing)  actief aanzuigen van lucht door het afplatten van het
diafragma (middenrif) en heffen van de ribben. De thorax wordt naar beneden,
opzij en naar voren vergroot. Komt tot stand door aanspannen middenrigspieren
en musculi intercostales externi (tussenribspieren).

Expiratie (uitademing)  passief dankzij elasticiteit van de longen en zakken van
ribben door zwaartekracht. Bij ademnood gebruiken mensen
hulpademhalingsspieren in de nek, schouders en buikspieren. Thoraxwand is
bekleed met pleura pariëtalis (borstvlies). De long is bedekt met (pleura visceralis
(lonvlies). Daartussen bevind zich een vacuum dun laagje, waardoor ze bij elkaar
blijven, maar wel kunnen verschuiven van elkaar. Als de thorax wand naar buiten
gaat, gaat de long mee waardoor de inhoud groter word.

 Luchtwegen:

De wanden zijn bedekt met slijm, waarin stofdeeltjes of ziekteverwekkers blijven
hangen. Dit slijm wordt afgevoerd richting de pharynx (keel) door trilharen.
R136,77
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
ktonneyck

Get to know the seller

Seller avatar
ktonneyck Hogeschool Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
8
Member since
4 year
Number of followers
7
Documents
3
Last sold
3 year ago

0,0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions