Cyclisch werkproces
Werkprincipe 1: Ondersteuning dicht bij de leefwereld
Ondersteuning vertrekt altijd vanuit de dagelijkse realiteit van de
belanghebbende. Het is belangrijk dat de sociaal werker die context goed
kent en begrijpt.
- Kennis van de leefwereld, buurt en lokale context (“couleur
locale”)
- Inzicht in bestaande voorzieningen en organisaties
- Nagaan van het sociale netwerk van de belanghebbende
o Mantelzorgers
o Vrijwilligers
o Lokale professionals
Werkprincipe 2: Verbinden en versterken (empowerment)
Empowerment gebeurt door verbindingen te maken op verschillende
niveaus.
Individueel niveau
Focus op het versterken van de persoon zelf.
- Eigen kracht (her)ontdekken en versterken
- Geloof in eigen kunnen en zelfvertrouwen opbouwen
- Sociale contacten in de omgeving gebruiken
- Persoonlijke ontwikkeling stimuleren (opleiding, vrijwilligerswerk,
activiteiten)
Collectief/ mesoniveau
Versterken van de directe omgeving en organisaties.
- Hulpbronnen in de omgeving zichtbaar en toegankelijk maken
(bv. buurthuis, school, sportclub, zorgdiensten, zelfhulpgroepen)
- Organisaties bewust maken van drempels en uitsluiting
- Signalen doorgeven naar beleidsniveau
Politiek-maatschappelijk niveau
Werken aan structurele verandering.
- Aanpakken van uitsluitingsmechanismen in onderwijs, arbeid,
huisvesting, zorg, …
- Vergroten van de stem en macht van burgers
- Beïnvloeden van beleid en wetgeving