Bijzondere overeenkomsten
Hoofdstuk 1: inleiding
bijzondere overeenkomsten:
Benoemde overeenkomsten = overeenkomsten waarvoor een wettelijk kader bestaat (vaak
het BW)
o Bv. Koop, huur, aanneming, lening, kanscontracten, ruil, dading, borgtocht,
handelsagentuur, …
Onbenoemde overeenkomsten = overeenkomsten waarvoor er geen (of slechts een
fragmentarisch) wettelijk kader bestaat.
o Bv. Leasing, factoring, franchising, …
Ingeval van discussie tussen contractpartijen de wettelijke regels, maar ook de contractuele
afspraken bieden houvast
Geldige overeenkomst strekt de contractpartijen tot wet (art. 5.69 BW)
o Eerste reflex bij conflict is steeds: wat staat er in het contract, wat hebben de partijen
getekend?
Contractvrijheid mag niet ingaan tegen dwingend recht of openbare orde (art. 1.3 BW)
o Bv. Studenten die studentenkamer ondertekenen hebben normaal een huurwaarborg
van 2 maanden dwingend recht is gerespecteerd
De verhuurder mag geen 5 maanden waarborg vragen want dit is in strijd
met het dwingend recht
De ‘benaming’ die de partijen aan het contract geven ≠: doorslaggevend. (art. 5.68 BW)
o Als men een contract aanneming noemt, terwijl het eigenlijk koop is, gaat men kijken
naar de inhoud en gaan ze het herkwalificeren.
Indien een overeenkomst karakteristieken van verschillende bijzondere overeenkomsten bevat
gemende overeenkomst:
Bv. Je huurt een muziekinstallatie (huur) een firma gaat iemand mee sturen die het gaat
installeren (dienstencontract, aanneming)
Art. 5.67 BW: geeft aan welke regels in dat geval van toepassing zijn
o Lid 1: combinatie van wettelijke regels
o Lid 2: absorptie (bijzaak volgt hoofdzaak)
o ‘tenzij andersluidende wil van de partijen of regels van OO/dwingend recht
1
,Hoofdstuk 2: koop
1. Definitie en constitutieve bestanddelen
1.1 Definitie en kenmerken
1.1.1 definitie
Art. 1582 oud BW: koopovereenkomst = contract waarbij je als koper een prijs betaald voor een
tegenprestatie
Onnauwkeurigheid in art. “leveren van een zaak”
o Het leveren is niet kenmerkend voor de koop, de eigendomsoverdracht is belangrijker
Bv. Je huurt een fiets, je betaalt een prijs, de fiets wordt aan u overhandigd
er is geen sprake van koop
Tegen betaling van een prijs
Koopovereenkomst: 2 essentiële bestanddelen
Als in een contract deze 2 elementen aanwezig zijn, is het sowieso een koopcontract!
1.1.2 Kenmerken
Overeenkomst onder bezwarende titel (art. 5.7 BW)
o Wanneer het voor elke partij een voordeel oplevert
Wederkerige overeenkomst (art. 5.6 BW)
Consensuele overeenkomst (art. 5.5 BW)
o Voor de geldigheid van de koop gelden er geen vormvereisten (mondeling akkoord is
voldoende)
o Ook indien de koop betrekking heeft op een onroerend goed
Voor tegenstelbaarheid aan derde heb je een notariële akte nodig van de
notaris
Overeenkomst heeft betrekking op een goed (niet op een dienst)
o Vastgoed, lichamelijk, onlichamelijk, …
2
,1.2 Constitutieve bestanddelen
Twee essentiële bestanddelen
Partijen kunnen contractueel ook bijkomende bestanddelen als essentieel aan de overeenkomst
toevoegen (= substantiële bestanddelen)
Bv. Leveringstermijn
1.2.1 Eigendomsoverdracht
1.2.1.1 Wanneer gaat de eigendom over?
Principe van consensualisme; geen extra formaliteiten
o Wilsovereenkomst koop komt tot stand eigendom gaat over
o Risico-overdracht: auto gaat kapot door storm risico ligt bij de nieuwe eigenaar
dus hij gaat alsnog de prijs moeten betalen en hij krijgt een kapotte overeenkomst
Uitzonderingen
o Clausule van eigendomsvoorbehoud: partijen komen overeen dat de
eigendomsoverdracht op een later moment plaatsvindt
Bv. Eigendom gaat over bij volledige betaling van de prijs of bij het verlijden
van de notariële akte
o Verkoop van soortzaken: de eigendom gaat over op het moment van de
individualisering (art. 1585 oud BW)
Bv. Hout of kiezelsteentjes: vaak verkoop per volume (je zegt niet ik wil die en
die steen) eigendomsoverdracht wanneer uw bestelling van de hoop
wordt getild, geïndividualiseerd wordt.
o Verkoop van niet-bestaande goederen: de eigendom gaat over op het moment dat de
zaak bestaat.
Bv. Een machine die nog vervaardigd moet worden
3
, 1.2.1.2 Uitvoering van de koopovereenkomst
Partijen kunnen in de overeenkomst voorwaarden opnemen
Opschortende voorwaarde (art. 5.139 BW)
o Toekomstige en onzekere gebeurtenis
o Vaak bij vastgoed
o Vaak afgebakend: een tarief van zoveel euro binnen de zoveel weken
o Koop komt tot stand maar er is een slagboom die actief is
Ontbindende voorwaarde
o Bv. Art. 1685 oud BW (recht van wederinkoop)
o Als er een onzekere gebeurtenis is, wordt de koop ontbonden
1.2.1.3 Het belang van het moment van de eigendomsoverdracht
Eigendomsoverdracht de koper kan als eigenaar over de verkochte zaak beschikken
Het belang heeft vooral te maken met wie het risico gaat dragen
In beginsel: art.5.80 BW: “eigendomsoverdracht = risico-overdracht” (de eigenaar draagt het
risico van verlies)
Bv. A koopt een wagen van B. Nog voor de wagen geleverd wordt, loopt deze in de garage
van B schade op. Het risico van dit verlies = voor de eigenaar.
Uitzonderingen op dit principe:
Verkoop onder opschortende voorwaarde
Andersluidende contractuele afspraken
o Bv. Verkoper en koper komen overeen dat:
- De eigendomsoverdracht bij de betaling van de hele prijs
(eigendomsvoorbehoud) gebeurt (art. 69-71 Pandwet)
- De risico-overdracht bij de levering plaatsvindt
1.2.1.4 Verkoop van andermans zaak
Niet kennen
1.2.2 Betaling van de prijs
Een geldprijs
o Je mag bijvoorbeeld niet zeggen “ik geef je als tegenprestatie 2 fietsen” dan zou er
sprake zijn van ruil
Bepaald of bepaalbaar, d.w.z. vast te stellen aan de hand van objectieve gegevens van het
contract (art. 1591 oud BW)
o Bv. Verwijzing naar de dagprijs, “dezelfde condities als de vorige bestelling”, …
o Niet oké: “tegen een nader vast te stellen prijs”
MAAR er moet niet persee al een bedrag op vaststaan want men kan
bijvoorbeeld afspreken dat er betaald moet worden na een schatting
4
Hoofdstuk 1: inleiding
bijzondere overeenkomsten:
Benoemde overeenkomsten = overeenkomsten waarvoor een wettelijk kader bestaat (vaak
het BW)
o Bv. Koop, huur, aanneming, lening, kanscontracten, ruil, dading, borgtocht,
handelsagentuur, …
Onbenoemde overeenkomsten = overeenkomsten waarvoor er geen (of slechts een
fragmentarisch) wettelijk kader bestaat.
o Bv. Leasing, factoring, franchising, …
Ingeval van discussie tussen contractpartijen de wettelijke regels, maar ook de contractuele
afspraken bieden houvast
Geldige overeenkomst strekt de contractpartijen tot wet (art. 5.69 BW)
o Eerste reflex bij conflict is steeds: wat staat er in het contract, wat hebben de partijen
getekend?
Contractvrijheid mag niet ingaan tegen dwingend recht of openbare orde (art. 1.3 BW)
o Bv. Studenten die studentenkamer ondertekenen hebben normaal een huurwaarborg
van 2 maanden dwingend recht is gerespecteerd
De verhuurder mag geen 5 maanden waarborg vragen want dit is in strijd
met het dwingend recht
De ‘benaming’ die de partijen aan het contract geven ≠: doorslaggevend. (art. 5.68 BW)
o Als men een contract aanneming noemt, terwijl het eigenlijk koop is, gaat men kijken
naar de inhoud en gaan ze het herkwalificeren.
Indien een overeenkomst karakteristieken van verschillende bijzondere overeenkomsten bevat
gemende overeenkomst:
Bv. Je huurt een muziekinstallatie (huur) een firma gaat iemand mee sturen die het gaat
installeren (dienstencontract, aanneming)
Art. 5.67 BW: geeft aan welke regels in dat geval van toepassing zijn
o Lid 1: combinatie van wettelijke regels
o Lid 2: absorptie (bijzaak volgt hoofdzaak)
o ‘tenzij andersluidende wil van de partijen of regels van OO/dwingend recht
1
,Hoofdstuk 2: koop
1. Definitie en constitutieve bestanddelen
1.1 Definitie en kenmerken
1.1.1 definitie
Art. 1582 oud BW: koopovereenkomst = contract waarbij je als koper een prijs betaald voor een
tegenprestatie
Onnauwkeurigheid in art. “leveren van een zaak”
o Het leveren is niet kenmerkend voor de koop, de eigendomsoverdracht is belangrijker
Bv. Je huurt een fiets, je betaalt een prijs, de fiets wordt aan u overhandigd
er is geen sprake van koop
Tegen betaling van een prijs
Koopovereenkomst: 2 essentiële bestanddelen
Als in een contract deze 2 elementen aanwezig zijn, is het sowieso een koopcontract!
1.1.2 Kenmerken
Overeenkomst onder bezwarende titel (art. 5.7 BW)
o Wanneer het voor elke partij een voordeel oplevert
Wederkerige overeenkomst (art. 5.6 BW)
Consensuele overeenkomst (art. 5.5 BW)
o Voor de geldigheid van de koop gelden er geen vormvereisten (mondeling akkoord is
voldoende)
o Ook indien de koop betrekking heeft op een onroerend goed
Voor tegenstelbaarheid aan derde heb je een notariële akte nodig van de
notaris
Overeenkomst heeft betrekking op een goed (niet op een dienst)
o Vastgoed, lichamelijk, onlichamelijk, …
2
,1.2 Constitutieve bestanddelen
Twee essentiële bestanddelen
Partijen kunnen contractueel ook bijkomende bestanddelen als essentieel aan de overeenkomst
toevoegen (= substantiële bestanddelen)
Bv. Leveringstermijn
1.2.1 Eigendomsoverdracht
1.2.1.1 Wanneer gaat de eigendom over?
Principe van consensualisme; geen extra formaliteiten
o Wilsovereenkomst koop komt tot stand eigendom gaat over
o Risico-overdracht: auto gaat kapot door storm risico ligt bij de nieuwe eigenaar
dus hij gaat alsnog de prijs moeten betalen en hij krijgt een kapotte overeenkomst
Uitzonderingen
o Clausule van eigendomsvoorbehoud: partijen komen overeen dat de
eigendomsoverdracht op een later moment plaatsvindt
Bv. Eigendom gaat over bij volledige betaling van de prijs of bij het verlijden
van de notariële akte
o Verkoop van soortzaken: de eigendom gaat over op het moment van de
individualisering (art. 1585 oud BW)
Bv. Hout of kiezelsteentjes: vaak verkoop per volume (je zegt niet ik wil die en
die steen) eigendomsoverdracht wanneer uw bestelling van de hoop
wordt getild, geïndividualiseerd wordt.
o Verkoop van niet-bestaande goederen: de eigendom gaat over op het moment dat de
zaak bestaat.
Bv. Een machine die nog vervaardigd moet worden
3
, 1.2.1.2 Uitvoering van de koopovereenkomst
Partijen kunnen in de overeenkomst voorwaarden opnemen
Opschortende voorwaarde (art. 5.139 BW)
o Toekomstige en onzekere gebeurtenis
o Vaak bij vastgoed
o Vaak afgebakend: een tarief van zoveel euro binnen de zoveel weken
o Koop komt tot stand maar er is een slagboom die actief is
Ontbindende voorwaarde
o Bv. Art. 1685 oud BW (recht van wederinkoop)
o Als er een onzekere gebeurtenis is, wordt de koop ontbonden
1.2.1.3 Het belang van het moment van de eigendomsoverdracht
Eigendomsoverdracht de koper kan als eigenaar over de verkochte zaak beschikken
Het belang heeft vooral te maken met wie het risico gaat dragen
In beginsel: art.5.80 BW: “eigendomsoverdracht = risico-overdracht” (de eigenaar draagt het
risico van verlies)
Bv. A koopt een wagen van B. Nog voor de wagen geleverd wordt, loopt deze in de garage
van B schade op. Het risico van dit verlies = voor de eigenaar.
Uitzonderingen op dit principe:
Verkoop onder opschortende voorwaarde
Andersluidende contractuele afspraken
o Bv. Verkoper en koper komen overeen dat:
- De eigendomsoverdracht bij de betaling van de hele prijs
(eigendomsvoorbehoud) gebeurt (art. 69-71 Pandwet)
- De risico-overdracht bij de levering plaatsvindt
1.2.1.4 Verkoop van andermans zaak
Niet kennen
1.2.2 Betaling van de prijs
Een geldprijs
o Je mag bijvoorbeeld niet zeggen “ik geef je als tegenprestatie 2 fietsen” dan zou er
sprake zijn van ruil
Bepaald of bepaalbaar, d.w.z. vast te stellen aan de hand van objectieve gegevens van het
contract (art. 1591 oud BW)
o Bv. Verwijzing naar de dagprijs, “dezelfde condities als de vorige bestelling”, …
o Niet oké: “tegen een nader vast te stellen prijs”
MAAR er moet niet persee al een bedrag op vaststaan want men kan
bijvoorbeeld afspreken dat er betaald moet worden na een schatting
4