Griekse geschiedenis
Paragraaf 1: de Griekse geschiedenis
Met de term Griekenland wordt het gebied bedoeld, met de Griekse wereld wordt het
geheel bewoonde gebied met Griekse mensen. Je kan de Griekse geschiedenis indelen in vijf
periodes:
1. De Minoïsch-Myceense tijd 2000-1200 v.Chr.
(De komst van de Grieken naar Griekenland)
2. De Dark Age 1200-800 v.Chr.
(Gat in de bronnen)
3. De archaïsche periode 800-479 v.Chr.
(Heropleving van de Griekse wereld, einde tweede Perzische oorlog)
4. De klassieke periode 479-323 v.Chr.
(tot de dood van Alexander de Grote)
5. De hellenistische periode 323-146 v.Chr.
(Opgaan van Griekse cultuur in de Romeinse)
Duurt in totaal dus 1800 jaar. Ze waren de bakermat voor wetenschap, filosofie en cultuur.
Paragraaf 2 : Griekse geschiedenis voor 1000 v.Chr.
De Griekse culturen ontstonden ook al in de late steentijd, een voorbeeld daarvan is de
Cycladische beschaving. (3000-2000) Deze beschaving is afkomstig van de eilanden in de
Egeïsche zee en zijn bekend van hun ‘idolen’ (schilderijen van vrouwen om graven te
markeren in 2400-2300 v.Chr.). Er komen twee culturen op de Minoïsche en Myceense
beschaving. Verschillen tussen de beschavingen:
Minoïsch Myceens
- Afkomstig van Kreta - Afkomstig uit het Noorden
- Niet-Grieks - Uit de stad Mycene
- Eerste beschaving Egeïsche gebied - Eerste Grieks-sprekende beschaving
- Heersten over zeeën en de eilanden - Heersten over het vaste land
- Regeerden vanuit paleizen - Regeerden vanuit burchten
- Vrouwelijke godinnen - Mannelijke goden (Zeus)
(Hera/Athene) - Lineair B (ontcijferd 1952/1953)
- Stierenverering (mannelijke kracht) - Kleitabletten
- Lineair A (niet ontcijferd) - Uitsterven onduidelijk
- Uitsterven door de tsunami (door (zeevolkeren/Doriërs/interne
vulkaanuitbarsting op Thera) opstanden)
(Myceners namen over 1450-1375) - Alle paleizen/burchten verbrand
Het centraal bestuurde maatschappij was zeer kenmerkend, gevormd door
paleizen/burchten en de zetel van de koning. De kleinere stadstaten werden geregeerd door
een onderkoning. De vorst was zowel bestuurder als bemiddelaar van de goden als militaire
leider. De Minoïsche en Myceense culturen mengden wel in de loop der tijd. De lineaire
schriften vormen de oudste vorm van schriften in Europa. Met de lineairen werden
inventarissen, belastingen, veredelingen en offergeschenken bijgehouden. Geschreven op
kleitabletten maar gebakken door de branden.
Paragraaf 1: de Griekse geschiedenis
Met de term Griekenland wordt het gebied bedoeld, met de Griekse wereld wordt het
geheel bewoonde gebied met Griekse mensen. Je kan de Griekse geschiedenis indelen in vijf
periodes:
1. De Minoïsch-Myceense tijd 2000-1200 v.Chr.
(De komst van de Grieken naar Griekenland)
2. De Dark Age 1200-800 v.Chr.
(Gat in de bronnen)
3. De archaïsche periode 800-479 v.Chr.
(Heropleving van de Griekse wereld, einde tweede Perzische oorlog)
4. De klassieke periode 479-323 v.Chr.
(tot de dood van Alexander de Grote)
5. De hellenistische periode 323-146 v.Chr.
(Opgaan van Griekse cultuur in de Romeinse)
Duurt in totaal dus 1800 jaar. Ze waren de bakermat voor wetenschap, filosofie en cultuur.
Paragraaf 2 : Griekse geschiedenis voor 1000 v.Chr.
De Griekse culturen ontstonden ook al in de late steentijd, een voorbeeld daarvan is de
Cycladische beschaving. (3000-2000) Deze beschaving is afkomstig van de eilanden in de
Egeïsche zee en zijn bekend van hun ‘idolen’ (schilderijen van vrouwen om graven te
markeren in 2400-2300 v.Chr.). Er komen twee culturen op de Minoïsche en Myceense
beschaving. Verschillen tussen de beschavingen:
Minoïsch Myceens
- Afkomstig van Kreta - Afkomstig uit het Noorden
- Niet-Grieks - Uit de stad Mycene
- Eerste beschaving Egeïsche gebied - Eerste Grieks-sprekende beschaving
- Heersten over zeeën en de eilanden - Heersten over het vaste land
- Regeerden vanuit paleizen - Regeerden vanuit burchten
- Vrouwelijke godinnen - Mannelijke goden (Zeus)
(Hera/Athene) - Lineair B (ontcijferd 1952/1953)
- Stierenverering (mannelijke kracht) - Kleitabletten
- Lineair A (niet ontcijferd) - Uitsterven onduidelijk
- Uitsterven door de tsunami (door (zeevolkeren/Doriërs/interne
vulkaanuitbarsting op Thera) opstanden)
(Myceners namen over 1450-1375) - Alle paleizen/burchten verbrand
Het centraal bestuurde maatschappij was zeer kenmerkend, gevormd door
paleizen/burchten en de zetel van de koning. De kleinere stadstaten werden geregeerd door
een onderkoning. De vorst was zowel bestuurder als bemiddelaar van de goden als militaire
leider. De Minoïsche en Myceense culturen mengden wel in de loop der tijd. De lineaire
schriften vormen de oudste vorm van schriften in Europa. Met de lineairen werden
inventarissen, belastingen, veredelingen en offergeschenken bijgehouden. Geschreven op
kleitabletten maar gebakken door de branden.