Onderzoeksvaardigheden notities
Les 1 (hoofdstuk 1 basisbegrippen)
Actieonderzoek p 21 niet kennen voor examen
Wetenschappelijk onderzoek :
- Verschijnselen in maatschappij gaan bekijken hierover vragen stellen
- Vragen beantwoorden a.d.h.v. regels en stappenplan
- Slecht onderzoek onbetrouwbaar en ongeldige resultaten dus onbruikbaar
- Daarom volg je de regels en stappenplan
- Kennis is belangrijk
Cyclisch proces = elk antwoord levert nieuwe vragen op
Willen dat onderzoek meerwaarde heeft (meer kennis)
- Doelgericht proces
- Systematisch
- Onderzoeksontwerp data verzamelen
- Betrouwbare en geldige wijze vraag beantwoorden
Soorten onderzoek:
1. Fundamenteel of theoriegericht onderzoek
Doel? Kennisvermeerdering
Gericht op:
Beschrijven
Begrijpen
Verklaren
Voorspellen van verschijnselen
Geen direct maatschappelijk nut
1. Toegepast of praktijkgericht onderzoek
Doel? Kennis krijgen om verschijnselen in werkelijkheid te veranderen of beïnvloeden
Vraag uit praktijk, overheid,…
Beide:
- Uitgevoerd op wetenschappelijke verantwoordelijke wijze
- Theoretische inzichten beschikken
- Stappenplan en regels volgen
kwantitatief Kwalitatief
Onderzoek in breedte In diepte
cijfermateriaal Taal
Groot aantal respondenten Klein aantal
Vaak schriftelijk, enquêtes Diepte interview, focusgroepgesprek
Woorden (ja, nee) kunnen omgooien naar cijfers dus kwantitatief
Soort onderzoek op basis van tijd
1. Cross-sectioneel onderzoek
1x onderzoek en dan stopt het
2. Longitudinaal onderzoek
, Langlopend onderzoek (eerste en laatste les vraag stellen)
Trendonderzoek
Trend gaan volgen in maatschappij (vergelijken eerstejaars dit jaar en vorig jaar)
verschillende respondenten
Panelonderzoek
Zelfde groep blijven volgen
1. Retrospectief onderzoek
Vragen naar zaken uit verleden (wat vond je van het middelbaar)
Mogelijke bias
2. Prospectief onderzoek
Vb van longitudinaal
nu iets vragen en in de toekomst nog eens
betrouwbaarder maar duurt te lang
Wetenschappelijke eisen (regels)
1. Empirisch
Controleerbaar en toetsbaar (mensen over kunnen bevragen)
Empirische cyclus (verdieping)
Samenspel inductie (observeren wetmatigheden) en deductie (hypothesen en vragen)
Inductie: van waarneming naar verklaring, hypothese (iets gaan uitzoeken en dan een
theorie hebben)
Deductie: theorie gegevens hypothesen (kijken of de theorie klopt in werkelijkheid)
Wisselen elkaar af
Probalistisch =de kans is groot dat iets zich voordoet, niemand is het zeker
1. Onafhankelijk en objectief !
Onafhankelijk van opdrachtgever (geen voordeel hebben bij uitkomst)
Onafhankelijke onderzoeker
In geen richting sturen
Opletten suggestieve vragen
Resultaten niet in een richting sturen
Geen persoonlijke voordelen/belangenvermenging
Betrouwbaarheid en geldigheid
Punt is de roos = wat je moet vinden (wat je meet)
Kleinere puntjes = herhalingen van onderzoek resultaten
Kleine puntjes op de roos = betrouwbaar
Betrouwbaar niet geldig = systematische fout
Derde kan niet
Niet betrouwbaar en niet geldig = veel fouten gemaakt (toevallig) en systematische fout (bovenkant roos)
, 1. Betrouwbaarheid
Dat als je het opnieuw doet dezelfde resultaten krijgt
Geldt voor:
Jezelf of een andere onderzoeker
Bij dezelfde of verschillende groep
Geen toevallige fouten betrouwbaar
Hoe meer fouten onbetrouwbaarder
Hoe groter de omvang hoe betrouwbaarder (kleine= meer fouten)
Toevallige fouten ( verkeerd overtypen, per ongelijke fouten)
! bij kwantitatief onderzoek (je verwacht dat het steeds hetzelfde is)
1. Geldigheid of validiteit
Nakijken of ons onderzoek meet wat we willen dat het meet
Systematische fouten (fout dat in je onderzoek zit, antwoorden worden voor gezegd) meet iets
anders door dat de antwoorden in andere richting worden gestuurd
Ethische eisen
Basisprincipes:
- Recht of info (deelnemers hebben recht op info over de studie) wie, wat, doel,
verwerking
Kan niet altijd meteen omdat de info het experiment beïnvloed (systematische fouten)
Misleiding toestemming vragen en rechtzetting geven aan deelnemers
- Vrijwilligheid (mag te allen tijde zeggen dat persoon niet mee of niet meer doet)
Vooral bij longitudinaal onderzoek (punt 1 makkelijk te pakken bij punt 2 niet meer)
- Anonimiteit en vertrouwelijkheid (namen niet gebruiken wanneer het niet nodig is)
Namen worden weggelegd van data (zodat je niet kan achterhalen wie wat geantwoord
heeft)
Onderzoeker mag niet zomaar dingen doorvertellen (wel het gehele resultaat)
Praktische eisen
- Efficiënt en budgetvriendelijk (snel en niet duur)
- Resultaten bruikbaar zeker bij praktijkgericht onderzoek
Onderzoeksproces
Op wetenschappelijke wijzen = de eisen
Hoofdstuk 2 onderzoeksplan
Niet kennen: p46 en 2.5
1.de probleemstelling
Voordat je eraan begint inlezen over het thema overleg opdrachtgever actie
blauw= elementen probleemstelling
Les 1 (hoofdstuk 1 basisbegrippen)
Actieonderzoek p 21 niet kennen voor examen
Wetenschappelijk onderzoek :
- Verschijnselen in maatschappij gaan bekijken hierover vragen stellen
- Vragen beantwoorden a.d.h.v. regels en stappenplan
- Slecht onderzoek onbetrouwbaar en ongeldige resultaten dus onbruikbaar
- Daarom volg je de regels en stappenplan
- Kennis is belangrijk
Cyclisch proces = elk antwoord levert nieuwe vragen op
Willen dat onderzoek meerwaarde heeft (meer kennis)
- Doelgericht proces
- Systematisch
- Onderzoeksontwerp data verzamelen
- Betrouwbare en geldige wijze vraag beantwoorden
Soorten onderzoek:
1. Fundamenteel of theoriegericht onderzoek
Doel? Kennisvermeerdering
Gericht op:
Beschrijven
Begrijpen
Verklaren
Voorspellen van verschijnselen
Geen direct maatschappelijk nut
1. Toegepast of praktijkgericht onderzoek
Doel? Kennis krijgen om verschijnselen in werkelijkheid te veranderen of beïnvloeden
Vraag uit praktijk, overheid,…
Beide:
- Uitgevoerd op wetenschappelijke verantwoordelijke wijze
- Theoretische inzichten beschikken
- Stappenplan en regels volgen
kwantitatief Kwalitatief
Onderzoek in breedte In diepte
cijfermateriaal Taal
Groot aantal respondenten Klein aantal
Vaak schriftelijk, enquêtes Diepte interview, focusgroepgesprek
Woorden (ja, nee) kunnen omgooien naar cijfers dus kwantitatief
Soort onderzoek op basis van tijd
1. Cross-sectioneel onderzoek
1x onderzoek en dan stopt het
2. Longitudinaal onderzoek
, Langlopend onderzoek (eerste en laatste les vraag stellen)
Trendonderzoek
Trend gaan volgen in maatschappij (vergelijken eerstejaars dit jaar en vorig jaar)
verschillende respondenten
Panelonderzoek
Zelfde groep blijven volgen
1. Retrospectief onderzoek
Vragen naar zaken uit verleden (wat vond je van het middelbaar)
Mogelijke bias
2. Prospectief onderzoek
Vb van longitudinaal
nu iets vragen en in de toekomst nog eens
betrouwbaarder maar duurt te lang
Wetenschappelijke eisen (regels)
1. Empirisch
Controleerbaar en toetsbaar (mensen over kunnen bevragen)
Empirische cyclus (verdieping)
Samenspel inductie (observeren wetmatigheden) en deductie (hypothesen en vragen)
Inductie: van waarneming naar verklaring, hypothese (iets gaan uitzoeken en dan een
theorie hebben)
Deductie: theorie gegevens hypothesen (kijken of de theorie klopt in werkelijkheid)
Wisselen elkaar af
Probalistisch =de kans is groot dat iets zich voordoet, niemand is het zeker
1. Onafhankelijk en objectief !
Onafhankelijk van opdrachtgever (geen voordeel hebben bij uitkomst)
Onafhankelijke onderzoeker
In geen richting sturen
Opletten suggestieve vragen
Resultaten niet in een richting sturen
Geen persoonlijke voordelen/belangenvermenging
Betrouwbaarheid en geldigheid
Punt is de roos = wat je moet vinden (wat je meet)
Kleinere puntjes = herhalingen van onderzoek resultaten
Kleine puntjes op de roos = betrouwbaar
Betrouwbaar niet geldig = systematische fout
Derde kan niet
Niet betrouwbaar en niet geldig = veel fouten gemaakt (toevallig) en systematische fout (bovenkant roos)
, 1. Betrouwbaarheid
Dat als je het opnieuw doet dezelfde resultaten krijgt
Geldt voor:
Jezelf of een andere onderzoeker
Bij dezelfde of verschillende groep
Geen toevallige fouten betrouwbaar
Hoe meer fouten onbetrouwbaarder
Hoe groter de omvang hoe betrouwbaarder (kleine= meer fouten)
Toevallige fouten ( verkeerd overtypen, per ongelijke fouten)
! bij kwantitatief onderzoek (je verwacht dat het steeds hetzelfde is)
1. Geldigheid of validiteit
Nakijken of ons onderzoek meet wat we willen dat het meet
Systematische fouten (fout dat in je onderzoek zit, antwoorden worden voor gezegd) meet iets
anders door dat de antwoorden in andere richting worden gestuurd
Ethische eisen
Basisprincipes:
- Recht of info (deelnemers hebben recht op info over de studie) wie, wat, doel,
verwerking
Kan niet altijd meteen omdat de info het experiment beïnvloed (systematische fouten)
Misleiding toestemming vragen en rechtzetting geven aan deelnemers
- Vrijwilligheid (mag te allen tijde zeggen dat persoon niet mee of niet meer doet)
Vooral bij longitudinaal onderzoek (punt 1 makkelijk te pakken bij punt 2 niet meer)
- Anonimiteit en vertrouwelijkheid (namen niet gebruiken wanneer het niet nodig is)
Namen worden weggelegd van data (zodat je niet kan achterhalen wie wat geantwoord
heeft)
Onderzoeker mag niet zomaar dingen doorvertellen (wel het gehele resultaat)
Praktische eisen
- Efficiënt en budgetvriendelijk (snel en niet duur)
- Resultaten bruikbaar zeker bij praktijkgericht onderzoek
Onderzoeksproces
Op wetenschappelijke wijzen = de eisen
Hoofdstuk 2 onderzoeksplan
Niet kennen: p46 en 2.5
1.de probleemstelling
Voordat je eraan begint inlezen over het thema overleg opdrachtgever actie
blauw= elementen probleemstelling