Ht 24: inleiding tot macro-economische concepten
● BBP (bruto binnenlands product)
: totale toegevoegde waarde die geproduceerd wordt door economische activiteit binnen een
bepaalde geografische entiteit gedurende een bepaalde periode
- bruto: waardevermindering niet in rekening genomen, afschrijvingen en depreciaties
- binnenlands: binnen bepaalde regio ( ⇐⇒ nationaal: inwoners)
→ diensten voor buitenland = ook deel belgisch BBP
= maatstaf om landen te vergelijken (in %)
1) bbp volgens de productiebenadering: alle geproduceerde goederen, ‘oorsprong’
2) bbp volgens de inkomensbenadering: alles gemaakt = alle opbrengsten, ‘gebruik’
→ houdt rekening met arbeidsinkomens, kapitaalinkomens en netto belasting
netto-belasting: rekening houdend met belastingen en uitkeringen (OH?)
3) bbp volgens de bestedingsbenadering: consumptie van gemaakte goederen
⇒ 3 moeten GELIJK zijn aan elkaar
now-casting: heel korte termijn, heel concrete indicatoren schatten hoeveel economische
activiteiten er plaatsvinden
productieketen: beschrijving van alle schakels van het productieproces
elke stap → toegevoegde waarde
toegevoegde waarde
= marktwaarde van de productie (output) - marktwaarde vd aangekochte intermediaire
goederen (input)
→ intermediaire input mag niet bij TW geteld worden
→ intermediaire goederen moeten nog minstens 1 productie bewerking ondergaan
1) productiebenadering
= som van alle TW
- overheden
- gezinnen
- bedrijven
BPP = TW bedrijven + TW overheden + TW gezinnen
commentaar?
, ➢ bedrijven
⇒ meetbaar via jaarrekeningen
! belastingontduiking, zwarte markt, illegaliteit
➢ overheden
⇒ verkopen niet op de markt, publieke goederen
TW overheid? = uitgaven OH
!! risico op overschatting: ervan uit gaan dat alle OH-uitgaven waarde creëren
!! risico op onderschatting: alles wat OH doet = waarde kosten OH?
➢ gezinnen
⇒ activiteiten buiten gezin = in BBP
⇒ activiteiten binnen gezin = niet in BBP (vb. wassen)
~ huishoudelijke taken op markt worden uitgevoerd = wel in BBP (vb. poetsvrouw)
! uitzondering: subsistence farming: landbouw voor zelfvoorziening
2) inkomensbenadering
= Som van alle inkomens verworven uit inzet van kapitaal en arbeid
BBP = Y Arbeid (lonen) + Y Kapitaal (rente,dividenden) + netto belastingen
→ ! vanuit marktprijzen: incl. belasting op productie en invoer + subsidies
→ vanuit factorprijzen (enkel kijken naar factorvergoedingen = - netto belasting en subsidie)
3) bestedingsbenadering
= som alle bestedingen finale goederen en diensten (afgewerkt product of export)
BBP = C + I + G + (X-M)
C = consumptie gezinnen (private consumptie → in zelfde jaar gebruikt)
I = overheidsinvestering
G = overheidsconsumptie
NX (X-M) = export (besteding buitenland in binnenland) - import
C+I+G: binnenlandse vraag
X-M: buitenlandse vraag (<0: meer import dan export)
- vervangingsinvestering: stock kapitaal in stand en depreciatie tegen houden
- uitbreidingsinvestering: bijkomende AK investeringsgoederen, kapitaalvoorraad ↗
- voorraadsinvestering: extra overschot stock vorig jaar
● van product naar inkomen
⇒ alternatieven BBP
1. BBP is een territoriaal gegeven
⇒ niet al het gerealiseerd Y binnen landsgrenzen
,belg werkt in Nederland ⇒ meer inkomen in belgië dan er werkelijk geproduceerd wordt
= inkomend factorinkomen (IFI)
nederlander werkt in belgië ⇒ minder inkomen in belgië dan er geproduceerd wordt
= uitgaand factorinkomen (UFI)
netto factorinkomen (NFI) = IFI - UFI
→ positief = land verdiend meer in buitenland, dan buitenland in dit land verdiend
→ negatief: land verdient minder in buitenland dan buitenland in dit land verdiend
correctie: BBP + NFI = bruto nationaal inkomen (BNI)
2. Depreciatie (D)
⇒ slijtage tijdens productieproces waardoor vervangingsinvesteringen nodig zijn
(zorgt voor vermindering BBP)
correctie: BNI - D = netto nationaal inkomen (NNI)
3. Geld of goederen naar het buitenland zonder tegenprestatie
⇒ giften uit en aan het buitenland
internationale transfers: geldstromen waar geen tegenprestatie tegenover staat
vb. stortingen naar familie, ontwikkelingssamenwerking, beurzen
- inkomende transferts (ITR)
- uitgaande transferts (UTR)
correctie: ITR - UTR = netto nationaal beschikbaar inkomen (NTR)
formule BBP vereenvoudigen:
I-D = Inetto
C + Inetto + G = binnenlandse bestedingen
X - M + NFI + NTR = LR (lopende rekeningen)
relaties met buitenland (som van alle economische transacties tussen een landen)
LR > 0: NNBI > binnenlandse bestedingen (overschot tov buitenland, land spaart)
LR < 0: NNBI < binnenlandse bestedingen (schuld tov buitenland, land ontspaart)
NNBI kan op 3 manieren worden besteed: consumptie, sparen (Snetto), belastingen (T)
dus: NNBI = C + Snetto + T
Inetto + G + X = Snetto + T + M
= injecties (geld binnen) = lekken (geld dat economie verlaat)
privaat element + buitenland = overheid
(Inetto - Snetto ) + (X-M) = (T - G)
, interpretatie in verschillende situaties
gesloten economie zonder OH
- geen handel met buitenland → X = 0, M = 0
- zonder overheid geen belastingen of uitgaven → T = 0, G = 0
- geen spaargeld beschikbaar dus geen investeringen → Inetto = Snetto
gesloten economie met OH
- geen handel met buitenland (X = 0, M = 0) → Inetto - Snetto = T - G
als besteding > belastinginkomen (G > T) = begrotingstekort
⇒ overheid moet lenen van burgers/ bedrijven via overheidslening
als besteding < belasting inkomen (G < T) = begrotingsoverschot
⇒ overheid zal schulden aflossen of investeren
open economie
buitenland zeer belangrijk: bij begrotingstekort → oplossing = uitbreiding LR
als X > M: meer bestedingen dan belastingen
● commentaar + correcties op BBP
1. veel inwoners = hoog BBP?
BBP per capita
: hoeveel economische activiteit er wordt gegenereerd per inwoner per land
= BBP / aantal inwoners
2. geen rekening met prijsevoluties (euro’s ≠ economische activiteit)
nominaal BBP
= hvlhd geproduceerde goederen en diensten (Q) * lopende prijs van dat moment (P)
!! maakt geen onderscheid tussen
→ of het ene land meer produceert
→ of de prijzen gewoon duurder zijn
Reëel BBP
= aantal goederen jaar X * prijs goederen basisjaar
- basisjaar, waarin prijzen als referentie worden gebruikt (wegingscoëfficiënten)
→ nominaal BBP = reëel BBP
! wanneer prijzen basisjaar te ver in verleden liggen = meting minder nauwkeurig
→ basisjaren worden geupdate om betrouwbaarheid BBPr te houden (kettingprijs)