Inleiding: ethiek en scepticisme
Morele dilemma’s
• Deontologische intuïtie (wat ‘moet’ ik doen? – plicht )
- plichtethiek
• Consequentialistische intuïtie (wat zijn de ‘consequenties’ van mijn
handeling - gevolgen)
- Gevolgethiek
- = mens zien als machine/nutscalculus
Ethiek en scepticisme
• Normatieve ethiek: normen en principes voor ons individueel en
collectief handelen
<-> toegepaste ethiek: ethische intuïties toepassen op praktijken
= Bestudeert de fundamentele ideeën/normen en principes waardoor we
ons laten leiden in ons individuele en collectieve handelen en ons
handelen dus structureert
- Verder onderscheid:
1) Sociale ethiek:
o handelingsnormen betreffende de mens qua
gemeenschapswezen
o studie vd basisideeën die onze maatschappelijk structuren
ondersteunen
2) Individuele ethiek:
o De normen en ideeën waarnaar we ons richten in ons
individuele leven (nadenkend over wat(niet) mag/morele
verantwoordelijkheid/geslaagd of gelukkig leven)
- Belangrijkste taak = legitimering/fundament/rechtvaardiging v die
normen en principes (methode: bestuderen/zelf geven/het
ontbreken ervan thematiseren)
o kernvraag: betrouwbaar fundament vr de opvattingen omtrent
hoe we moeten handelen?
- Meta-ethiek: reflectie over de precieze aard en natuur v morele
concepten en morele oordelen
• Ethisch scepticisme: twijfel over bindende kracht ethische normen en
principes (versus: ontologisch scepticisme) cf. David Hume
- Ontologisch scepticisme = twijfel over kennis vd werkelijkheid
• Historische terugblik: 6de eeuw v. C.
Historische achtergrond
1
,Historische terugblik: tot 6de eeuw v.C.
• Mythes: geven in verhalende vorm betekenis en zin ad grondfenomenen
vh bestaan en verklaren de orde vd wereld en vd gemeenschap
-wie zijn we?
- myhtes geven zelfbeeld, betekenis v mens zijn vb kind v God
-wat is de wereld? hoe is de wereld ontstaan?
- vb chaos met belangrijke rol goden
-hoe moeten we handelen?
- mythes geven voorschriften voor het dagelijks leven
• mensen ingebed in Groter zingevingssysteem: stabiliteit in sociale orde
(door het verankeren v menselijk gedrag in een bepaald verhaal)
- Zingevingssysteem = 1 groot betekenisgeheel waarin men geloofde
en die ook vanzelfsprekend en natuurlijk was voor hen
- Geen ruimte voor kritische of filosofische reflectie over de
fundamenten v sociale orde
Vanaf 6de eeuw v. C. gyhb
1e evolutie
• Demythologisering en desacralisering van de wereld: natuurfilosofen
zochten naar rationele verklaring voor de werkelijkheid
- Ontstaan in Gr en Kl-Azië id 5e/6e E v.C.
- Desacralisering = doorbreken vh mythische zelfverstaan en
verstaan vd wereld
- Door ontstaan nieuwe houding tav de natuurlijke werkelijkheid
(theoretisch vacuüm)
- Mythe: natuur beheerst door krachten en processen n te vatten
door de mens
-> kritiek op de mythe
-> natuurfilosofen: mits rationeel denken, inzicht id natuur
mogelijk
-> gevolg: mythe vormt gn stevig fundament mr vr sociale
normen, want verliest geloofwaardigheid
2e evolutie
• Ontstaan van de ‘democratie’ (in Athene) : impact op maatschappelijke
orde (beslissingen komen voort uit conventie ipv uit goddelijke orde)
MAAR
2
, - Toen vw: man, vrije burger, in Athene wonen => klein percentage
democratie
- Misbruik door sofisten: ethische sceptici
3e evolutie
• Contact met niet-Griekse volkeren door oorlog en handel: impact op
gedrag (diversiteit aan zeden en gewoonten)
- Overal andere normen en waarden, conclusie: eigen sociale orde is
conventioneel
Gevolg: Ethisch vacuüm
= de natuurlijke overtuigingskracht v overgeleverde normen verzwakt,
zonder dat er meteen nieuwe normen voorhanden zijn
Nood aan expliciet, beredeneerd fundament voor de sociale orde
Socrates eh ethisch scepticisme
Het ethisch relativisme of scepticisme
= 1e antwoord op ethisch vacuüm
• Opkomst van de sofisten:
= rondtrekkende retorica-leraars
= vertegenwoordigers vh ethisch scepticisme (en ethisch relativisme)
- Meningen en retoriek
- alles is opinie
- Eigenbelang en eigen gelijk
- doel: zo efficiënt mogelijk verdedigen en anderen daarvan
overtuigen
cf. Thrasymachus
- Ontkenning van begrippen als ‘dé waarheid’, ‘dé rechtvaardigheid’,
‘dé goedheid’, etc.
- geen objectieve, universele kennis
-Gevaar: twijfel aan bindende kracht van normen en waarden
-> twijfel ad bindende kracht
<-> theoretische wijsbegeerte: geen gevaar, want we k er n naar
leven (vb. malin génie) -> twijfel ah bestaan
3
, Socrates: vader vd westerse ethiek
= 2e antwoord op ethisch vacuüm
- Normatieve ethiek, hij weerlegt het scepticisme
- Er is objectieve, zekere kennis mogelijk mbt ethische kwesties
- Ethiek ontleent haar bindende kracht aan redelijk inzicht
- Deugd = inzicht
- De eerste die waarden onderbouwt en rechtvaardigt
staat ah begin vd hele Westerse ethiek
Uitdaging voor de normatieve ethiek
• Reactie op ethisch scepticisme
• Zoektocht naar een rationele fundering voor onze normen en waarden
• Zowel op individueel als op collectief niveau: Wat is een geslaagd of
gelukkig leven? Is genot het hoogste goed? Welke rol spelen onze
intenties? Moet ons handelen gericht zijn op nut?
Geschiedenis vd ethiek = pogingen om rechtvaardigingen op te stellen
DEEL EEN: WAT IS GOED HANDELEN? DE FUNDAMENTEN VAN DE
WESTERSE ETHIEK
Socrates: deugd = inzicht
= basis ethiek
1. Aristoteles en het natuurlijke doel van de mens
Aristoteles (384-322 v.C.)
nadruk op de natuur, het wetenschappelijke
nadruk op het universele, de essentie
• Macedonië en Griekenland
• Studeerde aan de Academie van Plato (Athene)
• Opvoeder van Alexander De Grote
• Oprichter van het Lyceum (Athene)
• Homo universalis
- ontwikkelde overkoepelende leer/allesomvattend systeem
- metafysica blijft de meest fundamentele wetenschap (Plato)
3 werken
=bedoeld voor colleges ih Lyceum
4
Morele dilemma’s
• Deontologische intuïtie (wat ‘moet’ ik doen? – plicht )
- plichtethiek
• Consequentialistische intuïtie (wat zijn de ‘consequenties’ van mijn
handeling - gevolgen)
- Gevolgethiek
- = mens zien als machine/nutscalculus
Ethiek en scepticisme
• Normatieve ethiek: normen en principes voor ons individueel en
collectief handelen
<-> toegepaste ethiek: ethische intuïties toepassen op praktijken
= Bestudeert de fundamentele ideeën/normen en principes waardoor we
ons laten leiden in ons individuele en collectieve handelen en ons
handelen dus structureert
- Verder onderscheid:
1) Sociale ethiek:
o handelingsnormen betreffende de mens qua
gemeenschapswezen
o studie vd basisideeën die onze maatschappelijk structuren
ondersteunen
2) Individuele ethiek:
o De normen en ideeën waarnaar we ons richten in ons
individuele leven (nadenkend over wat(niet) mag/morele
verantwoordelijkheid/geslaagd of gelukkig leven)
- Belangrijkste taak = legitimering/fundament/rechtvaardiging v die
normen en principes (methode: bestuderen/zelf geven/het
ontbreken ervan thematiseren)
o kernvraag: betrouwbaar fundament vr de opvattingen omtrent
hoe we moeten handelen?
- Meta-ethiek: reflectie over de precieze aard en natuur v morele
concepten en morele oordelen
• Ethisch scepticisme: twijfel over bindende kracht ethische normen en
principes (versus: ontologisch scepticisme) cf. David Hume
- Ontologisch scepticisme = twijfel over kennis vd werkelijkheid
• Historische terugblik: 6de eeuw v. C.
Historische achtergrond
1
,Historische terugblik: tot 6de eeuw v.C.
• Mythes: geven in verhalende vorm betekenis en zin ad grondfenomenen
vh bestaan en verklaren de orde vd wereld en vd gemeenschap
-wie zijn we?
- myhtes geven zelfbeeld, betekenis v mens zijn vb kind v God
-wat is de wereld? hoe is de wereld ontstaan?
- vb chaos met belangrijke rol goden
-hoe moeten we handelen?
- mythes geven voorschriften voor het dagelijks leven
• mensen ingebed in Groter zingevingssysteem: stabiliteit in sociale orde
(door het verankeren v menselijk gedrag in een bepaald verhaal)
- Zingevingssysteem = 1 groot betekenisgeheel waarin men geloofde
en die ook vanzelfsprekend en natuurlijk was voor hen
- Geen ruimte voor kritische of filosofische reflectie over de
fundamenten v sociale orde
Vanaf 6de eeuw v. C. gyhb
1e evolutie
• Demythologisering en desacralisering van de wereld: natuurfilosofen
zochten naar rationele verklaring voor de werkelijkheid
- Ontstaan in Gr en Kl-Azië id 5e/6e E v.C.
- Desacralisering = doorbreken vh mythische zelfverstaan en
verstaan vd wereld
- Door ontstaan nieuwe houding tav de natuurlijke werkelijkheid
(theoretisch vacuüm)
- Mythe: natuur beheerst door krachten en processen n te vatten
door de mens
-> kritiek op de mythe
-> natuurfilosofen: mits rationeel denken, inzicht id natuur
mogelijk
-> gevolg: mythe vormt gn stevig fundament mr vr sociale
normen, want verliest geloofwaardigheid
2e evolutie
• Ontstaan van de ‘democratie’ (in Athene) : impact op maatschappelijke
orde (beslissingen komen voort uit conventie ipv uit goddelijke orde)
MAAR
2
, - Toen vw: man, vrije burger, in Athene wonen => klein percentage
democratie
- Misbruik door sofisten: ethische sceptici
3e evolutie
• Contact met niet-Griekse volkeren door oorlog en handel: impact op
gedrag (diversiteit aan zeden en gewoonten)
- Overal andere normen en waarden, conclusie: eigen sociale orde is
conventioneel
Gevolg: Ethisch vacuüm
= de natuurlijke overtuigingskracht v overgeleverde normen verzwakt,
zonder dat er meteen nieuwe normen voorhanden zijn
Nood aan expliciet, beredeneerd fundament voor de sociale orde
Socrates eh ethisch scepticisme
Het ethisch relativisme of scepticisme
= 1e antwoord op ethisch vacuüm
• Opkomst van de sofisten:
= rondtrekkende retorica-leraars
= vertegenwoordigers vh ethisch scepticisme (en ethisch relativisme)
- Meningen en retoriek
- alles is opinie
- Eigenbelang en eigen gelijk
- doel: zo efficiënt mogelijk verdedigen en anderen daarvan
overtuigen
cf. Thrasymachus
- Ontkenning van begrippen als ‘dé waarheid’, ‘dé rechtvaardigheid’,
‘dé goedheid’, etc.
- geen objectieve, universele kennis
-Gevaar: twijfel aan bindende kracht van normen en waarden
-> twijfel ad bindende kracht
<-> theoretische wijsbegeerte: geen gevaar, want we k er n naar
leven (vb. malin génie) -> twijfel ah bestaan
3
, Socrates: vader vd westerse ethiek
= 2e antwoord op ethisch vacuüm
- Normatieve ethiek, hij weerlegt het scepticisme
- Er is objectieve, zekere kennis mogelijk mbt ethische kwesties
- Ethiek ontleent haar bindende kracht aan redelijk inzicht
- Deugd = inzicht
- De eerste die waarden onderbouwt en rechtvaardigt
staat ah begin vd hele Westerse ethiek
Uitdaging voor de normatieve ethiek
• Reactie op ethisch scepticisme
• Zoektocht naar een rationele fundering voor onze normen en waarden
• Zowel op individueel als op collectief niveau: Wat is een geslaagd of
gelukkig leven? Is genot het hoogste goed? Welke rol spelen onze
intenties? Moet ons handelen gericht zijn op nut?
Geschiedenis vd ethiek = pogingen om rechtvaardigingen op te stellen
DEEL EEN: WAT IS GOED HANDELEN? DE FUNDAMENTEN VAN DE
WESTERSE ETHIEK
Socrates: deugd = inzicht
= basis ethiek
1. Aristoteles en het natuurlijke doel van de mens
Aristoteles (384-322 v.C.)
nadruk op de natuur, het wetenschappelijke
nadruk op het universele, de essentie
• Macedonië en Griekenland
• Studeerde aan de Academie van Plato (Athene)
• Opvoeder van Alexander De Grote
• Oprichter van het Lyceum (Athene)
• Homo universalis
- ontwikkelde overkoepelende leer/allesomvattend systeem
- metafysica blijft de meest fundamentele wetenschap (Plato)
3 werken
=bedoeld voor colleges ih Lyceum
4