Samenvatting History of International Relations 2025
Hoofdstuk 1: De introductie van de
geschiedenis van de internationale
betrekkingen
1.1 Waarom geschiedenis bestuderen in Sociale Wetenschappen?
Geschiedenis is essentieel omdat het zich herhaalt in ritme, maar niet in
exacte vorm. Het verleden beïnvloedt het heden en de toekomst.
Bijvoorbeeld:
Post-communistische samenlevingen: De huidige situatie wordt
verklaard door 50 jaar communisme, wat nog steeds invloed heeft
op gedrag en structuren.
Postkoloniale relaties: De houding van België tegenover Congo is
gevormd door kolonialisme, wat nog steeds doorwerkt.
Geschiedenis biedt belangrijke lessen voor het maken van beleid en
voorspellingen. Echter, het is moeilijk om de impact van specifieke
historische nalatenschappen te meten. Daarnaast fungeert geschiedenis
als bron voor politieke herinneringen, waarbij staten en politici hun
beleid baseren op selectieve herinneringen die vaak gepromoot worden
door ‘memory activists’ met politieke agenda’s. Dit leidt tot ‘memory wars’
waarbij verschillende groepen strijden om de interpretatie van het
verleden.
1.2 Contingentie van morele ideeën en sociale arrangementen
Morele ideeën zoals gendergelijkheid zijn niet vanzelfsprekend, maar het
resultaat van historische ontwikkelingen en inspanningen. Ook het concept
soevereiniteit—dat staten hun eigen binnenlandse aangelegenheden
bepalen en grenzen respecteren—is een sociale constructie die over de
eeuwen is ontstaan en kan evolueren.
1.3 Lessen uit de geschiedenis
Geschiedenis laat zien dat vermeende universele regels zoals de
machtsbalans of de democratische vrede contextgebonden zijn en niet
altijd gelden. Dit benadrukt de noodzaak van een historische en
contextspecifieke benadering van internationale betrekkingen.
2. Wat is internationale betrekkingen (IR) als discipline?
,Internationale betrekkingen zijn vaak ‘presentistisch’ en ‘eurocentrisch’: ze
beperken zich vaak tot Europese geschiedenis en negeren niet-Europese
perspectieven. Dit leidt tot eenzijdige argumenten en misverstanden, wat
diplomatie bemoeilijkt. Het is essentieel om ook de historische zienswijzen
van niet-westerse machten te begrijpen, zeker nu deze zich opnieuw
profileren in de wereldorde.
Is presentistisch:
focust vooral op de 20e eeuw, 1648 (Vrede van Westfalen) en
Europees kolonialisme.
Is eurocentrisch:
geschiedenis wordt vooral gelijkgesteld aan Europese geschiedenis,
niet-Europese samenlevingen worden vaak voorgesteld als
‘geschiedenisloos’ vóór Europese inmenging.
Is dit een probleem?
Ja. Het leidt tot:
eenzijdige analyses,
misverstanden.
Kennis van elkaars historische perspectief is cruciaal voor diplomatie. Niet-
westerse machten herwinnen invloed → machtsverhoudingen veranderen.
Het heden is onlosmakelijk verbonden met:
historische erfenissen (1),
historische herinneringen (2).
Tegelijk moeten we beseffen:
huidige internationale structuren zijn niet onvermijdelijk (3),
kennisclaims zijn contextgebonden (4).
3. Het internationale systeem
3.1 Wat is het ‘logica’ van het internationale systeem?
Het internationale systeem bestaat uit politieke eenheden (meestal
soevereine staten) die onafhankelijk handelen maar elkaar beïnvloeden.
Belangrijke kenmerken zijn:
Soevereiniteit: staten bepalen hun eigen beleid. Heeft hoogste
autoriteit binnen een territorium.
, Kenmerken: sociale praktijken, administratie, grenzen, vlaggen,
volksliederen, regels en normen. Alle staten zijn functioneel gelijk →
soevereiniteit moet worden gerespecteerd.
Anarchie: er is geen gezag boven staten. Geen centrale autoritiet.
Veiligheidsdilemma/ Security Dilemma: pogingen van een staat om
zichzelf te beschermen wekken angst bij anderen, wat kan leiden tot
wapenwedlopen of conflicten.
Kenmerken: voortdurende dreiging van oorlog, staten moeten zichzelf
verdedigen, kunnen niet volledig vertrouwen op bondgenoten.
Niet-Europese internationale systemen
Hebben andere instellingen, regels en normen. Territorium en grenzen
hebben vaak een andere betekenis.
Minder anarchisch:
vaak hiërarchisch,
verbonden door gedeelde cultuur en waarden,
soms onder een imperiale macht.
Politieke eenheden zijn niet functioneel gelijk.
Deze beschrijving is echter te Eurocentrisch en negeert migratie en andere
complexiteiten. Het veronderstelt een homogene staat, terwijl migratie
altijd heeft bestaan.
3.2 Vergelijking van internationale systemen
Er bestaan diverse internationale systemen, niet allen anachronistisch of
gelijkwaardig aan het Europese model. Sommige systemen zijn
hiërarchisch en gebaseerd op gedeelde cultuur en waarden, waarbij niet
alle politieke entiteiten gelijk zijn. Grenzen en territoriale betekenis
verschillen ook sterk per systeem.
Een systeem bestaat uit eenheden die:
zelfstandig handelen,
maar tegelijk afhankelijk zijn van het gedrag van anderen.
Een internationaal systeem:
biedt een omgeving die politieke keuzes mogelijk of onmogelijk
maakt.
omvat instellingen, regels en normen.
Vandaag bestaat er slechts één wereldwijd internationaal systeem:
, ontstaan in Europa (16e eeuw),
verspreid door kolonialisme.
Daarom moet vergelijkend onderzoek historisch zijn.
4. Staatloze samenlevingen
Nomadische en jagers-verzamelaarsgroepen hadden vaak geen vaste
vestigingen, waardoor politieke controle moeilijk was. Hun geschiedenis
werd vaak miskend omdat er weinig materiële resten zijn. (Ze hadden een
gevarieerder dieet en minder ziektes). Later sedentarisatie leidde tot
cultuurvorming en taalontwikkeling.
De geschiedenis werd lange tijd geschreven als geschiedenis van
staten, waardoor staatloze volkeren verkeerd werden voorgesteld.
Ontstaan van de eerste staten: De eerste staten ontstonden vooral
omdat boeren makkelijker te controleren, een vaste woonplaats, landbouw
en belasten waren na de oogst. Is onstaan in rivierdelta’s: Eufraat & Tigris,
Nijl.
Nomadische groepen: pastoralisten bleven moeilijk te beheersen
vanwege hun mobiliteit.
Leven van veeteelt
Trekken rond op zoek naar graasland
Moeilijk te controleren
Respecteren grenzen minder
5. Muren en bruggen: Cultuur en beschaving
Cultuur is afkomstig van cultiveren. Het impliceert het afbakenen
van eigen territorium, bijvoorbeeld door fysieke grenzen zoals
hekken of muren.
Gesloten internationale systemen hadden beperkte interactie
met de buitenwereld. Zoals Amerika, Japan in de 17e-19e eeuw of
Europa tot 1500.
Andere systemen waren juist uitgestrekt en open (open en
expansieve systemen) zoals het internationale systeem rond de
Indiase Oceaan of het Mongoolse rijk in de 13e eeuw en de
Arabische expansie in de 7e eeuw.
Beschaving verwijst naar het hoogste stadium van sociale en
culturele organisatie dat interconnectiviteit tussen samenlevingen
Hoofdstuk 1: De introductie van de
geschiedenis van de internationale
betrekkingen
1.1 Waarom geschiedenis bestuderen in Sociale Wetenschappen?
Geschiedenis is essentieel omdat het zich herhaalt in ritme, maar niet in
exacte vorm. Het verleden beïnvloedt het heden en de toekomst.
Bijvoorbeeld:
Post-communistische samenlevingen: De huidige situatie wordt
verklaard door 50 jaar communisme, wat nog steeds invloed heeft
op gedrag en structuren.
Postkoloniale relaties: De houding van België tegenover Congo is
gevormd door kolonialisme, wat nog steeds doorwerkt.
Geschiedenis biedt belangrijke lessen voor het maken van beleid en
voorspellingen. Echter, het is moeilijk om de impact van specifieke
historische nalatenschappen te meten. Daarnaast fungeert geschiedenis
als bron voor politieke herinneringen, waarbij staten en politici hun
beleid baseren op selectieve herinneringen die vaak gepromoot worden
door ‘memory activists’ met politieke agenda’s. Dit leidt tot ‘memory wars’
waarbij verschillende groepen strijden om de interpretatie van het
verleden.
1.2 Contingentie van morele ideeën en sociale arrangementen
Morele ideeën zoals gendergelijkheid zijn niet vanzelfsprekend, maar het
resultaat van historische ontwikkelingen en inspanningen. Ook het concept
soevereiniteit—dat staten hun eigen binnenlandse aangelegenheden
bepalen en grenzen respecteren—is een sociale constructie die over de
eeuwen is ontstaan en kan evolueren.
1.3 Lessen uit de geschiedenis
Geschiedenis laat zien dat vermeende universele regels zoals de
machtsbalans of de democratische vrede contextgebonden zijn en niet
altijd gelden. Dit benadrukt de noodzaak van een historische en
contextspecifieke benadering van internationale betrekkingen.
2. Wat is internationale betrekkingen (IR) als discipline?
,Internationale betrekkingen zijn vaak ‘presentistisch’ en ‘eurocentrisch’: ze
beperken zich vaak tot Europese geschiedenis en negeren niet-Europese
perspectieven. Dit leidt tot eenzijdige argumenten en misverstanden, wat
diplomatie bemoeilijkt. Het is essentieel om ook de historische zienswijzen
van niet-westerse machten te begrijpen, zeker nu deze zich opnieuw
profileren in de wereldorde.
Is presentistisch:
focust vooral op de 20e eeuw, 1648 (Vrede van Westfalen) en
Europees kolonialisme.
Is eurocentrisch:
geschiedenis wordt vooral gelijkgesteld aan Europese geschiedenis,
niet-Europese samenlevingen worden vaak voorgesteld als
‘geschiedenisloos’ vóór Europese inmenging.
Is dit een probleem?
Ja. Het leidt tot:
eenzijdige analyses,
misverstanden.
Kennis van elkaars historische perspectief is cruciaal voor diplomatie. Niet-
westerse machten herwinnen invloed → machtsverhoudingen veranderen.
Het heden is onlosmakelijk verbonden met:
historische erfenissen (1),
historische herinneringen (2).
Tegelijk moeten we beseffen:
huidige internationale structuren zijn niet onvermijdelijk (3),
kennisclaims zijn contextgebonden (4).
3. Het internationale systeem
3.1 Wat is het ‘logica’ van het internationale systeem?
Het internationale systeem bestaat uit politieke eenheden (meestal
soevereine staten) die onafhankelijk handelen maar elkaar beïnvloeden.
Belangrijke kenmerken zijn:
Soevereiniteit: staten bepalen hun eigen beleid. Heeft hoogste
autoriteit binnen een territorium.
, Kenmerken: sociale praktijken, administratie, grenzen, vlaggen,
volksliederen, regels en normen. Alle staten zijn functioneel gelijk →
soevereiniteit moet worden gerespecteerd.
Anarchie: er is geen gezag boven staten. Geen centrale autoritiet.
Veiligheidsdilemma/ Security Dilemma: pogingen van een staat om
zichzelf te beschermen wekken angst bij anderen, wat kan leiden tot
wapenwedlopen of conflicten.
Kenmerken: voortdurende dreiging van oorlog, staten moeten zichzelf
verdedigen, kunnen niet volledig vertrouwen op bondgenoten.
Niet-Europese internationale systemen
Hebben andere instellingen, regels en normen. Territorium en grenzen
hebben vaak een andere betekenis.
Minder anarchisch:
vaak hiërarchisch,
verbonden door gedeelde cultuur en waarden,
soms onder een imperiale macht.
Politieke eenheden zijn niet functioneel gelijk.
Deze beschrijving is echter te Eurocentrisch en negeert migratie en andere
complexiteiten. Het veronderstelt een homogene staat, terwijl migratie
altijd heeft bestaan.
3.2 Vergelijking van internationale systemen
Er bestaan diverse internationale systemen, niet allen anachronistisch of
gelijkwaardig aan het Europese model. Sommige systemen zijn
hiërarchisch en gebaseerd op gedeelde cultuur en waarden, waarbij niet
alle politieke entiteiten gelijk zijn. Grenzen en territoriale betekenis
verschillen ook sterk per systeem.
Een systeem bestaat uit eenheden die:
zelfstandig handelen,
maar tegelijk afhankelijk zijn van het gedrag van anderen.
Een internationaal systeem:
biedt een omgeving die politieke keuzes mogelijk of onmogelijk
maakt.
omvat instellingen, regels en normen.
Vandaag bestaat er slechts één wereldwijd internationaal systeem:
, ontstaan in Europa (16e eeuw),
verspreid door kolonialisme.
Daarom moet vergelijkend onderzoek historisch zijn.
4. Staatloze samenlevingen
Nomadische en jagers-verzamelaarsgroepen hadden vaak geen vaste
vestigingen, waardoor politieke controle moeilijk was. Hun geschiedenis
werd vaak miskend omdat er weinig materiële resten zijn. (Ze hadden een
gevarieerder dieet en minder ziektes). Later sedentarisatie leidde tot
cultuurvorming en taalontwikkeling.
De geschiedenis werd lange tijd geschreven als geschiedenis van
staten, waardoor staatloze volkeren verkeerd werden voorgesteld.
Ontstaan van de eerste staten: De eerste staten ontstonden vooral
omdat boeren makkelijker te controleren, een vaste woonplaats, landbouw
en belasten waren na de oogst. Is onstaan in rivierdelta’s: Eufraat & Tigris,
Nijl.
Nomadische groepen: pastoralisten bleven moeilijk te beheersen
vanwege hun mobiliteit.
Leven van veeteelt
Trekken rond op zoek naar graasland
Moeilijk te controleren
Respecteren grenzen minder
5. Muren en bruggen: Cultuur en beschaving
Cultuur is afkomstig van cultiveren. Het impliceert het afbakenen
van eigen territorium, bijvoorbeeld door fysieke grenzen zoals
hekken of muren.
Gesloten internationale systemen hadden beperkte interactie
met de buitenwereld. Zoals Amerika, Japan in de 17e-19e eeuw of
Europa tot 1500.
Andere systemen waren juist uitgestrekt en open (open en
expansieve systemen) zoals het internationale systeem rond de
Indiase Oceaan of het Mongoolse rijk in de 13e eeuw en de
Arabische expansie in de 7e eeuw.
Beschaving verwijst naar het hoogste stadium van sociale en
culturele organisatie dat interconnectiviteit tussen samenlevingen