Week 1:
College maandag
Deel 1: De stappen in het onderzoeksproces (hoofdstuk 1 Bryman)
1. Onderzoeksvraag
2. Literatuur bestuderen (literature review)
3. Concepten en theorie
4. Selectie van onderzoekseenheden (=sampling cases)
5. Dataverzameling
6. Data-analyse
7. Rapportage (writing up)
Afbeelding 1
Afbeelding 2
,Onderzoeksvraag: heel belangrijk! Advies: altijd een onderzoeksvraag gebruiken bij een
onderzoek.
• Aanleiding en relevantie
o Wetenschappelijk probleem? Of juist focus op praktijk?
o Praktijk = conclusie met praktische aanbevelingen, wetenschappelijk zal dit
minder hebben
• Type vragen
o 1: Exploratory study = exploratief = verkennend = inventarisatie
§ Verkenning van het verschijnsel (y)
§ Welke soorten mentale gezondheidsproblemen zijn er? Welke factoren
zouden een rol kunnen spelen?
o 2: Descriptive study = beschrijvend = hoeveel…?
§ Een beschrijving geven van y
§ Hoe groot is de groep studenten in Nederland die psychosociale
problemen heeft?
o 3: Explanatory study = verklarend = waarom…?
§ In hoeverre kan y verklaard worden door x?
§ Welke factoren hebben een negatieve of positieve invloed op de
psychosociale gezondheid van Nederlandse studenten?
o 4: Evaluative study = evaluatie = hoe effectief…?
§ In hoeverre heeft een interventie om y te beïnvloeden effect?
§ Hoe effectief is een interventie om stress onder studenten te
verminderen? Wat zijn voor- en nadelen van verschillende
interventies?
o 5: Voorspelling = variant van beschrijvend
§ Hoe zal y in de toekomst zijn?
§ Hoe groot zal groep studenten met psychosociale problemen in 2021 zijn?
o 6: Ontwikkelen van een goed voorbeeld = variant van evaluatie
§ Hoe kunnen we y verbeteren?
§ Wat is de beste manier om stress onder studenten te verminderen?
o 7: Empowerment = variant van evaluatie
§ Hoe kunnen onderzochte mensen zelf hun eigen welzijn (y) verbeteren?
§ Hoe kunnen studenten zelf hun welzijn verbeteren?
o 8: Vergelijking = variant van beschrijving
§ Verschillen a en b wat betreft y?
§ Verschilt het aandeel gestreste studenten tussen VU en UvA?
• Beïnvloedt alle overige fasen van het onderzoeksproces
o Welke literatuur ga je bestuderen?
o Onderzoeksdesign? (o.a. populatie en sample)
o Welke analyses?
o Conclusies en aanbevelingen
The mesiness of social research
• “There are plenty of things that can go wrong” (p.14). Daarom moet je flexibel
kunnen zijn en doorzettingsvermogen hebben. Tijdens het onderzoeksproces kan je
je onderzoek herontwerpen. Zoals de onderzoeksvraag.
• “Reconstructed logic” (navolgbare logica): een duidelijke stap-voor-stap procedure
Versus
, • “Logic in practice” (logica van de praktijk): Rommeliger, verschilt per project, minder
regels, meer ambachtsschap.
‘Alledaagse’ onderzoek vs wetenschappelijk onderzoek?
• “Attention to these steps is what distinguishes academic social research from other
kinds of social research” (Bryman, p.14). These steps = afbeelding 2
• Wetenschappelijk onderzoek = systematisch (en niet intuïtief)
o Bewuste planning
o Duidelijk onderzoeksproces
• Wetenschappelijk onderzoek = controleerbaar, transparant (en niet ondoorzichtig)
o Uitleg en reflectie over hoe je tot kennis bent gekomen
• Empirisch bewijs (“data”) geeft de doorslag bij wetenschappelijk onderzoek (en niet
speculatie, eigen ideeën). Data bepaald wat de conclusie is.
Deel 2: De rol van theorie in onderzoek
Deductie & inductie
• Deductie = van theorie naar concrete hypothese
o U1: Alle mensen zijn sterfelijk
o U2: Socrates is een mens
o Conclusie: Socrates is sterfelijk
o Dus: “Hypothesis is to be tested”: Socrates is sterfelijk
o Deductie is gebaseerd op logische afleiding
o U1: Hoe meer tijd een student studeert, des te groter de kans op een hoog
tentamencijfer
o U2: Socrates studeert langer dan Plato
o Conclusie: Socrates heeft een grotere kans op een hoog tentamencijfer dan
Plato
• Inductie = van specifieke observaties naar theorie
o O1: Alle zwanen die ik eergisteren zag, waren wit
o O2: Alle zwanen die ik gisteren zag, waren wit
o Conclusie: alle zwanen zijn wit
o O1: Henk: lang gestudeerd en hoog cijfer
o O2: Ingrid: gemiddeld gestuurd en gem. cijfer
o O3: Jasper: kort gestudeerd en laag cijfer
o Conclusie: Hoe meer tijd een student studeert, des te groter de kans op een
hoog tentamencijfer
o Het probleem van inductie = het is niet logisch geldig/houdbaar. Inductie
bevat geen logische zekerheid.
§ De redenatie van een kalkoen:
• O1: Op dag 1 krijg ik eten
• O2: Op dag 2 krijg ik ietsje meer eten
• O3: Op dag 3 krijg ik nog ietsje meer eten
• Etc. Etc.
• “Grounded theory”: Het leven wordt alleen maar beter!
College maandag
Deel 1: De stappen in het onderzoeksproces (hoofdstuk 1 Bryman)
1. Onderzoeksvraag
2. Literatuur bestuderen (literature review)
3. Concepten en theorie
4. Selectie van onderzoekseenheden (=sampling cases)
5. Dataverzameling
6. Data-analyse
7. Rapportage (writing up)
Afbeelding 1
Afbeelding 2
,Onderzoeksvraag: heel belangrijk! Advies: altijd een onderzoeksvraag gebruiken bij een
onderzoek.
• Aanleiding en relevantie
o Wetenschappelijk probleem? Of juist focus op praktijk?
o Praktijk = conclusie met praktische aanbevelingen, wetenschappelijk zal dit
minder hebben
• Type vragen
o 1: Exploratory study = exploratief = verkennend = inventarisatie
§ Verkenning van het verschijnsel (y)
§ Welke soorten mentale gezondheidsproblemen zijn er? Welke factoren
zouden een rol kunnen spelen?
o 2: Descriptive study = beschrijvend = hoeveel…?
§ Een beschrijving geven van y
§ Hoe groot is de groep studenten in Nederland die psychosociale
problemen heeft?
o 3: Explanatory study = verklarend = waarom…?
§ In hoeverre kan y verklaard worden door x?
§ Welke factoren hebben een negatieve of positieve invloed op de
psychosociale gezondheid van Nederlandse studenten?
o 4: Evaluative study = evaluatie = hoe effectief…?
§ In hoeverre heeft een interventie om y te beïnvloeden effect?
§ Hoe effectief is een interventie om stress onder studenten te
verminderen? Wat zijn voor- en nadelen van verschillende
interventies?
o 5: Voorspelling = variant van beschrijvend
§ Hoe zal y in de toekomst zijn?
§ Hoe groot zal groep studenten met psychosociale problemen in 2021 zijn?
o 6: Ontwikkelen van een goed voorbeeld = variant van evaluatie
§ Hoe kunnen we y verbeteren?
§ Wat is de beste manier om stress onder studenten te verminderen?
o 7: Empowerment = variant van evaluatie
§ Hoe kunnen onderzochte mensen zelf hun eigen welzijn (y) verbeteren?
§ Hoe kunnen studenten zelf hun welzijn verbeteren?
o 8: Vergelijking = variant van beschrijving
§ Verschillen a en b wat betreft y?
§ Verschilt het aandeel gestreste studenten tussen VU en UvA?
• Beïnvloedt alle overige fasen van het onderzoeksproces
o Welke literatuur ga je bestuderen?
o Onderzoeksdesign? (o.a. populatie en sample)
o Welke analyses?
o Conclusies en aanbevelingen
The mesiness of social research
• “There are plenty of things that can go wrong” (p.14). Daarom moet je flexibel
kunnen zijn en doorzettingsvermogen hebben. Tijdens het onderzoeksproces kan je
je onderzoek herontwerpen. Zoals de onderzoeksvraag.
• “Reconstructed logic” (navolgbare logica): een duidelijke stap-voor-stap procedure
Versus
, • “Logic in practice” (logica van de praktijk): Rommeliger, verschilt per project, minder
regels, meer ambachtsschap.
‘Alledaagse’ onderzoek vs wetenschappelijk onderzoek?
• “Attention to these steps is what distinguishes academic social research from other
kinds of social research” (Bryman, p.14). These steps = afbeelding 2
• Wetenschappelijk onderzoek = systematisch (en niet intuïtief)
o Bewuste planning
o Duidelijk onderzoeksproces
• Wetenschappelijk onderzoek = controleerbaar, transparant (en niet ondoorzichtig)
o Uitleg en reflectie over hoe je tot kennis bent gekomen
• Empirisch bewijs (“data”) geeft de doorslag bij wetenschappelijk onderzoek (en niet
speculatie, eigen ideeën). Data bepaald wat de conclusie is.
Deel 2: De rol van theorie in onderzoek
Deductie & inductie
• Deductie = van theorie naar concrete hypothese
o U1: Alle mensen zijn sterfelijk
o U2: Socrates is een mens
o Conclusie: Socrates is sterfelijk
o Dus: “Hypothesis is to be tested”: Socrates is sterfelijk
o Deductie is gebaseerd op logische afleiding
o U1: Hoe meer tijd een student studeert, des te groter de kans op een hoog
tentamencijfer
o U2: Socrates studeert langer dan Plato
o Conclusie: Socrates heeft een grotere kans op een hoog tentamencijfer dan
Plato
• Inductie = van specifieke observaties naar theorie
o O1: Alle zwanen die ik eergisteren zag, waren wit
o O2: Alle zwanen die ik gisteren zag, waren wit
o Conclusie: alle zwanen zijn wit
o O1: Henk: lang gestudeerd en hoog cijfer
o O2: Ingrid: gemiddeld gestuurd en gem. cijfer
o O3: Jasper: kort gestudeerd en laag cijfer
o Conclusie: Hoe meer tijd een student studeert, des te groter de kans op een
hoog tentamencijfer
o Het probleem van inductie = het is niet logisch geldig/houdbaar. Inductie
bevat geen logische zekerheid.
§ De redenatie van een kalkoen:
• O1: Op dag 1 krijg ik eten
• O2: Op dag 2 krijg ik ietsje meer eten
• O3: Op dag 3 krijg ik nog ietsje meer eten
• Etc. Etc.
• “Grounded theory”: Het leven wordt alleen maar beter!