Communicatieve vaardigheden
1. Basisbegrippen
1.1 Inleiding
Communicatie is het uitwisselen van informatie tussen persoon 1 en
persoon 2. Het is een aaneenschakeling van acties door interactie te
hebben. Elk gedrag is communicatie het kan verbaal maar ook non-
verbaal. Het nut van communicatie is om relaties aan te gaan en
behoeften kenbaar te maken, delen van gevoelens, …
1.2 Het communicatieschema
Bij de bespreking van het communicatieproces zullen we gebruik maken
van de termen: boodschap, codering, decodering, zender, ontvanger,
kanaal en context.
Uitleg communicatieschema:
De zender stuurt een boodschap naar de ontvanger. De zender heeft een
gedachte en zet deze om in woorden en gebaren dit is de boodschap dit
proces heet coderen. De ontvanger moeten de boodschap interpreteren
dit is decoderen. Dit is een wisselwerking de zender en de ontvanger
wisselen continu van plaats. Het kanaal is de brief, gebaren of mondeling.
De context is de ruimte, tijd die je hebt maar ook de sociale context
bijvoorbeeld je houding op het werk versus de houding bij je vrienden.
Ruis uit het verkeerd interpreteren, slecht luisteren en onduidelijk spreken.
1.3 Binnenkant - buitenkant
De binnenkant is het mentale proces. De buitenkans is wat de ander van
ons waarneemt (verbaal en non-verbaal). De binnenkant heeft invloed op
de buitenkant.
, Cursus pagina 12, 13 en 14
1.4 Inhouds- betrekkingsniveau
Het inhoudsaspect van de communicatie het dat we de feitelijke
informatie die ons door de boodschap wordt overgebracht.
Het betrekkingsaspect van de communicatie vertelt ons iets over de
relatie tussen de zender en de ontvanger. Dit wordt vaak redelijk gemaakt
via non-verbaal aspect.
In een vlotte communicatie zullen inhouds- en betrekkingsniveau elkaar ondersteunen en in
dezelfde lijn liggen. De problemen ontstaan vooral omdat we de twee niveaus door elkaar
gooien waardoor we misverstanden die eigenlijk met de relatie te maken hebben proberen
op te lossen op inhoudsniveau. Opmerking: mensen met autisme: moeite met
betrekkingsniveau, focus op letterlijke betekenis
Verschillende communicatiefouten/misverstanden:
- Als men het niet eens is over het betrekkingsniveau
• Bv iets dat niet als bevel bedoeld is, wel zo overkomen.
• Bv Ruim jij dat eens op.
- Communicatie die op betrekkingsaspect moet begrepen worden
• Inhoud is minder belangrijk. als opvoeder belangrijk dat je dat ziet!!
• Problemen ontstaan als beide niveaus door elkaar worden gegooid
• Bv 1: ik ben ziek, ik voel mij niet goed. = inhoud boodschap: ik wil niet naar
mijn papa. Papa als ‘slechterik’ zien.
- Mensen met autisme: snappen betrekkingsniveau niet – horen letterlijke betekenis
• Bv ‘hoe is’t?’ Antwoord: ‘goed’
• ‘Met wat ben je bezig’?’ Antwoord: ‘aan het praten met jou’
• Inhoud= 2 vragen
• Betrekking: je wil graag dat hij vertelt hoe het is. Je toont interesse. Maar hij
verstaat betekenis letterlijk.
1.5 Eigenschappen van communicatie
Communicatie is een circulair proces
Er is een constante wederzijdse beïnvloeding steeds dezelfde
interactiesystemen handelen van uit de waarden en normen. Bv:
zoenen geven bij vrienden, verschillen school/werksituatie, manier van
aanraken bij jou thuis en bij familie van vrienden.
Alle gedrag is communicatie
1. Basisbegrippen
1.1 Inleiding
Communicatie is het uitwisselen van informatie tussen persoon 1 en
persoon 2. Het is een aaneenschakeling van acties door interactie te
hebben. Elk gedrag is communicatie het kan verbaal maar ook non-
verbaal. Het nut van communicatie is om relaties aan te gaan en
behoeften kenbaar te maken, delen van gevoelens, …
1.2 Het communicatieschema
Bij de bespreking van het communicatieproces zullen we gebruik maken
van de termen: boodschap, codering, decodering, zender, ontvanger,
kanaal en context.
Uitleg communicatieschema:
De zender stuurt een boodschap naar de ontvanger. De zender heeft een
gedachte en zet deze om in woorden en gebaren dit is de boodschap dit
proces heet coderen. De ontvanger moeten de boodschap interpreteren
dit is decoderen. Dit is een wisselwerking de zender en de ontvanger
wisselen continu van plaats. Het kanaal is de brief, gebaren of mondeling.
De context is de ruimte, tijd die je hebt maar ook de sociale context
bijvoorbeeld je houding op het werk versus de houding bij je vrienden.
Ruis uit het verkeerd interpreteren, slecht luisteren en onduidelijk spreken.
1.3 Binnenkant - buitenkant
De binnenkant is het mentale proces. De buitenkans is wat de ander van
ons waarneemt (verbaal en non-verbaal). De binnenkant heeft invloed op
de buitenkant.
, Cursus pagina 12, 13 en 14
1.4 Inhouds- betrekkingsniveau
Het inhoudsaspect van de communicatie het dat we de feitelijke
informatie die ons door de boodschap wordt overgebracht.
Het betrekkingsaspect van de communicatie vertelt ons iets over de
relatie tussen de zender en de ontvanger. Dit wordt vaak redelijk gemaakt
via non-verbaal aspect.
In een vlotte communicatie zullen inhouds- en betrekkingsniveau elkaar ondersteunen en in
dezelfde lijn liggen. De problemen ontstaan vooral omdat we de twee niveaus door elkaar
gooien waardoor we misverstanden die eigenlijk met de relatie te maken hebben proberen
op te lossen op inhoudsniveau. Opmerking: mensen met autisme: moeite met
betrekkingsniveau, focus op letterlijke betekenis
Verschillende communicatiefouten/misverstanden:
- Als men het niet eens is over het betrekkingsniveau
• Bv iets dat niet als bevel bedoeld is, wel zo overkomen.
• Bv Ruim jij dat eens op.
- Communicatie die op betrekkingsaspect moet begrepen worden
• Inhoud is minder belangrijk. als opvoeder belangrijk dat je dat ziet!!
• Problemen ontstaan als beide niveaus door elkaar worden gegooid
• Bv 1: ik ben ziek, ik voel mij niet goed. = inhoud boodschap: ik wil niet naar
mijn papa. Papa als ‘slechterik’ zien.
- Mensen met autisme: snappen betrekkingsniveau niet – horen letterlijke betekenis
• Bv ‘hoe is’t?’ Antwoord: ‘goed’
• ‘Met wat ben je bezig’?’ Antwoord: ‘aan het praten met jou’
• Inhoud= 2 vragen
• Betrekking: je wil graag dat hij vertelt hoe het is. Je toont interesse. Maar hij
verstaat betekenis letterlijk.
1.5 Eigenschappen van communicatie
Communicatie is een circulair proces
Er is een constante wederzijdse beïnvloeding steeds dezelfde
interactiesystemen handelen van uit de waarden en normen. Bv:
zoenen geven bij vrienden, verschillen school/werksituatie, manier van
aanraken bij jou thuis en bij familie van vrienden.
Alle gedrag is communicatie