RECHTSWAARBORGEN INTREKKING
VAN EEN VERGUNNING
[Ondertitel van document]
COLLEGEJAAR 2019-2020
ONDERWERP 2 ‘OP DE GRENS VAN EEN CRIMINAL CHARGE
Aantal woorden: 2152
, I. Inleiding
De Algemene wet Bestuursrecht (hierna Awb) kent een onderscheid tussen bestuurlijke
sancties. Namelijk; de herstelsanctie en de bestraffende sanctie.1 Het belang van dit
onderscheid is zeer groot. De mate van rechtsbescherming van de burger hangt hier namelijk
van af. Het EHRM spreekt van een criminal charge als het gaat over een bestraffende sanctie.
Als er sprake is van een criminal charge, moet art. 6 EVRM in acht worden genomen. In dit
essay gaan we kijken naar het intrekken van een vergunning als bestuurlijke sanctie.
In dit essay gaan we de vraag: ‘Hoe kunnen we de burger waarborgen bieden bij het
intrekken van een vergunning als bestuurlijke sanctie?’ beantwoorden. Om een antwoord te
formuleren op deze vraag zullen we in de eerste paragraaf antwoord geven op de vraag ‘wat
is het onderscheid tussen herstelsancties en bestraffende sancties?’ Dit doen we door te
kijken naar uitspraken van het EHRM en naar de wet. In de tweede paragraaf zullen we de
vraag behandelen ‘wat is het belang van dit onderscheid?’. Dit doen we door te kijken naar
de huidige jurisprudentie. Dan zullen we de vraag ‘Typeren we de intrekking van een
vergunning als een herstel- of bestraffende sanctie?’ beantwoorden in de derde paragraaf.
In de vierde paragraaf zullen we het antwoord op de hoofdvraag formuleren. Om daarna af
te sluiten met een conclusie.
II. Onderscheid tussen een herstel sanctie en een bestraffende sanctie
In art. 5:2 lid Awb staat dat een herstel sanctie ‘een bestuurlijke sanctie is die strekt tot het
geel of gedeelte ongedaan maken of beëindigen van een overtreding’. Een bestraffende
sanctie is ‘een bestuurlijke sanctie zover deze beoogt de overtreder leed toe te voegen’. Het
onderscheid tussen de twee sancties wordt dus gemaakt op basis van de aard van de sanctie
en niet hoe men de sanctie ervaart. Iemand kan een sanctie opgelegd krijgen, bijvoorbeeld
het weghalen van een zonder vergunning gebouwd tuinhuis, en dit ervaren als een straf,
terwijl het doel van de sanctie is het ongedaan maken van de overtreding en het dus een
herstelsanctie is.
De Awb geeft dus aan dat het gaat over de aard van de sanctie, maar vaak is het moeilijk vast
te stellen wat de aard van de sanctie is. Dit komt doordat de burger de sanctie anders
interpreteert dan het bestuursorgaan en daardoor kunnen problemen ontstaan. Ook is het
vaak voor de rechter vast te stellen of we spreken van een bestraffende- of herstel sanctie
als we puur kijken naar de aard. Het EHRM noemt een bestraffende sanctie een ‘criminal
charge’. In de zaak Özturk geeft zij drie criteria voor de criminal charge. 2
Het eerste criterium is de classificatie naar nationaal recht. Dit vereiste houdt in dat als een
staat een normschending als strafrechtelijke overtreding aanmerkt er sprake is van een
criminal charge. Voor in bestuursrecht is dit criteria dus het minst van belang.
Het tweede criterium is de aard van de overtreding. Dit wordt ook wel het normaddressaat-
criterium genoemd. Als een overtreden norm zich richt tot een specifieke groep wordt er
1
Art. 5:2 lid 1 Awb.
2
EHRM 21 februari 1984, ECLI:NL:XX:1984:AC9954, NJ 1988/937.
1
VAN EEN VERGUNNING
[Ondertitel van document]
COLLEGEJAAR 2019-2020
ONDERWERP 2 ‘OP DE GRENS VAN EEN CRIMINAL CHARGE
Aantal woorden: 2152
, I. Inleiding
De Algemene wet Bestuursrecht (hierna Awb) kent een onderscheid tussen bestuurlijke
sancties. Namelijk; de herstelsanctie en de bestraffende sanctie.1 Het belang van dit
onderscheid is zeer groot. De mate van rechtsbescherming van de burger hangt hier namelijk
van af. Het EHRM spreekt van een criminal charge als het gaat over een bestraffende sanctie.
Als er sprake is van een criminal charge, moet art. 6 EVRM in acht worden genomen. In dit
essay gaan we kijken naar het intrekken van een vergunning als bestuurlijke sanctie.
In dit essay gaan we de vraag: ‘Hoe kunnen we de burger waarborgen bieden bij het
intrekken van een vergunning als bestuurlijke sanctie?’ beantwoorden. Om een antwoord te
formuleren op deze vraag zullen we in de eerste paragraaf antwoord geven op de vraag ‘wat
is het onderscheid tussen herstelsancties en bestraffende sancties?’ Dit doen we door te
kijken naar uitspraken van het EHRM en naar de wet. In de tweede paragraaf zullen we de
vraag behandelen ‘wat is het belang van dit onderscheid?’. Dit doen we door te kijken naar
de huidige jurisprudentie. Dan zullen we de vraag ‘Typeren we de intrekking van een
vergunning als een herstel- of bestraffende sanctie?’ beantwoorden in de derde paragraaf.
In de vierde paragraaf zullen we het antwoord op de hoofdvraag formuleren. Om daarna af
te sluiten met een conclusie.
II. Onderscheid tussen een herstel sanctie en een bestraffende sanctie
In art. 5:2 lid Awb staat dat een herstel sanctie ‘een bestuurlijke sanctie is die strekt tot het
geel of gedeelte ongedaan maken of beëindigen van een overtreding’. Een bestraffende
sanctie is ‘een bestuurlijke sanctie zover deze beoogt de overtreder leed toe te voegen’. Het
onderscheid tussen de twee sancties wordt dus gemaakt op basis van de aard van de sanctie
en niet hoe men de sanctie ervaart. Iemand kan een sanctie opgelegd krijgen, bijvoorbeeld
het weghalen van een zonder vergunning gebouwd tuinhuis, en dit ervaren als een straf,
terwijl het doel van de sanctie is het ongedaan maken van de overtreding en het dus een
herstelsanctie is.
De Awb geeft dus aan dat het gaat over de aard van de sanctie, maar vaak is het moeilijk vast
te stellen wat de aard van de sanctie is. Dit komt doordat de burger de sanctie anders
interpreteert dan het bestuursorgaan en daardoor kunnen problemen ontstaan. Ook is het
vaak voor de rechter vast te stellen of we spreken van een bestraffende- of herstel sanctie
als we puur kijken naar de aard. Het EHRM noemt een bestraffende sanctie een ‘criminal
charge’. In de zaak Özturk geeft zij drie criteria voor de criminal charge. 2
Het eerste criterium is de classificatie naar nationaal recht. Dit vereiste houdt in dat als een
staat een normschending als strafrechtelijke overtreding aanmerkt er sprake is van een
criminal charge. Voor in bestuursrecht is dit criteria dus het minst van belang.
Het tweede criterium is de aard van de overtreding. Dit wordt ook wel het normaddressaat-
criterium genoemd. Als een overtreden norm zich richt tot een specifieke groep wordt er
1
Art. 5:2 lid 1 Awb.
2
EHRM 21 februari 1984, ECLI:NL:XX:1984:AC9954, NJ 1988/937.
1