100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Bouwkunde B - minor Makelaardij

Rating
-
Sold
-
Pages
47
Uploaded on
28-12-2025
Written in
2025/2026

Samenvatting bouwkunde B college 1 t/m 5

Institution
Course












Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 28, 2025
Number of pages
47
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

College 1 bouwkunde B
Waarom tekenafspraken en regels?
Iedereen leest de tekeningen op dezelfde manier, dit zorgt voor minder fouten. Afspraken zorgen voor duidelijkheid en een soepel
bouwproces (tijd = geld). Het is de “taal” van de bouw: zo kan iedereen samenwerken.

Soorten tekeningen
• Perspectieftekening → laat zien hoe het eruitziet in 3D.
• Verkooptekening → aantrekkelijk voor klanten.
• Schetsontwerp → eerste idee, nog niet definitief.
• Situatietekening → laat zien waar het gebouw komt te staan.
• Bestektekening → officiële afspraken voor de bouw.
• Werktekening → praktische tekening voor de uitvoering.
• Detailtekening → zoomt in op kleine onderdelen.

Extra soorten technische tekeningen
• Constructietekening → hoe het gebouw in elkaar zit.
• Betontekening → details van betonconstructies.
• Sparingtekening → gaten/openingen in muren/vloeren.
• Installatietekening → leidingen, elektra, ventilatie.
• Revisietekening → de tekening van hoe het écht gebouwd is (kan afwijken van het plan).

Ontwerpbladen zijn de eerste fase van een bouwproject. Ze bevatten schetsen en ontwerpen die vooral bedoeld zijn om ideeën en
concepten te laten zien. Het gaat hier nog niet om definitieve plannen, maar om een richtinggevend beeld van hoe het gebouw eruit
kan komen te zien.

Constructiebladen tonen de constructieve onderdelen van het gebouw, zoals funderingen, balken, kolommen, beton en staal. Ze zijn
essentieel voor de veiligheid en stabiliteit van het bouwwerk en worden opgesteld door de constructeur of ingenieur, vaak inclusief
berekeningen en details over draagkracht.

Een detailblad is een tekening die één onderdeel van een bouwwerk heel precies laat zien. Het zoomt in op aansluitingen, materialen
en afmetingen zodat er geen twijfel is over de uitvoering. Zo weten bouwers exact hoe dat specifieke detail gemaakt moet worden.




Inrichting van tekeningen
Schrift en titels op een tekening moeten altijd goed leesbaar en netjes zijn, zodat de tekening niet slordig oogt. De letters moeten
minimaal 3 millimeter hoog zijn en overal in hetzelfde lettertype worden geschreven. Woorden mogen met een hoofdletter beginnen,
maar hoofdletters en kleine letters mogen niet door elkaar gebruikt worden.
• Bladindeling: kader, vouwmerken, schaalbalk, oriëntatie, ordening.
• Onderhoek: info over de tekening (groot bij A2+, klein bij A3/A4).

Moderne tekenmethodes
Tegenwoordig wordt tekenwerk vooral in 3D gemodelleerd, maar voor de uitvoering worden deze
modellen nog steeds uitgeplot in 2D werktekeningen. Dit gebeurt via projectie-tekenen en met
behulp van CAD-programma’s op de computer. Daarnaast speelt BIM een grote rol, waarbij het
hele bouwproces digitaal in 3D wordt gemodelleerd en beheerd.

Materialen en arcering
Materialen worden in bouwkundige tekeningen volgens de NEN 47 aangeduid met arceringen.
Deze arceringen worden alleen toegepast in doorsneden en geven aan welk materiaal er is gebruikt. De lijnen staan meestal onder een
hoek van 45 of 90 graden, behalve bij isolatiemateriaal, dat onder een hoek van 60 graden wordt gearceerd.

,Lijntypen en lijndiktes
In bouwkundige tekeningen hebben verschillende lijntypen en lijndiktes een eigen betekenis en functie. Er zijn drie soorten lijnen:
• Getrokken lijn voor zichtbare onderdelen
• Streeplijnen voor elementen die niet zichtbaar zijn
• Gemengde streeplijnen voor speciale aanduidingen zoals assen of grenzen.

De dikte van de lijnen bepaalt hoe duidelijk en leesbaar een tekening is; onderdelen die zijn doorgesneden krijgen bijvoorbeeld een
dikkere buitenlijn.

Maat- en plaatsaanduidingen
• Maatlijnen:
Worden alleen toegepast in doorsneden en worden meestal rechts en onder de tekening geplaatst. Alle maten worden in
millimeters weergegeven en het gaat altijd om de werkelijke maten. Daarbij wordt eerst met deelmaten begonnen en komt de
totaalmaat aan de buitenzijde te staan.
• Peilmaten:
Geven de referentiehoogte van een bouwwerk aan, die in principe gelijk is aan de bovenkant van de afgewerkte begane
grondvloer. Vaak ligt dit niveau ongeveer 30 centimeter boven de kruin van de weg. In Nederland wordt dit vergeleken met het
Normaal Amsterdams Peil (NAP).
• Stramienen
Hulplijnen die de structuur van een gebouw aangeven. Op de Y-as worden ze genummerd van links naar rechts en op de X-as
worden ze met letters aangeduid van beneden naar boven.
o Y-as = cijfers (links → rechts).
o X-as = letters (beneden → boven).

Horizontaal is altijd in millimeters, in verticaal worden peilmaten gebruikt. Dat is de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer.

Tekeningen worden vaak gemaakt op transparantpapier of een schetsrol, zodat ze gemakkelijk te kopiëren en te bewerken zijn.
Daarbij wordt gebruikgemaakt van lagen, waarbij verschillende soorten informatie op aparte lagen worden geplaatst om overzicht en
duidelijkheid te bewaren. Deze lagen worden gecodeerd volgens de NL-SfB-systematiek, die is ingedeeld in negen groepen.

Bestek = officiële beschrijving van het werk + tekeningen + voorwaarden.
Wordt samen met tekeningen onderdeel van het contract tussen opdrachtgever en aannemer. Functies:
o Legt afspraken vast (hoe, wat, waar, wanneer, waarvan, hoeveel).
o Voorkomt misverstanden (mag niet dubbel uitgelegd worden).
o Bij verschil tussen tekening en bestek → bestek is leidend.

STABU-bestek = standaardmethode voor bestek in de bouw (Burger- en Utiliteitsbouw).
De opbouw bestaat uit:
o Besteksposten (beschrijving van het werk).
o Bepalingen (regels en voorwaarden).

Er zijn twee soorten bepalingen: administratieve bepalingen die gaan over afspraken en organisatie, en technische bepalingen die
betrekking hebben op de uitvoering en materialen.
Naast standaardbepalingen kunnen er ook aanvullende bepalingen worden opgenomen. Om het bestekboek overzichtelijk te houden
zijn de standaardbepalingen ondergebracht in een apart boek, het STABU-Standaard.

,Kozijnen worden aangegeven met letters. Kozijnen
met hoofdletter worden voor de gevel gebruikt.
Met kleine letter zijn kozijnen voor in de woning.

b = binnen kozijn

Aanlegbreedte strokenfundering: hoe breed is de
fundering gelegd
HWA: hemelwaterafvoer (regenpijp)




College 2 bouwkunde B
Duurzaam bouwen betekent dat we huizen en gebouwen maken die goed zijn voor mens én natuur. Dat doen we omdat:
• Klimaatverandering: gebouwen gebruiken veel energie en veroorzaken uitstoot. Slim bouwen helpt dit te verminderen.
• Overgebruik van grondstoffen: materialen zoals hout, steen en metalen raken op. Duurzaam bouwen voorkomt verspilling.
• Verlies van dieren en planten: door bouwen verdwijnt natuur. Met duurzame keuzes kan een gebouw juist bijdragen aan
biodiversiteit.
• Gezondheid: slechte luchtkwaliteit en lawaai maken mensen ziek. Duurzaam bouwen zorgt voor gezonde leefomgevingen.
• Welbevinden en leefbaarheid: mensen voelen zich prettiger in een groene, gezonde omgeving die verbonden is met de natuur.

Belangrijke thema’s van duurzaam bouwen
1. Afval 5. Gezondheid
2. Water 6. Woonkwaliteit
3. Energie 7. Groene ruimte
4. Bouwmaterialen

Belangrijke punten op verschillende gebieden:
Afval
• Voorkom afval: gebruik minder verpakkingen en hergebruik materialen.
• Scheid afval op de bouwplaats zodat het opnieuw gebruikt kan worden.
• Zorg dat bewoners hun afval makkelijk kunnen scheiden.

B&S afval: bouw- en Sloopafval, een verzamelnaam voor afval dat vrijkomt bij bouw-, renovatie- en sloopwerkzaamheden

Water
Bij duurzaam bouwen gaat het niet alleen om energie en materialen, maar ook om hoe we met water omgaan.
Er zijn twee hoofddoelen:
1. Verminderen van drinkwatergebruik
• Waterbesparende apparaten: kranen, douches en toiletten die minder water verbruiken.
• Grijswater: licht vervuild water (bijv. van douche of wasmachine) opnieuw gebruiken voor wc’s of tuin.
• Regenwateropvang: regenwater opvangen in tanks en gebruiken voor bijvoorbeeld tuinbewatering of schoonmaak.

2. Verminderen van belasting op grondwater en riolering -> voorkomen dat schoon en vuil water het riool of grondwater te veel
belast. Dat kan door:
• Helofytenfilters: natuurlijke filters met planten die water zuiveren.
• Duurzame leidingen: materialen die geen schadelijke stoffen afgeven aan het water.
• Afkoppeling van riolering: regenwater niet naar het riool sturen, maar laten infiltreren in de bodem.
• Buffering in de wijk: regenwater tijdelijk opslaan in speciale plekken zoals wadi’s (groene greppels waar water langzaam
wegzakt) of grindkoffers (ondergrondse opslag met grind).

Waarom is dit belangrijk?
o Minder verspilling van drinkwater.
o Betere bescherming van natuur en grondwater.
o Minder kans op overstromingen bij hevige regen.
o Een gezondere leefomgeving voor mens en dier.

,Energie
Stap 1: Beperk de energievraag
Zorg dat een gebouw weinig energie nodig heeft -> het huis verliest bijna geen warmte en heeft minder energie nodig.
• Goede isolatie van muren, dak en ramen → warmte blijft binnen.
• Luchtdicht bouwen → geen tocht of kieren.
• Voorkomen van koudebruggen → plekken waar warmte makkelijk ontsnapt.
• Slim ventileren → frisse lucht zonder warmteverlies.

Stap 2: Gebruik duurzame energie -> de energie komt uit hernieuwbare bronnen en is beter voor het
milieu. Voor de energie die wél nodig is, kies je schone bronnen:
• Zonne-energie (zonnepanelen, zonnecollectoren).
• Windenergie.
• Aardwarmte of luchtwarmte (warmtepompen).

Stap 3: Gebruik fossiele brandstoffen zo efficiënt mogelijk -> zo min mogelijk verspilling en
vervuiling. Als er toch nog fossiele energie nodig is (gas, olie), gebruik die dan zuinig en schoon:
• HR-ketel of HRe-ketel (maakt warmte én elektriciteit).
• LTV-verwarming (lage temperatuur, energiezuiniger).
• Douche-WTW (warmte-terugwinning uit douchewater).
• Warmtepompboiler.

Bouwmaterialen zo duurzaam mogelijk:
• Efficiënt gebruik: bouw licht en compact, zodat er minder materiaal nodig is. Prefab (vooraf gemaakte onderdelen) voorkomt
verspilling en maakt bouwen sneller en nauwkeuriger.
• Lange levensduur: kies materialen die je kunt repareren, hergebruiken of aanpassen. Denk aan demontabele onderdelen of
flexibele ontwerpen. Zo gaat een gebouw langer mee en hoeft er minder vaak nieuw gebouwd te worden.
• Circulair bouwen: gebruik materialen die hernieuwbaar of gerecycled zijn, zodat grondstoffen niet uitgeput raken. Voorbeelden:
o Isolatie: natuurlijke materialen zoals wol, cellulose, vlas of schelpen
o Hout: met FSC-keurmerk, zodat het uit duurzaam beheerde bossen komt
o Dakbedekking: EPDM (duurzaam rubber) gecombineerd met een groen sedumdak dat water opvangt en biodiversiteit
bevordert
o Leidingen: kunststof, omdat dit vaak recyclebaar en duurzaam toepasbaar is
• Biobased bouwen: bouwen met materialen uit de natuur die snel weer aangroeien. Zo putten we de aarde niet uit en ontstaat
een kleinere ecologische voetafdruk. Natuurlijke materialen zijn vaak gezond, goed recyclebaar en slaan zelfs CO₂ op.
Voorbeelden:
o Hout met FSC-keurmerk – afkomstig uit duurzaam beheerde bossen, gebruikt voor deuren en kozijnen.
o Houtvezel-isolatie – zachte en harde varianten, gemaakt van restproducten uit de houtindustrie.
o Vlasisolatie – isolatiemateriaal van de vlasplant, hernieuwbaar en goed isolerend.
o Stro-isolatiepanelen – platen gevuld met stro, een landbouwrestproduct dat snel beschikbaar is.
• Natuurinclusief bouwen: hierbij draagt het gebouw actief bij aan de lokale biodiversiteit. Het bouwwerk wordt dus niet alleen
neutraal, maar helpt de natuur vooruit. Gebouwen worden onderdeel van het ecosysteem en versterken de natuur in plaats
van deze te verdringen.
o Nestkasten voor vogels – geïntegreerd in gevels of daken.
o Vleermuiskasten – speciale plekken waar vleermuizen kunnen schuilen.
o Groene daken en gevels – beplanting die zorgt voor voedsel en leefruimte voor insecten, vogels en kleine dieren.

Gezondheid
• Geluid: goede vloeren en trappen die weinig lawaai maken.
• Luchtkwaliteit: ventilatie en materialen die geen schadelijke stoffen uitstoten.
• Thermisch comfort: aangename temperatuur door isolatie en zonwering.
• Licht: veel daglicht voor een prettig en gezond binnenklimaat.

Woonkwaliteit
• Toegankelijkheid: gebouwen geschikt voor iedereen (rolstoel, lift).
• Flexibiliteit: woningen die makkelijk aangepast kunnen worden in de toekomst.
• Sociale veiligheid: veilige wijken en gebouwen.
• Gezamenlijkheid: plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Groene ruimte
• Veilig en aantrekkelijk: parken, speelplekken, kunstzinnig groen.
• Ecologisch waardevol: planten en bomen die goed zijn voor de natuur.
• Samen onderhouden: bewoners zorgen samen voor de groene omgeving.
• Inheemse planten: soorten die van nature in het gebied voorkomen.

, Historie van duurzaam bouwen
 1992 – VN Conferentie in Rio de Janeiro -> gebaseerd op het Brundtland-rapport: duurzame ontwikkeling betekent dat we de
behoeften van nu vervullen zonder de kansen van toekomstige generaties te blokkeren.
 1997 – Verdrag van Kyoto -> eerste internationale afspraken om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
 2002 – Wereldtop Johannesburg -> de bekende Triple P-benadering (People, Planet, Profit) werd aangepast naar People, Planet,
Prosperity, zodat naast economische winst ook maatschappelijke welvaart en welzijn meetellen.

1995: verplicht om een berekening te maken van de energieprestatie. EPC (Energieprestatiecoëfficiënt) is een getal dat aangeeft hoe
energiezuinig een gebouw is. Hoe lager, hoe beter.
Vanaf 2021: EPC vervallen → vervangen door BENG (Bijna EnergieNeutraal Gebouw).

BENG – de huidige norm (sinds 2021)
Alle nieuwbouw in Nederland moet voldoen aan BENG. Dat betekent drie eisen:
1. Maximale energiebehoefte – het gebouw mag maar weinig energie nodig hebben (per m² per jaar).
2. Maximaal gebruik van fossiele energie – zo min mogelijk gas of olie.
3. Minimaal aandeel hernieuwbare energie – een deel van de energie moet duurzaam opgewekt worden (bijv. zonnepanelen).

Duurzaam bouwen gaat verder dan alleen energiebesparing. Het betekent bouwen met respect voor mens en milieu. Belangrijke
punten zijn:
• Gebruik van duurzame materialen die goed zijn voor milieu én gezondheid.
• Een gezond binnenklimaat door ventilatie en het voorkomen van vocht en schimmel.
• Leefbare woningen en wijken waar mensen zich prettig voelen.
• Duurzaam slopen: materialen hergebruiken en recyclen.
• Verantwoord watergebruik en voorkomen dat grondstoffen uitgeput raken.

Vandaag zijn de eisen voor duurzaam bouwen vastgelegd in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (voorheen Bouwbesluit). Daarin
staan regels voor:
• Energiezuinigheid – gebouwen moeten weinig energie verbruiken.
• Milieuprestatie – materialen en bouwprocessen moeten zo min mogelijk schade aanrichten.
• Living Technology – slimme en innovatieve oplossingen die bijdragen aan duurzaamheid.

Rc-waarde: geeft aan hoe goed een constructie (bijv. muur of dak) isoleert. Hoe hoger, hoe beter.
U-waarde: geeft aan hoeveel warmte een materiaal doorlaat. Hoe lager, hoe beter.

Milieuprestatie in duurzaam bouwen: de overheid wil dat gebouwen zo worden ontworpen en gebouwd dat ze zo min mogelijk
schade aan het milieu veroorzaken. Dat staat in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Dit gaat over:
• Materialen: kies materialen die weinig milieubelasting hebben.
• Afval: bij bouwen en slopen moet afval netjes gescheiden worden zodat het hergebruikt kan worden.

Milieuprestatieberekening (sinds 2013): bij nieuwbouw van woningen en kantoren groter dan 100 m² moet een
milieuprestatieberekening worden ingediend. Dit gebeurt met een LevensCyclusAnalyse (LCA): je kijkt naar de impact van een
materiaal van begin tot eind (van productie tot afval). Voorbeelden:
o Groene PUR (isolatiemateriaal dat recyclebaar is)
o Puingranulaat (hergebruik van beton, steen, asfalt)
o Glas, kunststof, steenwol → materialen die opnieuw gebruikt kunnen
worden.

Ladder van Lansink (afvalhiërarchie)
Dit is een stappenplan om afval zo goed mogelijk te verwerken:
1. Preventie – voorkom afval (bijv. slim verpakken).
2. Hergebruik – gebruik producten opnieuw (demontabel bouwen).
3. Recycling – materialen opnieuw gebruiken.
4. Energie – afval gebruiken als brandstof.
5. Verbranden – afval vernietigen volgens regels.
6. Storten – laatste optie, afval op een stortplaats.
➔ Hoe hoger op de ladder, hoe beter voor het milieu.

Circulair bouwen betekent dat gebouwen zo worden ontworpen dat materialen steeds opnieuw gebruikt
kunnen worden in een gesloten kringloop. Het gaat om slim omgaan met grondstoffen, hergebruik van
materialen en het flexibel inzetten van gebouwen. Producenten leveren niet alleen materialen, maar
zorgen ook dat ze na gebruik teruggehaald en opnieuw ingezet worden. Zo ontstaat een bouwwijze zonder
verspilling en met blijvende waarde.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
EstherKoppelman Hogeschool Windesheim
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
169
Member since
3 year
Number of followers
1
Documents
14
Last sold
3 days ago

4,3

22 reviews

5
12
4
8
3
0
2
0
1
2

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions