PSYCHOPATHOLOGIE KINDEREN &
JONGEREN – (NEURO)BIOLOGIE
COLLEGE 1: INLEIDING EN BIOLOGISCHE ASPECTEN GEDRAGSSTOORNISSEN
Multifactoriële etiopathogenese
- Vaak een of andere genetische kwetsbaarheid aan
de basis → niet allemaal gelijk in mate waarin we,
als we geconfronteerd worden met bep
levensgebeurtenissen, bep problemen ontwikkelen
- Veel verschil in hoe mensen en hun lichaam
reageren op bedreigende stimuli
- Fysiologisch systeem kan ooit ergens in je leven
verstoord zijn door psychologisch systeem
o Ondertussen kunnen we zeggen dat vanaf bevruchting al een zekere
maatstaf bepaald is voor hoe snel je op stressfenomenen last of symptomen zal krijgen →
genetisch bepaald (bijna alles is erfelijk bepaald)
o Zelfs bv politiek stemgedrag is erfelijk bepaald → allerlei PH kenmerken… die maken dat je
gedachtegoed eerder een bep richting op gaat, dat je eerder empathisch bent …
- Versch manieren v zijn, gedrag dat we meten en bestuderen
o Lichaam zit nog tss dit en genetica
o DNA bepaald hoe cel reageert en zo ook hoe hersenen reageren
• Nieren ook invloed → adrenaline, cortisol
o Biologische systemen zitten vooral in de hersenen, maar dus ook in de stresssystemen die
mee bepalen hoe we reageren
ONTWIKKELING
Transactionaliteit: gen-omgevingssamenspel doorheen de tijd
- Vanaf moment dat je in baarmoeder zit, begint de omgeving een invloed uit te oefenen
We spreken v fysieke en functionele ontwikkeling
- Fysieke ontwikkeling
o Lichamelijke ontwikkeling: bewegingsstelsel, voortplantingssysteem
o Hersenontwikkeling
o Stressverwerkingssysteem
o Autonoom ZS
- Functionele ontwikkeling
o Motoriek
o Cognitie en communicatie
o Emotieregulatie
1
, o Sociale relatievorming
o Seksualiteit
o PH en identiteit
o Moraliteit
Andere mogelijkheden op andere leeftijden
Een deel vd ontwikkeling is standaard (99.8% is gelijk voor iedereen)
o We zien er allemaal uit als mensen
o Hoe een klein kind op versch leeftijden exact dezelfde dingen beginnen te kunnen + ook de
fouten die hier in zitten hebben vaak een standaard patroon
o Alsnog veel variatie mogelijk
o Bij volwassenen zijn deze biologische processen af en minder dynamisch <> bij K&J nog heel
dynamisch en flexibel, maar ook beperkingen in werken met kinderen: soms zaken vragen
waar ze ontwikkelingsmatig nog niet klaar voor zijn
KINDER- EN JEUGDPSYCHIATRISCHE BEELDEN
“Dis”functionele ontwikkeling: functionele ontwikkeling in disbalans met verwachtingen, waardoor
problemen optreden
- DSM-5
- Stoornis <> disorder
o Disorder: wanorde, het werkt niet zoals zou moeten op dit moment → minder stigma v
abnormaliteit
- Stigma wegkrijgen: over problematieken nadenken op een continuüm → ook voor meeste de
realiteit (niet zoiets als ADHD, maar onderliggend is ADHD het uiterste v meerdere continua: hoe
beweeglijk, hoe gericht aandacht sturen…) + niet zo dat als je vandaag aan uiterste zit, dat dit over
bv 3j nog zo is (ontwikkeling + copingmechanismen…)
- Dynamische wordt te weinig benadrukt
Multilevel – multifactorieel
o Genetische varienten
o Gen-omgevingsinteracties en -correlaties
o Neuro-anatomische, -fysiologische, - endocrinologische en -transmissie varianten
o Stressverwerkingsproblemen
o Biologische omgevingsimpact (voeding, verontreiniging, ACEs (Adverse Childhood
Experiences), stress (studie, familiaal…) en bedreiging…)
o Neg leereffecten (opvoedig, peers, sociale media…)
Over stoornissen/disfuncties
- Disorder (in medische terminologie) =
o A disturbance of normal functioning of the mind and body
o A set of problems, which result in causing significant difficulty, distress, impairment and/or
suffering in a persons daily life
o May be caused by genetic facors, disease of trauma
- Disorder ≠ disease
- Disease = a particular distinctive process in the body with a specific cause, symptoms and course
- Ziekte kan leiden tot stoornissen en stoornissen kunnen leiden tot ziekte, maar ze vallen niet samen
Kinder- en jeugdpsychiatrische beelden
- Kunnen categoriaal of uiterste ve continuüm
(dimensioneel) zijn
- Dimensionele distributie kan nog steeds een taxon
herbergen
2
,Grafiek:
- Hoe meeste gedragingen die tot problemen leiden zich in realiteit presenteren
- Halve curve: meestal naar problemen gevraagd, niet naar andere kant → beginnen v 0 (geen
problemen)
- Conceptueel: onderliggend groepje mensen dat anders in elkaar zit, dus categoriaal anders, en dat
zich toch verbergt onder deze dimensionale verschijningsvorm
→ toch wel 2 soorten mensen?
o Rood: iets niet in orde dat bij de anderen wel helemaal
in orde is → zie andere curve
• Bv gem gesproken veel moeilijker om aandacht
te richten (tss 3-4-5 problemen en 7-8-9
problemen)
• Fundamenteel anders dan groenen: hebben toch niet de afwijking
o Het is niet omdat het in realiteit er uit ziet als dimensioneel, dat de onderliggende groepen
categoriaal verschillend kunnen zijn
PSYCHOPATHOLOGIE EN PSYCHIATRIE DEEL II
Dit vak:
- Kinder- en jeugdpsychiatrische beelden vanuit ontwikkelingspsychopathologisch perspectief
- Met nadruk op
o Genetische en neurobiologische factoren
o Gen-omgevingssamenspel over de tijd
o Medisch-psychiatrische aspecten v behandeling
- Omdat: andere OPO’s inzoomen op niet-biologische risicofactoren, diagnostiek en
psychotherapeutische invalshoeken voor behandeling
GEDRAGSSTOORNISSEN
KORTE HERHALING FENOMENOLOGIE
2 vormen v agressie:
- Reactief
o Uiting v onmacht
o Reactie op bedreiging en verdedigen na aangevallen voelen
o Woede en controleverlies
o Onderliggend angstig
- Proactief
o Uiting v macht
o Wens tot dominantie/bedreiging v andere of toe-eigenen v bezittingen
o Meer berekend/in controle
o Weinig angst
o Nadenken over iets doen in de wereld waarvan je voelt en weet dat dat niet als correct
gezien wordt → weten dat iets niet mag
DSM-5 normoverschrijdende gedragsstoornis = conduct disorder (OOG)
- Agressief jegens mensen en/of dieren
o Genot gepaard met kunnen kwellen v iemand of iets anders
- Vernieling v eigendommen
o Opzettelijk
- Bedrog en/of diefstal
3
, - Weglopen en/of spijbelen
o Paar dagen weglopen v huis + vanalles uitspoken tijdens weg zijn
o Systematisch spijbelen + op dat moment bezig zijn met zaken die niet kunnen
DSM-5 oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (OOD)
- Boze/gespannen stemming
A. Heeft regelmatig driftbuien
B. Is vaak prikkelbaar, gespannen, lichtgeraakt of makkelijk geïrriteerd
C. Is vaak boos en wrokkig
- Argumentatief/opstandig gedrag
D. Heeft vaak ruzie met gezagsdragers
E. Weigert te voldoen aan verzoeken (opdrachten of regels) v gezagsdragers
F. Ergert anderen opzettelijk
G. Geeft anderen de schuld voor zijn/haar wangedrag en fouten
- Wraakzuchtig (komt minder voor dan andere)
H. Is ten minste 2x wraakzuchtig geweest
Ontwikkelingstypologieën
- Lang geldend als onderscheid
o Al v kleins af aan problemen: kleutertje doet
vanalles dat niet mag … → vaak degenen die
ook nog lang tot in volwassenheid gedrag gaan stellen (life course persistent)
• Dus niet slecht om voor die kleutertjes al behandelingen te gaan bedenken
o Komen later ook nog allemaal kinderen/jongeren bij, maar dan minder persistentie gezien
- Callous-unemotional traits
o Letterlijk: koud, ongevoelig in emoties
o Nederlandse DSM: met gebrek aan prosociale emoties → vertaald als minder dan anderen
o Beschrijving v kinderen die moeilijk bereikbaar zijn (veel kinderen weten dat ze iets fout
gedaan hebben en voelen zich dan schuldig): groep kinderen waar je merkt dat ze een
zekere ongevoeligheid hebben voor de dingen die ze doen
• Soms taboe om dit te zeggen, maar juist goed om te onderkennen om zo uit te vissen
wat er dan anders is bij hen en zo een weg naar een mogelijke oplossing
- Relatie tot:
o Cognitieve biases (Dodge)
o Onveilige hechting
o Mediatie emotieregulatieprobleem
o Gewetensontwikkeling (Kohlberg)
CONDUCT DISORDER (OOG/CD)
Omgevingsrisico’s 40-60%
- Veel risicofactoren waarvan we weten dat die geassocieerd zijn met een verhoogde kans op
gedragsproblemen bij kinderen
- Herkenbaar op versch tijdstippen en te maken met versch factoren
o Als voorspellende factoren gezien
- Factoren:
o Prenataal: roken, alcohol, drugs, stress, angst
o Perinataal: geboortecomplicaties, ondervoeding
o Gezinsdisfunctioneren: hardvochtige, coërcieve en inconsistente opvoeding, ouder-kind
conflicten, mishandeling
o Buurt: lage SES, armoede, foute vrienden, buurtdeliquentie
4
JONGEREN – (NEURO)BIOLOGIE
COLLEGE 1: INLEIDING EN BIOLOGISCHE ASPECTEN GEDRAGSSTOORNISSEN
Multifactoriële etiopathogenese
- Vaak een of andere genetische kwetsbaarheid aan
de basis → niet allemaal gelijk in mate waarin we,
als we geconfronteerd worden met bep
levensgebeurtenissen, bep problemen ontwikkelen
- Veel verschil in hoe mensen en hun lichaam
reageren op bedreigende stimuli
- Fysiologisch systeem kan ooit ergens in je leven
verstoord zijn door psychologisch systeem
o Ondertussen kunnen we zeggen dat vanaf bevruchting al een zekere
maatstaf bepaald is voor hoe snel je op stressfenomenen last of symptomen zal krijgen →
genetisch bepaald (bijna alles is erfelijk bepaald)
o Zelfs bv politiek stemgedrag is erfelijk bepaald → allerlei PH kenmerken… die maken dat je
gedachtegoed eerder een bep richting op gaat, dat je eerder empathisch bent …
- Versch manieren v zijn, gedrag dat we meten en bestuderen
o Lichaam zit nog tss dit en genetica
o DNA bepaald hoe cel reageert en zo ook hoe hersenen reageren
• Nieren ook invloed → adrenaline, cortisol
o Biologische systemen zitten vooral in de hersenen, maar dus ook in de stresssystemen die
mee bepalen hoe we reageren
ONTWIKKELING
Transactionaliteit: gen-omgevingssamenspel doorheen de tijd
- Vanaf moment dat je in baarmoeder zit, begint de omgeving een invloed uit te oefenen
We spreken v fysieke en functionele ontwikkeling
- Fysieke ontwikkeling
o Lichamelijke ontwikkeling: bewegingsstelsel, voortplantingssysteem
o Hersenontwikkeling
o Stressverwerkingssysteem
o Autonoom ZS
- Functionele ontwikkeling
o Motoriek
o Cognitie en communicatie
o Emotieregulatie
1
, o Sociale relatievorming
o Seksualiteit
o PH en identiteit
o Moraliteit
Andere mogelijkheden op andere leeftijden
Een deel vd ontwikkeling is standaard (99.8% is gelijk voor iedereen)
o We zien er allemaal uit als mensen
o Hoe een klein kind op versch leeftijden exact dezelfde dingen beginnen te kunnen + ook de
fouten die hier in zitten hebben vaak een standaard patroon
o Alsnog veel variatie mogelijk
o Bij volwassenen zijn deze biologische processen af en minder dynamisch <> bij K&J nog heel
dynamisch en flexibel, maar ook beperkingen in werken met kinderen: soms zaken vragen
waar ze ontwikkelingsmatig nog niet klaar voor zijn
KINDER- EN JEUGDPSYCHIATRISCHE BEELDEN
“Dis”functionele ontwikkeling: functionele ontwikkeling in disbalans met verwachtingen, waardoor
problemen optreden
- DSM-5
- Stoornis <> disorder
o Disorder: wanorde, het werkt niet zoals zou moeten op dit moment → minder stigma v
abnormaliteit
- Stigma wegkrijgen: over problematieken nadenken op een continuüm → ook voor meeste de
realiteit (niet zoiets als ADHD, maar onderliggend is ADHD het uiterste v meerdere continua: hoe
beweeglijk, hoe gericht aandacht sturen…) + niet zo dat als je vandaag aan uiterste zit, dat dit over
bv 3j nog zo is (ontwikkeling + copingmechanismen…)
- Dynamische wordt te weinig benadrukt
Multilevel – multifactorieel
o Genetische varienten
o Gen-omgevingsinteracties en -correlaties
o Neuro-anatomische, -fysiologische, - endocrinologische en -transmissie varianten
o Stressverwerkingsproblemen
o Biologische omgevingsimpact (voeding, verontreiniging, ACEs (Adverse Childhood
Experiences), stress (studie, familiaal…) en bedreiging…)
o Neg leereffecten (opvoedig, peers, sociale media…)
Over stoornissen/disfuncties
- Disorder (in medische terminologie) =
o A disturbance of normal functioning of the mind and body
o A set of problems, which result in causing significant difficulty, distress, impairment and/or
suffering in a persons daily life
o May be caused by genetic facors, disease of trauma
- Disorder ≠ disease
- Disease = a particular distinctive process in the body with a specific cause, symptoms and course
- Ziekte kan leiden tot stoornissen en stoornissen kunnen leiden tot ziekte, maar ze vallen niet samen
Kinder- en jeugdpsychiatrische beelden
- Kunnen categoriaal of uiterste ve continuüm
(dimensioneel) zijn
- Dimensionele distributie kan nog steeds een taxon
herbergen
2
,Grafiek:
- Hoe meeste gedragingen die tot problemen leiden zich in realiteit presenteren
- Halve curve: meestal naar problemen gevraagd, niet naar andere kant → beginnen v 0 (geen
problemen)
- Conceptueel: onderliggend groepje mensen dat anders in elkaar zit, dus categoriaal anders, en dat
zich toch verbergt onder deze dimensionale verschijningsvorm
→ toch wel 2 soorten mensen?
o Rood: iets niet in orde dat bij de anderen wel helemaal
in orde is → zie andere curve
• Bv gem gesproken veel moeilijker om aandacht
te richten (tss 3-4-5 problemen en 7-8-9
problemen)
• Fundamenteel anders dan groenen: hebben toch niet de afwijking
o Het is niet omdat het in realiteit er uit ziet als dimensioneel, dat de onderliggende groepen
categoriaal verschillend kunnen zijn
PSYCHOPATHOLOGIE EN PSYCHIATRIE DEEL II
Dit vak:
- Kinder- en jeugdpsychiatrische beelden vanuit ontwikkelingspsychopathologisch perspectief
- Met nadruk op
o Genetische en neurobiologische factoren
o Gen-omgevingssamenspel over de tijd
o Medisch-psychiatrische aspecten v behandeling
- Omdat: andere OPO’s inzoomen op niet-biologische risicofactoren, diagnostiek en
psychotherapeutische invalshoeken voor behandeling
GEDRAGSSTOORNISSEN
KORTE HERHALING FENOMENOLOGIE
2 vormen v agressie:
- Reactief
o Uiting v onmacht
o Reactie op bedreiging en verdedigen na aangevallen voelen
o Woede en controleverlies
o Onderliggend angstig
- Proactief
o Uiting v macht
o Wens tot dominantie/bedreiging v andere of toe-eigenen v bezittingen
o Meer berekend/in controle
o Weinig angst
o Nadenken over iets doen in de wereld waarvan je voelt en weet dat dat niet als correct
gezien wordt → weten dat iets niet mag
DSM-5 normoverschrijdende gedragsstoornis = conduct disorder (OOG)
- Agressief jegens mensen en/of dieren
o Genot gepaard met kunnen kwellen v iemand of iets anders
- Vernieling v eigendommen
o Opzettelijk
- Bedrog en/of diefstal
3
, - Weglopen en/of spijbelen
o Paar dagen weglopen v huis + vanalles uitspoken tijdens weg zijn
o Systematisch spijbelen + op dat moment bezig zijn met zaken die niet kunnen
DSM-5 oppositioneel-opstandige gedragsstoornis (OOD)
- Boze/gespannen stemming
A. Heeft regelmatig driftbuien
B. Is vaak prikkelbaar, gespannen, lichtgeraakt of makkelijk geïrriteerd
C. Is vaak boos en wrokkig
- Argumentatief/opstandig gedrag
D. Heeft vaak ruzie met gezagsdragers
E. Weigert te voldoen aan verzoeken (opdrachten of regels) v gezagsdragers
F. Ergert anderen opzettelijk
G. Geeft anderen de schuld voor zijn/haar wangedrag en fouten
- Wraakzuchtig (komt minder voor dan andere)
H. Is ten minste 2x wraakzuchtig geweest
Ontwikkelingstypologieën
- Lang geldend als onderscheid
o Al v kleins af aan problemen: kleutertje doet
vanalles dat niet mag … → vaak degenen die
ook nog lang tot in volwassenheid gedrag gaan stellen (life course persistent)
• Dus niet slecht om voor die kleutertjes al behandelingen te gaan bedenken
o Komen later ook nog allemaal kinderen/jongeren bij, maar dan minder persistentie gezien
- Callous-unemotional traits
o Letterlijk: koud, ongevoelig in emoties
o Nederlandse DSM: met gebrek aan prosociale emoties → vertaald als minder dan anderen
o Beschrijving v kinderen die moeilijk bereikbaar zijn (veel kinderen weten dat ze iets fout
gedaan hebben en voelen zich dan schuldig): groep kinderen waar je merkt dat ze een
zekere ongevoeligheid hebben voor de dingen die ze doen
• Soms taboe om dit te zeggen, maar juist goed om te onderkennen om zo uit te vissen
wat er dan anders is bij hen en zo een weg naar een mogelijke oplossing
- Relatie tot:
o Cognitieve biases (Dodge)
o Onveilige hechting
o Mediatie emotieregulatieprobleem
o Gewetensontwikkeling (Kohlberg)
CONDUCT DISORDER (OOG/CD)
Omgevingsrisico’s 40-60%
- Veel risicofactoren waarvan we weten dat die geassocieerd zijn met een verhoogde kans op
gedragsproblemen bij kinderen
- Herkenbaar op versch tijdstippen en te maken met versch factoren
o Als voorspellende factoren gezien
- Factoren:
o Prenataal: roken, alcohol, drugs, stress, angst
o Perinataal: geboortecomplicaties, ondervoeding
o Gezinsdisfunctioneren: hardvochtige, coërcieve en inconsistente opvoeding, ouder-kind
conflicten, mishandeling
o Buurt: lage SES, armoede, foute vrienden, buurtdeliquentie
4