CULTUUR: 600-1800
0. Inleiding
I. Inleiding
1) Europa
- Ontstaan van Europa
ontstaansmythe van Europa:
Fenicische1 prinses Europa meegepakt door Zeus als stier naar Kreta, krijgen kinderen begin
Minoïsche beschaving met koning Minos (kind Zeus en Europa)
Bakermat Europa als gebied
- Verhaal wordt verspreid doorheen Europa en overgenomen door o.a. de Romeinen die zichzelf
zagen als opvolgers van Griekse beschaving
- Wordt (ook nu nog) als inspiratie gebruikt voor verschillende kunstwerken (o.a. Rubens)
Toont aan hoe literaire tradities inspiratie vormen voor andere kunstmedia
- Europa als culturele identiteit: literatuur meer dan een tekst
2) Literatuur
Definitie
- Enge definitie
o Roman, poëzie, theater
o ‘Hoogstaande’ teksten
o Meest bekend wanneer we denken aan ‘Literatuur’
- Brede definitie: elke uiting van cultuur in:
o Orale vorm
o Geschreven vorm
• Religieuze teksten
• Geschiedschrijving
• Wijsgerige traktaten
• Redevoeringen & politieke teksten
• …
- Verhalen & helden
mensen proberen literatuur te beschrijven a.d.h.v. verhalen en helden
Verhaal: tocht van een personage die obstakels moet overwinnen om een doel te bereiken
o Sluit goed aan bij de mythologie (helden staan centraal: epiek)
o Tegenwoordig verhalen niet altijd volgens dat stramien: meer burgerlijk
Definitie verhaal sluit niet aan bij moderne definitie van literatuur
! Elke historische periode geeft eigen invulling aan wat gezien wordt als literatuur, nu bekijken we de
brede zin.
1
Nu Libanon
1
,Transmissie
- Orale transmissie
o Eerste vorm van literatuur MAAR nooit exacte transmissie
o Later neergeschreven ( transcripties)
- Geschreven transmissie
o Transscripties: veel variaties
o Enorm veel verloren gegaan ( materialiteit van het schrift)
- Ontstaan boek
o Egypte: papyrusrollen
• Plantaardig, fragiel: veel verloren gegaan door type materiaal
o Alexandrië (ca. 3e E AC2): inventarisering; cf. ‘Homerische kwestie
• Bibliotheek: vellen teksten werden bijgehouden en verzameld
• Homerische kwestie: geboorte van de kritische taal- en tekststudie (begonnen met de
teksten van Homeros: welke zijn echt van hem, welke niet?)
o Romeinse Rijk (ca. 1e E): perkament
• Dierenhuid, steviger dan papyrus dus betere overlevering MAAR duur teksten
doorgekrast om nieuwe te schrijven = palimpsest
o China (ca. 8e E): papier
• Door Arabieren overgenomen en verspreid
o 1455: Johannes Gutenberg: boekdrukkunst
• Veel sterkere verspreiding (om te beginnen de Bijbel) door boekdrukkunst
• Begin van een nieuw tijdperk
o Nu: digitalisering van literatuur
II. Fundamentele begrippen
1) Canon
Canon = maatstaf, selectie van teksten die exemplarisch en belangrijk zijn
- Religieuze context: authentiek vs. apocrief
o Authentiek: Bijbel
o Apocrief: teksten die circuleren waarvan auteurschap en authenticiteit minder duidelijk (of
vals) zijn
- Literaire invulling:
o Voorbeeldfunctie, navolgingswaard
o ‘erkend’ en gelezen
- Constructie:
o Selectie
o Wisselende esthetische (én politieke, religieuze, etc.) normen
• Vroeger latijn veel “populairder”
• Grieke verheelijking pas veel later
• Shakespeare nu zonder twijfel tot canon (hoogstaande literatuur), maar vroeger
moeilijk aansluiting tot Europese cultuur
2
Ante Christum: voor Christus
2
, 2) Imitatio en aemulatio
= imiteren en overtreffen/beter maken
Navolging van eerdere werken die men bewondert (imitatio) en deze proberen te overtreffen
(aemulatio)
Context
‘Imitatio’ komt van retoricascholen in de oudheid: instelling die men trainde om publiek te spreken
imiteren van de beste (spreek)modellen
Literaire context: aemulatio teksten overtreffen
vb. Aeneis van Vergilius is een imitatio (en aemulatio) van de Odysseia (en Illiad) van Homerus
Renaissance:
- Dante: imitatio en aemulatio van Vergilius
- Petrarca: imitatio en aemulatio van Cicero en Ovidius
- Internationale navolging Petrarkische thema’s
o vb. topos van koud en warm in Petrarca’s Sonnet 1323
overgenomen door Franse Pléiadedichters
Imitatio:
- zorgt voor continuïteit in literaire genres en vormen
o gedeelde traditie
o positieve lading: herkenning, meerwaarde
- sinds Romantiek
o negatieve lading
o evolutie concept van ‘auteur’ en ‘originaliteit’: schrijver komt op de voorgrond en wordt
benoemd als genie (origineel, schepper) cultus van de auteur
3) Mimesis
Mimesis4 = kunst als nabootsing van de werkelijkheid
- Plato, De Staat (4e E AC): kritische houding
o Imitatie vs. realiteit
o Zeker wantrouwen: afspiegeling, nooit het echte ding
- Aristoteles, Poetica (4e E AC): positieve houding
o Dichters moeten niet enkel spreken van dingen die echt gebeurd zijn (niet enkel baseren op
feiten) maar spreken van dingen die zouden kunnen gebeuren fictie
o Kunst laat zien wat mogelijk is, kan ons iets leren
o Effect (en ‘nut’) van tragedie: catharsis
= zuivering van de gevoelens van het publiek. Door situatie passief mee te maken kan de
mens zich inleven zonder gevaar en nadenken over wat hij/zij in de plaats van het
personage zou doen
Navolging:
3
Sonnet met liefdesthema’s a.d.h.v. tegenstellingen (vb. koud (rillen) in de zomer en warm (branden) in de
winter
4
adj: mimetisch
3
, - Platonische houding: achterdocht
Kritisch, niet laten meeslepen door fantasieën
o 17e E: religieuze veroordeling van theater als schijn, valse waarden en ideeën
o 18e E: kritiek t.o.v. roman: lezer is lui en laat zich door passie meevoeren
o 21e E: computer games, VR, AR
- Aristotelische houding: positief
o Coleridge: “willing suspension of disbelief for the moment, which constitutes poetic
faith”: zonder verbeelding, fantasie bestaat er geen kunst; empirische verwachtingen los
laten en willen geloven in de fantasie wereld
4) Genredriedeling
Plato, De Staat: invloedrijke classificatie
Argument: type werk (genre) afhankelijk van mate waarin de auteur zelf in het werk optreedt.
1. Lyriek: auteur spreekt rechtstreeks
Poëzie: spreekt over de gevoelens van de auteur
2. Epiek: afwisselend auteur die vertelt en helden die spreken
Verhaal (ook in dichtvorm!)
3. Drama5: personages spreken in directe reden zonder tussenkomst van auteur
Toneel
Lyriek
- Griekse oorsprong: lied begeleid op een lier
- lyrisch: zingend karakter
- Uitdrukking van het innerlijke, het subjectieve
- Thematiek gerelateerd aan specifieke gelegenheid
- Geschreven in vers
- Verschillende genres
o Elegie: lyrisch gedicht met trieste inhoud, klaagzang
o Ode: lyrisch gedicht met vrolijke inhoud, lofzang
o …
Dramatiek
- Aristoteles, Poetica
- Geschreven in vers: dramatische gedichten
- Beschrijving actie, opgevoerd voor publiek door acteurs
- Tragedie vs. komedie
o Tragedie: moreel beladen, pessimistisch
o Komedie: vrolijk, goed einde
o Vnl. tragedie overgeleverd en geïmiteerd meer intellectuele standing
Tragedie
Beschrijft de val van een hoogstaand personage: leren een les, raken alles kwijt ( plot)
5
Plato meest kritisch t.o.v. drama
4