KLINISCHE
ORTHOPEDAGOGIEK
(GES)
Athina Beschuyt
UGENT
,1
,LES 1: PIONIERS
VOORLOPERS
Every way of seeing is a way of not seeing.
Kaderen in context, tijd en samenleving.
à Gekozen om versch pioniers: want vaak werkt 1 periode/kader niet
bij het ondersteunen/helpen van kinderen met verschillende contexten.
Kaderen in context, tijd en samenleving binnen de theorie
o Oorlog/crisis → Geeft aanleiding tot de theorie
o Iedereen lijkt op een gegeven moment klaar te zijn voor iets wat
daarvoor taboe/ondenkbaar was.
De geschiedenis herhaalt zich.
Verschillende perspectieven en ideologieën telkens vanuit de idee:
o Beste manier om kinderen/jongeren te ondersteunen
o Verschillende perspectieven naast elkaar brengen: goed want is
complex, 1 theorie zou tekortschieten. Blik zo breed mogelijk maken
en met elkaar integreren.
AUGUST AICHHORN (1878-1949)
Achtergrond:
Oostenrijkse pedagoog en onderwijzer, tegen
tucht/autoriteit in onderwijsinstellingen
pionier van de psychoanalytische pedagogiek en van de
psychoanalyse van de adolescentie
o was enorm beïnvloedt door dit kader!
grondlegger van de residentiële therapeutische behandeling
van kinderen en adolescenten
leidt tijdens de Eerste Wereldoorlog een Weens Knabenhort,
waar verwaarloosde jongeren door de Weense overheid worden
opgevangen en (her)opgevoed
boek: Wayward youth/Verwaarloosde jeugd
Zijn ‘kenmerken’:
1. De groep als therapeutisch instrument
Kinderen uit negatieve milieus halen à in instellingen met veilig klimaat,
negatieve gevoelens tot uiting laten komen en begeleiden
Ging groepsbenadering voor het eerst toepassen
1. Belang van inzichten in de psychoanalyse (Freud) voor opvoeding
Was eerste die de psychoanalytische ideeën heeft toegepast binnen
groep/voorziening als instrument.
Brengt deze inzichten binnen in opvoeding en in zijn groepen
2. Analyse van het symptoom
Proberen kijken naar wat onder het gedrag schuilt (cognitie, emoties …)
2
, Waarom doet iemand zo?
o Niet enkel naar negatieve aspecten kijken, ook naar
het positieve
– kersen stelen; + voor mama à sterktegericht denken
3. Wederkerige beïnvloeding
Groepsindeling wordt bepaald door de dynamiek en de
integratiekracht van de groep.
Integratiekracht : groep versterkt elkaar
o Groepen werden niet ingedeeld op basis van bv gelijke
ontwikkeling emotionele ontwikkeling, maar juist mensen die
verschillen van ontwikkelingsniveau.
o Zo kunnen ze elkaar versterken (dit vraagt veel inzicht in
personen en hun onderlinge dynamiek)
Groep evolueert ook. Pedagoog moet die processen kunnen managen.
o Bv. in een klas zijn er veel interacties die je niet ziet à inzicht
krijgen in die interacties.
Voelde intuïtief aan dat leefklimaat heel belangrijk was
o + ruimte om in dialoog te gaan
o – groei belemmeren en conflicten
4. Vrije gemeenschap
Dagelijkse conflicten: opvoedkundig doel
o Als je iem vaak dwingt à conflicten (teveel regels botsen)
o Regels bespreekbaar maken en samenspraak met leerling.
o Conflict = leermoment, kans om het op een andere manier aan
te pakken en te heropvoeden (nieuwe gedragsrepertoires
aannemen)
1. à psychoanalytisch: in goede context heropvoeden
2. Conflict moet je ook niet stimuleren
3. LSCI = life space crisis intervention
6. Belang van de positieve geest vd opvoeder
Noemde hem ‘geboren opvoeder’ àwist heel goed hoe hij met
kinderen aan de slag moest.
Growth mindset, geloof in de leerlingen à zo kan je groep op
sleeptouw nemen.
Uitstralen op de aanwezigheid van de groep
7. Maaltijden als poort tot gemeenschap
Samen eten werkt enorm verbindend.
lege brooddozen
+ samen eten en koken à ingang om goed samen te
werken, bv. type 3: frietjesdag op school
ANTON SEMENOVIC MAKARENKO (1888 – 1939)
3
ORTHOPEDAGOGIEK
(GES)
Athina Beschuyt
UGENT
,1
,LES 1: PIONIERS
VOORLOPERS
Every way of seeing is a way of not seeing.
Kaderen in context, tijd en samenleving.
à Gekozen om versch pioniers: want vaak werkt 1 periode/kader niet
bij het ondersteunen/helpen van kinderen met verschillende contexten.
Kaderen in context, tijd en samenleving binnen de theorie
o Oorlog/crisis → Geeft aanleiding tot de theorie
o Iedereen lijkt op een gegeven moment klaar te zijn voor iets wat
daarvoor taboe/ondenkbaar was.
De geschiedenis herhaalt zich.
Verschillende perspectieven en ideologieën telkens vanuit de idee:
o Beste manier om kinderen/jongeren te ondersteunen
o Verschillende perspectieven naast elkaar brengen: goed want is
complex, 1 theorie zou tekortschieten. Blik zo breed mogelijk maken
en met elkaar integreren.
AUGUST AICHHORN (1878-1949)
Achtergrond:
Oostenrijkse pedagoog en onderwijzer, tegen
tucht/autoriteit in onderwijsinstellingen
pionier van de psychoanalytische pedagogiek en van de
psychoanalyse van de adolescentie
o was enorm beïnvloedt door dit kader!
grondlegger van de residentiële therapeutische behandeling
van kinderen en adolescenten
leidt tijdens de Eerste Wereldoorlog een Weens Knabenhort,
waar verwaarloosde jongeren door de Weense overheid worden
opgevangen en (her)opgevoed
boek: Wayward youth/Verwaarloosde jeugd
Zijn ‘kenmerken’:
1. De groep als therapeutisch instrument
Kinderen uit negatieve milieus halen à in instellingen met veilig klimaat,
negatieve gevoelens tot uiting laten komen en begeleiden
Ging groepsbenadering voor het eerst toepassen
1. Belang van inzichten in de psychoanalyse (Freud) voor opvoeding
Was eerste die de psychoanalytische ideeën heeft toegepast binnen
groep/voorziening als instrument.
Brengt deze inzichten binnen in opvoeding en in zijn groepen
2. Analyse van het symptoom
Proberen kijken naar wat onder het gedrag schuilt (cognitie, emoties …)
2
, Waarom doet iemand zo?
o Niet enkel naar negatieve aspecten kijken, ook naar
het positieve
– kersen stelen; + voor mama à sterktegericht denken
3. Wederkerige beïnvloeding
Groepsindeling wordt bepaald door de dynamiek en de
integratiekracht van de groep.
Integratiekracht : groep versterkt elkaar
o Groepen werden niet ingedeeld op basis van bv gelijke
ontwikkeling emotionele ontwikkeling, maar juist mensen die
verschillen van ontwikkelingsniveau.
o Zo kunnen ze elkaar versterken (dit vraagt veel inzicht in
personen en hun onderlinge dynamiek)
Groep evolueert ook. Pedagoog moet die processen kunnen managen.
o Bv. in een klas zijn er veel interacties die je niet ziet à inzicht
krijgen in die interacties.
Voelde intuïtief aan dat leefklimaat heel belangrijk was
o + ruimte om in dialoog te gaan
o – groei belemmeren en conflicten
4. Vrije gemeenschap
Dagelijkse conflicten: opvoedkundig doel
o Als je iem vaak dwingt à conflicten (teveel regels botsen)
o Regels bespreekbaar maken en samenspraak met leerling.
o Conflict = leermoment, kans om het op een andere manier aan
te pakken en te heropvoeden (nieuwe gedragsrepertoires
aannemen)
1. à psychoanalytisch: in goede context heropvoeden
2. Conflict moet je ook niet stimuleren
3. LSCI = life space crisis intervention
6. Belang van de positieve geest vd opvoeder
Noemde hem ‘geboren opvoeder’ àwist heel goed hoe hij met
kinderen aan de slag moest.
Growth mindset, geloof in de leerlingen à zo kan je groep op
sleeptouw nemen.
Uitstralen op de aanwezigheid van de groep
7. Maaltijden als poort tot gemeenschap
Samen eten werkt enorm verbindend.
lege brooddozen
+ samen eten en koken à ingang om goed samen te
werken, bv. type 3: frietjesdag op school
ANTON SEMENOVIC MAKARENKO (1888 – 1939)
3