ETHIEK EN DEONTOLOGIE
Athina Beschuyt
UGENT 2025-2026
,Ethiek en deontologie van het pedagogisch
handelen
Les 1: Inleidende les
1. De basisbeginselen
1.1 Ethiek
1.1.1 Moraal ≠ ethiek
Ethiek is verantwoordelijkheid opnemen, bereid zijn het eigenbelang, de eigen positie ene aannames te
overstijgen (verwisselbaarheidsprincipe) en organisatorisch en maatschappelijke normen ter discussie te
stellen
Ethiek
De theorie van de moraal; de wetenschappelijke discipline die zich buigt over morale vraagstukken
(wat is goed of fout handelen) bv euthanasie, abortus→Allerlei ethische kwesties.
De wetenschappelijke discipline die moraal bestudeert
Moraal
Morele vragen over goed en kwaad, hoe we moeten leven, ons gedragen, wat is waardevol?
Wat is verschil met ethiek
o Ethiek is meer wetenschappelijk
o Moraal gaat meer over alledaagse dingen zoals studiekeuze, aankopen.
In persoonlijk leven + beroep
o Bv studiekeuze, aankopen, …
Gaat over waarden en normen: deze beïnvloeden ons denken
Niet neutraal (want ons denken wordt snel beïnvloedt door w & n)
Relatief en veranderlijk (zijn niet vast en universeel) →verschilt van tijd, cultuur bv
Binnen moraal & Ethiek is ‘inwisselbaarheidsperspectief’ erg belangrijk
Waarden
Wat mensen waardevol vinden, waarnaar ze streven.
Wat mensen waardevol vinden, waarnaar ze streven
Levensvisie, idealen over hoe het leven moet zijn
o Bv waarden Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, solidariteit, betrouwbaarheid
Abstract (zijn erg breed, geven je geen specifieke richting) + nooit absoluut (veel
interpretatieverschillen mogelijk)
Op verschillende niveaus
o Micro (individu) – meso (organisatie) – macro (samenleving)
o Wanneer interveniëren in conflictsituaties, wanneer behandeling terugbetalen?
Bv: rokers verplicht verbinden aan test van longkanker
Bv: wanneer gaat vrijheid zo ver dat we moeten tussenkomen
Mensen verplichten om zo iets te doen, schaadt hun vrijheid!
,1.1.2 Normen – er zijn 3 soorten
Normen
Handelingsvoorschriften, concreet, soort regeltjes die je laten je zien hoe je moet handelen
Dezelfde waarden kan zich vertalen in verschillende normen
o Bv solidariteit (waarde) en norm hiervoor dagelijks bezoek bij ouders, of zorgen voor
deskundige hulp.
Bij conflicten over normen: achterliggende waarden zoeken
o Bv te laat komen op school →kijken naar waarom dit zo is, wat achterliggende waarde is.
o Juist vs goed: Het is juist dat ze zegt dat ze te laat is, maar als je niet weet waarom ze te
laat is (achterliggende reden) doe je niet per se het goede!
Normen evolueren doorheen de tijd + cultureel bepaald
o Iedereen zal het anders doen/gedaan hebben.
o Bv zorg ouders kan je doen door bv te betalen voor rusthuis of elke week langs te gaan
(dit verschilt wat je doet per persoon)
Er zijn verschillende soorten normen:
Morele normen
Maatschappelijk bewustzijn
Niet bindend
Speelt in verschillende groepen maar niet iedereen hecht er belang aan
Weten wat goed/slecht is
Gaat over keuzes
Bv: geen vlees eten
Fatsoennormen
Ongeschreven regels
Gebruik van de ene generatie op de ander
Er wordt verwacht dat je jouw ernaar gedraagt
Bv: kledij, sms tijdens les, op tijd komen
Juridische normen
Vastgelegd in wet
Soms moreel juist, maar onwettelijk of soms wettelijk, maar moreel juist
Overtreden van deze normen moet je verantwoording afleggen
Afdwingbaar (gevolgen, sancties)
Bv: inzage- of hoorrecht
→kinderen hebben het recht om gehoord te worden tijdens een echtscheiding
Bv: winteropvang van uitgeprocedeerde asielzoekers; kraakpanden
→ strafbaar in te trekken in huizen die niet bewoond zijn
Bv: kraakpanden (het mag wettelijk niet, maar in principe slapen ze dan wel niet op straat)
Dezelfde waarde kan zich vertalen in verschillende normen
Bv naastenliefde/solidariteit: ‘dagelijks op bezoek’ of ‘zorgen voor deskundige hulp’
Bij conflicten over normen:
Achterliggende waarden onderzoeken
Bv te laat komen op school/ in de leefgroep.
→Normen evolueren doorheen de tijd + cultureel bepaald
, Waarde ≠ norm
“je laat niemand in de steek, ook geen illegaal”
Solidariteit = achterliggende waarde
1.1.3 Deugd
Deugd
Goede persoonseigenschap (eerder dan eenmalige keuze) die bepaalt hoe iemand zal handelen (respectvol, …)
Een waarde die iemand verpersoonlijkt heeft bv iemand is moedig, dat is iemand die in veel situaties zo is.
Houden verband met waarden, maar zijn gekoppeld aan een persoon
een waarde dat tot een persoonseigenschap is gemaakt
o Verinnerlijkte waarden
o Bv: moed, respect
1.1.4 Ethiek – er zijn 4 soorten
Ethiek
Wetenschap die zich buigt over morele vragen
Er zijn verschillende vormen van ethiek (4)
Descriptieve ethiek
o Feitelijke moraal in een samenleving
o Beschrijven hoe mensen zich gedragen in morele kwesties en hoe deze moeten worden
aangepakt.
o Argumenten
Bv: Euthanasie, doodstraf
Normatieve ethiek:
o Vertrekt vanuit wetenschap en welk standpunt de maatschappij hierin moet innemen.
o Reflectie over juistheid van morele opvattingen (waarden)
o Vertrekpunt: ‘wat is de beste manier om te handelen?”
o Hoe moreel juist handelen
cf. ethische theorieën.
Prescriptieve ethiek:
o Beschrijft hoe je in bepaalde situaties moet handelen (gedragscodes)
o Regels hoe je je dient te gedragen in bepaalde groepen
o Ideaaltypische beschrijving
o Voorschrijven van morele regels - deontologie
o Bv: voor een bepaalde (beroeps)groep (beroepsethiek)
Meta-ethiek:
o Vragen over ethiek als wetenschap
o Reflecteren over ethiek. Morele vraagstukken die in veel situaties toepasbaar zijn.
o Morele vragen van hoog abstractieniveau
o Bv: bestaat universele ethiek, is moraal cultureel bepaald, zijn mensen vrij…?
1.2 Deontologie
1.2.1 Wat is deontologie?
Athina Beschuyt
UGENT 2025-2026
,Ethiek en deontologie van het pedagogisch
handelen
Les 1: Inleidende les
1. De basisbeginselen
1.1 Ethiek
1.1.1 Moraal ≠ ethiek
Ethiek is verantwoordelijkheid opnemen, bereid zijn het eigenbelang, de eigen positie ene aannames te
overstijgen (verwisselbaarheidsprincipe) en organisatorisch en maatschappelijke normen ter discussie te
stellen
Ethiek
De theorie van de moraal; de wetenschappelijke discipline die zich buigt over morale vraagstukken
(wat is goed of fout handelen) bv euthanasie, abortus→Allerlei ethische kwesties.
De wetenschappelijke discipline die moraal bestudeert
Moraal
Morele vragen over goed en kwaad, hoe we moeten leven, ons gedragen, wat is waardevol?
Wat is verschil met ethiek
o Ethiek is meer wetenschappelijk
o Moraal gaat meer over alledaagse dingen zoals studiekeuze, aankopen.
In persoonlijk leven + beroep
o Bv studiekeuze, aankopen, …
Gaat over waarden en normen: deze beïnvloeden ons denken
Niet neutraal (want ons denken wordt snel beïnvloedt door w & n)
Relatief en veranderlijk (zijn niet vast en universeel) →verschilt van tijd, cultuur bv
Binnen moraal & Ethiek is ‘inwisselbaarheidsperspectief’ erg belangrijk
Waarden
Wat mensen waardevol vinden, waarnaar ze streven.
Wat mensen waardevol vinden, waarnaar ze streven
Levensvisie, idealen over hoe het leven moet zijn
o Bv waarden Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, solidariteit, betrouwbaarheid
Abstract (zijn erg breed, geven je geen specifieke richting) + nooit absoluut (veel
interpretatieverschillen mogelijk)
Op verschillende niveaus
o Micro (individu) – meso (organisatie) – macro (samenleving)
o Wanneer interveniëren in conflictsituaties, wanneer behandeling terugbetalen?
Bv: rokers verplicht verbinden aan test van longkanker
Bv: wanneer gaat vrijheid zo ver dat we moeten tussenkomen
Mensen verplichten om zo iets te doen, schaadt hun vrijheid!
,1.1.2 Normen – er zijn 3 soorten
Normen
Handelingsvoorschriften, concreet, soort regeltjes die je laten je zien hoe je moet handelen
Dezelfde waarden kan zich vertalen in verschillende normen
o Bv solidariteit (waarde) en norm hiervoor dagelijks bezoek bij ouders, of zorgen voor
deskundige hulp.
Bij conflicten over normen: achterliggende waarden zoeken
o Bv te laat komen op school →kijken naar waarom dit zo is, wat achterliggende waarde is.
o Juist vs goed: Het is juist dat ze zegt dat ze te laat is, maar als je niet weet waarom ze te
laat is (achterliggende reden) doe je niet per se het goede!
Normen evolueren doorheen de tijd + cultureel bepaald
o Iedereen zal het anders doen/gedaan hebben.
o Bv zorg ouders kan je doen door bv te betalen voor rusthuis of elke week langs te gaan
(dit verschilt wat je doet per persoon)
Er zijn verschillende soorten normen:
Morele normen
Maatschappelijk bewustzijn
Niet bindend
Speelt in verschillende groepen maar niet iedereen hecht er belang aan
Weten wat goed/slecht is
Gaat over keuzes
Bv: geen vlees eten
Fatsoennormen
Ongeschreven regels
Gebruik van de ene generatie op de ander
Er wordt verwacht dat je jouw ernaar gedraagt
Bv: kledij, sms tijdens les, op tijd komen
Juridische normen
Vastgelegd in wet
Soms moreel juist, maar onwettelijk of soms wettelijk, maar moreel juist
Overtreden van deze normen moet je verantwoording afleggen
Afdwingbaar (gevolgen, sancties)
Bv: inzage- of hoorrecht
→kinderen hebben het recht om gehoord te worden tijdens een echtscheiding
Bv: winteropvang van uitgeprocedeerde asielzoekers; kraakpanden
→ strafbaar in te trekken in huizen die niet bewoond zijn
Bv: kraakpanden (het mag wettelijk niet, maar in principe slapen ze dan wel niet op straat)
Dezelfde waarde kan zich vertalen in verschillende normen
Bv naastenliefde/solidariteit: ‘dagelijks op bezoek’ of ‘zorgen voor deskundige hulp’
Bij conflicten over normen:
Achterliggende waarden onderzoeken
Bv te laat komen op school/ in de leefgroep.
→Normen evolueren doorheen de tijd + cultureel bepaald
, Waarde ≠ norm
“je laat niemand in de steek, ook geen illegaal”
Solidariteit = achterliggende waarde
1.1.3 Deugd
Deugd
Goede persoonseigenschap (eerder dan eenmalige keuze) die bepaalt hoe iemand zal handelen (respectvol, …)
Een waarde die iemand verpersoonlijkt heeft bv iemand is moedig, dat is iemand die in veel situaties zo is.
Houden verband met waarden, maar zijn gekoppeld aan een persoon
een waarde dat tot een persoonseigenschap is gemaakt
o Verinnerlijkte waarden
o Bv: moed, respect
1.1.4 Ethiek – er zijn 4 soorten
Ethiek
Wetenschap die zich buigt over morele vragen
Er zijn verschillende vormen van ethiek (4)
Descriptieve ethiek
o Feitelijke moraal in een samenleving
o Beschrijven hoe mensen zich gedragen in morele kwesties en hoe deze moeten worden
aangepakt.
o Argumenten
Bv: Euthanasie, doodstraf
Normatieve ethiek:
o Vertrekt vanuit wetenschap en welk standpunt de maatschappij hierin moet innemen.
o Reflectie over juistheid van morele opvattingen (waarden)
o Vertrekpunt: ‘wat is de beste manier om te handelen?”
o Hoe moreel juist handelen
cf. ethische theorieën.
Prescriptieve ethiek:
o Beschrijft hoe je in bepaalde situaties moet handelen (gedragscodes)
o Regels hoe je je dient te gedragen in bepaalde groepen
o Ideaaltypische beschrijving
o Voorschrijven van morele regels - deontologie
o Bv: voor een bepaalde (beroeps)groep (beroepsethiek)
Meta-ethiek:
o Vragen over ethiek als wetenschap
o Reflecteren over ethiek. Morele vraagstukken die in veel situaties toepasbaar zijn.
o Morele vragen van hoog abstractieniveau
o Bv: bestaat universele ethiek, is moraal cultureel bepaald, zijn mensen vrij…?
1.2 Deontologie
1.2.1 Wat is deontologie?