Vaste activa: Bewijzen gedurende langere tijd hun diensten aan een onderneming
(langer dan een jaar)
Vlottende activa: ontstaat en geniet binnen een jaar, zo ook de post debiteuren.
Eigen vermogen: Bestaat uit eigen geïnvesteerd bedrag, aandelen, reserves
(risicodragend vermogen)
Vreemd vermogen: is tijdelijk vermogen, in die zijn dat er van tevoren afspraken zijn
gemaakt over de terugbetaling. (risicomijdend vermogen)
Het eigen vermogen = verschil waarde activa en de waarde schuld
De winst kan bepaald worden door na te gaan wat de toename van het eigen
vermogen over een periode is geweest. Bijv. verschil van januari 2019 en januari
2020.
De resultatenrekening (opbrengsten en de kosten)
Opbrengsten in een periode hoeven niet samen te vallen met ontvangsten
Opbrengst wordt genomen in de periode waarin de onderneming prestaties ten
behoeve van de klanten heeft verricht, ongeacht of deze prestaties ook al tot betaling
in de betreffende periode hebben geleid
De kosten in een periode zijn eveneens niet automatisch gelijk de uitgaven in die
periode
Bijv. de afschrijvingen, de uitgave voor een productiemiddel vindt plaats op het
moment van aanschaf, de kosten worden geboekt in de jaren dat het productiemiddel
wordt gebruikt, en daardoor aan waarde verliest.
Ontvangsten en uitgaven vinden op een bepaald tijdstip plaats en geven altijd
aanleiding tot verandering van de liquide middelen
Resultatenrekening/winst-verliesrekening
Overzicht van alle kosten en opbrengsten van een bepaalde periode die leiden tot
verandering van het Eigen Vermogen
Afschrijvingen
Lineaire afschrijving: wordt elk jaar hetzelfde bedrag afgeschreven
Aanschafprijs – Restwaarde : aantal jaren = afschrijvingsbedrag per jaar
360. = 72.000
Sum-of-the-year-digitsmethode: Bij deze methode krijgt lk jaar een wegingsfactor. De
levensduur van de verpakkingsmachine is 5 jaar. Jaar 1 krijgt nu wegingsfactor 5 en
de volgende jaren een wegingsfactor die steeds 1 lager is. De jaarlijkse
afschrijvingen worden als volgt bepaald:
, Aanschafprijs = 400.000 restwaarde = 40.000
Jaar Wegingsfactor Jaarlijkse afschrijving
1 5 5/15 x € 360.000 = €120.000
2 4 4/15 x € 360.000 = € 96.000
3 3 3/15 x € 360.000 = € 72.000
4 2 2/15 x € 360.000 = € 48.000
5 1 1/15 x € 360.000 = € 24.000
Boekwaardemethode
Bij de lineaire afschrijving wordt 72.000 per jaar afgeschreven. Als percentage van
de aanschafprijs is dit 72..000 x 100 = 18%
We gebruiken nu als jaarlijks percentage van de boekwaarde 2 x18% = 36%
Aanschafprijs € 400.000
Jaar 1 Afschrijving 36% van 400.000 = € 144.000
Boekwaarde eind jaar 1 € 256.000
Jaar 2 Afschrijving 36% van 400.000 = € 92.160
Boekwaarde eind jaar 2 € 163.840
Jaar 3 Afschrijving 36% van 400.000 = € 58.983
Boekwaarde eind jaar 3 € 104.857
Jaar 4 Afschrijving 36% van 400.000 = € 37.749
Boekwaarde eind jaar 4 € 67.108
Jaar 5 Afschrijving 36% van 400.000 = € 24.159
Boekwaarde eind jaar 5 € 42.949
Bij de boekwaardemethode zoals die hier beschreven is, komt men niet precies uit
op een van te voren aangenomen restwaarde.
Afschrijving op basis van gebruik
Als deze methode gebruikt wordt, liggen de jaarlijkse afschrijvinge niet van tevoren
vast; ze zijn afhaneklijk van de bezetting van de machine in de vijf gebruikersjaren.
Stel dat de machine het volgende jaarlijkse aantal verpakkingen oplevert, dan zijn de
daarbij behorende jaarlijkse afschrijvingen:
Jaar Aantal Jaarlijkse afschrijvingen
geproduceerde
verpakkingen
1 300.000 300..600.000 x €360.000 = €67.500
2 440.000 440..600.000 x €360.000 = €99.000
3 320.000 320..600.000 x €360.000 = €72.000
4 300.000 300..600.000 x €360.000 = €67.500
5 240.000 240..600.000 x €360.000 = €54.000
1.600.000 €360.000