Inhoud
Bestuursrecht............................................................................................2
Week 1 introductie.......................................................................................2
Week 2 De Awb............................................................................................3
Week 3 de Nederlandse bestuursorganisatie...............................................4
Week 4 grondslagen uitoefening bestuursbevoegdheid..............................7
Week 5 en 6 het verrichten van bestuurshandelingen...............................10
Week 7 normen voor bestuurlijk handelen.................................................12
Week 8 rechtsbescherming tegen de overheid..........................................17
Week 9 rechtsbescherming tegen de overheid 2.......................................21
Week 11 Grondrechten..............................................................................28
Staatsrecht..............................................................................................30
Week 1 object en rechtsbronnen................................................................30
Week 2 constitutionele uitgangspunten.....................................................32
Week 3 De regering (I): de Koning / regering / ministers...........................33
Week 4 De regering (II)..............................................................................36
Week 5 De Staten-Generaal.......................................................................37
Week 6 Verhouding regering – Staten-Generaal........................................38
Week 7 Wetgeving.....................................................................................41
Week 8 Bestuur..........................................................................................43
Week 9 Rechterlijke Organisatie en rechtspraak........................................45
Week 10 Grondrechten..............................................................................47
Week 11 De staatsvorm van het Koninkrijk................................................48
Week 12 Decentralisatie............................................................................51
Responsiecollege........................................................................................52
,Bestuursrecht
Week 1 introductie
Verwezenlijken 4 elementen in ons staatsverband:
1. Legaliteitsbeginsel
2. Machtenscheiding
3. Grondrechten
4. Onafhankelijke rechtspraak
Welke instrumenten bezit overheid? Instrumentele functie
Welke regels/normen gelden voor de overheid? Waarborg functie, regels
aan gebruik van instrumenten en beschermt de burgers tegen de overheid
Privaatrecht vs bestuursrecht
Relaties burgers onderling/relatie burger-overheid
Gelijkwaardige partijen/ongelijkwaardige partijen
Behartiging individueel belang/behartiging algemeen belang
4 kenmerken publiekrecht
Als een overheidsorgaan een publiekrechtelijke bevoegdheid
uitoefent, kan dat orgaan eenzijdig rechten en plichten van burgers
veranderen.
Publiekrechtelijke bevoegdheden worden toegekend en afgebakend
in de wet.
Publiekrechtelijke bevoegdheden komen alleen aan
overheidsorganen toe en niet aan burgers.
Publiekrechtelijke bevoegdheden worden uitgeoefend ter behartiging
van het algemeen belang
College van b&w wordt gecontroleerd door de gemeenteraad.
Privatisering is het proces waarbij overheidseigendom, -diensten of -taken
worden overgedragen aan private, particuliere bedrijven.
Specialiteitsbeginsel overheid mag de bevoegdheid alleen gebruiken
voor het doel waar deze voor bestemd is 3:4 Awb.
,Art 3:3 Awb, verboden om de bevoegdheid te gebruiken voor een ander
doel.
Week 2 De Awb
Doelstellingen van de Awb:
bevorderen van eenheid
bijv. uniformering van termijnen
Systematiseren en vereenvoudigen
bijv. samenbrengen en uniformeren van handhavingsinstrumenten
Codificeren van jurisprudentie en ongeschreven recht
bijv. vastleggen van abbb’s zoals zorgvuldigheidsbeginsel
Treffen van bijzondere voorzieningen
bijv. doorzendplicht
Wetgevingstechniek in Awb:
• dwingend recht
afwijking niet toegestaan (bijv. art. 6:7 Awb)
• regelend recht
hoofdregel Awb maar afwijking toegestaan (bijv. art. 4:1 Awb)
• aanvullend recht
primaat bij bijzondere wet, anders regeling Awb (bijv. 4:13 Awb)
• facultatief recht
regeling op afroep beschikbaar (bijv. 3:10 Awb)
Drie bouwstenen voor het bestuursrecht kenmerkende rechtsverhouding:
o Een bestuursorgaan
o Een bestuursbevoegdheid ‘bevoegdheidsuitoefening besluit
o Eén of meer belanghebbenden
Vaak zijn bestuursorganen ‘verenigd’ in een groter verband, dit kan een
openbaar lichaam zijn. Bijvoorbeeld gemeente of provincie. Ook andere
zogenoemde lichamen van de overheid kunnen bij of krachtens de wet
over rechtspersoonlijkheid beschikken.
Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan,
inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling 1:3 Awb.
Materiële bepalingen normen die op inhoud zien
Formele bepalingen normen die op procedures zien
, Week 3 de Nederlandse bestuursorganisatie
Centrale rol van belanghebbende
Alleen een belanghebbende kan bezwaar maken (art. 7:1 Awb) en beroep
instellen bij de bestuursrechter (art. 8:1 Awb).
Belang speelt in twee fasen:
materieel
belanghebbende heeft recht om gehoord te worden (4:8 Awb),
recht op bekendmaking (3:41) en heeft machtig instrument:
het recht van aanvraag (1:3, lid 3)
formeel
in principe toegang tot de rechter (8:1 Awb)
geen belang, geen rechtsvordering: procesbelang!
OPERA-criteria
- objectief bepaalbaar (eenieder zal logisch vinden =/ subjectief)
- persoonlijk belang in beweging: gevolgen van enige betekenis ABRvS
23/08/2017 Mestbassin Mechelen (ik ben niet een ander, ik onderscheid
me)
- eigen belang (je kan alleen voor jezelf opkomen)
- rechtstreeks betrokken geen afgeleid belang (niet via een omweg)
- actueel (het moet hier en nu spelen)
Art. 1:2, derde lid, Awb
Rechtspersoon als belanghebbende
algemene of collectieve belangen (persoonlijk belang)
- krachtens hun doelstellingen
- en feitelijke werkzaamheden
Algemene belangen ideëel belang
- persoonlijk belang ahv statutaire doelstelling (voldoende concreet)
- en feitelijke werkzaamheden (niet alleen proceshandelingen)
Collectieve belangen bundeling van belangen
- persoonlijk belang ahv statutaire doelstelling (voldoende concreet)
- en feitelijke werkzaamheden (ook alleen proceshandelingen)
Bestuursrecht............................................................................................2
Week 1 introductie.......................................................................................2
Week 2 De Awb............................................................................................3
Week 3 de Nederlandse bestuursorganisatie...............................................4
Week 4 grondslagen uitoefening bestuursbevoegdheid..............................7
Week 5 en 6 het verrichten van bestuurshandelingen...............................10
Week 7 normen voor bestuurlijk handelen.................................................12
Week 8 rechtsbescherming tegen de overheid..........................................17
Week 9 rechtsbescherming tegen de overheid 2.......................................21
Week 11 Grondrechten..............................................................................28
Staatsrecht..............................................................................................30
Week 1 object en rechtsbronnen................................................................30
Week 2 constitutionele uitgangspunten.....................................................32
Week 3 De regering (I): de Koning / regering / ministers...........................33
Week 4 De regering (II)..............................................................................36
Week 5 De Staten-Generaal.......................................................................37
Week 6 Verhouding regering – Staten-Generaal........................................38
Week 7 Wetgeving.....................................................................................41
Week 8 Bestuur..........................................................................................43
Week 9 Rechterlijke Organisatie en rechtspraak........................................45
Week 10 Grondrechten..............................................................................47
Week 11 De staatsvorm van het Koninkrijk................................................48
Week 12 Decentralisatie............................................................................51
Responsiecollege........................................................................................52
,Bestuursrecht
Week 1 introductie
Verwezenlijken 4 elementen in ons staatsverband:
1. Legaliteitsbeginsel
2. Machtenscheiding
3. Grondrechten
4. Onafhankelijke rechtspraak
Welke instrumenten bezit overheid? Instrumentele functie
Welke regels/normen gelden voor de overheid? Waarborg functie, regels
aan gebruik van instrumenten en beschermt de burgers tegen de overheid
Privaatrecht vs bestuursrecht
Relaties burgers onderling/relatie burger-overheid
Gelijkwaardige partijen/ongelijkwaardige partijen
Behartiging individueel belang/behartiging algemeen belang
4 kenmerken publiekrecht
Als een overheidsorgaan een publiekrechtelijke bevoegdheid
uitoefent, kan dat orgaan eenzijdig rechten en plichten van burgers
veranderen.
Publiekrechtelijke bevoegdheden worden toegekend en afgebakend
in de wet.
Publiekrechtelijke bevoegdheden komen alleen aan
overheidsorganen toe en niet aan burgers.
Publiekrechtelijke bevoegdheden worden uitgeoefend ter behartiging
van het algemeen belang
College van b&w wordt gecontroleerd door de gemeenteraad.
Privatisering is het proces waarbij overheidseigendom, -diensten of -taken
worden overgedragen aan private, particuliere bedrijven.
Specialiteitsbeginsel overheid mag de bevoegdheid alleen gebruiken
voor het doel waar deze voor bestemd is 3:4 Awb.
,Art 3:3 Awb, verboden om de bevoegdheid te gebruiken voor een ander
doel.
Week 2 De Awb
Doelstellingen van de Awb:
bevorderen van eenheid
bijv. uniformering van termijnen
Systematiseren en vereenvoudigen
bijv. samenbrengen en uniformeren van handhavingsinstrumenten
Codificeren van jurisprudentie en ongeschreven recht
bijv. vastleggen van abbb’s zoals zorgvuldigheidsbeginsel
Treffen van bijzondere voorzieningen
bijv. doorzendplicht
Wetgevingstechniek in Awb:
• dwingend recht
afwijking niet toegestaan (bijv. art. 6:7 Awb)
• regelend recht
hoofdregel Awb maar afwijking toegestaan (bijv. art. 4:1 Awb)
• aanvullend recht
primaat bij bijzondere wet, anders regeling Awb (bijv. 4:13 Awb)
• facultatief recht
regeling op afroep beschikbaar (bijv. 3:10 Awb)
Drie bouwstenen voor het bestuursrecht kenmerkende rechtsverhouding:
o Een bestuursorgaan
o Een bestuursbevoegdheid ‘bevoegdheidsuitoefening besluit
o Eén of meer belanghebbenden
Vaak zijn bestuursorganen ‘verenigd’ in een groter verband, dit kan een
openbaar lichaam zijn. Bijvoorbeeld gemeente of provincie. Ook andere
zogenoemde lichamen van de overheid kunnen bij of krachtens de wet
over rechtspersoonlijkheid beschikken.
Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan,
inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling 1:3 Awb.
Materiële bepalingen normen die op inhoud zien
Formele bepalingen normen die op procedures zien
, Week 3 de Nederlandse bestuursorganisatie
Centrale rol van belanghebbende
Alleen een belanghebbende kan bezwaar maken (art. 7:1 Awb) en beroep
instellen bij de bestuursrechter (art. 8:1 Awb).
Belang speelt in twee fasen:
materieel
belanghebbende heeft recht om gehoord te worden (4:8 Awb),
recht op bekendmaking (3:41) en heeft machtig instrument:
het recht van aanvraag (1:3, lid 3)
formeel
in principe toegang tot de rechter (8:1 Awb)
geen belang, geen rechtsvordering: procesbelang!
OPERA-criteria
- objectief bepaalbaar (eenieder zal logisch vinden =/ subjectief)
- persoonlijk belang in beweging: gevolgen van enige betekenis ABRvS
23/08/2017 Mestbassin Mechelen (ik ben niet een ander, ik onderscheid
me)
- eigen belang (je kan alleen voor jezelf opkomen)
- rechtstreeks betrokken geen afgeleid belang (niet via een omweg)
- actueel (het moet hier en nu spelen)
Art. 1:2, derde lid, Awb
Rechtspersoon als belanghebbende
algemene of collectieve belangen (persoonlijk belang)
- krachtens hun doelstellingen
- en feitelijke werkzaamheden
Algemene belangen ideëel belang
- persoonlijk belang ahv statutaire doelstelling (voldoende concreet)
- en feitelijke werkzaamheden (niet alleen proceshandelingen)
Collectieve belangen bundeling van belangen
- persoonlijk belang ahv statutaire doelstelling (voldoende concreet)
- en feitelijke werkzaamheden (ook alleen proceshandelingen)