Samenvatting Hoorcolleges HOIV: bronnen
,Hoorcollege 1 – Historisch IV: Bronnen
Bronkritiek
Bronkritiek draait om het analyseren en beoordelen van bronnen. Het is essentieel om te
weten hoe een bron gebruikt kan worden en wat de beperkingen of mogelijkheden zijn voor
historisch onderzoek.
Wat is een bron?
Bronnen zijn voorwerpen of getuigenissen uit of over het verleden waarop historici steunen
om een beeld van de geschiedenis te scheppen.
Geschiedschrijvers vermelden altijd duidelijk welke bronnen ze gebruiken.
Primaire bronnen: directe toegang tot de historische context (zoals
ooggetuigenverslagen, originele documenten).
Secundaire literatuur: indirecte toegang tot het verleden, vaak in de vorm van
wetenschappelijke artikelen, monografieën en bundels die de primaire bronnen
interpreteren.
Voorbeeld: Bij de moord op Willem van Oranje zijn ooggetuigenverslagen, kogelgaten en het
pistool primaire bronnen. Een latere biografie over Willem van Oranje is secundair.
Stappen voor bronkritiek
Voordat je een bron gebruikt, analyseer je deze volgens een vast schema:
1. Morfologisch: welke soort bron is het?
2. Contextueel: wanneer en waarom is de bron ontstaan?
3. Inhoudelijk: wat staat er in de bron, welke betekenis heeft het?
4. Methodologisch: voor welk onderzoek is de bron bruikbaar en is er al eerder
onderzoek naar gedaan?
Typologie van bronnen
Volgens de formele kenmerken zijn er vier typen bronnen:
1. Schriftelijke bronnen (teksten, brieven, kronieken)
2. Visuele bronnen (schilderijen, foto’s)
3. Materiële bronnen (voorwerpen, artefacten)
4. Auditieve bronnen (opnames, muziek)
Tosh beschrijft de grote variëteit aan bronnen. Enkele belangrijke categorieën:
, Verhalende bronnen en literaire teksten: autobiografieën, kronieken. Let op: de
schrijver kan zich beter voordoen dan de werkelijkheid.
Bronnen van officiële instellingen en administratie: wetten, juridische documenten,
administratie (bijvoorbeeld middeleeuwse rekeningen van Francesco Dantini).
Privédomein: dagboeken en correspondentie, zoals het beroemde dagboek van
Samuel Pepys.
Visuele, materiële en auditieve bronnen
Een portret zoals van Jan van Eyck toont het leven, kleding en gewoonten van die tijd.
Materiële bronnen geven informatie over mensen die niet konden schrijven, bijvoorbeeld
Azteekse beeldtaal.
Auditieve bronnen (zoals muziek) zijn nuttig voor het reconstrueren van geluiden of talen uit
het verleden.
Veel bronnen zijn een mengvorm van typen.
Hulpwetenschappen als paleografie (het ontcijferen van oude handschriften), diplomatiek en
chronologie ondersteunen het bronnenonderzoek.
Vormen van bronkritiek
Is de bron authentiek of vervalst?
Origineel of een kopie?
Wie maakte de bron, wanneer, waar?
Is de bron oorspronkelijk of overgenomen?
Betrouwbaarheid en bruikbaarheid
Geen enkele bron is volledig betrouwbaar; elke bron bevat slechts een deel van de
werkelijkheid. Bronkritiek helpt bepalen wat wél en niet bruikbaar is.
De relevantie hangt af van de onderzoeksvraag: een dagboek is bijvoorbeeld subjectief, maar
juist bruikbaar bij persoonlijk gerichte vraagstukken.
De bruikbaarheid van een bron kan veranderen als de vraagstelling verandert.
, Hoorcollege 2: Historische bronkritiek
De dagboeken van Hitler
In 1983 publiceerde Stern de zogenaamd gevonden dagboeken van Hitler. Deze bleken
vervalst. Goede bronkritiek had de vervalsing snel kunnen aantonen: de inhoud klopte niet
met bekende feiten en uit materiële analyse bleek dat het papier en de inkt naoorlogs waren.
Toch kunnen ook valse bronnen gebruikt worden, bijvoorbeeld om te onderzoeken hoe en
waarom ze zijn gemaakt of geloofd.
Donatio Constantini
De Italiaanse humanist Lorenzo Valla toonde in de vijftiende eeuw aan dat de Donatio
Constantini een vervalsing was. Hij analyseerde het taalgebruik en ontdekte
anachronismen. Toch behield het document politieke kracht door de relatie tussen kerk en
staat.
Bron en vraagstelling
Niet de vraag of een bron echt of vals is, maar de relevantie voor je onderzoeksvraag staat
centraal.
Belangrijk: wie, wat, waar, wanneer, waarom?
Oorsprong van bronkritiek
Leopold von Ranke wordt gezien als de grondlegger van bronkritiek en historisch
objectivisme.
De Annales-school bracht het gebruik van seriële bronnen en kwantitatieve analyse in.
Het postmodernisme stelde dat bronnen altijd interpretatie zijn en dat het verleden niet
volledig kenbaar is.
Kritisch realisme is tegenwoordig vaak de middenweg.
Diagnoses bij bronkritiek
Morfologisch: wat voor soort bron?
Contextueel: wie, wanneer, waar, met welk doel?
Inhoudelijk: wat zegt de bron, wat laat ze zien of juist niet?
Methodologisch: waarvoor is de bron bruikbaar, al eerder onderzocht, past het binnen
bredere context?
,Hoorcollege 1 – Historisch IV: Bronnen
Bronkritiek
Bronkritiek draait om het analyseren en beoordelen van bronnen. Het is essentieel om te
weten hoe een bron gebruikt kan worden en wat de beperkingen of mogelijkheden zijn voor
historisch onderzoek.
Wat is een bron?
Bronnen zijn voorwerpen of getuigenissen uit of over het verleden waarop historici steunen
om een beeld van de geschiedenis te scheppen.
Geschiedschrijvers vermelden altijd duidelijk welke bronnen ze gebruiken.
Primaire bronnen: directe toegang tot de historische context (zoals
ooggetuigenverslagen, originele documenten).
Secundaire literatuur: indirecte toegang tot het verleden, vaak in de vorm van
wetenschappelijke artikelen, monografieën en bundels die de primaire bronnen
interpreteren.
Voorbeeld: Bij de moord op Willem van Oranje zijn ooggetuigenverslagen, kogelgaten en het
pistool primaire bronnen. Een latere biografie over Willem van Oranje is secundair.
Stappen voor bronkritiek
Voordat je een bron gebruikt, analyseer je deze volgens een vast schema:
1. Morfologisch: welke soort bron is het?
2. Contextueel: wanneer en waarom is de bron ontstaan?
3. Inhoudelijk: wat staat er in de bron, welke betekenis heeft het?
4. Methodologisch: voor welk onderzoek is de bron bruikbaar en is er al eerder
onderzoek naar gedaan?
Typologie van bronnen
Volgens de formele kenmerken zijn er vier typen bronnen:
1. Schriftelijke bronnen (teksten, brieven, kronieken)
2. Visuele bronnen (schilderijen, foto’s)
3. Materiële bronnen (voorwerpen, artefacten)
4. Auditieve bronnen (opnames, muziek)
Tosh beschrijft de grote variëteit aan bronnen. Enkele belangrijke categorieën:
, Verhalende bronnen en literaire teksten: autobiografieën, kronieken. Let op: de
schrijver kan zich beter voordoen dan de werkelijkheid.
Bronnen van officiële instellingen en administratie: wetten, juridische documenten,
administratie (bijvoorbeeld middeleeuwse rekeningen van Francesco Dantini).
Privédomein: dagboeken en correspondentie, zoals het beroemde dagboek van
Samuel Pepys.
Visuele, materiële en auditieve bronnen
Een portret zoals van Jan van Eyck toont het leven, kleding en gewoonten van die tijd.
Materiële bronnen geven informatie over mensen die niet konden schrijven, bijvoorbeeld
Azteekse beeldtaal.
Auditieve bronnen (zoals muziek) zijn nuttig voor het reconstrueren van geluiden of talen uit
het verleden.
Veel bronnen zijn een mengvorm van typen.
Hulpwetenschappen als paleografie (het ontcijferen van oude handschriften), diplomatiek en
chronologie ondersteunen het bronnenonderzoek.
Vormen van bronkritiek
Is de bron authentiek of vervalst?
Origineel of een kopie?
Wie maakte de bron, wanneer, waar?
Is de bron oorspronkelijk of overgenomen?
Betrouwbaarheid en bruikbaarheid
Geen enkele bron is volledig betrouwbaar; elke bron bevat slechts een deel van de
werkelijkheid. Bronkritiek helpt bepalen wat wél en niet bruikbaar is.
De relevantie hangt af van de onderzoeksvraag: een dagboek is bijvoorbeeld subjectief, maar
juist bruikbaar bij persoonlijk gerichte vraagstukken.
De bruikbaarheid van een bron kan veranderen als de vraagstelling verandert.
, Hoorcollege 2: Historische bronkritiek
De dagboeken van Hitler
In 1983 publiceerde Stern de zogenaamd gevonden dagboeken van Hitler. Deze bleken
vervalst. Goede bronkritiek had de vervalsing snel kunnen aantonen: de inhoud klopte niet
met bekende feiten en uit materiële analyse bleek dat het papier en de inkt naoorlogs waren.
Toch kunnen ook valse bronnen gebruikt worden, bijvoorbeeld om te onderzoeken hoe en
waarom ze zijn gemaakt of geloofd.
Donatio Constantini
De Italiaanse humanist Lorenzo Valla toonde in de vijftiende eeuw aan dat de Donatio
Constantini een vervalsing was. Hij analyseerde het taalgebruik en ontdekte
anachronismen. Toch behield het document politieke kracht door de relatie tussen kerk en
staat.
Bron en vraagstelling
Niet de vraag of een bron echt of vals is, maar de relevantie voor je onderzoeksvraag staat
centraal.
Belangrijk: wie, wat, waar, wanneer, waarom?
Oorsprong van bronkritiek
Leopold von Ranke wordt gezien als de grondlegger van bronkritiek en historisch
objectivisme.
De Annales-school bracht het gebruik van seriële bronnen en kwantitatieve analyse in.
Het postmodernisme stelde dat bronnen altijd interpretatie zijn en dat het verleden niet
volledig kenbaar is.
Kritisch realisme is tegenwoordig vaak de middenweg.
Diagnoses bij bronkritiek
Morfologisch: wat voor soort bron?
Contextueel: wie, wanneer, waar, met welk doel?
Inhoudelijk: wat zegt de bron, wat laat ze zien of juist niet?
Methodologisch: waarvoor is de bron bruikbaar, al eerder onderzocht, past het binnen
bredere context?