100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Bloed, hoofdstuk 9 anatomie en fysiologie van de mens Kirchmann

Rating
-
Sold
-
Pages
13
Uploaded on
04-12-2025
Written in
2025/2026

Een samenvatting over bloed. Gebaseerd op hoofdstuk 9 van het boek anatomie en fysiologie van de mens van Kirchmann en een stukje uit Praktische verloskunde van De Jonge.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 9
Uploaded on
December 4, 2025
Number of pages
13
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting ABK – bloed

9.1 Bloed
Taken bloed, vervoeren van:
o Zuurstof van longen naar weefsels;
o Koolstofdioxide uit weefsels naar longen;
o Voedingsstoffen van maag-darmkanaal naar weefsels;
o Afvalstoffen van weefsels naar uitscheidingsorganen;
o Hormonen uit endocriene klieren naar weefsels;
o Warmte van warme weefsels naar minder warme weefsels;
o Afweerstoffen van weefsels naar infectie;
o Stollingsfactoren die bloedstolling verzorgen.

Bloed bestaat uit
o Plasma
o Bloedcellen:
 Erytrocyten (rode bloedcellen);
 Leukocyten (witte bloedcellen);
 Trombocyten (bloedplaatjes).
o Mannen 6-7% bloed uit gewicht.
o Vrouwen 5,5-6,5% uit gewicht.
o Pasgeboren 6,5-10% uitgewicht.

Verdeling:
o 1L in bloedvaten in de longen.
o 3L in de venen van de grote circulatie
o 1L in arteriën van de grote circulatie, hart en de capillairen.

9.2 Plasma
Bloed zonder bloedcellen.
Bloedplasma blijft boven als reageerbuisje lang staat, bloedcellen zinken.
o Serum: plasma waar stollingseiwit fibrinogeen is uitgehaald.
o BSE: bezinkingssnelheid van erytrocyten.
 Stijging hoogmoleculaire eiwitten is er een hogere BSE.
o Bij infectie wordt C-reactief proteïne bepaalt, is een eiwit van de lever.
 Stijgt snel bij infectie en hangt van ernst van de infectie af.

Samenstelling van plasma
o 90% water.
o 6-8% eiwitten.
o Minerale ionen.
o Kleine organische moleculen.
o Overig; enzymen, hormonen vitamines en opdrachten van de stofwisseling.
De samenstelling is belangrijk en zegt veel over stoornissen.
Bloedonderzoek:
- Chemisch onderzoek, naar samenstellende elementen van het plasma.
- Hematologisch onderzoek, naar cellen in het bloed.

, Eiwitten in het bloed:
o Albumine, 60%
o Alfa, bèta en gammaglobulinen, 40%
o Fibrinogeen, 2%
 Taken: colloïd-osmotische druk in stand houden, handhaven de pH op 7,4 en
vormen reservevoorraad aan aminozuren die een tekort kan aanvullen.

Albumine
o Geproduceerd in de lever.
o Belangrijkst voor colloïd-osmotische druk.
o De druk in en rondom een bloedvat.
o Laag COD, laag eiwitgehalte.
o Hoog COD, hoog eiwitgehalte.
 Een verschil in eiwitgehalte laat water door vaatwand van laag eiwitgehalte
naar hoog eiwitgehalte doen.
 Albumine kan dus niet door de vaatwand heen want deze is semipermeabel.
o Bij sterke daling albuminegehalte kan oedeem ontstaan omdat COD afneemt,
vocht kaan dus niet meer binnen in de vaatwand en blijf in het plasma.
o Albumine heeft een transportfunctie.
o Vetzuren, galkleurstoffen en calcium kan tijdelijk verbinden met albumine en
worden als aanhangsel van plasma-eiwit door bloedvaten vervoert.

Globuline
o Alfaglobulinen: transport van bijnierschorshormonen, schildklierhormoon en
vitamines.
o Bètaglobulinen: transport van vitamines en vetten zoals cholesterol.
Transferrine bindt aan ijzer en vervoert met bloed. Bétaglobulinen binden de
agglutininen.
o Gammaglobulinen worden geproduceerd door lymfocyten bij
lichaamsvreemde stoffen. Worden immunoglobulinen of antilichamen
genoemd.
Plasma-eiwitten worden afgebroken van enzymen tot aminozuren. Door de lever en
de snelheid van aanmaak blijft hoeveelheid hetzelfde.

Plasma-ionen
o Kation: positieve lading.
o Anion: negatieve lading.
o Natrium, belangrijkst.
o Kalium, calcium, magnesium en stikstof.
o Chloor.
o Fosfaat en sulfaat.
 Deze ionen zorgen voor osmolariteit en zuurgraad.
o Voor goed functionerend lichaam moet natrium, calcium en kalium in
verhouding zijn.
 Hormonen spelen hierbij een rol: aldosteron uit bijnierschors (regulerend
natrium-kalium gehalte. Bijschildklierhormoon speelt belangrijke rol bij gehalte
calcium.
o Uitdroging: hypernatriëmie.
 Gevolg: functiestoornissen van centrale zenuwstelsel.
$9.73
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
LinaH07

Get to know the seller

Seller avatar
LinaH07 Hogeschool Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
4 year
Number of followers
1
Documents
2
Last sold
1 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions