H3 – De Koning
3.1 Inleiding
De constitutionele monarchie is sinds de Grondwet van 1814 een van de
wezenskenmerken van het Nederlandse constitutionele recht. Dit is anders
dan de oude absolutistische monarchie van vóór de Franse revolutie. De
Koning is nu niet de hoogste macht.
De Koning zijn ambt berust op erfopvolging. De meest kenmerkende
bepaling van het koningschap is de onschendbaarheid.
Constitutionele monarchie koning per definitie staatshoofd. Hij maakt
ook deel uit van de regering, dit is niet vanzelfsprekend.
3.2 Begin en einde van het koningschap
De verwerving van koningschap gaat door erfopvolging. Art. 24 Gw stelt
dat het koningschap vervuld wordt door de wettige opvolgers van de
constitutionele ‘stamvader’ Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau. Bij
overlijden oudste kind van koning is niet zijn een na oudste kind
erfgenaam maar het oudste kind van de vooroverlevende opvolger.
Grondwet 1983 geen voorrang zoon boven dochter.
De Koning kan ook zijn functie neerleggen ‘afstand’. Medewerking van
ministers voor het neerleggen van de functie is NIET nodig, hoewel dit in
art. 47 wel wordt verdedigd dat het een koninklijk besluit is.
Huwelijk zonder toestemming heeft afstand van het koningschap als
gevolg. Voor een huwelijk met hetzelfde geslacht is geen toestemming
nodig.
Troonopvolgers uitgesloten erfgenaam wanneer trouwen zonder
toestemming, ze kunnen zelf geen afstand nemen van de troon.
Bij totstandkoming van de wet die huwelijk regelt geldt bijzondere
procedure Staten-Generaal vergaderen een ‘verenigde vergadering’.
Eerste en Tweede Kamer samen, geen tegengesteld oordeel verkrijgen,
wet kan aangenomen worden met 2/3 van de stemmen.
1. Een opvolger kan benoemd worden als er vooruitzicht is dat er geen
erfelijke opvolger is. Koning dient voorstel in Kamers der Staten-
Generaal worden ontbonden. De nieuwe Kamers besluiten na
verkiezingen in verenigde vergadering, weer 2/3 stemmen nodig.
2. Een opvolger kan benoemd worden als bij het overlijden of afstand
nemen een opvolger ontbreekt. Kamers ontbinden binnen vier
maanden in verenigde vergadering bijeenkomen besluiten
omtrent benoeming Koning.
, Het is benoemen is niet dwingend, als niet besloten wordt ligt een
grondwetsherziening voor waarbij de monarchie verdwijnt. Grondwet
opent mogelijkheid van monarchie naar republiek overgaan. Nu
aannemelijk als opvolger ontbreekt we een president krijgen.
De troonopvolger is terstond Koning. De inhuldiging in Amsterdam (art. 32
Gw) geen juridische betekenis maar traditie.
‘onbekwaamheid’ Drie gevallen waarin Koning niet koninklijk gezag
uitvoert.
1. Tijdens de minderjarigheid van de Koning.
2. De bevoegdheid om het uitoefenen van het koninklijk gezag tijdelijk
neer te leggen.
3. De buitenstaatverklaring, wanneer ministerraad oordeelt dat de
Koning buiten staat is om het uit te oefenen. Het parlement kan dat
besluiten. (Hij blijft koning maar kan zijn gezag niet uitvoeren)
Mocht bovenstaande zich voordoen dan oefent een regent het gezag uit,
die wordt benoemd bij de wet. Bij optie 2 en 3 is dit dan vaak de opvolger.
Geen koning en geen regent Raad van State.
3.3 Koninklijk huis, hofhouding en financiën
Art. 39 Gw bepaalt dat de wet regelt wie lid is van koninklijk huis de
Koning, vermoedelijke opvolger, leden van de koninklijke familie die de
Koning krachtens de Grondwet kunnen opvolgen en niet veder afstaan dan
in de tweede graad. Leden verliezen lidmaatschap bij uitsluiting van
erfopvolging, verlies van Nederlanderschap en ontslag bij koninklijk
besluit. Art. 41 Gw, de Koning richt zijn Huis (hofhouding, persoonlijke
medewerkers) in. Art 40 Gw, de Koning heeft recht op jaarlijkse uitkeringen
ten laste van het Rijk. HEEL BIJZONDER de door de Koning ontvangen
uitkeringen en zijn vermogensbestanddelen zijn vrij van persoonlijke
belastingen.
3.4 De verschillende functies van de Koning
Twee hoofdfuncties hij is staatshoofd en zijn positie wordt bepaald door
het feit dat hij samen met de ministers het ambt regering vormt.
Activiteiten: officiële staatsbezoeken, ontvangen nieuwe ambassadeurs en
werkbezoeken.
Art 42 Gw, koning samen met ministers is regering. Zijn regeerfunctie
oefent hij niet als staatshoofd uit, maar als bestanddeel van het ambt
3.1 Inleiding
De constitutionele monarchie is sinds de Grondwet van 1814 een van de
wezenskenmerken van het Nederlandse constitutionele recht. Dit is anders
dan de oude absolutistische monarchie van vóór de Franse revolutie. De
Koning is nu niet de hoogste macht.
De Koning zijn ambt berust op erfopvolging. De meest kenmerkende
bepaling van het koningschap is de onschendbaarheid.
Constitutionele monarchie koning per definitie staatshoofd. Hij maakt
ook deel uit van de regering, dit is niet vanzelfsprekend.
3.2 Begin en einde van het koningschap
De verwerving van koningschap gaat door erfopvolging. Art. 24 Gw stelt
dat het koningschap vervuld wordt door de wettige opvolgers van de
constitutionele ‘stamvader’ Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau. Bij
overlijden oudste kind van koning is niet zijn een na oudste kind
erfgenaam maar het oudste kind van de vooroverlevende opvolger.
Grondwet 1983 geen voorrang zoon boven dochter.
De Koning kan ook zijn functie neerleggen ‘afstand’. Medewerking van
ministers voor het neerleggen van de functie is NIET nodig, hoewel dit in
art. 47 wel wordt verdedigd dat het een koninklijk besluit is.
Huwelijk zonder toestemming heeft afstand van het koningschap als
gevolg. Voor een huwelijk met hetzelfde geslacht is geen toestemming
nodig.
Troonopvolgers uitgesloten erfgenaam wanneer trouwen zonder
toestemming, ze kunnen zelf geen afstand nemen van de troon.
Bij totstandkoming van de wet die huwelijk regelt geldt bijzondere
procedure Staten-Generaal vergaderen een ‘verenigde vergadering’.
Eerste en Tweede Kamer samen, geen tegengesteld oordeel verkrijgen,
wet kan aangenomen worden met 2/3 van de stemmen.
1. Een opvolger kan benoemd worden als er vooruitzicht is dat er geen
erfelijke opvolger is. Koning dient voorstel in Kamers der Staten-
Generaal worden ontbonden. De nieuwe Kamers besluiten na
verkiezingen in verenigde vergadering, weer 2/3 stemmen nodig.
2. Een opvolger kan benoemd worden als bij het overlijden of afstand
nemen een opvolger ontbreekt. Kamers ontbinden binnen vier
maanden in verenigde vergadering bijeenkomen besluiten
omtrent benoeming Koning.
, Het is benoemen is niet dwingend, als niet besloten wordt ligt een
grondwetsherziening voor waarbij de monarchie verdwijnt. Grondwet
opent mogelijkheid van monarchie naar republiek overgaan. Nu
aannemelijk als opvolger ontbreekt we een president krijgen.
De troonopvolger is terstond Koning. De inhuldiging in Amsterdam (art. 32
Gw) geen juridische betekenis maar traditie.
‘onbekwaamheid’ Drie gevallen waarin Koning niet koninklijk gezag
uitvoert.
1. Tijdens de minderjarigheid van de Koning.
2. De bevoegdheid om het uitoefenen van het koninklijk gezag tijdelijk
neer te leggen.
3. De buitenstaatverklaring, wanneer ministerraad oordeelt dat de
Koning buiten staat is om het uit te oefenen. Het parlement kan dat
besluiten. (Hij blijft koning maar kan zijn gezag niet uitvoeren)
Mocht bovenstaande zich voordoen dan oefent een regent het gezag uit,
die wordt benoemd bij de wet. Bij optie 2 en 3 is dit dan vaak de opvolger.
Geen koning en geen regent Raad van State.
3.3 Koninklijk huis, hofhouding en financiën
Art. 39 Gw bepaalt dat de wet regelt wie lid is van koninklijk huis de
Koning, vermoedelijke opvolger, leden van de koninklijke familie die de
Koning krachtens de Grondwet kunnen opvolgen en niet veder afstaan dan
in de tweede graad. Leden verliezen lidmaatschap bij uitsluiting van
erfopvolging, verlies van Nederlanderschap en ontslag bij koninklijk
besluit. Art. 41 Gw, de Koning richt zijn Huis (hofhouding, persoonlijke
medewerkers) in. Art 40 Gw, de Koning heeft recht op jaarlijkse uitkeringen
ten laste van het Rijk. HEEL BIJZONDER de door de Koning ontvangen
uitkeringen en zijn vermogensbestanddelen zijn vrij van persoonlijke
belastingen.
3.4 De verschillende functies van de Koning
Twee hoofdfuncties hij is staatshoofd en zijn positie wordt bepaald door
het feit dat hij samen met de ministers het ambt regering vormt.
Activiteiten: officiële staatsbezoeken, ontvangen nieuwe ambassadeurs en
werkbezoeken.
Art 42 Gw, koning samen met ministers is regering. Zijn regeerfunctie
oefent hij niet als staatshoofd uit, maar als bestanddeel van het ambt