Hoorcollege 1 - Introductie: de empirische, normatieve en prescriptieve ambities van
de bestuurskunde
Bestuurskunde: geen ‘normale’ wetenschap
Er zijn drie verschillende lagen in de bestuurskunde:
1. Empirisch: de werkelijkheid in kaart brengen, patronen in de werkelijkheid vinden, de
werkelijkheid verklaren (waarom gebeurt het zoals het gebeurt?)
2. Normatief: wenselijkheid beoordelen vanuit principes, standaarden bepalen voor
(on)voldoende
→ Je wil ongewenste situatie omzetten in gewenste situatie maar daar heb je niet
genoeg voor met alleen de empirische situatie dus:
3. Prescriptief: advies geven, draaiboek maken voor ingreep
Beschrijven (van de situatie bijvoorbeeld) is descriptief en prescriptief komt pas erna
Bestuurskunde gaat een heel groot gedeelte over de overheid, maar…
Wat is de overheid?
De overheid bestaat niet, als je het hebt over de overheid, probeer precies te benoemen
welke organisatie, bestuurslaag of macht. Want vaak gaat hetgene wat je wil zeggen niet
over al die organisaties bij elkaar.
→ De overheid is niet één organisatie!
Takenpakket van de overheid is enorm gegroeid
- Nachtwakerstaat (in de tijd van de industriële revolutie)
→ Kernfuncties: zorgen dat de boel niet overstroomd, oorlog en vrede, begin met
ziekenzorg en onderwijs, maar al het uitgebreide wat we nu hebben met specifieke
regelgeving etc. hadden we in die tijd nog helemaal niet, het takenpakket van de
overheid en het aantal organisaties was veel kleiner.
- Verzorgingsstaat (vanaf invoering algemeen kiesrecht, eind 19e/begin 20e eeuw)
→ Grotere betrokkenheid van de overheid door uitbreiding van het electoraat.
→ Ontwikkeling van een sociaal vangnet: sociale verzekeringen, pensioenen,
bijstand en andere vormen van sociale zekerheid.
→ Overheid gaat actiever sturen op welzijn, gezondheid, onderwijs en sociale
rechtvaardigheid.
→ Private non-profit organisaties Scholen, ziekenhuizen, culturele instellingen en
goede doelen spelen een grote rol in de publieke dienstverlening.
→ Nederland heeft veel maatschappelijk/collectief vermogen, waardoor veel publieke
taken deels door private organisaties worden uitgevoerd.
→ Het publieke belang is in Nederland vaak verder in de samenleving ingebed dan
alleen bij de overheid; veel diensten worden uitgevoerd door non-profits en
semi-publieke organisaties. Dit leidt tot een gemengd stelsel van publieke
dienstverlening, waarbij overheid, markt en civil society samenwerken.
- Nu (sinds jaren 70/80 is nederland in permanente reorganisatiefase van de overheid)
→ Bezuinigingen en efficiencymaatregelen hebben geleid tot minder uitgaven en een
kritischer kijken naar de rol van de overheid.
→ Eigenlijk zijn we sinds de jaren ‘80 de heletijd aan het reorganiseren in Nederland:
privatisering van overheidsdiensten, invoering marktwerking in publieke sectoren,
1
, samenwerking met private en non-profit organisaties, flexibilisering en
decentralisering van taken naar gemeenten of regionale instanties.
Kortom, de overheid groeit maar de overheid reorganiseert ook
Wel: Hoe meer organisaties, hoe meer kans op chaos
Enorme variëteit aan organisaties (dus overheid)
- Verschillende niveaus: Gemeente, provincie, landelijk, Europees
- Verschillende taken: regelgevend, uitvoerend, handhavend, toezichthoudend,
dienstverlenend, etc.
- Overlap en afstemming daartussen
Er is veel overlap in organisaties etc.
Kortom, één organisatie is nooit verantwoordelijk van begin tot eind, je moet altijd kijken naar
een netwerk van organisaties die betrokken zijn. Dus, ze moeten goed met elkaar
communiceren en afstemmen. Er is dus waarschijnlijk vaak niemand de baas.
→ Multi-level governance: besluiten nemen in netwerken van organisaties waarbij het niet zo
is dat het ene besluit belangrijker is dan de ander
Multi-level governance krijg je als verschillende bestuurslagen bij elkaar komen als Bijv: als
‘Europees’ invloed heeft op ‘gemeente’, de lagen hebben dan dus invloed op elkaar
Voorbeeld hiervan: hoeveel organisaties zijn betrokken bij een gevangenis?
→ Dji, openbaar ministerie, ministerie van justitie en veiligheid, reclassering (=multi-level)
Hoe bestuur je een grote organisatie?
Twee types antwoorden (en combinaties zijn mogelijk!)
- Hierarchie (er moet iemand de baas zijn die de beslissingen neemt en dingen kan
doorzetten)
Heeft voordelen maar ook nadelen:
Nadeel: kan uit eigen belang gaan handelen (maar op te lossen door collectief als
baas te maken ipv een persoon)
en heeft grenzen om wat iemand maximaal aan kan om aan te sturen
- Coördinatie (afstemmen)
Nadeel: je kunt oneindig door blijven praten zonder knoop door te hakken
Dus je kan ook in de schaduw van hierarchie handelen (trucje van polderen) “als jullie er nu
samen niet uitkomen dan hak ik de knoop door”
Dit geldt op meta-niveau ook voor een staat.
Verplaatsing van bestuur
2
,Wat is de locatie waar uiteindelijk besluiten genomen worden?
En ook (gedeeltelijke) verplaatsing naar andere bestuurslagen:
- Europese Unie
- Gemeentes
- Provincies
- Combinaties
→ In toenemende mate: tegenwoordig vindt besluitvorming steeds vaker plaats in complexe
netwerken waarin de rijksoverheid niet automatisch de dominante partij is
Dit betekent dat beleid tot stand komt door samenwerking tussen overheden, private
organisaties, maatschappelijke partners en soms burgers.
`
… en de staat doet lang niet alles zelf
Hoofdpunten van dit college
- Bestuurskunde is empirisch, normatief en prescriptief
- ‘De overheid’ bestaat niet: grote verscheidenheid aan organisaties met overlappende
taken en bevoegdheden
- Verplaatsing van bestuur
3
, Hoorcollege 2 - Politiek, beleid en sturing
Hoofstuk 1
De staat doet lang niet alles zelf
Deze kunnen allemaal stukken publieke dienstverlening voor hun rekening nemen
Vandaag gaat het erover hoe wordt bepaald (via overheidsbeleid) wie er verantwoordelijk is
om een bepaald probleem echt aan te pakken.
1 manier van beleid concreet maken is een wet (kan ook via voorlichting etc)
Voorbeeld uit Energiewet (11 dec 2024)
Wie moet er hier iets doen?
→ De markt (redelijke prijzen, concurrentie etc.)
4
de bestuurskunde
Bestuurskunde: geen ‘normale’ wetenschap
Er zijn drie verschillende lagen in de bestuurskunde:
1. Empirisch: de werkelijkheid in kaart brengen, patronen in de werkelijkheid vinden, de
werkelijkheid verklaren (waarom gebeurt het zoals het gebeurt?)
2. Normatief: wenselijkheid beoordelen vanuit principes, standaarden bepalen voor
(on)voldoende
→ Je wil ongewenste situatie omzetten in gewenste situatie maar daar heb je niet
genoeg voor met alleen de empirische situatie dus:
3. Prescriptief: advies geven, draaiboek maken voor ingreep
Beschrijven (van de situatie bijvoorbeeld) is descriptief en prescriptief komt pas erna
Bestuurskunde gaat een heel groot gedeelte over de overheid, maar…
Wat is de overheid?
De overheid bestaat niet, als je het hebt over de overheid, probeer precies te benoemen
welke organisatie, bestuurslaag of macht. Want vaak gaat hetgene wat je wil zeggen niet
over al die organisaties bij elkaar.
→ De overheid is niet één organisatie!
Takenpakket van de overheid is enorm gegroeid
- Nachtwakerstaat (in de tijd van de industriële revolutie)
→ Kernfuncties: zorgen dat de boel niet overstroomd, oorlog en vrede, begin met
ziekenzorg en onderwijs, maar al het uitgebreide wat we nu hebben met specifieke
regelgeving etc. hadden we in die tijd nog helemaal niet, het takenpakket van de
overheid en het aantal organisaties was veel kleiner.
- Verzorgingsstaat (vanaf invoering algemeen kiesrecht, eind 19e/begin 20e eeuw)
→ Grotere betrokkenheid van de overheid door uitbreiding van het electoraat.
→ Ontwikkeling van een sociaal vangnet: sociale verzekeringen, pensioenen,
bijstand en andere vormen van sociale zekerheid.
→ Overheid gaat actiever sturen op welzijn, gezondheid, onderwijs en sociale
rechtvaardigheid.
→ Private non-profit organisaties Scholen, ziekenhuizen, culturele instellingen en
goede doelen spelen een grote rol in de publieke dienstverlening.
→ Nederland heeft veel maatschappelijk/collectief vermogen, waardoor veel publieke
taken deels door private organisaties worden uitgevoerd.
→ Het publieke belang is in Nederland vaak verder in de samenleving ingebed dan
alleen bij de overheid; veel diensten worden uitgevoerd door non-profits en
semi-publieke organisaties. Dit leidt tot een gemengd stelsel van publieke
dienstverlening, waarbij overheid, markt en civil society samenwerken.
- Nu (sinds jaren 70/80 is nederland in permanente reorganisatiefase van de overheid)
→ Bezuinigingen en efficiencymaatregelen hebben geleid tot minder uitgaven en een
kritischer kijken naar de rol van de overheid.
→ Eigenlijk zijn we sinds de jaren ‘80 de heletijd aan het reorganiseren in Nederland:
privatisering van overheidsdiensten, invoering marktwerking in publieke sectoren,
1
, samenwerking met private en non-profit organisaties, flexibilisering en
decentralisering van taken naar gemeenten of regionale instanties.
Kortom, de overheid groeit maar de overheid reorganiseert ook
Wel: Hoe meer organisaties, hoe meer kans op chaos
Enorme variëteit aan organisaties (dus overheid)
- Verschillende niveaus: Gemeente, provincie, landelijk, Europees
- Verschillende taken: regelgevend, uitvoerend, handhavend, toezichthoudend,
dienstverlenend, etc.
- Overlap en afstemming daartussen
Er is veel overlap in organisaties etc.
Kortom, één organisatie is nooit verantwoordelijk van begin tot eind, je moet altijd kijken naar
een netwerk van organisaties die betrokken zijn. Dus, ze moeten goed met elkaar
communiceren en afstemmen. Er is dus waarschijnlijk vaak niemand de baas.
→ Multi-level governance: besluiten nemen in netwerken van organisaties waarbij het niet zo
is dat het ene besluit belangrijker is dan de ander
Multi-level governance krijg je als verschillende bestuurslagen bij elkaar komen als Bijv: als
‘Europees’ invloed heeft op ‘gemeente’, de lagen hebben dan dus invloed op elkaar
Voorbeeld hiervan: hoeveel organisaties zijn betrokken bij een gevangenis?
→ Dji, openbaar ministerie, ministerie van justitie en veiligheid, reclassering (=multi-level)
Hoe bestuur je een grote organisatie?
Twee types antwoorden (en combinaties zijn mogelijk!)
- Hierarchie (er moet iemand de baas zijn die de beslissingen neemt en dingen kan
doorzetten)
Heeft voordelen maar ook nadelen:
Nadeel: kan uit eigen belang gaan handelen (maar op te lossen door collectief als
baas te maken ipv een persoon)
en heeft grenzen om wat iemand maximaal aan kan om aan te sturen
- Coördinatie (afstemmen)
Nadeel: je kunt oneindig door blijven praten zonder knoop door te hakken
Dus je kan ook in de schaduw van hierarchie handelen (trucje van polderen) “als jullie er nu
samen niet uitkomen dan hak ik de knoop door”
Dit geldt op meta-niveau ook voor een staat.
Verplaatsing van bestuur
2
,Wat is de locatie waar uiteindelijk besluiten genomen worden?
En ook (gedeeltelijke) verplaatsing naar andere bestuurslagen:
- Europese Unie
- Gemeentes
- Provincies
- Combinaties
→ In toenemende mate: tegenwoordig vindt besluitvorming steeds vaker plaats in complexe
netwerken waarin de rijksoverheid niet automatisch de dominante partij is
Dit betekent dat beleid tot stand komt door samenwerking tussen overheden, private
organisaties, maatschappelijke partners en soms burgers.
`
… en de staat doet lang niet alles zelf
Hoofdpunten van dit college
- Bestuurskunde is empirisch, normatief en prescriptief
- ‘De overheid’ bestaat niet: grote verscheidenheid aan organisaties met overlappende
taken en bevoegdheden
- Verplaatsing van bestuur
3
, Hoorcollege 2 - Politiek, beleid en sturing
Hoofstuk 1
De staat doet lang niet alles zelf
Deze kunnen allemaal stukken publieke dienstverlening voor hun rekening nemen
Vandaag gaat het erover hoe wordt bepaald (via overheidsbeleid) wie er verantwoordelijk is
om een bepaald probleem echt aan te pakken.
1 manier van beleid concreet maken is een wet (kan ook via voorlichting etc)
Voorbeeld uit Energiewet (11 dec 2024)
Wie moet er hier iets doen?
→ De markt (redelijke prijzen, concurrentie etc.)
4