Maurits van der Tuyn – 4D
Samenvatting
aardrijkskunde:
§1.1
Voedselzekerheid houdt in dat ieder mens in staat moet zijn om genoeg voedsel van
voldoende kwaliteit te eten. Er zijn 2 soorten honger:
Kwantitatieve honger: de hoeveelheid voedsel is niet genoeg. Dit type honger kan
optreden door bijvoorbeeld een periode van droogte, slecht overheidsbeleid, of een
conflict.
Kwalitatieve honger: er zitten te weinig vitaminen en mineralen in het voedsel die
het lichaam beschermen tegen ziekten. Het gevolg hiervan is dat mensen eerder ziek
worden en een lage levensverwachting hebben. Ondervoeding = honger.
Honger heeft verschillende directe en indirecte gevolgen voor individuen, families en landen,
en voor het behalen van de verschillende Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s). De
kinderen die al beginnen met een achterstand, overleven vaak hun eerste 5 levensjaren niet.
Ondervoeding onvoldoende energie niet werken geen inkomen.
Honger vergroot de kans op conflicten. Andersom kunnen conflicten ook leiden tot honger,
zelfs in Noord-Ethiopië. Het geweld verjaagt mensen uit hun huizen, van hun landbouwgrond
en van hun werk en inkomen.
Er is voldoende voedsel in de wereld om iedereen te voeden, maar niet iedereen heeft er
toegang toe. Het voedselvraagstuk is dus ook vooral een verdelingsvraagstuk. Je vind in de
supermarkt producten van over de hele wereld globalisering. Aan de handelsstromen van
voedselgewassen (zoals maïs, sojabonen en graansoorten) is het proces van globalisering
goed te zien. De boeren produceren niet alleen meer voedsel voor hun eigen familie, maar
voor de wereldmarkt (en zoveel mogelijk winst). Dit heet commerciële landbouw. Vaak gaan
de gewassen van deze boeren naar het buitenland. Ze verbouwen dus handelsgewassen en
doen aan exportlandbouw. Er is dan sprake van geglobaliseerde landbouw.
Volgens de theorie van Ullman vindt dit transport alleen plaats als is voldaan aan 3
voorwaarden:
Complementariteit tussen gebieden. Dit is als gebied A een voedseloverschot heeft
en gebied B een voedseltekort heeft. Of als een gewas wel in gebied A, maar niet in
, Maurits van der Tuyn – 4D
gebied B groeit. Geen geld = geen verzending. Vaak kunnen de gebieden met een
voedseltekort juist niet betalen.
Transporteerbaarheid van het voedsel. Groente en fruit mag niet bedorven
aankomen en moet snel getransporteerd worden.
Geen tussenliggende mogelijkheden. Meestal nemen de reiskosten af als de rijstboer
en de rijsteter dicht bij elkaar wonen. Als de koper die dichterbij woont ook minimaal
dezelfde prijs wil of kan betalen voor de rijst, zal de verder weg wonende koper geen
rijst krijgen.
Rijke ontwikkelde landen sturen de wereldhandel flink aan met hun handelspolitiek. Boeren
in rijke landen kunnen hun graan vaak goedkoper aanbieden, wat oneerlijk is. Dit komt door
verschillende redenen:
Boeren krijgen landbouwsubsidies: geld van de overheid om ze te helpen bij
investeringen die nodig zijn op het boerenbedrijf. Dit leid tot minder kosten bij de
boer.
Tariefmuren: boeren buiten speciale gebieden moeten invoerbelasting betalen,
waardoor de prijs stijgt. Deze tariefmuren verdwijnen langzaam en wordt de handle
overgelaten aan de ‘vraag & aanbod’. Dit noem je vrijhandel.
Boeren uit de EU helpen boeren in Ethiopië door graanoverschotten te leveren.
Hierdoor kan de Ethiopische graanboer duurder worden, wat leidt tot een gebrek aan
inkomen en wordt Ethiopië nóg afhankelijker.
De toegenomen welvaart zal in de toekomst leiden tot een grote voedselafdruk: het aantal
hectare dat nodig is om voedsel te verbouwen per inkomen of per land. In NL gaat de
gemiddelde Nederlander hier flink overheen. Het komt ook door wat we eten, zuivel heeft
bijvoorbeeld veel meer grond nodig dan ander voedsel.
Omdat ontwikkelde landen willen overstappen op duurzamere energiebronnen, worden
steeds meer voedselgewassen gebruikt.
Er zijn verschillende mogelijkheden om ervoor te zorgen dat de voedselproductie wereldwijd
toeneemt. Maar hoe doe je dat op een duurzame manier, zodat de voedselproductie niet
alleen op korte termijn maar ook op lange termijn toeneemt en de draagkracht van de aarde
niet wordt overschreden. Groene Revolutie: nieuwe graansoorten en gewassoorten met een
hoge opbrengst. Zo’n revolutie is weer nodig, maar wel duurzaam.
Een andere optie is: genetisch gemanipuleerd voedsel. Dit heeft veel tegenstanders: is het
wel veilig? Is het ethisch? Welke effecten heeft het op lange termijn op de draagkracht van
de aarde?
§1.2
Groene honger = er zijn wel mogelijkheden voor landbouw maar het gebeurt niet. Ethiopië
ligt tussen allemaal landen in. Er zijn maar een paar wegen geasfalteerd en er is maar 1
spoorweg. De landschappen en Ethiopië verschillen erg van elkaar. Er zijn watervallen,
extreemdroge gebieden en een vallei. De hooggelegen delen van Ethiopië hebben een
relatief koel klimaat, in de laaggelegen gebieden is het erg warm. De schommelingen in de
hoeveelheid neerslag in een jaar, het neerslagregiem, zijn groot. De neerslagverdeling is ook
ongelijk.
Samenvatting
aardrijkskunde:
§1.1
Voedselzekerheid houdt in dat ieder mens in staat moet zijn om genoeg voedsel van
voldoende kwaliteit te eten. Er zijn 2 soorten honger:
Kwantitatieve honger: de hoeveelheid voedsel is niet genoeg. Dit type honger kan
optreden door bijvoorbeeld een periode van droogte, slecht overheidsbeleid, of een
conflict.
Kwalitatieve honger: er zitten te weinig vitaminen en mineralen in het voedsel die
het lichaam beschermen tegen ziekten. Het gevolg hiervan is dat mensen eerder ziek
worden en een lage levensverwachting hebben. Ondervoeding = honger.
Honger heeft verschillende directe en indirecte gevolgen voor individuen, families en landen,
en voor het behalen van de verschillende Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s). De
kinderen die al beginnen met een achterstand, overleven vaak hun eerste 5 levensjaren niet.
Ondervoeding onvoldoende energie niet werken geen inkomen.
Honger vergroot de kans op conflicten. Andersom kunnen conflicten ook leiden tot honger,
zelfs in Noord-Ethiopië. Het geweld verjaagt mensen uit hun huizen, van hun landbouwgrond
en van hun werk en inkomen.
Er is voldoende voedsel in de wereld om iedereen te voeden, maar niet iedereen heeft er
toegang toe. Het voedselvraagstuk is dus ook vooral een verdelingsvraagstuk. Je vind in de
supermarkt producten van over de hele wereld globalisering. Aan de handelsstromen van
voedselgewassen (zoals maïs, sojabonen en graansoorten) is het proces van globalisering
goed te zien. De boeren produceren niet alleen meer voedsel voor hun eigen familie, maar
voor de wereldmarkt (en zoveel mogelijk winst). Dit heet commerciële landbouw. Vaak gaan
de gewassen van deze boeren naar het buitenland. Ze verbouwen dus handelsgewassen en
doen aan exportlandbouw. Er is dan sprake van geglobaliseerde landbouw.
Volgens de theorie van Ullman vindt dit transport alleen plaats als is voldaan aan 3
voorwaarden:
Complementariteit tussen gebieden. Dit is als gebied A een voedseloverschot heeft
en gebied B een voedseltekort heeft. Of als een gewas wel in gebied A, maar niet in
, Maurits van der Tuyn – 4D
gebied B groeit. Geen geld = geen verzending. Vaak kunnen de gebieden met een
voedseltekort juist niet betalen.
Transporteerbaarheid van het voedsel. Groente en fruit mag niet bedorven
aankomen en moet snel getransporteerd worden.
Geen tussenliggende mogelijkheden. Meestal nemen de reiskosten af als de rijstboer
en de rijsteter dicht bij elkaar wonen. Als de koper die dichterbij woont ook minimaal
dezelfde prijs wil of kan betalen voor de rijst, zal de verder weg wonende koper geen
rijst krijgen.
Rijke ontwikkelde landen sturen de wereldhandel flink aan met hun handelspolitiek. Boeren
in rijke landen kunnen hun graan vaak goedkoper aanbieden, wat oneerlijk is. Dit komt door
verschillende redenen:
Boeren krijgen landbouwsubsidies: geld van de overheid om ze te helpen bij
investeringen die nodig zijn op het boerenbedrijf. Dit leid tot minder kosten bij de
boer.
Tariefmuren: boeren buiten speciale gebieden moeten invoerbelasting betalen,
waardoor de prijs stijgt. Deze tariefmuren verdwijnen langzaam en wordt de handle
overgelaten aan de ‘vraag & aanbod’. Dit noem je vrijhandel.
Boeren uit de EU helpen boeren in Ethiopië door graanoverschotten te leveren.
Hierdoor kan de Ethiopische graanboer duurder worden, wat leidt tot een gebrek aan
inkomen en wordt Ethiopië nóg afhankelijker.
De toegenomen welvaart zal in de toekomst leiden tot een grote voedselafdruk: het aantal
hectare dat nodig is om voedsel te verbouwen per inkomen of per land. In NL gaat de
gemiddelde Nederlander hier flink overheen. Het komt ook door wat we eten, zuivel heeft
bijvoorbeeld veel meer grond nodig dan ander voedsel.
Omdat ontwikkelde landen willen overstappen op duurzamere energiebronnen, worden
steeds meer voedselgewassen gebruikt.
Er zijn verschillende mogelijkheden om ervoor te zorgen dat de voedselproductie wereldwijd
toeneemt. Maar hoe doe je dat op een duurzame manier, zodat de voedselproductie niet
alleen op korte termijn maar ook op lange termijn toeneemt en de draagkracht van de aarde
niet wordt overschreden. Groene Revolutie: nieuwe graansoorten en gewassoorten met een
hoge opbrengst. Zo’n revolutie is weer nodig, maar wel duurzaam.
Een andere optie is: genetisch gemanipuleerd voedsel. Dit heeft veel tegenstanders: is het
wel veilig? Is het ethisch? Welke effecten heeft het op lange termijn op de draagkracht van
de aarde?
§1.2
Groene honger = er zijn wel mogelijkheden voor landbouw maar het gebeurt niet. Ethiopië
ligt tussen allemaal landen in. Er zijn maar een paar wegen geasfalteerd en er is maar 1
spoorweg. De landschappen en Ethiopië verschillen erg van elkaar. Er zijn watervallen,
extreemdroge gebieden en een vallei. De hooggelegen delen van Ethiopië hebben een
relatief koel klimaat, in de laaggelegen gebieden is het erg warm. De schommelingen in de
hoeveelheid neerslag in een jaar, het neerslagregiem, zijn groot. De neerslagverdeling is ook
ongelijk.