Introductie .......................................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 1: naar een nieuwe ‘staat van de jeugd’ .................................................................................... 5
Kernpunten uit de JOP-monitor 2023 – Staat van de jeugd..................................................................... 5
Hoofdstuk 2: jongeren in en met problemen in cijfers ................................................................................ 7
Cijfers en statistieken ....................................................................................................................... 7
Grafieken en Trends ......................................................................................................................... 8
Jeugdparketten .............................................................................................................................. 10
Grafieken en Trends ....................................................................................................................... 11
Zelfrapportage-onderzoek (Self-report studies) .................................................................................. 12
Slachtofferschap, hulpzoekgedrag en daderschap ............................................................................... 13
Hoofdstuk 3: De officiële statistieken van de jeugdparketten: gastcollege Ellen Van Dael ............................ 20
1. Situering: het OM en statistieken .................................................................................................. 20
2. Statistieken van de jeugdparketten: instroomcijfers 2015-2024 ......................................................... 22
Methodologie ................................................................................................................................ 23
Hoofdstuk 4: Verklaringen voor jeugdcriminaliteit: micro-meso-macro (deel 1) ......................................... 40
Brandend actueel: .......................................................................................................................... 40
Verklaringen ................................................................................................................................. 41
Continuüm tussen normaal en afwijkend traject.................................................................................. 42
Vroeger beïnvloedt later ................................................................................................................. 45
Deel 2: Micro-meso-macro.............................................................................................................. 52
Hoofdstuk 5: Jeugdrechtmodellen ........................................................................................................ 59
Hoofdstuk 6: Interventies bij jeugdcriminaliteit (deel 1) .......................................................................... 67
1
,Jeugdcriminologie samenvatting 2025
INTRODUCTIE
BRANDEND ACTUEEL – VOORBEELDEN
In Herk-de-Stad was er recent geweldspleging bij jongeren. Verschillende straffen zijn daarbij
mogelijk, zoals langere plaatsing, hersteltrajecten, combinaties van maatregelen, gemeenschapsdienst
en delictgerichte contextbegeleiding (bijvoorbeeld wanneer het ook in het gezin verkeerd loopt). Op
sociale media kwamen hier harde reacties op, vooral rond racisme, omdat de dader een andere
afkomst had.
In Poperinge vond een gelijkaardig geval plaats, maar daar betrof het een blanke West-Vlaming, die
volgens publieke opinie minder hard werd aangepakt.
In 2010 gaf VTM duiding bij jeugdcriminaliteitscijfers: tussen 2008 en 2009 was er een stijging van
78%, bijna een verdubbeling. Toch kloppen deze cijfers niet volledig, omdat veel meer feiten
gepleegd worden dan geregistreerd. Vooral binnen de wet op de jeugdbescherming en de leerplicht zie
je de grootste stijging.
• Spijbelen is een statusdelict, maar kan leiden tot verdere criminaliteit (bv. rondhangen op
straat, contact met anderen die spijbelen, verhoogde kans op delicten).
• Ook overlastfeiten spelen hierin een rol.
Een foto uit De Standaard (Amsterdam) toont hoe camerabewaking enkel mag mits aankondiging en
verwijzing naar wetgeving (in Nederland: algemene politieverordening). Op het bord staat zelfs:
“Doelloos rondhangen is niet toegestaan.”
Hier zie je hoe zelfs nietsdoen wordt beschouwd als een onderliggende vorm van criminaliteit:
jongeren zullen niet enkel doelloos rondhangen, maar mogelijk ook iets mispeuteren. Het
criminaliseren van doelloos rondhangen kadert in vroegtijdig ingrijpen.
In Leuven heeft de politie de handen vol met dronken studenten, wat spanning veroorzaakt bij politie
en bestuur. Dit versterkt de publieke opinie dat “de jeugd van tegenwoordig erger is dan vroeger”,
terwijl dat verschil in realiteit wel meevalt.
KAPSTOK
Criminaliteit en onveiligheid in onze samenleving zijn geen nieuwe fenomenen. Onrust is van alle
tijden (van Weringh, 1978). Toch is er vaak sprake van chronocentrisme: het idee dat we met een
compleet nieuw fenomeen geconfronteerd worden.
2
,Voorbeeld: tijdens de coronaperiode in Blankenberge waren er rellen op het strand door Brusselse
jongeren. Dit werd politiek sterk uitvergroot, terwijl gelijkaardige fenomenen vroeger ook al
voorkwamen (bv. rellen aan de Britse kust).
We kunnen dit begrijpen via de (laat)moderne risicomaatschappij (Beck, 1992).
• Er is een onvoorwaardelijk geloof in wetenschap en kennis.
• Toch geldt: productie van welvaart < productie van risico’s.
• Onze maatschappij grijpt steeds meer in om risico’s te minimaliseren. Hoe meer welvaart, hoe
panischer de reactie op de laatste risico’s.
• Dit noemt men de succesparadox (Marc Schuilenburg): hoe veiliger, welvarender en gezonder
we worden, hoe panischer we reageren op het laatste stukje tekort dat er nog is.
We zien een paradigmawissel:
• Van verzorgingsstaat naar veiligheidsstaat.
• Van een post-crime samenleving (reageren nadat het gebeurd is) naar een pre-crime
samenleving (vroeger ingrijpen om te voorkomen).
In een pre-crime samenleving staat niet de strafrechtelijke inbreuk centraal, maar de reductie van
veiligheidsrisico’s. Denk aan discussies over overlast, leefbaarheid, regulering van gedrag, normen en
waarden, fatsoen.
We leven vandaag in een controlecultuur en incidentencultuur, met een voortdurend gevoel van
urgentie en soms zelfs morele paniek. Dit leidt tot populaire mythen over jeugdcriminaliteit:
• Jeugddelinquentie stijgt spectaculair.
• Jeugddelinquenten beginnen steeds jonger.
• Jeugd wordt gewelddadiger.
• Jeugdcriminaliteit is etnisch gekleurd.
Toch is het beeld niet eenduidig: de meerderheid van jongeren is relatief braaf. Wel bestaan er
verschillende soorten jeugdcriminaliteit, van typische jeugddelicten tot ernstige gedragsproblematiek.
DRIE ACTUELE VOORBEELDEN
1. Samenscholingsverbod in Willebroek:
De burgemeester kan ingrijpen in de openbare orde en preventief een samenscholingsverbod
opleggen. Dit instrument dient om vroegtijdig in te grijpen – jongeren mogen zelfs niet
aanwezig zijn op bepaalde plaatsen.
2. Vrijwilligers en strafblad:
Het parlement besliste dat vrijwilligers die met jongeren werken een uittreksel uit het
strafregister moeten voorleggen. Dit past in de pre-crime gedachte: men wil vermijden dat
mensen met een strafblad jongeren opnieuw zouden beïnvloeden.
3
, 3. Ongewenst gedrag aan het strand:
Gemeentereglement voorziet GAS-boetes voor wie in strandkledij rondloopt buiten het
strand. Dit veroorzaakte veel discussie.
Ook al zijn jongeren jong, ze kunnen gevaarlijke delicten plegen. Er is een voortdurende discussie of
jeugdrecht versus normaal strafrecht wel het juiste verschil maakt. Deze dualiteit staat centraal in
maatschappelijke debatten.
JEUGDCRIMINOLOGIE ALS WETENSCHAP
De jeugdcriminologie is een jeugdgerichte specialisatie binnen de criminologie, die zich steeds meer
als subdiscipline verzelfstandigt. Toch bestaan er definitieproblemen:
• Het studiedomein is breder geworden.
• Criminologie balanceert tussen wetenschap en beleid.
• Er is een zoektocht naar een nieuwe identiteit door nieuwe veiligheidsvraagstukken.
De criminologie blijft een kruispuntwetenschap:
• Dialectiek tussen normatieve- en gedragswetenschappen.
• Bewaken van fundamenteel democratische principes.
Verder zien we een evolutie in het leven van adolescenten:
• Jongeren blijven langer afhankelijk maar zijn ook vroeger “volwassen”.
• Dit noemt men het moratorium van de jeugd.
4