DEEL 2: KWANTITATIEVE
METHODOLOGIE
HOOFDSTUK 3: VARIABELEN DEFINIËREN EN METEN
Onderzoeksmethodologie = wetenschap van de methoden om wetenschappelijke kennis
te vergaren
Methoden = kwantitatief vs kwalitatief
Prod de wilde= toonde aan wat wetenschappelijke kennis is, nu zullen we dit aantonen
hoe dit kwantitatief is (met cijfers, variabelen meten)
INLEIDING
In dit hoofdstuk: bespreken van procedures die gedragswetenschappers
gebruiken om variabelen in hun onderzoek te definiëren en meten.
Dit lijkt eenvoudig, maar is complex en beslissingen kunnen grote
gevolgen hebben voor onderzoeksresultaten.
Voorbeeld: Onderzoek Elliot en Niesta (2008)
Toont aan dat hetero mannen vrouwen aantrekkelijker vind wanneer ze
rood dragen
Guégen en Jacob (2012) bouwde hierop verder
o Heeft kleur rood ook invloed op gedrag van mannen tgo
serveerster?
o Resultaat: mannelijke klanten geven hogere fooi aan serveerster in
rood, terwijl dit wel geen invloed had op vrouwelijke klanten
o Variabelen makkelijk te meten: zijn objectief, concreet
Kleur T-shirt en bedrag fooi
≠ praktijk: veel andere onderzoeken abstracte en moeilijk te definiëren
variabelen.
Voorbeeld onderzoek: Orth, Robins & Soto (2010):
o Onderzochten verschil in schaamte, schuldgevoel en trots bij
mensen tussen 13 en 89 jaar.
o Deze begrippen zijn niet eenvoudig te bestuderen je moet eerst
nauwkeurig definiëren
o Pas als je gedefinieerd hebt, kan je meten
Operationele definitie
Het combineren vh definiëren en meten van een concept in de wetenschap.
Verloop van het hoofdstuk:
In dit hoofdstuk kijken we hoe onderzoekers variabelen definiëren en
meten
1. Eerst kijken naar soorten variabelen
1
, 2. Meetproces met nadruk op hoe abstracte variabelen worden
gedefinieerd en gemeten adhv operationele definities
3. Twee belangrijke criteria voor kwaliteit v/e meetprocedure;
o Validiteit: meet de procedure wat ze beoogt te meten?
o Betrouwbaarheid: Levert de procedure consistente resultaten op?
3.1 CONSTRUCTIES EN OPERATIONELE DEFINITIES
Leerdoelen van dit onderdeel:
Leerdoelen:
o L1: Een construct definiëren en uitleggen welke rol constructen spelen in
theorieën
o L2: Een operationele definitie definiëren en uitleggen wat het doel en de
beperkingen daarvan zijn.
Na het vinden van onderzoeksvraag (stap 1) en formuleren van
hypothesen (stap 2)
Moet onderzoeken bepalen hoe ze variabelen gaan definiëren en meten
Onderzoekers zijn geïnteresseerd in hoe éen variabele wordt beïnvloedt door de
andere:
Bijvoorbeeld: Clinicoloog wil weten hoe depressiescores veranderen als de
reactie op verschillende therapieën.
Om deze veranderingen te kunnen evalueren, is het belangrijk dat de
variabelen gemeten kunnen worden stap 3 vh onderzoeksproces:
bepalen methode om variabele te definiëren en meten.
Variabelen
Kenmerken of omstandigheden die kunnen verschillen tussen individuen of
binnen personen over tijd.
Variabelen kunnen:
Concreet en direct meetbaar zijn bv gewicht of lengte
Abstract en niet direct waarneembaar bv angst, zelfvertrouwen.
o Deze zul je anders moeten aanpakken om te definiëren en meten!
THEORIEËN EN CONSTRUCTEN
Theorieën proberen menselijk gedrag te verklaren en voorspellen.
Theoretische verklaringen: bevatten vaak hypothetische, niet-zichtbare
elementen die verondersteld worden, om menselijk gedrag te begrijpen.
o Bijvoorbeeld: kind presteert slecht omdat het weinig motivatie heeft.
o Bijvoorbeeld: kinderleidster bekritiseert een leerling niet om diens
zelfvertrouwen te schaden.
maar wat is motivatie en zelfvertrouwen? Je kan dit toch niet
direct waarnemen. == Deze hypothetische, niet direct
observeerbare eigenschappen zijn constructen.
2
, Constructen/ hypothetische constructen
Zijn hypothetische, niet-direct observeerbare eigenschappen of mechanismen
die helpen het gedrag te verklaren en te voorspellen binnen een theorie.
Ze zijn gebaseerd op theorieën, observaties en gevolgtrekkingen.
bv intelligentie, motivatie etc.
Theorie
Is een samenhangend geheel van beweringen over de mechanismen die ten
grondslag liggen aan bepaald gedrag. Theorieën organiseren observaties,
leggen relaties tussen variabelen uit en doen voorspellingen.
Constructen zijn abstract, maar spelen cruciale rol in gedragstheorieën.
Vormen de verbinding tussen externe stimuli en observeerbaar gedrag
Externe stimulus construct extern gedrag
Voorbeeld:
o Externe prikkels zoals beloningen kunnen motivatie (construct)
beïnvloeden, die op haar beurt de prestatie beïnvloedt.
o Een naderend examen kan angst (construct) oproepen, die zich uit zorgen,
nervositeit, verhoogde hartslag of concentratieproblemen.
Hoewel constructen niet direct waarneembaar zijn, kunnen onderzoekers wel:
1. Externe factoren bestuderen: die invloed hebben op construct
2. Het gedrag onderzoeken dat door construct wordt beïnvloed.
OPERATIONELE DEFINITIES
Zoals eerder aangegeven kan je construct niet direct waarnemen, maar
onderzoekers kunnen wel indirect dit bestuderen door externe factoren en het
gedrag dat ermee samenhangt.
Gedrag dat met construct samenhangt wordt gemeten en gebruikt als definitie
en maatstaf vh construct (=operationele definitie)
proces van toepassen hiervan = operationaliseren
Operationele definitie
Is een procedure voor het indirect meten en definiëren v/e variabele die niet
direct kan worden waargenomen of gemeten. Het specificeert een
meetprocedure voor extern, waarneembaar gedrag en gebruikt de
resulterende metingen als zowel definitie, als maat voor het hypothetische
construct.
Functie van operationele definitie:
1. Om diverse concepten te meten en definiëren.
2. Om variabelen te manipuleren.
Diverse concepten te meten en definiëren (adhv intelligentie)
bv IQ-test die hypothetisch construct, intelligentie meet.
Intelligentie: hypothetisch construct dat interne eigenschappen
vertegenwoordigt, maar dat IQ extern gedrag beïnvloedt die wel
meetbaar is
IQ-test : registreer gedrag via antwoorden op vragen.
3
, o Deze scores dienen zowel als definitie van intelligentie, als maat
voor intelligent gedrag.
Om variabelen te manipuleren (adhv honger)
Construct honger kan operationeel gedefinieerd worden als aantal uren
sinds de laatste maaltijd.
Experiment: hongerniveaus meten op verschillende tijdstippen na
avondmaaltijd.
o onderzoek ratten: honger meten door te kijken hoeveel ze eten als
ze vrije toegang hebben tot eten, hoeveel ze eten bepaalt
hongerniveau.
BEPERKINGEN VAN OPERATIONELE DEFINITIES
Operationele definities brengt ook wat beperkingen met zich mee, doordat het
niet hetzelfde is als construct zelf.
bv bij intelligentie meet je enkel externe manifestaties die indicatie geven vh
onderliggend construct. reden dat er discussie is over kwaliteit van
operationele definities en de metingen hiervan.
Geen één-op-één relatie!!
Geen 1 op 1 relatie tss construct en de metingen
Bijvoorbeeld metingen kennis vd studenten
o Docent gebruikt hiervoor prestaties op essays of opgaven
o Prestatie weerspiegelt kennis, maar is niet hetzelfde!
o Factoren kunnen invloed spelen bv ziekte of vermoeidheid,
waardoor de kennis kan veranderen.
Hierdoor ontstaan 2 problemen:
1. Operationele definities kunnen belangrijke componenten vh construct
weglaten
o Bv depressie kan gedefinieerd worden opv gedragsmatige
symptomen als sociale terugtrekken, maar dan laat dit het
cognitieve en emotionele te buiten. kan verholpen worden door
meerdere meetprocedures voor hetzelfde construct.
2. Operationele definities bevatten extra componenten die buiten construct
behoren
o Bv bereidheid om info te delen, als je depressie wilt onderzoeken. Je
het zijn dat mensen die wel bereid zijn om info te delen,
depressiever lijken dan iemand die informatie terughoudt, terwijl het
eig niets zegt over mate van depressie.
GEBRUIK VAN OPERATIONELE DEFINITIES
4
METHODOLOGIE
HOOFDSTUK 3: VARIABELEN DEFINIËREN EN METEN
Onderzoeksmethodologie = wetenschap van de methoden om wetenschappelijke kennis
te vergaren
Methoden = kwantitatief vs kwalitatief
Prod de wilde= toonde aan wat wetenschappelijke kennis is, nu zullen we dit aantonen
hoe dit kwantitatief is (met cijfers, variabelen meten)
INLEIDING
In dit hoofdstuk: bespreken van procedures die gedragswetenschappers
gebruiken om variabelen in hun onderzoek te definiëren en meten.
Dit lijkt eenvoudig, maar is complex en beslissingen kunnen grote
gevolgen hebben voor onderzoeksresultaten.
Voorbeeld: Onderzoek Elliot en Niesta (2008)
Toont aan dat hetero mannen vrouwen aantrekkelijker vind wanneer ze
rood dragen
Guégen en Jacob (2012) bouwde hierop verder
o Heeft kleur rood ook invloed op gedrag van mannen tgo
serveerster?
o Resultaat: mannelijke klanten geven hogere fooi aan serveerster in
rood, terwijl dit wel geen invloed had op vrouwelijke klanten
o Variabelen makkelijk te meten: zijn objectief, concreet
Kleur T-shirt en bedrag fooi
≠ praktijk: veel andere onderzoeken abstracte en moeilijk te definiëren
variabelen.
Voorbeeld onderzoek: Orth, Robins & Soto (2010):
o Onderzochten verschil in schaamte, schuldgevoel en trots bij
mensen tussen 13 en 89 jaar.
o Deze begrippen zijn niet eenvoudig te bestuderen je moet eerst
nauwkeurig definiëren
o Pas als je gedefinieerd hebt, kan je meten
Operationele definitie
Het combineren vh definiëren en meten van een concept in de wetenschap.
Verloop van het hoofdstuk:
In dit hoofdstuk kijken we hoe onderzoekers variabelen definiëren en
meten
1. Eerst kijken naar soorten variabelen
1
, 2. Meetproces met nadruk op hoe abstracte variabelen worden
gedefinieerd en gemeten adhv operationele definities
3. Twee belangrijke criteria voor kwaliteit v/e meetprocedure;
o Validiteit: meet de procedure wat ze beoogt te meten?
o Betrouwbaarheid: Levert de procedure consistente resultaten op?
3.1 CONSTRUCTIES EN OPERATIONELE DEFINITIES
Leerdoelen van dit onderdeel:
Leerdoelen:
o L1: Een construct definiëren en uitleggen welke rol constructen spelen in
theorieën
o L2: Een operationele definitie definiëren en uitleggen wat het doel en de
beperkingen daarvan zijn.
Na het vinden van onderzoeksvraag (stap 1) en formuleren van
hypothesen (stap 2)
Moet onderzoeken bepalen hoe ze variabelen gaan definiëren en meten
Onderzoekers zijn geïnteresseerd in hoe éen variabele wordt beïnvloedt door de
andere:
Bijvoorbeeld: Clinicoloog wil weten hoe depressiescores veranderen als de
reactie op verschillende therapieën.
Om deze veranderingen te kunnen evalueren, is het belangrijk dat de
variabelen gemeten kunnen worden stap 3 vh onderzoeksproces:
bepalen methode om variabele te definiëren en meten.
Variabelen
Kenmerken of omstandigheden die kunnen verschillen tussen individuen of
binnen personen over tijd.
Variabelen kunnen:
Concreet en direct meetbaar zijn bv gewicht of lengte
Abstract en niet direct waarneembaar bv angst, zelfvertrouwen.
o Deze zul je anders moeten aanpakken om te definiëren en meten!
THEORIEËN EN CONSTRUCTEN
Theorieën proberen menselijk gedrag te verklaren en voorspellen.
Theoretische verklaringen: bevatten vaak hypothetische, niet-zichtbare
elementen die verondersteld worden, om menselijk gedrag te begrijpen.
o Bijvoorbeeld: kind presteert slecht omdat het weinig motivatie heeft.
o Bijvoorbeeld: kinderleidster bekritiseert een leerling niet om diens
zelfvertrouwen te schaden.
maar wat is motivatie en zelfvertrouwen? Je kan dit toch niet
direct waarnemen. == Deze hypothetische, niet direct
observeerbare eigenschappen zijn constructen.
2
, Constructen/ hypothetische constructen
Zijn hypothetische, niet-direct observeerbare eigenschappen of mechanismen
die helpen het gedrag te verklaren en te voorspellen binnen een theorie.
Ze zijn gebaseerd op theorieën, observaties en gevolgtrekkingen.
bv intelligentie, motivatie etc.
Theorie
Is een samenhangend geheel van beweringen over de mechanismen die ten
grondslag liggen aan bepaald gedrag. Theorieën organiseren observaties,
leggen relaties tussen variabelen uit en doen voorspellingen.
Constructen zijn abstract, maar spelen cruciale rol in gedragstheorieën.
Vormen de verbinding tussen externe stimuli en observeerbaar gedrag
Externe stimulus construct extern gedrag
Voorbeeld:
o Externe prikkels zoals beloningen kunnen motivatie (construct)
beïnvloeden, die op haar beurt de prestatie beïnvloedt.
o Een naderend examen kan angst (construct) oproepen, die zich uit zorgen,
nervositeit, verhoogde hartslag of concentratieproblemen.
Hoewel constructen niet direct waarneembaar zijn, kunnen onderzoekers wel:
1. Externe factoren bestuderen: die invloed hebben op construct
2. Het gedrag onderzoeken dat door construct wordt beïnvloed.
OPERATIONELE DEFINITIES
Zoals eerder aangegeven kan je construct niet direct waarnemen, maar
onderzoekers kunnen wel indirect dit bestuderen door externe factoren en het
gedrag dat ermee samenhangt.
Gedrag dat met construct samenhangt wordt gemeten en gebruikt als definitie
en maatstaf vh construct (=operationele definitie)
proces van toepassen hiervan = operationaliseren
Operationele definitie
Is een procedure voor het indirect meten en definiëren v/e variabele die niet
direct kan worden waargenomen of gemeten. Het specificeert een
meetprocedure voor extern, waarneembaar gedrag en gebruikt de
resulterende metingen als zowel definitie, als maat voor het hypothetische
construct.
Functie van operationele definitie:
1. Om diverse concepten te meten en definiëren.
2. Om variabelen te manipuleren.
Diverse concepten te meten en definiëren (adhv intelligentie)
bv IQ-test die hypothetisch construct, intelligentie meet.
Intelligentie: hypothetisch construct dat interne eigenschappen
vertegenwoordigt, maar dat IQ extern gedrag beïnvloedt die wel
meetbaar is
IQ-test : registreer gedrag via antwoorden op vragen.
3
, o Deze scores dienen zowel als definitie van intelligentie, als maat
voor intelligent gedrag.
Om variabelen te manipuleren (adhv honger)
Construct honger kan operationeel gedefinieerd worden als aantal uren
sinds de laatste maaltijd.
Experiment: hongerniveaus meten op verschillende tijdstippen na
avondmaaltijd.
o onderzoek ratten: honger meten door te kijken hoeveel ze eten als
ze vrije toegang hebben tot eten, hoeveel ze eten bepaalt
hongerniveau.
BEPERKINGEN VAN OPERATIONELE DEFINITIES
Operationele definities brengt ook wat beperkingen met zich mee, doordat het
niet hetzelfde is als construct zelf.
bv bij intelligentie meet je enkel externe manifestaties die indicatie geven vh
onderliggend construct. reden dat er discussie is over kwaliteit van
operationele definities en de metingen hiervan.
Geen één-op-één relatie!!
Geen 1 op 1 relatie tss construct en de metingen
Bijvoorbeeld metingen kennis vd studenten
o Docent gebruikt hiervoor prestaties op essays of opgaven
o Prestatie weerspiegelt kennis, maar is niet hetzelfde!
o Factoren kunnen invloed spelen bv ziekte of vermoeidheid,
waardoor de kennis kan veranderen.
Hierdoor ontstaan 2 problemen:
1. Operationele definities kunnen belangrijke componenten vh construct
weglaten
o Bv depressie kan gedefinieerd worden opv gedragsmatige
symptomen als sociale terugtrekken, maar dan laat dit het
cognitieve en emotionele te buiten. kan verholpen worden door
meerdere meetprocedures voor hetzelfde construct.
2. Operationele definities bevatten extra componenten die buiten construct
behoren
o Bv bereidheid om info te delen, als je depressie wilt onderzoeken. Je
het zijn dat mensen die wel bereid zijn om info te delen,
depressiever lijken dan iemand die informatie terughoudt, terwijl het
eig niets zegt over mate van depressie.
GEBRUIK VAN OPERATIONELE DEFINITIES
4