2.1 de prehistorie, tijd van jagers en verzamelaars
Periode: prehistorie
Tijdvak: jagers en boeren (schepping-ontstaan schrift)
KA1: de levenswijze van jagers en verzamelaars
- Prehistorie eindigt waar het schrift ontstaat
--> in prehistorie, Primaire ongeschreven bronnen
Levenswijze van jagers en verzamelaars:
Politiek: Nomaden, groepen van 10-30 personen, geen regering
Economisch: middel van bestaan --> jagen en verzamelen (jacht + visvangst)
Sociaal: rolverdeling man/vrouw (man=jagen, vrouw= eetbare planten vinden), weinig
sociale verschillen
Cultureel: eenvoudige werktuigen van hout/steen/bot, aardewerk + grottekeningen,
venusbeeldjes --> er was religieus besef
2.2 landbouw en landbouwsamenlevingen ontstaan
Periode: prehistorie
Tijdvak: jagers en boeren
KA2: het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Eerste landbouw: Mesopotamië, vonden zaaien en na een jaar oogsten uit
---> vaak langs rivieren, want vruchtbare grond
- Mensen hoefden niet meer steeds door te reizen voor het voedsel
---> ontstaan eersten dorpen
Politiek: kleine dorpjes, samenleving complexer dus bestuur, sommige mensen kregen
meer macht ---> lagen, gelaagde samenleving
Economie: oogst leverde veel op ---> niet iedereen hoefde meer in de landbouw te
werken ---> ontstaan nieuwe ambachten (arbeider, geleerde, soldaat, koopman)
, Sociaal: iedereen had z'n eigen werk dat vormde een geheel van een sedentaire
samenleving, 100-1000 personen
Cultureel: magische rituelen ook voor oogst ---> ontstaan godsdiensten, uitvinding -->
gereedschap, kalender, schrift = einde prehistorie
2.3 prehistorie in Nederland
Periode: prehistorie
Tijdvak: jagers en boeren
KA3: het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
- Oudste sporen: stenen werktuigen, pijlpunten + vuistbijlen
- Ook sporen van akkers, boerderijen en werktuigen (Limburg)
---> vaak bij rivieren
Stedelijke gemeenschappen:
Politiek: steden bestuurd door koningen en priesters. Steden/stadstaten groeide soms
uit tot rijken (Egypte)
Economie: akkerbouw en veeteelt (landbouw), handel en ambachten
Sociaal: gemiddeld 10.000 mensen, sociale verschillen door de nieuwe beroepen,
hiërarchie/gelaagdheid
Cultureel: polytheïstische godsdienst (tempels), schrift
2.4 het ontstaan van de polis, Athene als voorbeeld
Periode: klassieke oudheid
Tijdvak: Grieken en Romeinen
KA4: de ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap
en politiek in de Griekse stadstaat
8e eeuw v chr --> Griekenland bestaat uit 200 poleis
Polis --> acropolis (verhoogde midden van de stad, vaak met tempel)
Periode: prehistorie
Tijdvak: jagers en boeren (schepping-ontstaan schrift)
KA1: de levenswijze van jagers en verzamelaars
- Prehistorie eindigt waar het schrift ontstaat
--> in prehistorie, Primaire ongeschreven bronnen
Levenswijze van jagers en verzamelaars:
Politiek: Nomaden, groepen van 10-30 personen, geen regering
Economisch: middel van bestaan --> jagen en verzamelen (jacht + visvangst)
Sociaal: rolverdeling man/vrouw (man=jagen, vrouw= eetbare planten vinden), weinig
sociale verschillen
Cultureel: eenvoudige werktuigen van hout/steen/bot, aardewerk + grottekeningen,
venusbeeldjes --> er was religieus besef
2.2 landbouw en landbouwsamenlevingen ontstaan
Periode: prehistorie
Tijdvak: jagers en boeren
KA2: het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Eerste landbouw: Mesopotamië, vonden zaaien en na een jaar oogsten uit
---> vaak langs rivieren, want vruchtbare grond
- Mensen hoefden niet meer steeds door te reizen voor het voedsel
---> ontstaan eersten dorpen
Politiek: kleine dorpjes, samenleving complexer dus bestuur, sommige mensen kregen
meer macht ---> lagen, gelaagde samenleving
Economie: oogst leverde veel op ---> niet iedereen hoefde meer in de landbouw te
werken ---> ontstaan nieuwe ambachten (arbeider, geleerde, soldaat, koopman)
, Sociaal: iedereen had z'n eigen werk dat vormde een geheel van een sedentaire
samenleving, 100-1000 personen
Cultureel: magische rituelen ook voor oogst ---> ontstaan godsdiensten, uitvinding -->
gereedschap, kalender, schrift = einde prehistorie
2.3 prehistorie in Nederland
Periode: prehistorie
Tijdvak: jagers en boeren
KA3: het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
- Oudste sporen: stenen werktuigen, pijlpunten + vuistbijlen
- Ook sporen van akkers, boerderijen en werktuigen (Limburg)
---> vaak bij rivieren
Stedelijke gemeenschappen:
Politiek: steden bestuurd door koningen en priesters. Steden/stadstaten groeide soms
uit tot rijken (Egypte)
Economie: akkerbouw en veeteelt (landbouw), handel en ambachten
Sociaal: gemiddeld 10.000 mensen, sociale verschillen door de nieuwe beroepen,
hiërarchie/gelaagdheid
Cultureel: polytheïstische godsdienst (tempels), schrift
2.4 het ontstaan van de polis, Athene als voorbeeld
Periode: klassieke oudheid
Tijdvak: Grieken en Romeinen
KA4: de ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap
en politiek in de Griekse stadstaat
8e eeuw v chr --> Griekenland bestaat uit 200 poleis
Polis --> acropolis (verhoogde midden van de stad, vaak met tempel)