Overkoepelend: Vormen van Ethiek college 1
1. Meta Ethics
Meta-ethiek is het deelgebied van de filosofie dat niet zozeer vraagt wat goed of fout is, maar dat een stap
terugneemt en onderzoekt wat we eigenlijk bedoelen met morele uitspraken en wat de aard van moraal is.
Voorbeeld is Euryphro dilemma van Plato.
Plato – filosoof – 427-347 BC – Griekenland.
‘The euryphro dilemma’ (meta ethics)
Is moraal afhankelijk van God of bestaat er een hogere zelfstandige standaard van goed en kwaad?
1. Als iets goed is omdat de goden het liefhebben → dan is moraal willekeurig. De goden zouden ook
kunnen bepalen dat wreedheid goed is, en dan zou dat zo zijn.
2. Als de goden iets liefhebben omdat het goed is → dan bestaat “het goede” onafhankelijk van de goden,
en is goddelijke instemming niet de bron van moraliteit.
Dit is een voorbeeld van Meta Ethics
2. Normative Ethics
Normatieve ethics gaat over wat we moraal gezien zouden moeten doen. Het gaat over bepaalde normen.
De tak die zich afvraagt: welke morele regels, principes, doctrines moeten we accepteren? Voorbeeld van
normative ethics is ‘Natural Law Therory’. Wat is normaal? Wat verwachten we? Homoseksualiteit is niet
natuurlijk, dus dan zou het de Natural Law Theory zijn. Echter, in de natuur komt het ook voor, dus daarom
past het toch weer niet bij de Natural Law Theory. De natuur is vaak hard en daardoor geen goede
graadmeter voor wat ‘goed’ is.
3. Applied Ethics
Voorbeeld: regels in klaslokaal. Wat verwachten we van mensen? Morele assumpties, protocollen vallen
bijvoorbeeld ook onder applied ethics. Denk hierbij ook aan de DSM-5.
Moreel redeneren – nadenken en redeneren over morele kwesties – kan met scientific toolbox.
Scientific toolbox:
- Thought experioments - Gedachten experiment (zoals eutyphro dilemma)
- Informal logic – Vergelijken seksueel gedrag bij dieren, alszijnde een analogie. Analyseren, interpreteren, evalueren
en construeren van argumenten in alledaagse taal. ‘Je zou geen dieren in een circus moeten gebruiken’, niet goed
voor welzijn dieren en te kleine hokken. → geen wiskundig bewijs, maar argument in natuurlijke taal.
- Formal logic – Analyseert argumenten op vorm en structuur, los van de inhoud. Hier komen we later nog op terug in
samenvatting → ADHD Case study als voorbeeld.
- Special moral arguments – universalization (wat als iedereen dat zou doen?), fact value distinction (volgt later).
- Netflix - voorbeelden zijn the good place, of zone of interest (dat je alleen maar naar je nabije cirkel kijkt en wat het
daarmee doet, ipv met alle mensen om je heen).
Case Study ADHD & onderwijs – Formal Locic (scientific toolbox for moral reasoning)
Waarom thema van belang? Raakt zorg en educatie. Veel morele zorgen. Lange termijn effecten van medicatie.
Inclusief/exclusief onderwijs, gelijkheid onderwijs, doel educatie? We nemen dit met Formal Logic eens onder de
loep! Uit onderzoek zou gebleken zijn dat ADHD een hersenaandoening is (the data from our highly powered analysis
confirm that patients with ADHD do have altered brains and therefore that ADHD is a disorder of the brain). Laten we dit eens
onderzoeken met de tools die we hebben.
DSM-5 zegt dat als je 6 van de 9 criteria hebt dat je dan ADHD hebt, maar dat is niet echt bewijs, de groep is te
heterogeen, dus veel mensen zullen 6 van de 9 criteria hebben.
,Volgende claim: In children with ADHD, there is a general reduction of volume in certain brain structures, with a
proportionally greater decrease in the volume in the left-sided prefrontal cortex.
Is dit dan logisch en moreel juist?
Bewering 1:
ADHD is een hersenaandoening.
Bewering 2:
Ryan heeft ADHD.
(verborgen beweringen:
Data laat zien dat alle kinderen met ADHD kleinere hersenen hebben.
Alle kinderen met aangedane hersenen hebben een hersenaandoening).
Conclusie:
Ryan heeft een hersenaandoening. → Non sequitur → ‘it does not follow’ (er is geen geldig verband tussen wat er wordt
gezegd en de conclusie die getrokken wordt).
Term: Fact Value distinction
Hoe komen we van dit aangenomen (feit) fact (kleinere hersenen) tot de (waarde/conclusie) value dat het een
aandoening is (Wolff, blz 22/23). Waarom zijn grotere hersenen geen aandoening? Hoe komen we erbij dat kleinere
hersenen een aandoening is? Dit is een aangenomen waarde. Een value statement volgt uit een ‘feit’, maar is zeker
niet altijd correct! Wolffs claim is: in order to move from a fact to the value we often (always?) put in more values. (it is not
nature, it is us that judges whether smaller/bigger brains are a disorder)
Belangrijke term hierbij:
Term: Ecological Fallacy – ten onrechte conclusies trekken over individuen op basis van gegevens op groepsniveau
(wordt gegarandeerd vraag over gesteld op tentamen geeft docent aan).
Verschillen zijn geen aandoening!
_______________________________________________________________________________________________
Term: Epistemological violence (injustice): “when empirical data are interpreted as showing the inferiority of or
problematizes the Other, even when data allow for equally viable alternative interpretations.” → Schade door
kennisproductie of interpretatie die ongelijkheid of stereotypering in stand houdt.
Stel dat een studie laat zien dat studenten uit een bepaalde wijk gemiddeld lager scoren op een toets.
• Een neutrale interpretatie zou zijn: “Er lijken verschillen te zijn, maar deze kunnen verklaard worden door
factoren zoals toegang tot middelen, onderwijskwaliteit of sociaal-economische omstandigheden.”
• Een epistemologisch gewelddadige interpretatie zou zijn: “Studenten uit deze wijk zijn gewoon minder
intelligent.”
→ Hier worden de data gebruikt om een groep structureel te problematiseren of te marginaliseren, terwijl
alternatieve, plausibele verklaringen mogelijk zijn.
Four main paradims.
Utilitarianism (college 1 en 2) → Deontology (college 2 en 3) → Virtue Ethics (college 3 en 4) → en vanuit virtue
ethics weer naar Ethics of care (college 4)
Vorm of Normative Ethics – Utilitarianism - College 1 - Jeremy Bentham / John Stuart Mill
Utilitarisme is een ethische theorie die stelt dat de morele waarde van een handeling wordt bepaald door het gevolg
ervan, specifiek door de mate waarin het, het grootste geluk voor het grootste aantal mensen bevordert.
Gedachtenexperiment – trein
Stel, een trein rijdt rechtdoor, maar kan een splitsing maken doordat jij aan de hendel trekt. Als je niet aan de hendel
trekt rijdt de trein 5 mensen dood, als je wel aan de hendel trekt gaat de trein naar het andere spoor en rijdt 1 mens
door. Wat doe je? → Happiness for the greatest number? Aan de hendel trekken.
, Jeremy Bentham – filosoof - Actions are right in proportion as they tend to promote happiness, wrong as they tend to
promote unhappiness Happiness: pleasure, absence of pain. Happiness also to the greatest number.
Drie fundamentele overtuigingen hierbij:
✓ Moraliteit vereist dat iedereen gelijk behandeld wordt. → Geen voorrang geven aan jezelf of aan
specifieke groep.
✓ Plezier is het ultieme goed (het intrinsieke doel) → Grootste doel moreel handelen is
vergroten geluk/plezier en verminderen lijden. Staat in contrast met religieus moralisme (zelfonthouding,
ontzegging plezier).
✓ Moraliteit moet gebaseerd zijn op stevige principes
Drie fundamentele overtuigingen kunnen opgedeeld worden in twee gedeelten:
1. Theory of the good
✓ Pleasure is good and unhappiness / pain is bad
✓ Pleasure is the only thing that is good.
2. Theory of the right
✓ Act in such a way that you bring about the greatest happiness for the greatest number.
Bentham’s Felicific Calculus:
Volgens Bentham kun je dit wetenschappelijk berekenen aan de hand van 7 criteria van de Felicific Calculus
Utilitarianism is een wijze van denken.
Voorbeelden hierbij: democratie, covid pandemie. Als we deze bril leggen op ADHD case study, waarom is ADHD dan
een probleem?
ADHD – waarom is het een probleem? Case Study aan de hand van Utilitarianism
In DSM-5 staat meerdere malen benoemd dat het problemen oplevert op school. Dus in het onderwijs is het een
probleem!
Kleine klassen en 2 docenten? ADHD zou waarschijnlijk geen probleem zijn en misschien niet eens dusdanig opvallen.
Maar grote klassen en maar 1 docent? Dan is ADHD wel een probleem. De belastingbetaler wil bezuinigen op
onderwijs, dus liever grote klassen en 1 docent. Daardoor is ADHD een probleem. → Greatest happiness for the
greatest number (in dit geval de belastingbetaler).