100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting ALLE tentamenstof (colleges + boek) sociale psychologie

Rating
-
Sold
1
Pages
30
Uploaded on
21-10-2025
Written in
2024/2025

Deze samenvatting bevat alle stof voor het tentamen voor het vak Sociale Psychologie. Het bevat alle online hoorcolleges die zijn aangevuld met informatie uit het boek. Alvast succes met leren!

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
October 21, 2025
Number of pages
30
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

MODULE 1
College 1
Deel 1 – Introductie
We kiezen vaak voor iets wat ons plezier geeft op de korte termijn.
Pesten of buitengesloten worden heeft een sterke negatieve impact op jongeren.

Definities
Psychologie: de wetenschappelijke studie naar het gedrag en het innerlijke leven van de
mens (gedachtes en gevoelens).
Sociale psychologie: de mens in de context van andere mensen, hoe worden wij beïnvloed.

Twee soorten aanwezigheid
Expliciete aanwezigheid: mensen uit onze omgeving imiteren omdat zij fysiek
aanwezig zijn.
Impliciete aanwezigheid: mensen beïnvloeden ons doordat we aan hen denken.
Er is sociale invloed: het effect wat andere mensen hebben op een persoon.

Waar kijken de verschillende gebieden van psychologie naar:
Klinische psychologie en persoonlijkheidspsychologie kijkt naar het individu, sociale
psychologie kijken naar het individu in de context van een groep.

Construct: de manier waarop mensen de sociale wereld waarnemen, begrijpen en
interpreteren.

Deel 2 – Verschillende perspectieven
Evolutionair perspectief
Gedrag wordt verklaard door te kijken naar hoe mensen zich aan hebben gepast om onze
overlevingskansen of voortplantingskansen te vergroten. Kijkt naar het proces van
aanpassing.

Evolutietheorie (Charles Darwin)
Het gaat om natuurlijke selectie: het proces waarbij belangrijke eigenschappen die gunstig
zijn voor de overleving worden doorgegeven aan het nageslacht. Niet gunstige kenmerken
sterven uit.
Guppy experiment: guppy’s worden verdeeld over 10 vijvers. De helft van de vijvers
heeft kiezelsteentjes, de andere helft zand. In sommige vijvers zijn roofdieren
aanwezig. Er werd in dit experiment gekeken of de guppy’s zich aanpassen aan de
omgeving.

Resultaten:
- In de vijver zonder roofdieren hebben de mannelijke guppy’s felle kleuren ontwikkelt
om aandacht te trekken, dit is gunstig voor de voortplanting.
- In de vijver met roofdieren hebben de guppy’s in de vijver met zand kleine stipjes
ontwikkelt. In de vijver met roofdieren en kiezelsteentjes hebben de guppy’s grotere
stippels gekregen.


Evolutie kan gebruikt worden om gedrag te begrijpen. De evolutie gaat er ook vanuit dat de
mens gelijk is aan dieren. Dingen waaruit dit blijkt:
- Gezichtsuitdrukkingen van mensen zijn vergelijkbaar met die van dieren.
- Sommige gewoontes zijn universeel, bijvoorbeeld het vormen van relaties.

,Socio-cultureel perspectief
Gaat over de invloed van de groep waarin je opgroeit, cultuur, tradities en gedragingen. Dit
perspectief kan onderzocht worden door cross-cultureel onderzoek: zoekt of iets aanwezig of
beide/meerdere culturen of is het uniek van één cultuur.

Deel 3 – Perspectieven in de sociale psychologie
Sociaal leren perspectief
Kijkt naar wat je in het verleden mee hebt gemaakt en kijken wat voor gedrag je door die
eerdere ervaringen laat zien.
Aanname van dit perspectief: we imiteren rolmodellen, zoals bijvoorbeeld moeder of een
leider.
- Als je opgroeit met religie en je ouders dat belangrijk vinden is de kans groot dat je dit
zelf ook later belangrijk gaat vinden.
- Als je tijdens je jeugd op bent gegroeid met het zien van behulpzaamheid vanuit je
ouders, doe je dit zelf later ook meer.

Perspectieven staan niet los van elkaar, er is altijd interactie tussen de perspectieven.

Deel 4 – Persoon x situatie
Invloed van situaties
Kurt Lewin is de grondlegger van de sociale psychologie. Doel van de sociale psychologie
was om mensen te begrijpen. Hij bedacht de volgende formule: B = f(P x E). Hierin staat de
B voor Behavior, P voor Person en E voor Environment. Dus de formule laat zien dat het
gedrag het product is van de persoon die te maken heeft met de omgeving.

Twee dingen uit een situatie die het gedrag beïnvloeden:
Aanwezigheid van anderen: bij aanwezigheid van anderen vertonen mensen vaker
moreler gedrag.
Normen: gedrag wordt anders in verschillende situaties.

Als persoon hebben wij ook invloed op de situatie. Als een persoon niet hetzelfde handelt als
anderen valt dit op en kan het de situatie beïnvloeden.
Voorbeeld: dodenherdenking, 2010. Als een persoon opeens begint te schreeuwen
(ander gedrag dan alle andere mensen), beïnvloed dit de situatie. Mensen raken in
paniek en beginnen weg te rennen.

Gestaltpsychologie
Uitgangspunt van gestaltpsychologie is dat niet iedereen alles op dezelfde manier ervaart. Er
zijn bijvoorbeeld plaatjes die je steeds op een andere manier waar kan nemen.
Naïef realisme: wat mensen zelf waarnemen is waar, terwijl iedereen wel allemaal
andere dingen zien, zorgt voor conflicten in de politiek en relaties.

Waarom zijn wij niet objectief
Twee basale motieven:
Zelf-verbeteringsmotief: mensen willen graag een goed gevoel hebben over zichzelf.
Accuraatheidsmotief: we willen een correct beeld over onszelf
Dus: als je kritisch kijkt naar jezelf zie je dingen die je liever niet wil zien
Oplossing hiervoor is optimisme (trucjes om ons goed te laten voelen).

Begrippen
Beter dan gemiddeld effect: eigen capaciteit overschatten, ik kan het boven
gemiddeld.
Onrealistisch optimisme: we onderschatten de kans dat slechte gebeurtenissen ons
overkomen en overschatten de kans dat ons iets heel goeds overkomt.

, Depressief realisme: depressieve mensen zijn realistischer m.b.t. tot de kijk die zij
over zichzelf hebben.
Vals consensus effect: als we denken dat we een slechte eigenschap hebben,
zeggen we dat alle mensen ook jouw slechte eigenschappen hebben.
Vals uniciteitseffect: als we iets heel goed kunnen zeggen we dat we de enige zijn die
dat zo goed kan, uniek voelen.
Deze dingen helpen ons een goed gevoel te hebben over onszelf

College 2
Deel 1 – Methodologie
Drie bekende problemen van sociaal psychologen:
Imago: mensen denken dat veel dingen uit de sociale psychologie vanzelfsprekend
zijn, alles wat sociaal psychologen doen gaat over algemene kennis en kan de
gewone mens ook bedenken
Hindsight bias: achteraf zeggen dat jij het wel had kunnen voorspellen, het is achteraf
makkelijk zeggen als je alle informatie hebt.
Slechte onderzoekspraktijken, zoals data fabriceren of veranderen.
Onethisch onderzoek. Voorbeelden van onethisch onderzoek zijn het Milgram
experiment en het Stanford Prison Experiment.

Na (onder andere) Diederik Stapel wordt er kritischer naar onderzoek gekeken, er wordt
gevonden dat er sprake was van:
- Meer fraude gevallen dan gedacht
- Meer slecht onderzoek dan gedacht

Replicatiecrisis: er werden veel onderzoeken opnieuw uitgevoerd (replicatie), daaruit bleek
dat er veel resultaten afweken van het originele onderzoek. Dat is problematisch en
veroorzaakt een crisis binnen de wetenschap.

Methoden die wij nu gebruiken om goed onderzoek te doen:
Replicatieonderzoek: onderzoek opnieuw uitvoeren. Als je op dezelfde resultaten
komt is dat positief.
Meta-analyse: studies die hetzelfde bestuderen en uit die resultaten een gemiddelde
trekken, als dat allemaal ongeveer gelijk is, is dat goed.
Open science: informatie over het onderzoek wat je uit wil voeren openbaar en
toegankelijk maken. Er zijn hierbij drie dingen belangrijk: preregistreren
(onderzoeksvraag en voorspelling openbaar maken op een site), open data (vertellen
waar je je statistische analyses over gaat doen) en open materials (vertellen welke
materialen er zijn gebruikt).

Strengere regels/eisen met betrekking tot ethiek:
Informed consent: proefpersonen een brief geven met alle informatie over het
onderzoek, daarna de participanten laten beslissen of ze nogsteeds mee willen doen.
Voorkom misleiding: misleiding is vaak schadelijk en is soms niet nodig,
onderzoekers moeten zorgen dat er alleen misleiding gebruikt wordt als het echt niet
anders kan.
Bescherm deelnemers: je mag participanten geen pijn doen.
Vertrouwelijkheid (anonimiteit): zorg dat de gegevens van proefpersonen niet
openbaar worden gemaakt en beperkt blijven tot de onderzoeker.
Debriefing: na afloop van het onderzoek uitleggen wat je hebt gedaan, wat je
verwacht en de eventuele misleiding uitleggen.
Om te zorgen dat dit gebeurd: ethische commissie (IRB). De ethische commissie
beoordeeld onderzoeken voordat deze echt uitgevoerd mogen worden.

Deel 2 – Theorieën testen
$10.35
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
student208

Get to know the seller

Seller avatar
student208 Tilburg University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
2 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions