sterilisatie van
oppervlakten, materiaal,
instrumenten en levende
weefsels
INFECTIEBEHEERSING
1. Reinigen, ontsmetten en sterilisatie
Doel:
• Microbiologisch zuivere voorwerpen creëren
– Aantal levende MO op voorwerpen of oppervlakken verminderen (ontsmetten)
– Nul brengen (steriliseren)
– VOORAF grondige reiniging efficiëntie ontsmetting of sterilisatie verhogen
• Huid kiemarm maken voor ingrepen
– Reinigen van huiddefecten
– Ontsmetten i.g.v. infectie of ingreep
1.1 Begrippen
Reiniging/ schoonmaken = zichtbare vuil in water/sop verdunnen + verwijderen
Aantal mo = verminderen door verdunning + mechanische werking
Niet doden
Voorkomt mo zich zal vasthechten/ vermenigvuldigen/verspreiden op vw/oppervlak
Ontsmetting = meest pathogene kiemen doden om overdracht te voorkomen
Disinfectie = oppervlak, materiaal + instrumenten
Antisepsis = levende weefsels
Sterilisatie = geen micro-organismen in/op
voorwerp na behandeling
Doorbreken huid-/slijmvliesbarrière
Pt minder weerstand
1.2 Afstervingscurve
= lijn die aangeeft hoe snel het aantal
micro-organismen van bepaalde soort
vermindert bij toepassing van kiemdodende
methode
Beïnvloedene factoren:
Soort micro-organisme
- Bacteriesporten = ongevoelig voor
uitdrogen, warmte + chemicaliën
, - Mycobacteriën = weinig gevoelig voor uitdrogen + chemicaliën
Aanvangsbesmetting
- Meer tijd nodig voor afsterving naarmate aanvang proces meer mo aanwezig
- Goede reiniging = vooraf
- Belang gladde oppervlakken
Aard van het proces (temperatuur, concentratie, tijd)
Milieu
- Inwerking chemicaliën = aanwezigheid organisch materiaal (slijm, bloed, pus,
faeces)
Ontsmettingsmiddelen = coaguleren eiwitten organisch materiaal
Ondoordringbaar laagje
mo
Moeilijk bereikbaarheid
ontsmettingsmiddelen
Eerst reinigen!
- Minder invloed = warmte
Biofilm = verdediging tegen
uitdroging + toxische stoffen (ab
+chemicaliën)
- Overleving mo = clustering
matrix van extracellulaire
polymere stoffen
- Terugkerende ontstekingen? Niet altijd aantoonbaar bloed
1.2 Besmetting
• Ruimten in ZH in verschillende mate besmet = voortdurende aanvoer van MO
• Besmetting kan niet uitgesloten worden = aanvaardbaar evenwicht tussen aanvoer/afvoer
• Bronnen + lokalisatie
1.2.1 Bronnen van besmetting
huidflora, lucht, personeel, patiënten
micro-organisme op grond overleven
passief via lucht
1.2.2 Lokalisatie kiemen
horizontale oppervlakken
- weinig pathogene/virulente mo
- sedimenteren snel vanuit lucht naar oppervlak
waterpunten, zeepdispensers, sanitair…
besmetting oppervlak = rechtstreeks contact personeel
aard activiteit = bepaalt aantal kiemen in lucht
1.2.3 Beperking van besmetting
Preventie:
aangepaste kleding
luchtfiltering = daling aerogene besmetting
vochtigheidscontrole = versnelling sedimentatie partikels
reinigen/ontsmetting oppervlakken
1.2.4 Werkzaamheid
Grondigheid van reiniging + techniek:
water + zeep = kiemen lossen op, verdunnen, verwijderend
Schrobben = mechanische reiniging
Detergenten = versterken oplossend vermogen vuil + kiemen