Publiek recht = Het publiek recht regelt de uitoefening van het staatsgezag, de verhouding
tussen de overheid en de burger enerzijds en tussen de overheidsorganen onderling
anderzijds. Volgende takken horen publiek recht: o.a. grondwettelijk recht, ruimtelijke
ordening, fiscaal recht, strafrecht, ...
Privaatrecht = Privaatrecht regelt de verhoudingen tussen de burgers onderling.
Tot privaat recht horen o.a. burgerlijk recht, handelsrecht, ...
Openbare orde = Openbare orde betreft de fundamenten van onze samenleving (publieke
rust, orde en veiligheid).
Hierin zijn ook de goede zeden begrepen (wat op een bepaald moment moreel wordt
aanvaard door de maatschappij). Contracten in strijd met de openbare orde kunnen
vernietigd worden.
Goede zeden = Goede zeden is wat onze maatschappij op een bepaald moment als moreel
aanvaardbaar beschouwt. In het nieuw Burgerlijk Wetboek omvat het begrip 'openbare
orde' ook goede zeden.
Dwingend recht = Dwingend recht zijn rechtsregels die moeten gevolgd worden en waarvan
men bij contract niet mag afwijken.
Aanvullend recht = Aanvullend recht zijn rechtsregels die worden gevolgd indien het
contract zelf geen afspraak maakt of oplossing geeft.
Federale staat = In een federale staat zoals België zijn de bevoegdheden op wetgevend en
uitvoerend vlak verdeeld over een federaal niveau (geldend voor gans België) en deelniveaus
(in België: gewesten en gemeenschappen). De rechterlijke macht is enkel op federaal niveau
georganiseerd.
Wetgevende macht = De wetgevende macht wordt op nevengeschikt beleidsniveau
uitgeoefend door parlementen. Zij nemen beslissingen die door de burgers moeten gevolgd
worden. De uitvoerende macht zal erop toezien dat deze worden gevolgd (politie), eventueel
volgt een sanctie via de rechterlijke macht (de rechtbanken).
Uitvoerende macht = De uitvoerende macht wordt op nevengeschikt beleidsniveau
vertegenwoordigd door de regeringen. Zij mogen de beslissingen van de wetgevende macht
(wet, decreet, ordonnantie) uitvoeren.
Rechterlijke macht = De rechterlijke macht wordt vertegenwoordigd door rechtbanken en
hoven en is op een en dezelfde wijze georganiseerd voor gans België (dus geen
nevengeschikt beleidsniveau). Zij werken onafhankelijk van de wetgevende en uitvoerende
macht.
Scheiding der machten = De 3 machten in België (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke
macht) werken onafhankelijk van elkaar.
, Verzoekschrift = Is een geschrift waarmee een rechtszaak wordt ingeleid. Dit kan door de
eisende partij zelf opgesteld worden. Er is geen gerechtsdeurwaarder nodig om de
tegenpartij op te roepen: de griffie van de rechtbank zal dit doen per gerechtsbrief.
Dagvaarding = Een dagvaarding is een officiële uitnodiging om voor de rechtbank te
verschijnen die door een gerechtsdeurwaarder wordt bezorgd.
Overtreding = De overtreding is een misdrijf dat in het strafrecht wordt bestraft met een
geldboete van 1 tem 25 euro, gevangenisstraf van max. 7 dagen of een werkstraf van max.
45 uur
Wanbedrijf = Een wanbedrijf is een misdrijf dat in het strafrecht wordt bestraft met een
geldboete van 26 euro en/of een gevangenisstraf van 8 dagen tot 5 jaar of meer of een
werkstraf tussen 45 en 300 uur.
Misdaad = Een misdaad is een misdrijf dat in het strafrecht wordt bestraft met een
gevangenisstraf van 5 tot 30 jaar en een geldboete van min. 26 euro.
Gerechtskosten = Gerechtskosten zijn kosten die worden gemaakt tijdens de
gerechtsprocedure (o.a. rolrecht, dagvaardingskosten, kost voor expertise). Meestal betaalt
de verliezende partij de gerechtskosten van de winnende partij.
Dit is verschillend van de rechtsplegingsvergoeding.
Rechtsplegingsvergoeding = De rechtbank kan de verliezende partij verplichten de winnende
partij een rechtsplegingsvergoeding te betalen. Dit is een forfaitaire vergoeding om (althans
gedeeltelijk) de advocaatkosten van de winnende partij te vergoeden.
Dit is volledig verschillend van de gerechtskosten (= dagvaardingskost, rolrecht, expertise).
Kracht van gewijsde = Een vonnis in kracht van gewijsde is een vonnis waartegen geen
beroep meer kan aangetekend worden. Het is dus definitief want de beroepstermijn is
verstreken.
Gezag van gewijsde = Wanneer een vonnis gezag van gewijsde heeft, kan dezelfde
betwisting niet meer voor een andere of dezelfde rechtbank nog eens gebracht worden. Zo
voorkomt men dat men eenzelfde probleem voor rechters brengt tot men gelijk krijgt.
vrijwillige verschijning = Vrijwillige verschijning kan voor de vrederechter aangevraagd
worden. Dit is geen rechtszaak en leidt niet tot een vonnis. De tegenpartij wordt dan
opgeroepen door de griffie, maar is niet verplicht te komen. Indien de tegenpartij niet
verschijnt, stopt deze procedure. Verschijnt de tegenpartij wel, dan probeert de
vrederechter de partijen te verzoenen. Indien een verzoening lukt, zal hiervan een proces-
verbaal opgemaakt worden (geen vonnis). Voordeel is dat deze procedure bijna gratis is.