1
,WEEK 1
Onderwerpen:
- Situering ondernemingsrecht
- Europees ondernemingsrecht
- Rechtsvormen
- Rechtspersoonlijkheid en beperkte aansprakelijkheid
- Vennootschap en onderneming
- Oprichting
Literatuur
- De kern van het ondernemingsrecht, hoofdstuk 1 en 2
Jurisprudentie
- HR 8 juli 1992, NJ 1993/116 (Clara/Candy)
- HR 28 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7122, NJ 2011/167 (Staalbankiers/Elko
Management)
- HR 2 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ3876, NJ 2012/75 (Dierenartsenpraktijk)
- HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1413, NJ 2015/380 (Lunchroom De Katterug)
Webcasts
- Rechtspersoon in oprichting
- Oprichting en oprichtingsgebrek
- Personenvennootschappen algemeen
- De commanditaire vennootschap
Oprichting
Webcast 1: Rechtspersoon in oprichting
Het oprichten van een rechtspersoon, zoals een besloten vennootschap (B.V.) of naamloze
vennootschap (N.V.), is een proces dat tijd kost. Voor een officiële oprichting is het noodzakelijk
om een notariële akte op te stellen. Tijdens deze periode kan het echter nodig zijn om alvast
namens de toekomstige rechtspersoon te handelen. Denk hierbij aan het sluiten van contracten
of het bestellen van goederen. Dit handelen vóór de oprichting wordt ook wel pre-constitutief
handelen genoemd.
Pre-constitutief Handelen
Pre-constitutief handelen houdt in dat er namens de toekomstige rechtspersoon wordt gehandeld
voordat deze formeel is opgericht. Dit is geregeld in artikel 2:93 BW voor de N.V. en artikel
2:203 BW voor de B.V. Deze mogelijkheid is beperkt tot deze twee rechtspersoonsvormen.
Een uitzondering hierop is te vinden in het Stichting Diva-arrest, waaruit blijkt dat pre-constitutief
handelen in bepaalde gevallen ook mogelijk is voor verenigingen en stichtingen (niet
voorschreven maar dit moet je wel weten!). Dit wordt echter per situatie beoordeeld op basis van
de specifieke omstandigheden.
- In art. 2:93 lid 4 en 2:203 lid 4 BW zijn uitzonderingen opgenomen.
Bekrachtiging van Handelingen
Wanneer de rechtspersoon formeel is opgericht, kan deze de pre-constitutieve handelingen
bekrachtigen. Dit betekent dat de verplichtingen die vóór de oprichting zijn aangegaan, officieel
overgaan naar de rechtspersoon. Dit is vastgelegd in artikel 2:203 lid 1 BW. Vanaf het moment
van bekrachtiging is de persoon die namens de rechtspersoon handelde niet langer persoonlijk
gebonden aan deze verplichtingen (dus niet meer hoofdelijk aansprakelijk alleen anders in
geval van art. 2:203 lid 4 BW).
Bekrachtiging kan op twee manieren plaatsvinden:
1. Uitdrukkelijke bekrachtiging: De rechtspersoon bevestigt expliciet dat zij de
verplichtingen overneemt, bijvoorbeeld door een schriftelijke verklaring of overeenkomst.
2
, 2. Stilzwijgende bekrachtiging: Bekrachtiging kan ook blijken uit feitelijk handelen, zoals
het gebruiken van een aangekocht goed binnen de onderneming. Hierbij geldt dat de
rechtspersoon de beoogde partij moet zijn. Dit werd bevestigd in het Clara Candy-arrest.
HR 8 juli 1992, NJ 1993/116 (Clara/Candy)
In deze zaak ging het om de uitleg van een contractuele afspraak tussen twee partijen (Clara
Candy en Food Processing Machinery). De kernvraag was of een partij in strijd met de
overeenkomst handelde door een bepaald product op de markt te brengen. Het geschil draaide
om de uitleg van de gemaakte afspraken en of die afspraken al dan niet waren geschonden.
Food Processing Machinery wilde dat Clara Candy de koopsom van de verkochte snoepmachine
betaalde. Clara Candy stelt dat er geen bekrachtiging is geweest en gecontracteerd heeft met
FPM BV i.o.
Uit art. 2:203 lid 1 en 2 BW vloeit voort dat een persoon zoals hier Clara Candy - die een
overeenkomst heeft gesloten met een ander die namens een op te richten besloten
vennootschap met beperkte aansprakelijkheid handelt, slechts uit die overeenkomst kan worden
aangesproken door een nadien opgerichte besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid wanneer deze laatste de overeenkomst uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft
bekrachtigd en bovendien moet worden aangemerkt als de vennootschap die de partijen op het
oog hadden toen de overeenkomst tot stand kwam. Of van het laatste sprake is, hangt af van de
omstandigheden van het geval. Relevante omstandigheden zijn:
- De namen van de vennootschap in oprichting en de opgerichte vennootschap;
- De bij de beide vennootschappen betrokken personen;
- De aard van het door de vennootschappen uitgeoefende bedrijf;
- Het kapitaal van de opgerichte vennootschap in het licht van de omvang van de
transactie; Hetgeen in de akte van oprichting omtrent de vennootschap in oprichting is
verklaard (daaronder begrepen dat daaromtrent niets is verklaard);
- Hetgeen omtrent de beide vennootschappen in het handelsregister is ingeschreven.
In dit geval was het niet duidelijk dat Food Processing Machinery een voortzetting zou moeten
zijn van FPM BV i.o. In de woorden van de Hoge Raad "de enkele omstandigheid dat na het
sluiten van de overeenkomst door FPM BV i.o. Food Processing Machinery is opgericht, brengt
niet mee dat deze laatste vennootschap als een voortzetting van de eerste moet worden
aangemerkt". Tevens stond het met verschillende nummers in het handelsregister ingeschreven.
Een persoon, zoals Clara Candy, kan enkel worden aangesproken indien de wederpartij
daadwerkelijk tot stand komt in de vorm zoals tijdens de pre-constitutieve overeenkomst is
beoogd. Bovendien moet deze net opgerichte vennootschap dan de overeenkomst hebben
bekrachtigd. Men kan derhalve niet pre-constitutief handelen, een nieuwe by oprichten en
verwachten dat de nieuwe bv even tussen een overeenkomst van een andere, (uiteindelijk) niet
opgerichte bv, kan schuiven.
Aansprakelijkheid van de handelende persoon (art. 2:93 lid 3/2:203 lid 3 BW)
Volgens de artikelen kan de persoon die handelde namens de rechtspersoon in oprichting
persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Dit gebeurt in de volgende situaties:
De rechtspersoon komt de aangegane verplichtingen niet na.
De handelende persoon wist, of had redelijkerwijs kunnen weten, dat de rechtspersoon
niet in staat zou zijn om de verplichtingen na te komen. Een voorbeeld hiervan is het
verrichten van een dure aankoop terwijl het al duidelijk is dat de rechtspersoon binnen
een jaar failliet zal gaan.
In zulke gevallen kan de handelende persoon aansprakelijk worden gesteld voor de schade die
hierdoor ontstaat. Dus alleen in het geval de persoon wist of behoorde te weten dat de bv of nv
niet ging nakomen.
(!) voor de schade, niet de koopprijs. In 2:93 en 2:203 BW lid 1-2 gaat het om de koopprijs, bij lid
3 om de schade die de wederpartij lijdt.
3