Oefenexamen, oefentoets, (meer)keuzevragen!
Organizational behavior
- Leer door begrippen!
Een volledig oefenexamen van organizational behavior. Bevat vragen van
alle hoofdstukken (in chronologie).
ISBN: 978-1071854426, 978-1544317540
Zie ook het document, “Samenvatting” door: Studiebegrip, Leer door
begrippen.
1
,Gemaakt door: Studiebegrip
Hoofdstuk 1 – Organizational Behavior and Critical Thinking
Vraag 1
Wat is het belangrijkste doel van het vakgebied Organizational Behavior
(OB)?
a. Het maximaliseren van winst ongeacht medewerkers
b. Het begrijpen en beïnvloeden van menselijk gedrag in organisaties
c. Het ontwikkelen van uitsluitend technische processen
d. Het opstellen van financiële strategieën
Vraag 2
Welke drie niveaus worden meestal onderscheiden in OB-analyse?
a. Economisch, technologisch, politiek
b. Individu, groep, organisatie
c. Strategie, structuur, cultuur
d. Planning, uitvoering, controle
Vraag 3
Wat is een kenmerk van kritisch denken in OB?
a. Snel antwoorden zonder bewijs
b. Feiten, aannames en meningen onderscheiden
c. Enkel focussen op emoties
d. Vermijden van tegenstrijdige perspectieven
Vraag 4
Een manager die OB-kennis toepast, probeert vooral:
a. Administratieve kosten te verlagen
b. Gedrag en prestaties van mensen beter te begrijpen en te beïnvloeden
c. Alleen processen te automatiseren
d. Politieke macht in organisaties uit te breiden
Vraag 5
Welke van de volgende vaardigheden hoort bij kritisch denken?
a. Conclusies trekken zonder gegevens
b. Vraagstukken vanuit meerdere invalshoeken bekijken
c. Snel beslissen zonder analyse
d. Alleen persoonlijke voorkeur gebruiken
Vraag 6
Welke discipline vormt géén directe basis van OB?
a. Psychologie
b. Sociologie
c. Antropologie
d. Astrologie
2
, Gemaakt door: Studiebegrip
Vraag 7
Het bestuderen van motivatie valt onder het niveau:
a. Individu
b. Groep
c. Organisatie
d. Omgeving
Vraag 8
Welke benadering past bij OB?
a. Alleen focus op technische structuren
b. Integratie van psychologische, sociale en culturele factoren
c. Beperking tot economische theorieën
d. Uitsluitend leiderschapsonderzoek
Vraag 9
Een OB-perspectief helpt managers vooral om:
a. Regels op te leggen zonder overleg
b. Betere beslissingen te nemen door menselijk gedrag te begrijpen
c. Alleen efficiëntie te verhogen zonder menselijk aspect
d. Concurrenten juridisch uit te schakelen
Vraag 10
Wat is een voorbeeld van het groepsniveau in OB?
a. Een werknemer die gestrest raakt
b. Communicatie tussen afdelingen
c. Individuele motivatie
d. Organisatiebrede cultuur
Vraag 11
Kritisch denken in OB helpt vooral om:
a. Feiten en aannames te scheiden
b. Vooroordelen te versterken
c. Besluiten zonder bewijs te nemen
d. Alleen intuïtie te gebruiken
Vraag 12
Organizational Behavior is interdisciplinair. Dat betekent dat:
a. Het uitsluitend gebaseerd is op psychologie
b. Het inzichten combineert uit meerdere wetenschappen
c. Het geen wetenschappelijke basis heeft
d. Het alleen in economie wordt toegepast
Vraag 13
Wat vormt een kernuitkomst van OB?
a. Beter inzicht in technische productiviteit
3