Strafprocesrecht (RGBUSTR012)
Week 1................................................................................................................................... 2
Beijerse & Maan: gronden voorlopige hechtenis................................................................2
Claessen & Vocht: betreden en doorzoeken......................................................................3
Week 2................................................................................................................................... 5
Groenhuijsen: Van de regen in de drup.............................................................................5
Keulen & Knigge: Strafprocesrecht....................................................................................6
Week 3................................................................................................................................... 8
Parkins: Post-Landeck onderzoek smartphone..................................................................8
MvT bij Nieuw WvSv (Kamerstukken II).............................................................................9
Week 4................................................................................................................................. 11
Uden: Hackbevoegdheid..................................................................................................11
Parkins: Internet infiltratie & waarborgen.........................................................................12
Week 5................................................................................................................................. 14
Van Toor: Horen getuigen à charge na Keskin................................................................14
, Week 1
Beijerse & Maan: gronden voorlopige hechtenis
Het artikel van Uit Beijerse en Maan analyseert hoe de wetgever de hardnekkige ‘vast,
tenzij’-praktijk bij voorlopige hechtenis kan doorbreken in het licht van de
onschuldpresumptie (art. 1.1.3 Sv nieuw). Kern is dat voorlopige hechtenis uitzonderlijk
moet blijven en alleen mag bij concreet, individueel gevaar.
1. Fundament: drie cumulatieve, maar strikt gescheiden voorwaarden (‘drievoet’):
1. het feit moet voorlopige hechtenis toelaten (art. 2.5.26 Sv nieuw / art. 67 Sv oud);
2. er moeten voldoende aanwijzingen van schuld bestaan – de term ernstige bezwaren
is onduidelijk en moet worden vervangen door een helder criterium van
aannemelijkheid (art. 2.5.29);
3. er moet een wettelijke grond aanwezig zijn (art. 2.5.27). Deze mag noch uit de ernst
van het feit, noch uit de verdenking worden afgeleid.
2. Formele gronden die wél passen bij de onschuldpresumptie:
● vluchtgevaar (sinds 1926, bevestigd in art. 5 lid 1 c EVRM);
● onderzoeks-/collusiegevaar: moet worden versmald tot het reële risico dat de
verdachte bewijsmateriaal beïnvloedt of vernielt.
Beide vallen onder een overkoepelende eis: voorlopige hechtenis is slechts toegestaan bij
direct gevaar dat van de verdachte uitgaat (vlucht, beïnvloeding onderzoek, recidive of
ernstige verstoring openbare orde), conform HR- en EHRM-jurisprudentie (o.a. Smirnova,
Letellier, Geisterfer).
3. Probleemgronden:
● Recidivegrond: twee ondoorzichtige varianten (zesjaarseis en veelpleger-grond)
leiden tot automatisme.
○ Beide gronden zijn in het nieuwe wetboek behouden, maar ondermijnen het
systeem van drie onafhankelijke voorwaarden.
○ Een voorstel voor hernieuwde interpretatie zou zijn: één recidivegrond,
gericht op het concreet individueel gevaar gevaar voor herhaling, los van
de aard van het feit.
● Twaalfjaarsgrond (‘ernstig geschokte rechtsorde’): feitelijke toepassing
gebaseerd op strafdreiging i.p.v. daadwerkelijke openbare-orde-ontwrichting; EHRM
eist concreet risico, dat bovendien afneemt na verloop van tijd (Maassen). Hervorm:
koppelen aan actueel gevaar voor openbare orde na een zwaar feit.
● Snelrechtgrond (uitgaansgeweld, 2014) is symbolisch en onverenigbaar met de
onschuldpresumptie; verdient schrapping of herbezinning.
4. Culturele & procedurele randvoorwaarden
● Rechters en OM moeten standaard schorsing en ‘loopzaken’ benutten, motivering
verbeteren en het publiek uitleg geven.