1. VAN RECHTSTAAT NAAR “UNRECHTSTAAT
In 1870 bestaat er een co-existentie tussen verschillende staten in
Duitsland die samen bestaan
- In 1871 sluiten de staten zich aan tot een federatie – een federale
staat met een erfelijke staatshoofd, nl. de koning van Pruisen
Bismarck stelt een systeem voor dat gebaseerd is op algemeen
stemrecht – laat het parlement verkiezen (niet de keizer want die
is erfelijk), maar men zorgt ervoor dat het parlement geblokkeerd
kan worden) – Duistland heeft in dit systeem 2 kamers -> hij stelt
het in dat Pruisen alles kan blokkeren
Reichstag
Bundesrat: hier zetelen de afgevaardigden van de
verschillende leden van het Duitse rijk in
Dit regime, tijdens de Tweede Keizerrijk zal België binnenvallen in
augustus 1914
- Keizer Willem II wordt gedwongen om af te treden en te vertrekken –
gaat zich ophouden in het neutrale Nederland
Bismarck ontwikkeld aan systeem van het algemeen stemrecht en waar de
Reichstag niet de bovenhand voert
- De bron van de macht is nog steeds de keizer
Na WOI komt er een einde aan het keizerrijk, worden er is
bepaalde gebieden zelfs communistische regimes uitgeroepen –
bij de publieke opinie is er nog een vorm van nostalgie naar het
keizerrijk (vnl. bij de traditionele adel en soldaten)
Na WOI en het einde van het Tweede Keizerrijk vinden er linkse opstanden
(Rosa Luxemburg, Karl Liebknecht) plaats (net zoals in de Russische
Revolutie in 1917)
- De communisten die aan de basis liggen van de opstand, worden
gemarginaliseerd
- Er komt een grondwetgevende kamer samen in de stad, Weimar
Hier komt een compromis van linkse liberalen en burgerlijke
juristen (van centrumrechts tot centrumlinks)
De grondwet is heel democratisch
Maar de Duitse samenleving is niet per se vreedzaam en niet
klaar voor een dergelijke regime
Aan de ene kant door het militair probleem: de Duitsers
hebben nog steeds niet het gevoel dat ze verloren hebben
, Aan de andere kant krijgt Duitsland met de Vrede van
Versailles en de andere verdragen ook een zeer zware last
opgelegd (“la boche paiera” – Duistland moet aan België en
Frankrijk betalen)
Verliest grondgebied
Mag max. 100 000 soldaten hebben
Als het niet meer kan betalen, krijgt het een
bezettingsmacht (bv. Ruhrgebied dat wordt bezet door
de Belgen en de Fransen – veroorzaakt een hoge inflatie)
Weimarrepubliek (gaat vooraf aan het nazisme)
- Ineenstorting einde WOI
Er komt geen algemene communistische revolutie, maar een
democratisch regime
Met het algemeen stemrecht: kiesrechtige staatsburgers
boven de 20, kiezen voor centraal parlement, verkiezen ook
parlementen in de deelstaten (Länder)
De val van het keizerrijk gaat een einde maken aan de
aparte Duitse staten waar de monarchen nog bleven
zitten (bv. Baden) – worden democratische regimes –
vanuit de democratische parlementen gaan
afgevaardigden van de lokale regering naar de Reichsrat
Men krijgt er dus 2 verschillende kamers in het
parlement: 1 kamer dat rechtstreeks wordt verkozen en
1 dat via de deelstaten wordt verkozen
Linkse opstanden (Rosa Luxemburg, Karl Liebknecht)
“Dolkstootlegende”
- Weimarrepubliek
De kiesrechtige burgers kunnen ook rechtstreeks de president
verkiezen – Duitsers laten het toe dat er een machtige president
is die als het nodig is, zijn revanche kan nemen tegenover het
parlement (hebben dus niets geleerd van de Franse ervaring uit
1848-1852)
Ook wordt er een Staatsgerichtshof ontwikkeld, een soort
grondwettelijk hof
Exit dynastie -> SPD- president Fritz Ebert
Wel: federale staat blijft
behouden
Het algemene idee is dat deze staat democratisch is en dat men de breuk
maakt met het verleden
Grondwet Weimarrepubliek
, - Art. 1, lid 2: Die Staatsgewalt geht vom Volke aus = het gezag van
de overheid gaat uit van het volk, dus volkssoevereiniteit
Rechten en vrijheden
- Inspiratie – de grondwet is gebaseerd op een mislukt experiment
Frankfurter Parlament 1848-9 - vb vlag (art. 3) – toen kwam er
een verkozen constituante, vergadering samen van mensen die
een grondwet gingen schrijven -> wordt door het leger beëindigt
Ironisch: de huidige vlag van Duitsland, is de vlag van deze
vergadering – van de mensen die in opstand waren
gekomen tegen Napoleon rond de 19de E
Hebben zich laten inspireren door de Amerikaanse Grondwet
- Wijziging (art. 76) – het is de bedoeling dat de grondwet solide is en
niet makkelijk gewijzigd kan worden
2/3 aanwezig en 2/3 voor in Reichstag
2/3 in Reichsrat
Meerderheid bij referendum
Combinatie van bevestiging door de bevolking en die
meerderheid van het parlement
- Internationaal recht maakt deel uit van Duitse rechtsorde (art. 4) –
om de Duitse rechtsorde te bewaren en te bewaken
Druk van de Amerikanen: afzetting van de keizer, democratische
grondwet – willen een democratisch regime in Duitsland
Het artikel zet ook de zaken vast waarmee de Duitse veteranen,
nostalgische conservatieven niet bij mee zijn
Hitler gaat dit gebruiken als argument om het
internationaal recht in vraag te stellen
Federalisme
- Wordt gezien als een extra buffer tegen machtsmisbruik of een
tiranniek regime
- Grondwet Rijk deelstaten krijgen elk een eigen grondwet (art. 5)
- Ländergrondwetten met minstens (art. 15) - volgens de federale
grondwet:
Algemeen, gelijke, directe en geheime verkiezingen voor alle
“rechtssubjecten” mannen en vrouwen (is een eerste teken dat
de Weimarrgrondwet veel progressiever – vrouwen mogen
stemmen voor de parlementsverkiezingen, 30j voordat dit in
België mogelijk is)
Op basis van evenredige vertegenwoordiging – kleine partijen
moeten makkelijk kunnen doorbreken (dus ook de NSDAP kan
hierdoor langzamerhand beginnen door te groeien)
, - Toegewezen bevoegdheid Rijk (art. 6) – centraal niveau
kaderbevoegdheid Rijk (art. 10) – algemene bevoegdheid (ik denk
dat dit voor elk niveau geldt)
residuaire bevoegdheid Länder tot Rijkzelf ingrijpt (art. 12)
- Het Rijk heeft toezicht op de belastingen Länder (art. 11)
- Reichsrecht bricht Landesrecht (art. 13) – bij conflict gaat het
federaal recht voor op het statelijk recht
- Bij conflicten: bevoegdheid Staatsgerichtshof (art. 19) – gaat
bevoegdheidsconflicten oplossen
- Art. 12: Solange und soweit das Reich von seinem
Gesetzgebungsrechte keinen Gebrauch macht, behalten die Länder
das Recht des Gesetzgebung = zolang het rijk geen gebruik maakt
van zijn wetgevend recht; houden de deelstaten de macht om zelf
wetten de maken
- Art. 1: Reichsrecht bricht Landesrecht
Machten
- Wetgevende macht
Reichstag
Vertegenwoordiging van de natie (art. 21)
Mannen- en vrouwenstemrecht vanaf 20 jaar (art. 22)
Zetelt voor vier jaar (art. 23)
Ontbindingsrecht voor de Rijkspresident (art. 25)
Parlementair onderzoeksrecht (art. 34)
Instemming verdragen, oorlog en vrede (art. 45 lid 2 en 3)
Kan met 2/3 meerderheid president en regeringsleden voor
Staatsgerichtshof slepen (art. 59)
Probleem: het parlement gaat in de Weimarrepubliek
maar af en toe bij elkaar kunnen komen – door het feit
dat het moeilijk is om de nazi’s buiten te houden bij het
vormen van coalities
Reichsrat - men probeert er het vroegere overgewicht van
Pruisen tegen te gaan dat onder Bismarck ontstond (kon alles
blokkeren) – de volgende principes zijn om dit fenomeen tegen te
gaan:
Elk Land minstens 1 stem, vanaf dan per miljoen inwoners
1 extra, maximum 2/5 van de stemmen (art. 61 lid 1)
Mogelijkheid toetreding Deutschösterreich (art. 61 lid 2)
Afgevaardigden regeringen Länder zetelen (art. 63)