100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Class notes

Uitgebreide hoorcollege aantekeningen van hoorcollege 3 + stof uit het boek (zelf een 9 gehaald op het tentamen)

Rating
-
Sold
-
Pages
15
Uploaded on
25-06-2025
Written in
2024/2025

College nagenoeg woord voor woord overgenomen en aangevuld met de stof uit het boek c.q. secundair voorgeschreven literatuur

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 25, 2025
Number of pages
15
Written in
2024/2025
Type
Class notes
Professor(s)
Prof. mr. dr. c.m.d.s. (charlotte) pavillon
Contains
Hoorcollege 3

Subjects

Content preview

Hoorcollege 3

1 Inleiding
Waar we in de vorige twee colleges hebben stilgestaan bij de vraag wat een gedraging onrechtmatig maakt. Hierbij hebben
we lang stilgestaan bij de verschillende deelnormen (vandaag voegen we daar nog een paar deelnormen aan toe). Die
deelnormen vormen een nadere invulling van de zorgvuldigheidsnorm.

NB We gaan vandaag vooral stilstaan bij de toerekening en relativiteit.

Zoals we weten moeten er aan een aantal eisen worden voldaan om iemand aansprakelijk te stellen op grond van een
onrechtmatige daad van art. 6:162 BW, te weten:
1. onrechtmatige gedraging;
2. toerekening;
3. causaliteit;
4. relativiteit; en
5. schade.

Als we het hebben over de onrechtmatige gedraging van art. 6:162 BW dan is er toerekening nodig. Bij de kwalitatieve
aansprakelijkheden is toerekening NIET vereist. Toerekenbaarheid speelt daar geen rol.
 De onrechtmatige gedraging gaat gepaard met de toerekening. Het is een twee-eenheid.
 Deze twee-eenheid gaat zelfs zo ver dat onrechtmatigheid en toerekening heel erg met elkaar zijn
vervlochten c.q. ze overlap hebben met elkaar.

De relativiteit is apart geregel in art. 6:163 BW. Deze bepaling heeft in 1992 zijn intrede gedaan en is een uit het Duitse
recht afkomstig leerstuk (de zogenoemde Schutznorm). Dit behandelen we na de pauze.

BELANGRIJK Op het tentamen wordt er NIET van ons verwacht dat we uitvoerig alle criteria gaan toetsen. De vraag wordt zo
opgesteld dat op één van deze criteria een knelpunt ontstaat waar wij op in moeten inzoomen. Als de vraag dus
gericht is op de toerekening en je gaat ook in op relativiteit, dan worden er GEEN punten toegerekend voor
hetgeen je hebt vermeld over relativiteit.
Wanneer in de vraag staat dat een slachtoffer heel lang nog last heeft van hoofdpijn en niet meer kan werken
(thuis is komen te zitten) en de vraag wordt gesteld of het verlies aan inkomen vergoed kan worden, dan staat
vaak al de aansprakelijkheid van de andere speler vast en kunnen we direct inzoomen op de schade.

Casus motor in de fik:
Op de dia zien we een foto van een motor en een uiteenzetting van de casus. Wat is er in deze zaak gebeurd?
Persoon A (de eiser in casu) heeft een motor. Deze motor wordt door persoon A in de garage van persoon B (de gedaagde in casu)
gestald. Persoon B geeft hier ook zijn toestemming voor. Op een gegeven moment breekt er brand uit in de garage van B en de
motor gaat in vlammen op. Belangrijk om voor ogen te houden is dat tussen A en B géén bewaarnemingsovereenkomst is gesloten.
A stelt dat B heeft toegelaten dat de motor in de garage mocht worden gestald en (…) B zich niet als goed huisvader over de motor
(heeft) ontfermd. Conform de in het verkeer geldende opvattingen dient de schade te worden toegerekend aan B. Het feit dat de
schade veroorzaakt is door een brand dient voor rekening van B te komen. Volgens A draagt B (…) het risico op het ontstaan van
schade door van buiten komend onheil, in casu de brand.

Aan ons wordt de vraag gesteld of B aansprakelijk is op grond van art. 6:162 BW.

De rechtbank in Rotterdam oordeelde, teruggrijpend op de parlementaire geschiedenis, dat art. 6:162 BW en de bepalingen met
betrekking tot de toerekening (dus lid 3) uitdrukkelijk NIET bedoeld zijn om met een beroep op de ‘in het verkeer geldende
opvattingen’ een buitenwettelijke risicoaansprakelijkheid te creëren, zonder te toetsen aan het onrechtmatigheidsvereiste van
art. 6:162 lid 2 BW.
Opmerking van de docent: er bestaan grosso modo twee gronden van aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad,
te weten de persoonlijke aansprakelijkheid van art. 6:162 BW en de risicoaansprakelijkheden van afdeling 6.3.2. De
risicoaansprakelijkheden, zoals hiervoor al vermeld, vereisen GEEN toerekening (dus valt stap 2 in het stappenplan weg).
Toerekening is dus voorbehouden voor de onrechtmatige gedragingen op grond van art. 6:162 BW.
Eerst moet vast komen te staan of sprake is van handelen of nalaten dat onrechtmatig is om te bepalen of sprake is van
toerekenbaarheid op grond van de verkeersopvattingen. Dus eerst stap 1 bij langs lopen en NIET meteen op stap 2 inzoomen.
Het enkele feit dat er brand is ontstaan in de garage is onvoldoende om vast te stellen dat B onrechtmatig heeft gehandeld
of nagelaten. Dit zegt immers niks over zijn gedrag. Dat gedrag (zoals hieronder wordt aangegeven) zou onrechtmatig zijn indien
B bijvoorbeeld een risico in het leven had geroepen door gebrek aan onderhoud. Indien A dit had kunnen aantonen, dan had B
nalatig en onzorgvuldig gehandeld.
B heeft in dat kader ook gesteld dat er sprake is van brandstichting door derden, hetgeen door A niet expliciet is betwist. Gesteld
noch gebleken is dat de brand door handelen of nalaten van B is veroorzaakt.

1

, A heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat B zodanig gehandeld heeft, dat hij daarmee een eenzijdig risico in
het leven heeft geroepen dat uitgaat boven het algemene risico op het ontstaan van brand. Dit zou anders kunnen zijn indien de
onderhavige brand bijvoorbeeld het gevolg was van gebrek aan onderhoud van de in de werkplaats aanwezige gereedschappen
en elektrische apparatuur of indien de brand het gevolg zou zijn geweest van veronachtzaming door B van de
veiligheidsnormen in het kader van brandpreventie. Van dat alles is echter niets gebleken.

Hier zien we ook de paralel van de deelnorm terreinbeheer en zuiver nalaten die we gisteren hebben behandeld; hier is
in casu geen sprake van. Je hebt als eiser dan ook geen poot om op te staan dat de gedaagde (in casu B) onzorgvuldig heeft
gehandeld.
 Omdat het stukloopt op het eerste punt (vaststellen of sprake is van een onrechtmatige gedraging) kom je niet toe
aan punt twee.
 Stel dat het plafond van de garage van B naar beneden stort, dan had A wel een beroep kunnen doen op
art. 6:174 BW (de kwalitatieve aansprakelijkheid voor gebrekkige opstallen). We gaan zien dat hier
een ander toetsingskader geldt.
o Voor art. 6:174 BW is geen onrechtmatig handelen vereist, maar volstaat dat de bezitter van de
opstal (in dit geval een gebouw) het risico draagt. Zoals we volgende week gaan bekijken geldt
hiervoor wel een zogenoemde tenzij-clausule.

2 Toerekenbaarheid
Toerekening is zoals genoemd te vinden in art. 6:162 lid 3 BW, waarbij je drie gronden hebt om een onrechtmatige daad
aan de dader toe te rekenen, te weten:
a. schuld;
b. de wet;
c. verkeersopvatting.

Uit de wettekst en de wetsgeschiedenis blijkt duidelijk dat de drie toerekeningsgronden van art. 6:162 lid 3 BW een zelfstandig
karakter hebben. Het gaat om drie alternatieve gronden voor toerekening van een onrechtmatige daad, die wetssystematisch bezien
van gelijkwaardige betekenis zijn.

Toerekening op grond van schuld is de kern van de persoonlijke aansprakelijkheid. In het boek lezen we ook dat het
schuldbegrip zich heeft ontwikkeld van een heel concreet subjectief begrip naar een sterk geobjectiveerd begrip. Dit
maakt de hele discussie over toerekening op grond van schuld minder scherp dan het lijkt.
 Want hoe meer geobjectiveerd de schuld, hoe dichter je bij risico komt. Het zijn dan min of meer
communicerende vaten van elkaar.

Toerekening op grond van de wet (door studenten als lastig ervaren) is NIET hetzelfde als de risicoaansprakelijkheden
die in de wet zijn neergelegd. Je moet dus onderscheid maken tussen een onrechtmatige daad (bijvoorbeeld een schending
van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm) die wordt toegerekend op grond van de wet (waar we dus eerst bij stap 1
de onrechtmatigheid van de gedraging toetsen) en de risicoaansprakelijkheden in afdeling 6.3.2.

NB Voordat je de onrechtmatige gedraging gaat toerekenen, is vereist dat eerst komt vast te staan dat sprake is van
een onrechtmatige gedraging. Dit blijkt ook uit het eerste voorbeeld van de motor.

Wat belangrijk om genoemd te hebben (ook al is het nog niet is doorgedrongen) is dat er een verschil bestaat tussen de
toerekening van een onrechtmatige gedraging van een persoon of organisatie en de toerekening naar redelijkheid
van de schade aan de dader.

NB De toerekening van een onrechtmatige gedraging van een persoon of organisatie (de dader) vindt plaats tijdens
de vestiging van de aansprakelijkheid (fase 1) ex art. 6:162 lid 3 BW, terwijl de toerekening naar redelijkheid
waarbij per schadepost wordt gekeken of de schadepost wordt toegerekend aan de dader plaats vindt tijdens de
begrotingsfase (fase 2) ex art. 6:98 BW.

Je maakt dus kort gezegd onderscheid tussen het toerekenen van een gedraging aan iemand en het toerekenen van een
schadepost aan iemand.

Waarom is schuld eigenlijk belangrijk? Dit heeft te maken met het gegeven dat ‘schuld’ op meerdere plekken aan de orde
komt bij aansprakelijkheidsrecht. Denk bijvoorbeeld aan het leerstuk van eigen schuld (art. 6:101 BW) dat aan bod komt
tijdens de begrotingsfase.
 Eigen schuld van art. 6:101 BW gaat over de toerekening van een bepaalde gedraging aan het slachtoffer zelf.
 Dit is als het ware het spiegelbeeld van toerekening van een bepaalde gedraging aan de dader.

Zoals eerder benoemd is er een zeer grote mate van overlap tussen stap 1 en stap 2. Dit zien we ook terug in de
rechtspraak. We kunnen niet altijd even scherp het einde van de onrechtmatigheidstoets (stap 1) en het begin van de

2
$7.78
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
rutgergvo

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
rutgergvo Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
5 year
Number of followers
0
Documents
7
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions