1) Bespreek de fysiologie van het gewrichtskapsel. Maak daarbij een onderscheid
tussen de verschillende onderdelen van het gewrichtskapsel.
Het gewrichtskapsel bestaat uit de membrana synovialis + membrana fibrosa.
De membrana synovialis: staat in voor de productie van de synoviale vloeistof + verversen
van deze vloeistof. Door haar uitstulpingen kan zij fungeren als een soort spons en kan ze
dus de synoviale vloeistof opnemen om vervolgens deze te vernieuwen. Dit wordt mogelijk
gemaakt doordat het mebraan gevasculariseerd is en lymfevaten bevat.
Het membraan bevat 2 soorten cellen: a-cellen + de b-cellen.
o De a-cellen, ook wel fibroblasten genoemd, staan in voor de productie van
bouwstenen (bv proteoglycanen en GAG’s) en vezels.
o De b-cellen, ook wel synoviocyten genoemd, zijn cellen die een rol spelen bij
de vorming van de synoviale vloeistof. De synoviale vloeistof is een filtraat
van het bloed. Het bloed wordt dus gefilterd, zodoende heeft de synoviale
vloeistof geen bloedcellen en dus ook geen rode kleur. Enkel de vloeibare
fractie van het bloed blijft over waaraan de synoviocyten cellen gaan
toevoegen.
o De membrana bevat ook collageen type III.
De membrana fibrosa: is het vezelige gedeelte van het gewrichtskapsel, is niet
gevasculariseerd en zorgt voor de structuur. Het membraan bestaat grotendeels uit
collageenvezels met daartussen liggende elastine vezels en fibroblasten. Deze fibroblasten
zijn in grotere mate aanwezig dan in de membrana synovialis. Het gaat over collageen type I
wat dus voor de stevigheid zorgt van het kapsel. Verder bevat het ook stamcellen + vrije
macrofagen + grondsubstantie.
, 2) Wat is de rol van de mate van het type belasting op de biomechanische
eigenschappen van kapsuloligamentaire structuren in een gewricht? Hoe verklaar
je deze invloeden fysiologisch?
De aanvoer van voedingsstoffen vanuit de bloedbaan naar het synoviaal vocht wordt
bevorderd door afwisseling spanning en ontspanning in het gewricht door dynamische
belasting. Wanneer het gewricht in beweging is bevorderd dit automatisch de
bloedsomloop. Hierdoor worden er zuurstof en voedingsstoffen van buiten het kapsel naar
de bloedvaten binnenin het gewrichtskapsel vervoerd. Synoviaal vocht wordt ververst dus
gewricht blijft soepel.
Immobilisatie: zorgt voor verandering in samenstelling en opbouw van het gewrichtskapsel:
Er ontstaat meer collageen + cross links → minder mobiliteit/beweeglijkheid in het
gewricht.