100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Praktische psychologie voor sociaal werk - Gedragswetenschappen 2

Rating
-
Sold
-
Pages
58
Uploaded on
16-06-2025
Written in
2024/2025

Deze samenvatting bevat de volgende onderwerpen: Hoofdstuk 1: Systeem-, behavioristisch-, cognitief- en humanistisch perspectief Hoofdstuk 16-18: Klassiek conditioneren, operant conditioneren, sociaal leren Hoofdstuk 19-21: Cognitieve dissonantie, attributie, belemmerende gedachten Hoofdstuk 23-24: Gehoorzaamheid, motivatie Hoofdstuk 25-28: Individu en systeem, conformisme, groepsdynamica, agressie Hoofdstuk 33-39: Veerkracht, zingeving, flow, leefstijl, liefde en intieme relaties, zelfeffectiviteit, zelfcompassie

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1, 16 t/m 21, 23 t/m 28, 33 t/m 29
Uploaded on
June 16, 2025
Number of pages
58
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting boek gedragswetenschappen 2

Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1. (Systeem-, behavioristisch-, cognitief- en humanistisch perspectief).........1
Hoofdstuk 16. Klassiek conditioneren.............................................................................4
Hoofdstuk 17. Operant conditioneren.............................................................................6
Hoofdstuk 18. Sociaal leren............................................................................................ 8
Hoofdstuk 19. Cognitieve dissonantie...........................................................................10
Hoofdstuk 20. Attributie................................................................................................ 12
Hoofdstuk 21. Belemmerende gedachten.....................................................................14
Hoofdstuk 23. Gehoorzaamheid....................................................................................17
Hoofdstuk 24. Motivatie................................................................................................ 20
Hoofdstuk 25. Individu en systeem...............................................................................24
Hoofdstuk 26. Conformisme.........................................................................................27
Hoofdstuk 27. Groepsdynamica....................................................................................31
Hoofdstuk 28. Agressie.................................................................................................36
Hoofdstuk 33. Veerkracht.............................................................................................39
Hoofdstuk 34. Zingeving...............................................................................................41
Hoofdstuk 35. Flow....................................................................................................... 44
Hoofdstuk 36. Leefstijl..................................................................................................46
Hoofdstuk 37. Liefde en intieme relaties.......................................................................50
Hoofdstuk 38. Zelfeffectiviteit......................................................................................53
Hoofdstuk 39. Zelfcompassie........................................................................................55




Hoofdstuk 1. (Systeem-, behavioristisch-, cognitief- en humanistisch
perspectief)
Systeemperspectief

,In dit perspectief wordt het gedrag van mensen beschouwt als het geheel
van het systeem waarin iemand zich bevindt. Men bevindt zich in een
met elkaar verbonden groep mensen. Vooral langdurige verbanden zijn
relevant zoals gezinnen. Iets dat iemand doet in een gezin is beter te
begrijpen als je kijkt hoe het gezin zich als geheel, als systeem, gedraagt.

Het systeem bepaalt het gedrag. Het is niet zo simpel als: A doet dit en
daarom doet B dat. Wat A en B doen is afhankelijk van het sociaal systeem
waarin ze zich bevinden.

Er zijn in een sociaal systeem met enkele mensen heel veel interacties
mogelijk. Die zijn niet lineair, dus niet simpel zoals: A veroorzaakt B. Het is
circulair: A veroorzaakt B, maar dat doet A doordat B een bepaalde
invloed heeft. Het is onduidelijk waar gedrag eigenlijk begint, want je kunt
ook beweren dat B begonnen is door invloed te hebben op A, enzovoort.

In de hulpverlening heeft de systeemtheorie geleid tot hulp aan systemen,
het hele gezin bijvoorbeeld. Een voorbeeld van een methode is de
zogenoemde familieopstelling. Iemand die een probleem heeft zet
familieleden op een plaats in de ruimte om zich heen, meer en minder
dichtbij al naargelang de relatie. In die opstelling komen gevoelens en
gedachten op die onthullend kunnen zijn in verband met het probleem.

Behavioristisch perspectief
Het behaviorisme is ontstaan als reactie op het onwetenschappelijke
karakter van de psychoanalyse.
Verschillende begrippen en beweringen van de psychoanalyse moest je
geloven, omdat je die niet kon waarnemen of experimenteel kon
vaststellen. Psychologie moest juist alleen over waarneembaar gedrag
gaan. Wat er in iemands hoofd en hart gebeurde, dat zat in een zwarte
doos (black box) en is niet bestudeerbaar.

Gedrag wordt gezien als het gevolg van leerprocessen. Gedrag begrijpen
was het begrijpen van de leerprocessen die dat gedrag hadden gevormd.
Je kon zelfs gedrag maken, door conditionering Bij John Watson,
grondlegger van het behaviorisme, was dat alleen klassieke conditionering
(zie hoofdstuk Klassiek conditioneren).
Skinner was de expert in het gebruik van operante conditionering (zie
hoofdstuk Operant conditioneren). Daarbij is sprake van het belonen van
gewenst gedrag, wat bij klassieke conditionering niet gebeurt. Er zijn twee
factoren die een rol spelen bij gedrag, namelijk (1) de toestand van het
organisme, een mens of dier, met alle aangeboren en door ervaring
verworven eigenschappen en (2) de situatie, de omgeving waarin het zich
op een bepaald moment bevindt. Als het gedrag dat door die interactie
ontstaat, beleefd wordt als positief dan versterkt dat het gedrag; het
organisme zal dan vaker zo reageren.




2

,Het behaviorisme heeft onder andere een zeer effectieve therapie
opgeleverd, de gedragstherapie. Dat leert mensen nieuw gedrag (door
dat systematisch te belonen) en leert ze neurotisch gedrag af. Daarnaast
gebruikt men in het onderwijs operante conditionering door
geprogrammeerde instructie.

Cognitief perspectief
Het cognitieve perspectief stelt dat het gedrag van mensen (vooral)
bepaald wordt door hoe we met informatie omgaan, informatieverwerking.
Wat mensen doen, hun gedrag, wordt sterk bepaald door wat ze weten,
wat ze geloven, hoe ze denken, wat ze zich (niet) realiseren, wat ze
ontkennen of verdraaien - allemaal vormen van omgaan met informatie.
De informatie komt uit de omgeving, uit de dagelijkse ervaring met
mensen en dingen. Dat zijn cognitieve factoren. Cognitieve
processen (waarnemen, denken, onthouden etc.) moeten bestudeerd
worden en door cognities kun je zelfs psychische problemen helpen
oplossen.

Uit dit perspectief is cognitieve gedragstherapie ontstaan, door Albert
Ellis. Door cognities te veranderen kun je gevoelens en gedrag
veranderen. Tussen een gebeurtenis en het gevoel daarover zit een
gedachte, bewust of niet. Die gedachte is bepalend voor het gevoel dat
iemand door die gebeurtenis krijgt.
Als je die gedachte kunt veranderen, verandert ook het gedrag.

Humanistisch perspectief
De focus van psychologen ging in het humanistische perspectief meer uit
naar de hele mens, niet alleen maar de objectief waarneembare dingen
maar ook echt menselijke, meer moeilijk waarneembare dingen.

Twee mensen waren met name erg belangrijk:
1. Carl Rogers
Hij geloofde dat de bron voor typisch menselijk gedrag niet alleen
leerprocessen waren, maar de behoefte om te groeien, worden wie
je kunt zijn. Wanneer die eigen groei geblokkeerd wordt, dan
ontstaan er problemen. Het gaat erom die te overwinnen. Wat
daarbij kan helpen is de begripvolle aandacht van een ander mens,
het actief luisteren door een ander.
2. Abraham Maslow
Hij vond dat het behaviorisme een te beperkte kijk op menselijk
gedrag had. Leerprocessen zijn van belang, maar belangrijker is wat
mensen van nature willen. Hierover ontwikkelde Maslow zijn
behoefte-theorie. Er zijn volgens hem een aantal fundamentele
behoeften: lichamelijke behoeften, veiligheid, liefde, waardering en
zelfverwerkelijking. Later vulde hij dit aan met behoeften aan
kennis en schoonheid. Alleen als de eerste vier behoeften redelijk
vervuld zijn, dan kom je toe aan echte ontplooiing,
zelfverwerkelijking. Dan ben je psychisch gezond.



3

, Gerelateerd aan de humanistische psychologie is de positieve
psychologie. Hierbij verschuift de focus van problemen bij mensen
(angsten, depressie, trauma's, stoornissen) naar het onderzoeken van de
voorwaarden voor gelukkig en gezond zijn. Gelukkig leven kun je leren.
Hoofdstuk 16. Klassiek conditioneren
Wat is klassiek conditioneren?
Behaviorisme
Klassiek conditioneren betekent dat we leren om dingen met elkaar in
verband te brengen, om dingen met elkaar te associëren.

Ivan P. Pavlov en John B. Watson behoren tot de psychologische stroming
van het behaviorisme (gedragspsychologie).
Behavioristen richten hun onderzoek en theorievorming op waarneembaar
gedrag en geloven dat dit verklaard en voorspeld kan worden door de
leertheorieën. Alles wat zich afspeelt in de menselijke geest is volgens hen
een black box en daardoor niet relevant: we kunnen dit niet observeren
en er niks objectiefs over zeggen.

Behavioristen zijn duidelijk te onderscheiden van de voorgaande
psychodynamische traditie. Deze stroming legt de focus namelijk op de
onbewuste, niet-waarneembare, interne psychologische processen.

Pavlov
Pavlov deed als eerste onderzoek naar klassieke conditionering. Hij
ontdekte dat als je honden een bel liet horen en ze daarna voedsel gaf, ze
gingen kwijlen. Uiteindelijk gingen de honden zelfs kwijlen bij enkel de bel.
Dit is een geconditioneerde (aangeleerde) respons: de hond heeft de
bel leren associëren met het voedsel.
Het voedsel is de ongeconditioneerde stimulus: een prikkel die vanuit
zichzelf een reflexmatige reactie triggert. De bel is de geconditioneerde
stimulus. Die bel triggert uit zichzelf geen kwijlende honden (neutrale
stimulus), maar na combinatie met voedsel leidt de bel op zichzelf tot
kwijlen.

Onthoud dat klassiek conditioneren gaat om het leggen van een
verband/associatie tussen stimuli.




4
$8.98
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
Y2005

Get to know the seller

Seller avatar
Y2005 Hogeschool Windesheim
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
6 months
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
6 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions