Inhoud
K | C1 | Introductie op het vak. Wat betekent ouder worden?..............................................................3
Gastcollege.........................................................................................................................................3
K | TG1 | Leeftijd of kwetsbaarheid: Wat vertelt ons meer?..................................................................3
K | C2 | Kennisclip: Kwetsbaarheid en welzijn gedurende de levensloop...............................................4
K | C3 | Fysiek + kennisclip: Gezond ouder worden: hoe doe je dat?.....................................................7
Kennisclip............................................................................................................................................7
College................................................................................................................................................9
K | TG2 | Uitwerken interviewopdracht...............................................................................................10
K | TG3 | Fysiek en sociaal gezondheidsgedrag bij ouderen.................................................................11
Opdracht...........................................................................................................................................11
K | C4 | Kennisclip: Welke hulpbronnen zijn belangrijk als je ouder wordt?........................................13
Kennisclip..........................................................................................................................................13
K | BW1 | Fysiek + kennisclip: De rol van de buurt...............................................................................17
Kennisclip..........................................................................................................................................17
Opdracht...........................................................................................................................................19
K | C5 | Fysiek + kennisclip: Veranderingen in informele zorgverlening en de gevolgen hiervan op
welbevinden.........................................................................................................................................20
Kennisclip..........................................................................................................................................20
College..............................................................................................................................................23
K | C6 | Kennisclips: Verschillen in hulpbronnen..................................................................................24
Kennisclips........................................................................................................................................24
K | BW2 | Verschillen in hulpbronnen - Toepassing: opdracht gezondheidsproductiefuncties............27
K | C7 | Kennisclips: Vergrijzing en zorggebruik - Stijgen de zorguitgaven in de toekomst?.................30
Kennisclips........................................................................................................................................30
K | BW3 | Vergrijzing en zorggebruik - Wat kunnen we daaraan doen?...............................................33
Kennisclip..........................................................................................................................................33
Opdrachten.......................................................................................................................................35
K | C8 | Kennisclips: Wat is het probleem? En waarom zou de overheid interveniëren?.....................37
Kennisclips........................................................................................................................................37
K | BW4 | Wat is het probleem? En waarom zou de overheid interveniëren? - Toepassing:
probleemanalyse..................................................................................................................................43
Opdracht...........................................................................................................................................43
K | TG5 | Beleidsimplicaties formuleren...............................................................................................46
Opdracht...........................................................................................................................................46
,K | TG6 | Start voorbereiden posteropdracht.......................................................................................48
K | C9 | Kennisclips: Hoe kun je een interventie kwantitatief evalueren? En: Zorgkeuzes in Kaart......48
Kennisclips........................................................................................................................................48
K | BW5 | Hoe kun je een interventie kwantitatief evalueren? - Toepassing van een evaluatie...........52
K | C10 | Kennisclip: Introductie thema debat.....................................................................................57
K | C11 | Normatieve aspecten van vergrijzing: levensbeëindiging......................................................64
K | TG8 | Argumenten en argumenteren over Voltooid Leven - Debatvaardigheden en debat............70
K | C12 | Kennisclips: Introductie module organiseren........................................................................73
Kennisclips........................................................................................................................................73
K | TG9 | Integraal organiseren voor ouderen: wat is dat?...................................................................75
K | C13 | Kennisclips: Het ontwikkelen van integrale zorg voor ouderen: een evidence based
structuurvraagstuk...............................................................................................................................79
Kennisclips........................................................................................................................................79
K | TG10 | Het ontwikkelen van een ketentraject voor ouderen.........................................................84
K | C14 | Kennisclips: Organiseren als spel tussen spelers...................................................................85
K | TG11 | Een theoretische exercitie...................................................................................................92
K | C15 | Kennisclip: Ouderen en ketenzorg: rechten & plichten.........................................................97
K | C16 | Kennisclips: Bekostigen van integrale zorg voor ouderen....................................................107
K | TG12 | Financiële prikkels voor integrale zorg voor ouderen........................................................112
2
,K | C1 | Introductie op het vak. Wat betekent ouder
worden?
Vragen over literatuur:
1. Noem de 2 belangrijkste factoren die volgens Christensen e.a. (2009) samen de vergrijzing
bepalen.
- Third age (young old) = het functioneren en de waardigheid gewoonlijk behouden blijven
- Fourth age (oldest old) = gekenmerkt zal worden door kwetsbaarheid, met weinig identiteit,
psychologische autonomie en persoonlijke controle
2. Welke verklaringen worden door Christensen e.a. (2009) genoemd voor de
gezondheidsachterstand van vrouwen ten opzichte van mannen als het gaat om functionele
beperkingen? Noem er 3.
3. Wat is de centrale boodschap van het artikel van Christensen e.a. (2009) voor ouderen tot
85 jaar? Leven zij niet alleen langer dan eerdere cohorten, maar hebben zij ook minder
(ernstige) beperkingen? Of nemen beperkingen juist toe?
4. Het successful aging model van Rowe en Kahn (1997), beschrijft 3 componenten die samen
“beter dan gemiddeld” oud worden bepalen. Welke zijn dit?
5. Wat is de kritiek van Stowe en Cooney (2015) op het successful aging model van Rowe en
Kahn?
6. In het artikel van Stowe en Cooney (2015) wordt het door Riley (1998) beschreven gevaar
uitgelegd: “Institutional forces as an aspect of the macroenvironment and social structure
that shape individuals’ lives also are not adequately addressed in Rowe and Kahn’s model.
Riley (1998) was among the first to point out their neglect of institutional influences, such as
the workplace, communities, and schools, on the aging process. She argued that the chances
of enhancing one’s health and well-being depended heavily on structural opportunities and
that interventions aimed at personal change require structural interventions.”
Op welk gevaar wordt gedoeld als we uitgaan van een model zoals dat van Rowe en Kahn?
Gastcollege
Geen aantekeningen
K | TG1 | Leeftijd of kwetsbaarheid: Wat vertelt ons
meer?
Opdracht: 4 vragen beantwoorden: fysiek, psychologisch, cognitief en sociaal
1. Definitie
2. Epidemiologie
3. Effect
4. Interventie
3
, K | C2 | Kennisclip: Kwetsbaarheid en welzijn gedurende
de levensloop
Kennisclip
Wat is kwetsbaarheid?:
- Smalle benadering: alleen aandacht voor fysieke kwetsbaarheid
- Brede benadering: fysieke, psychische en sociale kwetsbaarheid "… een proces van het
opeenstapelen van lichamelijke, psychische en/of sociale tekorten in het functioneren dat de
kans vergroot op negatieve gezondheidsuitkomsten" (SCP 2011)
Aantal kwetsbare ouderen in Nederland (volgens brede definitie)
- 600.000 (65+)
- 500.000 wonen zelfstandig, rest in verzorging/verpleeghuis
- ca. 25% zelfstandig wonende ouderen is kwetsbaar
Wie zijn vaker kwetsbaar? vaker hoogbejaard, vrouw, alleenstaand, en lage SES
Waarom? vaak meer dan één aandoening (multimorbiditeit) of matige of ernstige
functiebeperkingen (in bewegen, zelfverzorging en/of huishoudelijk werk)
Beloop van kwetsbaarheid:
- Kwetsbaarheid is geen toestand maar een proces
- Beloop van kwetsbaarheid een belangrijke voorspeller van opname in een verzorgings- of
verpleeghuis en van overlijden
- Door de mate van kwetsbaarheid vast te stellen kan bepaald worden wie extra aandacht of
zorg nodig heeft
Waarom kwetsbaarder?:
- Fysiek kwetsbaarder door slecht kunnen lopen, slecht evenwicht kunnen bewaren en
lichamelijke moeheid
- Psychisch kwetsbaarder door meer geheugenklachten, toename gevoelens van somberheid,
angst en hulpeloosheid
- Sociaal kwetsbaarder door alleen komen te staan en contacten gaan missen
Model van Gobbens wordt vaak gebruikt om inzicht te ingeven in kwetsbaarheid en de
determinanten van kwetsbaarheid:
Schets de weg van kwetsbaarheid naar
ongewenste uitkomsten.
Geeft goed overzicht van de samenhang tussen
de verschillende onderdelen.
4
K | C1 | Introductie op het vak. Wat betekent ouder worden?..............................................................3
Gastcollege.........................................................................................................................................3
K | TG1 | Leeftijd of kwetsbaarheid: Wat vertelt ons meer?..................................................................3
K | C2 | Kennisclip: Kwetsbaarheid en welzijn gedurende de levensloop...............................................4
K | C3 | Fysiek + kennisclip: Gezond ouder worden: hoe doe je dat?.....................................................7
Kennisclip............................................................................................................................................7
College................................................................................................................................................9
K | TG2 | Uitwerken interviewopdracht...............................................................................................10
K | TG3 | Fysiek en sociaal gezondheidsgedrag bij ouderen.................................................................11
Opdracht...........................................................................................................................................11
K | C4 | Kennisclip: Welke hulpbronnen zijn belangrijk als je ouder wordt?........................................13
Kennisclip..........................................................................................................................................13
K | BW1 | Fysiek + kennisclip: De rol van de buurt...............................................................................17
Kennisclip..........................................................................................................................................17
Opdracht...........................................................................................................................................19
K | C5 | Fysiek + kennisclip: Veranderingen in informele zorgverlening en de gevolgen hiervan op
welbevinden.........................................................................................................................................20
Kennisclip..........................................................................................................................................20
College..............................................................................................................................................23
K | C6 | Kennisclips: Verschillen in hulpbronnen..................................................................................24
Kennisclips........................................................................................................................................24
K | BW2 | Verschillen in hulpbronnen - Toepassing: opdracht gezondheidsproductiefuncties............27
K | C7 | Kennisclips: Vergrijzing en zorggebruik - Stijgen de zorguitgaven in de toekomst?.................30
Kennisclips........................................................................................................................................30
K | BW3 | Vergrijzing en zorggebruik - Wat kunnen we daaraan doen?...............................................33
Kennisclip..........................................................................................................................................33
Opdrachten.......................................................................................................................................35
K | C8 | Kennisclips: Wat is het probleem? En waarom zou de overheid interveniëren?.....................37
Kennisclips........................................................................................................................................37
K | BW4 | Wat is het probleem? En waarom zou de overheid interveniëren? - Toepassing:
probleemanalyse..................................................................................................................................43
Opdracht...........................................................................................................................................43
K | TG5 | Beleidsimplicaties formuleren...............................................................................................46
Opdracht...........................................................................................................................................46
,K | TG6 | Start voorbereiden posteropdracht.......................................................................................48
K | C9 | Kennisclips: Hoe kun je een interventie kwantitatief evalueren? En: Zorgkeuzes in Kaart......48
Kennisclips........................................................................................................................................48
K | BW5 | Hoe kun je een interventie kwantitatief evalueren? - Toepassing van een evaluatie...........52
K | C10 | Kennisclip: Introductie thema debat.....................................................................................57
K | C11 | Normatieve aspecten van vergrijzing: levensbeëindiging......................................................64
K | TG8 | Argumenten en argumenteren over Voltooid Leven - Debatvaardigheden en debat............70
K | C12 | Kennisclips: Introductie module organiseren........................................................................73
Kennisclips........................................................................................................................................73
K | TG9 | Integraal organiseren voor ouderen: wat is dat?...................................................................75
K | C13 | Kennisclips: Het ontwikkelen van integrale zorg voor ouderen: een evidence based
structuurvraagstuk...............................................................................................................................79
Kennisclips........................................................................................................................................79
K | TG10 | Het ontwikkelen van een ketentraject voor ouderen.........................................................84
K | C14 | Kennisclips: Organiseren als spel tussen spelers...................................................................85
K | TG11 | Een theoretische exercitie...................................................................................................92
K | C15 | Kennisclip: Ouderen en ketenzorg: rechten & plichten.........................................................97
K | C16 | Kennisclips: Bekostigen van integrale zorg voor ouderen....................................................107
K | TG12 | Financiële prikkels voor integrale zorg voor ouderen........................................................112
2
,K | C1 | Introductie op het vak. Wat betekent ouder
worden?
Vragen over literatuur:
1. Noem de 2 belangrijkste factoren die volgens Christensen e.a. (2009) samen de vergrijzing
bepalen.
- Third age (young old) = het functioneren en de waardigheid gewoonlijk behouden blijven
- Fourth age (oldest old) = gekenmerkt zal worden door kwetsbaarheid, met weinig identiteit,
psychologische autonomie en persoonlijke controle
2. Welke verklaringen worden door Christensen e.a. (2009) genoemd voor de
gezondheidsachterstand van vrouwen ten opzichte van mannen als het gaat om functionele
beperkingen? Noem er 3.
3. Wat is de centrale boodschap van het artikel van Christensen e.a. (2009) voor ouderen tot
85 jaar? Leven zij niet alleen langer dan eerdere cohorten, maar hebben zij ook minder
(ernstige) beperkingen? Of nemen beperkingen juist toe?
4. Het successful aging model van Rowe en Kahn (1997), beschrijft 3 componenten die samen
“beter dan gemiddeld” oud worden bepalen. Welke zijn dit?
5. Wat is de kritiek van Stowe en Cooney (2015) op het successful aging model van Rowe en
Kahn?
6. In het artikel van Stowe en Cooney (2015) wordt het door Riley (1998) beschreven gevaar
uitgelegd: “Institutional forces as an aspect of the macroenvironment and social structure
that shape individuals’ lives also are not adequately addressed in Rowe and Kahn’s model.
Riley (1998) was among the first to point out their neglect of institutional influences, such as
the workplace, communities, and schools, on the aging process. She argued that the chances
of enhancing one’s health and well-being depended heavily on structural opportunities and
that interventions aimed at personal change require structural interventions.”
Op welk gevaar wordt gedoeld als we uitgaan van een model zoals dat van Rowe en Kahn?
Gastcollege
Geen aantekeningen
K | TG1 | Leeftijd of kwetsbaarheid: Wat vertelt ons
meer?
Opdracht: 4 vragen beantwoorden: fysiek, psychologisch, cognitief en sociaal
1. Definitie
2. Epidemiologie
3. Effect
4. Interventie
3
, K | C2 | Kennisclip: Kwetsbaarheid en welzijn gedurende
de levensloop
Kennisclip
Wat is kwetsbaarheid?:
- Smalle benadering: alleen aandacht voor fysieke kwetsbaarheid
- Brede benadering: fysieke, psychische en sociale kwetsbaarheid "… een proces van het
opeenstapelen van lichamelijke, psychische en/of sociale tekorten in het functioneren dat de
kans vergroot op negatieve gezondheidsuitkomsten" (SCP 2011)
Aantal kwetsbare ouderen in Nederland (volgens brede definitie)
- 600.000 (65+)
- 500.000 wonen zelfstandig, rest in verzorging/verpleeghuis
- ca. 25% zelfstandig wonende ouderen is kwetsbaar
Wie zijn vaker kwetsbaar? vaker hoogbejaard, vrouw, alleenstaand, en lage SES
Waarom? vaak meer dan één aandoening (multimorbiditeit) of matige of ernstige
functiebeperkingen (in bewegen, zelfverzorging en/of huishoudelijk werk)
Beloop van kwetsbaarheid:
- Kwetsbaarheid is geen toestand maar een proces
- Beloop van kwetsbaarheid een belangrijke voorspeller van opname in een verzorgings- of
verpleeghuis en van overlijden
- Door de mate van kwetsbaarheid vast te stellen kan bepaald worden wie extra aandacht of
zorg nodig heeft
Waarom kwetsbaarder?:
- Fysiek kwetsbaarder door slecht kunnen lopen, slecht evenwicht kunnen bewaren en
lichamelijke moeheid
- Psychisch kwetsbaarder door meer geheugenklachten, toename gevoelens van somberheid,
angst en hulpeloosheid
- Sociaal kwetsbaarder door alleen komen te staan en contacten gaan missen
Model van Gobbens wordt vaak gebruikt om inzicht te ingeven in kwetsbaarheid en de
determinanten van kwetsbaarheid:
Schets de weg van kwetsbaarheid naar
ongewenste uitkomsten.
Geeft goed overzicht van de samenhang tussen
de verschillende onderdelen.
4