Door veranderingen van de leefomstandigheden, zoals schoon water, hygiëne en
vaccinaties, is de levensverwachting sinds de 19e eeuw fors gestegen.
Sinds de komst van antibiotica gaan veel minder mensen dood aan infectieziekten.
Grote infectieziekten die over de wereld zijn getrokken in de geschiedenis:
- 1000-nu
- de pokken (variola, small-pox)
- 14e eeuw
- black death (de pest)
- epidemie → 20-45% van de populatie overleed
- 19e eeuw (middeleeuwen)
- dysenterie (ernstige diarree)
- meer doden dan de oorlog
- 1918
- de Spaanse griep (influenza)
- mortaliteit van 50-100 miljoen
Tegenwoordig neemt de mortaliteit ten gevolge van infectieziekten steeds meer af.
Hart- en vaatziekten en maligniteiten hebben nu een hogere mortaliteit.
Doordat we steeds ouder worden, worden we ook weer kwetsbaarder voor infectieziekten.
In Afrika zijn infectieziekten nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak.
Er zijn nog steeds infectieziekten die zorgen voor miljoenen slachtoffers per jaar, zoals
- Tuberculose
- HIV
Daarnaast komen er nieuwe infectieziekten bij, zoals
- ebola
- zika
- SARS
- corona
Ook is er tegenwoordig een nieuw probleem, namelijk de multiresistente bacteriën, zoals
- MRSA
- ESBL
- carbapenemase-producers
,Infectie = invasie van een micro-organisme (virus, bacterie, parasiet of schimmel) in
weefsel.
Inflammatie = respons van de gastheer op een stimulus (zoals een micro-organisme), met
de symptomen:
- rubor (roodheid)
- calor (warmte)
- dolor (pijn)
- tumor (zwelling)
- functio laesa (functieverlies)
Er kan ook sprake zijn van, bijvoorbeeld
- hoesten bij een pneumonie
- slagpijn bij pyelonefritis
- artritis bij reumatoïde artritis
Systemische symptomen van een inflammatie zijn
- koorts
- koude rillingen
- malaise
- verminderde eetlust
- gewichtsverlies
- (nacht)zweten
- sepsis
De gastheer, het micro-organisme en de antibiotica
verhouden zich in een soort driehoek.
Het micro-organisme is aanvalskrachtig tegen de
gastheer met de virulentiefactoren, maar wordt
tegelijkertijd aangevallen door de gastheer en de
farmacodynamiek van de antibiotica. De antibiotica
kan echter ook toxisch zijn voor de gastheer.
,Bij de presentatie van een patiënt met een infectie moet worden gedacht aan de mate
waarin de infectie besmettelijk is, of de infectie meldingsplichtig is, maar ook aan de
mogelijke infectieroutes:
- aerosolen (druppeltjes) (zoals bij tbc en influenza)
- diarree (zoals bij Clostridium difficile)
- excreta (uitgescheiden lichaamsstoffen, zoals braaksel en faeces, wat bijvoorbeeld
bij ebola gebeurt)
Ten tweede moet er worden bepaald welke diagnostiek moet worden toegepast:
- bloedkweken
- (urine-)antigeentesten (zoals bij een pneumokokkenpneumonie)
- (spijt)serum (wordt bewaard zodat er later testen op uitgevoerd kunnen worden)
- overleg met de arts-microbioloog
- afname van patiëntmaterialen (zoals bloed, sputum en urine).
- tenslotte moet de juiste therapie worden toegepast, een infectie kan soms namelijk
leiden tot sepsis en moet daardoor snel behandeld worden
, HIV (humaan immunodeficiëntie virus)
Risicogroepen
- mannen die seks hebben met mannen
- prostituees
- intraveneuze druggebruikers
- mensen afkomstig uit Sub-Sahara Afrika
Overdracht
- onbeschermd seksueel contact
- aanwezigheid van andere soa verhoogt risico, want slijmvliezen vaak niet
intact, waardoor niet goede barrièrefunctie
- bloedcontact (naalden/transfusie)
- pre- en perinataal / borstvoeding:
- mother to child transmission (MTCT) of borstvoeding
De kans dat HIV wordt overgedragen
- bloedtransfusie → 90%
- percutane naald → 0,2%
- ontvangende anale seks → 1,4%
- penis-vaginale seks → 0,04%
- tussen moeder en kind → ongeveer 25%
- als een vrouw virusremmers slikt → ongeveer 1%
vaccinaties, is de levensverwachting sinds de 19e eeuw fors gestegen.
Sinds de komst van antibiotica gaan veel minder mensen dood aan infectieziekten.
Grote infectieziekten die over de wereld zijn getrokken in de geschiedenis:
- 1000-nu
- de pokken (variola, small-pox)
- 14e eeuw
- black death (de pest)
- epidemie → 20-45% van de populatie overleed
- 19e eeuw (middeleeuwen)
- dysenterie (ernstige diarree)
- meer doden dan de oorlog
- 1918
- de Spaanse griep (influenza)
- mortaliteit van 50-100 miljoen
Tegenwoordig neemt de mortaliteit ten gevolge van infectieziekten steeds meer af.
Hart- en vaatziekten en maligniteiten hebben nu een hogere mortaliteit.
Doordat we steeds ouder worden, worden we ook weer kwetsbaarder voor infectieziekten.
In Afrika zijn infectieziekten nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak.
Er zijn nog steeds infectieziekten die zorgen voor miljoenen slachtoffers per jaar, zoals
- Tuberculose
- HIV
Daarnaast komen er nieuwe infectieziekten bij, zoals
- ebola
- zika
- SARS
- corona
Ook is er tegenwoordig een nieuw probleem, namelijk de multiresistente bacteriën, zoals
- MRSA
- ESBL
- carbapenemase-producers
,Infectie = invasie van een micro-organisme (virus, bacterie, parasiet of schimmel) in
weefsel.
Inflammatie = respons van de gastheer op een stimulus (zoals een micro-organisme), met
de symptomen:
- rubor (roodheid)
- calor (warmte)
- dolor (pijn)
- tumor (zwelling)
- functio laesa (functieverlies)
Er kan ook sprake zijn van, bijvoorbeeld
- hoesten bij een pneumonie
- slagpijn bij pyelonefritis
- artritis bij reumatoïde artritis
Systemische symptomen van een inflammatie zijn
- koorts
- koude rillingen
- malaise
- verminderde eetlust
- gewichtsverlies
- (nacht)zweten
- sepsis
De gastheer, het micro-organisme en de antibiotica
verhouden zich in een soort driehoek.
Het micro-organisme is aanvalskrachtig tegen de
gastheer met de virulentiefactoren, maar wordt
tegelijkertijd aangevallen door de gastheer en de
farmacodynamiek van de antibiotica. De antibiotica
kan echter ook toxisch zijn voor de gastheer.
,Bij de presentatie van een patiënt met een infectie moet worden gedacht aan de mate
waarin de infectie besmettelijk is, of de infectie meldingsplichtig is, maar ook aan de
mogelijke infectieroutes:
- aerosolen (druppeltjes) (zoals bij tbc en influenza)
- diarree (zoals bij Clostridium difficile)
- excreta (uitgescheiden lichaamsstoffen, zoals braaksel en faeces, wat bijvoorbeeld
bij ebola gebeurt)
Ten tweede moet er worden bepaald welke diagnostiek moet worden toegepast:
- bloedkweken
- (urine-)antigeentesten (zoals bij een pneumokokkenpneumonie)
- (spijt)serum (wordt bewaard zodat er later testen op uitgevoerd kunnen worden)
- overleg met de arts-microbioloog
- afname van patiëntmaterialen (zoals bloed, sputum en urine).
- tenslotte moet de juiste therapie worden toegepast, een infectie kan soms namelijk
leiden tot sepsis en moet daardoor snel behandeld worden
, HIV (humaan immunodeficiëntie virus)
Risicogroepen
- mannen die seks hebben met mannen
- prostituees
- intraveneuze druggebruikers
- mensen afkomstig uit Sub-Sahara Afrika
Overdracht
- onbeschermd seksueel contact
- aanwezigheid van andere soa verhoogt risico, want slijmvliezen vaak niet
intact, waardoor niet goede barrièrefunctie
- bloedcontact (naalden/transfusie)
- pre- en perinataal / borstvoeding:
- mother to child transmission (MTCT) of borstvoeding
De kans dat HIV wordt overgedragen
- bloedtransfusie → 90%
- percutane naald → 0,2%
- ontvangende anale seks → 1,4%
- penis-vaginale seks → 0,04%
- tussen moeder en kind → ongeveer 25%
- als een vrouw virusremmers slikt → ongeveer 1%